Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/07 > Interview

Interview

Letterenteam Mous bij beste zeven Academische Jaarprijs 2007

"Onze taal is toch niet zo gek als we dachten!"

Onder de zeven genomineerde teams voor de Academische Jaarprijs 2007 zitten maar liefst twee teams van de Universiteit Leiden. Net als vorig jaar komt het enige alfateam van onze universiteit. Drie leden van het 'team Mous', dr. Azeb Amha (Ethiopische talen), student Anne-Christie Hellenthal (promovenda in het Sheko, een Ethiopische taal) en prof.dr. Maarten Mous vertellen over hun plannen en  hun kansen: "Als we eenmaal bij de beste drie zijn, kan alles gebeuren."

door Bart de Haas

Azeb Amha, Maarten Mous en Anne-Christie Hellenthal
Foto: Bart de Haas

Representatief

Team Mous bestaat uit diverse onderzoekers, allemaal professionals op hun taalgebied. Onder leiding van prof.dr. Mous (Afrikaanse Talen) zijn zij bij elkaar gekomen om hun onderzoeken te bundelen. Hellenthal: "In ons team hebben we veel bedreigde talen uit vier verschillende regio's, van Afrika tot Indonesië en van Siberië tot Suriname. Dat is een bewuste keuze, we proberen zo representatief mogelijk te zijn."

Zit het Nederlandse publiek eigenlijk wel op iets dergelijks te wachten? "Natuurlijk," roept Hellenthal uit, "zelfs een obscuur taaltje als het Sheko, dat ik bestudeer, trekt al mensen aan!" De publieksdag over bedreigde talen, een symposium dat in de zomer van 2004 in het Museon gehouden werd, werd destijds enorm goed bezocht.

Het plan heet voluit 'Taaldiversiteit, taalbeschrijving en taaldood'. Drie maal taal dus. Maar taal is dan ook iets waar ieder mens mee te maken heeft en waar iedereen op z'n eigen manier ervaringsdeskundige in is.

Documentaire

Het plan is om van de bevindingen één documentairefilm te maken, iets waarvoor de onderzoekers normaal gesproken geen tijd en geld hebben. Volgens Azeb Amha is er al veel bruikbaar materiaal. "Overal op de wereld zien we dat talen van minderheden verdwijnen, bijvoorbeeld in Ethiopië, waar talen uit verschillende taalfamilies dreigen uit te sterven. Ook voor er camera's bestonden zijn al veel talen verdwenen; het is dus hard nodig dat we deze zo snel mogelijk vastleggen en gelukkig hebben we al veel op video staan."

"Zo'n video," legt Mous uit, "laat ook gebaren zien, en de interactie tussen gebaar en uiting. Uit Noord-Japan hebben we bijvoorbeeld nog wel geluidsopnames van het Ainu, een nu niet meer gesproken taal, maar de gebaren zijn voor eeuwig verloren." Want dat is nu juist het probleem van de taal, zegt ook Hellenthal: "Als een taal is uitgestorven, dan is die helemaal weg. Bij dieren heb je nog fossielen, maar bij een taal blijft er niets over."

Machtsverhoudingen

De redenen dat talen verdwijnen zijn heel divers. Meestal hebben deze te maken met machtsverhoudingen in een land. Amha: "De ene groep sprekers is dominant over de andere. In sommige landen is het bijvoorbeeld niet toegestaan om onderwijs in jouw taal te krijgen. Als je een goede baan wilt vinden, dan moet je de taal van de meerderheid spreken. Hier in Nederland kun je je bijna niet voorstellen hoe dat is, dat je voor de rechter komt te staan en je kunt je verhaal niet eens in je eigen verhaal vertellen."

Veel sprekers van minderheidstalen worden gestigmatiseerd als achterlijk. Is er dan helemaal geen reden om trots op hun taal te zijn? Mous: "Jawel, maar helaas zien de meeste mensen dit pas in als er onderzoekers speciaal voor hún taal naar hen toekomen."

"Ja," vult Hellenthal aan, "als wij dan noteren hoe hun taal werkt, dan zijn ze soms helemaal verbaasd en vragen ze: 'Kun je het dan opschrijven? Dan is onze taal toch niet zo gek als we dachten!'. Dat is heel gek om als onderzoeker mee te maken."

Mous: "Buitenstaanders komen normaal gesproken alleen naar Afrika om hen te onderwijzen. Wij zijn als onderzoekers de enigen die ook iets van hen willen léren."

Taaltentoonstelling

Veel bedreigde talen hebben met elkaar gemeen dat er nog geen enkele schriftelijke bron in die taal is. Uiteraard is er wel literatuur, zijn er kinderverhalen, liedjes, mythen en fabels, maar ze zijn allemaal alleen mondeling overgeleverd. Amha: "Vooral teksten over het bouwen van huizen, het houden van vee, hoe ze denken over andere volkeren en over hun eigen geschiedenis zijn voor ons erg interessant. Deze teksten zijn dan ook zeker een onderdeel van wat wij de mensen willen laten zien."

Naast een documentaire wil team Mous namelijk ook een tentoonstelling over talen inrichten. Volgens Hellenthal moet alles hierbij draaien om twee ideeën, ten eerste de vraag: Wat hebben talen met elkaar gemeen en waarin verschillen ze van elkaar? "Denk hierbij aan vraagzinnen. In het Nederlands verander je de woordvolgorde en de toonhoogte van de zin, maar in twee Omotische talen waar wij onderzoek naar doen, laat je op het eind van een zin een woord weg om aan te geven dat het een vraag is."

En de tweede vraag luidt: wat zijn de gevolgen van taaldiversiteit? Amha: "Veel mensen denken dat de ene taal beter ontwikkeld is dan de andere, maar zo zien wij dat niet. Alle talen hebben volgens ons genoeg in zich om expressief te zijn, dat is universeel. In sommige Afrikaanse talen is het belangrijk om verschillen in hoogte te kunnen uitdrukken: een spreker kan er in uitdrukken of een activiteit plaats vindt op eenzelfde, een hoger of een lager hoogteniveau als waar hij zich bevindt. Of hij kan verschillen laten zien tussen bomen en groepjes bomen. En in het Nederlands hebben we weer talloze woorden voor onze waterwegen. Talen kunnen dus verschillen in hun woordenschat. Dit wordt medebepaald door hun leefomgeving. Maar verder, als systeem, zijn alle talen gelijkwaardig en even interessant voor onderzoek.

Dode taalgenerator

Voor de onderzoekers heeft taal altijd met mensen en maatschappij te maken. Het is een stukje cultuur, een stukje expressie. Dat het moeilijk is om een computer een taal goed te laten spreken, bewijst de Delilah-taalmachine, waar de Leidse dr. Cremers al jaren mee bezig is. Mous: "Onze tentoonstelling moet ook interactief worden. Dat willen we onder meer bereiken met lezingen en een quiz, en door een 'dode taalgenerator' in te zetten. Het zou fantastisch zijn als het ons zou lukken om kleinere bedreigde of dode talen hiermee weer tot leven te wekken. We willen de mensen graag laten zien hoe moeilijk dat is."

Bijkomende voordelen zijn dat het de bezoekers niet alleen bewust maakt van taal, maar ook van de ongelijkheden op de wereld. Azeb Amha: "Taalkundigen kunnen niet van boven af zeggen dat iets op een bepaalde manier moet, maar we kunnen de mensen er wel alerter op maken. We kunnen hun trots geven, wat kan zorgen voor meer eerlijkheid. We zijn blij om te zien dat er nu al meer reacties en beter taalbeleid komen."

Geloof in eigen kunnen

"Want," aldus Mous, "er is een samenhang tussen taalbedreiging en taalbewustzijn. Dat bewustzijn is een voorwaarde voor economische ontwikkeling. Het doet mij dan ook erg goed als mensen daar naar me toekomen en me zeggen hoe belangrijk het voor hen is dat ik dit doe. Je komt namelijk alleen verder als je gelooft in je eigen kunnen."

Heeft ook team Mous geloof in eigen kunnen? Voor de slotpresentatie op 6 juni, waarbij alleen de beste drie mogen komen, zal eerst nog een presentatie zijn op vrijdag 18 mei, net na Hemelvaart. Volgens Hellenthal bruist iedereen nu al van de ideeën en ook volgens de teamcaptain is alles mogelijk: "Als we eenmaal bij de beste drie zijn, dan kan alles gebeuren."

 www.academischejaarprijs.nl

                                    
 
   
vorige pagina top pagina