Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/07 > Interview

Interview

Interview met Mark Deuze, nieuwe hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media:

'Elk medium is een beetje oud en een beetje nieuw'

De 'oude journalist' bestaat niet meer. Nieuwe media-initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond en journalisten moeten zich kunnen aanpassen aan snelle veranderingen. Mark Deuze, onlangs benoemd tot deeltijdhoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden, geeft zijn visie op deze mediaontwikkelingen en legt uit welke plaats journalistiek onderwijs en onderzoek in Leiden innemen in het veranderende journalistieke spectrum.  

Door Martijn Wackers

    
Mark Deuze: 'Ons doel is om "reflective practitioners" op te leiden.'

Je bent benoemd tot deeltijdhoogleraar Journalistiek & Nieuwe Media (JNM). Wat zijn je speerpunten wat betreft deze leerstoel?

Deuze: 'Er is een aantal speerpunten. Allereerst het verstevigen van de lopende onderzoeken van de medewerkers van JNM. Daarnaast ook het aanscherpen van de typisch Leidse speerpunten retorica (van woord en beeld) en nieuwe media. Bovendien zijn er plannen voor het opzetten van nieuwe innovatieve projecten, bijvoorbeeld in samenwerking met de onlangs benoemde Leidse hoogleraar Digitale Mediastudies Paul Rutten en hopelijk straks in 2009-2010 de herhaling van de landelijke journalistenenquête waarvoor ik in 1999-2000 verantwoordelijk was.'

Je werkt een groot gedeelte van het jaar als hoogleraar aan Indiana University in de Verenigde Staten. Is het niet - mede door de afstand - moeilijk om deze twee banen te combineren?

'Dat is moeilijk - maar in deze digitale tijden zeker niet onmogelijk. Ik ben drie à vier keer per jaar in Leiden voor vergaderingen, begeleiding en een jaarlijkse masterclass in de zomer. Daarnaast zijn elk jaar drie Leidse masterstudenten een semester te gast bij Indiana University om daar met mij onderzoek te doen. Verder gaat natuurlijk veel via de mail.'

Wat moet er gebeuren binnen JNM om binnenkort een zelfstandige masteropleiding te kunnen realiseren?

'We moeten niet vergeten dat geaccrediteerde masteropleidingen staan of vallen bij het wetenschappelijke en niet het praktische gehalte van de studie. Ons doel is om zogenaamde "reflective practitioners" op te leiden: mensen die een gefundeerde en zelfkritische visie op het vak hebben, de meest recente academische literatuur kennen en daarnaast creatief en zelfstandig om kunnen gaan met nieuwe media. Dat kunnen enerzijds de meest ideale werknemers voor een beroep in verandering zijn, of anderzijds goede promovendi voor opleidingen over de hele wereld.'

Hoe zou je journalisten in opleiding klaar moeten stomen voor dit 'beroep in verandering'?

'Vóór alles zullen ze verandering als structurerend thema voor zowel beroepspraktijk als wetenschapsbeoefening moeten aanvaarden. De journalistiek lijkt dan wel buitengewoon gesloten, stabiel of - zo je wilt - inert en op vaste waarden gebaseerd, de praktijk is anders. Dat is pas zorgelijk: als je als journalist willoos wordt meegesleurd op de golven van alle veranderingen - en dat is nu nog veel te veel het geval. Verandering leidt niet tot nieuwe vastigheid. Verandering is permanent.'

Wat zijn volgens jou dan de belangrijkste veranderingen op journalistiek gebied van de afgelopen jaren?

'De maatschappelijke, culturele en technologische ontwikkelingen van de laatste 20 jaar - ruwweg vanaf de "summer of love" van 1988 en de val van de Berlijnse Muur van 1989 tot en met opkomst van "Web 2.0" en de wereldwijde "war on terror" van vandaag de dag - hebben het fundament onder de meeste op collectiviteit en consensus gebaseerde sociale instituten weggeslagen. Daarmee bedoel ik met name instituten als de partijpolitiek en de beroepsjournalistiek. In de huidige fase van algehele twijfel en scepsis ten opzichte van alles wat ook maar iets met institutionele autoriteit te maken heeft - vakbonden en werkgevers, presidenten en priesters, en zeker ook professoren - heeft de journalistiek het erg moeilijk om zichzelf en haar vaak mooie werk staande te houden. Dit spanningsveld biedt naar mijn mening enorm veel creatieve ruimte - en dat moet ook de allerbelangrijkste drijfveer voor onze studenten en docenten zijn.'

'Oude media als de krant en de televisie zijn ten dode opgeschreven.' Soortgelijke uitspraken hoor je de afgelopen jaren wel vaker. Zijn oude media met de komst van internet eigenlijk ten dode opgeschreven?

'Nee hoor. Elk medium is een beetje oud en een beetje nieuw, en die structurele wisselwerking voedt ons gevoel van onrust en onzekerheid over wat de toekomst te bieden heeft. Ik denk wel dat massamedia ten dode zijn opgeschreven, maar dat heeft niets met krant of televisie te maken. Tenslotte zijn de meest succesvolle kranten veelal regionale of anderszins zeer gespecialiseerde bladen: geen massamedia, dus.'

Onlangs ben je in het Lipsius in debat gegaan met de bekende internetjournalist Francisco van Jole. Hij beweerde dat journalistiek op internet uiteindelijk niet zo goed werkt, omdat internet te versnipperd is om een groot publiek te bereiken. Wat vind je daarvan?

'Tja, dat is toch echt een verkeerde voorstelling van zaken. Feit is dat de samenleving altijd al versnipperd was, maar dat zie je als mediamaker niet als je maar twee of drie televisiekanalen en één krant per stad hebt. Internet laat zien wat er altijd al was: miljoenen mensen die - in groepjes en als individu - allemaal wat te melden hebben, of althans denken te hebben. De journalistiek, schreef de onlangs verscheiden Amerikaanse hoogleraar James Carey (iemand door wie ik sterk geïnspireerd ben), is in haar ideale vorm een versterker van het gesprek dat de samenleving met zichzelf heeft. Internet brengt dat gesprek in beeld. Lang niet alle initiatieven op internet zijn geslaagd te noemen, maar vernieuwende websites die je zeker even moet bekijken zijn bijvoorbeeld livesinfocus.org, globalvoicesonline.org en current.tv.'

Je woont en werkt in de VS. Is er een groot verschil tussen de Amerikaanse en Nederlandse of Europese journalistieke cultuur?

'Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen: er is in de VS meer opinie dan verslaggeving, meer kritisch hameren dan reflectief onderzoek, er zijn meer agressieve aanvallen dan daadwerkelijk scherpe vragen. Wat betreft ons vakgebied valt me vooral op dat Nederlandse journalisten zelf - uitzonderingen als Henk Blanken of Franciso van Jole daargelaten - niet of nauwelijks aan het debat over de toekomst van hun vak mee doen. In Amerika zijn er ongeveer tweeduizend kritische tijdschriften, rubrieken, programma's en weblogs van mediaprofessionals over de journalistiek. Juist daarom is zo'n initiatief als De Nieuwe Reporter, waar we als afdeling Journalistiek en Nieuwe Media aan deelnemen, een erg goede zaak.'

Zijn eventuele culturele verschillen op journalistiek gebied door de komst van internet veranderd, denk je?

'Journalisten en nieuwsbedrijven in het algemeen letten nu nog meer op elkaar dan ze daarvoor al deden, vrees ik. Mijn Amerikaanse collega en voorbeeld Michael Schudson - hoogleraar aan de University of California te San Diego - noemt dit een toenemende "interinstitutional news coherence".'

Ga je iets van de 'Amerikaanse studeermentaliteit' proberen over te brengen op de Nederlandse studenten?

'Dat zal moeilijk zijn op afstand. Hooguit een beter begrip voor de wisselwerking praktijk en theorie in het dagelijks leren, aangezien we in Nederland nog steeds de scheiding van HBO en WO gewend zijn die in Amerika niet bestaat. Verder misschien ook een meer optimistische grondhouding - in de zin van Nike's "just do it" - ten opzichte van uitdagingen als studie, stage en werkplek.'

Wat, ten slotte, verwacht je zelf van je hoogleraarschap in Leiden?

'Ik hoop veel plezier te hebben met de collega's en studenten, daarbij een bescheiden bijdrage te kunnen leveren in het ondersteunen van het prachtwerk dat ze bij Journalistiek en Nieuwe Media al jaren doen onder moeilijke omstandigheden. Daarnaast zie ik enorm uit naar mogelijke samenwerkingsverbanden en discussies met eminente Leidse collega-hoogleraren in verwante disciplines, zoals Paul Rutten, Kees Brants, W.A. Shadid, Jaap van Donselaar en Herman van Gunsteren.'

Links:  

 Persoonlijke pagina Mark Deuze

 Weblog Mark Deuze

 Lives in Focus

 Global Voices Online

 Current TV

 De Nieuwe Reporter

                                    
 
   
vorige pagina top pagina