Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Onderwijs

Waarom Nederland een canon nodig heeft

Door Hubert Slings

Toen Frits van Oostrom me in april 2005 belde met de vraag of ik secretaris wilde worden van een adviescommissie die zich moest gaan buigen over 'de canon van Nederland', realiseerde ik me dat het een ingewikkelde klus zou worden. Of, zoals dat tegenwoordig heet, een uitdaging. De canon is geen begrip meer waarmee je in het onderwijs (en zeker niet in academische kringen) snel de handen op elkaar krijgt. Nog geen twintig jaar geleden werd een commissie - waarin overigens ook onze faculteit vertegenwoordigd was - die het had gewaagd om een verplichte boekenlijst voor het vak Nederlands te ontwerpen nog met pek en veren ingesmeerd.

Maar de zaak waarom het ging, vond en vind ik belangrijk genoeg. De terugloop van tot voor kort algemeen bekend veronderstelde historische en culturele kennis bij schoolverlaters gaat ook - en juist! - onze faculteit niet onopgemerkt voorbij. Als een ministerie (dat er de laatste jaren juist prat op gaat zich tot de leerstelligheden van de 'terugtredende overheid' te hebben bekeerd) het initiatief neemt om het weer eens over de inhoud van het onderwijs te hebben, zou het van laatdunkendheid dan wel cultuurpessimisme getuigen als je zo'n waagstuk a priori afwijst.

De minister had bedacht dat het een canon moest worden die vooral in het onderwijs zijn nut moest hebben. Geen onverstandige gedachte als je het hebt over het bijbrengen van een gemeenschappelijke kennisbasis. De commissie heeft zich bij de uitwerking ervan geconcentreerd op de fase waarin het geschiedenis- en cultuuronderwijs voor alle leerlingen verplicht is: bovenbouw basisschool en onderbouw voortgezet onderwijs. Die inperking is - zo werd ons al snel duidelijk - voor ons proces een belangrijke factor geweest. Uit het woud aan beschikbare canonieke kennis mochten wij alleen dát gedeelte afpalen waarvan verwacht kan worden dat een basisscholier er zijn weg in kan vinden.

Een andere belangrijke keuze was die voor een 'canon in vensters'. Onze lijst met uiteindelijk 50 personen en gebeurtenissen die op de wandkaart zijn afgebeeld, vormen even zovele vensters op de werelden die daarachter liggen. Door dat te beklemtonen en er ook daadwerkelijk gestalte aan te geven in de vorm van Vertakkingen en Verwijzingen, voorkom je dat de canon een dichtgetimmerd karakter krijgt, en ontmoedigt om verder te kijken dan de canonieke neus lang is.

Afgelopen oktober heeft de commissie haar rapport gepresenteerd en is de website www.entoen.nu gelanceerd. Onmiddellijk werd de geest der canon vaardig over Nederland. Vanaf het moment dat het RTL-nieuws citeerde uit het uit de ministerraad gelekte rapport werd er hartstochtelijk gediscussieerd over de vijftig vensters, over de vraag of er niet heel wat aan ontbrak (zoals de bèta's, 'Pim' en Limburg) of juist overbodig was (zoals Buitenhuizen, 'Annie' en Srebrenica). Daarbij werd - ook vanwege de aanvankelijk slechte beschikbaarheid van het rapport zelf - vaak over het hoofd gezien dat de vensters eerst en vooral in het basisonderwijs moeten functioneren.

Nadat de kruitdampen waren opgetrokken, werd duidelijk dat de discussie over de 'poppetjes' weliswaar tot enige - en ongetwijfeld onoplosbare - consternatie had geleid, maar dat de gedachte áchter de vijftig vensters breed gesteund werd. De ontwikkelde 'canon-formule' blijkt zelfs zo aansprekend dat er inmiddels driftig wordt gewerkt aan allerlei lokale varianten, waarbij de focus zowel op provinciaal (Friesland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant) als op stedelijk niveau (onder meer Leiden, Amsterdam, Den Haag en Harderwijk) ligt. Liever dan dat af te doen als uitingen van 'canonitis', zie ik dat als een van de signalen dat onderwijs en maatschappij de canon zoals wij die gepresenteerd hebben wel zien zitten.

Als ik het goed zie zijn de aanvankelijk talrijke kritische geluiden over wat er allemaal fout was aan de gedachte van een 'staatscanon' goeddeels verstomd. De commissie heeft zich van de voorspelde risico's goed rekenschap gegeven en geprobeerd om de voornaamste valkuilen van een canon - blikvernauwende fixatie, vehikel van nationale trots, en dergelijke meer - behendig te ontwijken. Ik heb het in de aanloopfase naar onze canon vreemd gevonden dat de mensen die er het hardst tegen in het geweer kwamen, zelf uitstekend in staat zijn om met die canon in discussie te gaan - júist omdat ze op een grondige gymnasiale scholing kunnen bogen. Jongeren kun je toch net zomin hun canon ontzeggen als - pakweg - hun puberteit? Schop de mensen een verleden!

Meer informatie: www.entoen.nu, alwaar ook een link 'Rapport bestellen'.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina