Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/07

Onderzoek

Het onderzoek van ..

In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van. vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen. Deze maand vertelt Lydeke van Beek (Pallas) over haar promotieonderzoek naar de Middelnederlandse Collatieboeken van Dirc van Herxen.

      
Lydeke van Beek

Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoeksproject gekomen?

Van september 1998 tot begin 2004 heb ik Nederlands gestudeerd hier in Leiden. Tijdens mijn specialisatie in de Oudere Letterkunde volgde ik enkele werkgroepen die een heel nieuwe wereld openden: die van de laatmiddeleeuwse religieuze literatuur in de volkstaal, het Middelnederlands. Ook de Moderne Devotie kwam toen in beeld: de hervormingsbeweging die eind 14e eeuw onder invloed van Geert Grote opkwam in de IJsselsteden en tot ver daarbuiten mensen wist te inspireren tot een leven in navolging van Jezus, de eerste christenen en de woestijnvaders. Ik werd enthousiast voor deze beweging en de literatuur die hierbinnen functioneerde. Tijdens het afronden van mijn doctoraalscriptie kwam ik in contact met Geert Warnar, die toen bij de vakgroep Nederlands net begonnen was met zijn VIDI-project 'Men of letters. Medieval Dutch Literature and Learning'. Hij zocht iemand die in het kader hiervan onderzoek wilde doen naar Dirc van Herxen en de rol die hij speelde in het verspreiden van religieuze kennis in de volkstaal. In september 2004 ben ik bij het onderzoeksinstituut Pallas gestart met mijn promotieonderzoek dat als officiële titel draagt 'De Middelnederlandse Collatieboeken van Dirc van Herxen (1381-1457). Opbouw, beoogde functie en feitelijk gebruik in de context van de Nederlandse literatuur in de late Middeleeuwen.'

    
De grafsteen van Dirc van Herxen is bewaard gebleven - een unicum voor een Middelnederlands auteur.

Kunt u vertellen waar het onderzoeksplan over gaat? Welke vraag staat centraal?

Dirc van Herxen werd door zijn tijdgenoten gezien als de grote man uit de tweede generatie moderne devoten. Bijna een halve eeuw was hij rector van het huis van de broeders van het gemene leven in Zwolle. Onder zijn leiding groeide dat uit tot richtinggevende gemeenschap van de broeders en zusters van het gemene leven, één van de drie takken aan de stam van de Moderne Devotie. Het voornamelijk Latijnse oeuvre van Dirc van Herxen is het omvangrijkste en veelzijdigste van de auteurs uit deze tak. Mijn onderzoek richt zich op de volkstalige tekstverzameling die hij heeft gecomponeerd: de Middelnederlandse Collatieboeken. Zij zijn opgebouwd uit een indrukwekkende hoeveelheid in de volkstaal vertaalde tekstfragmenten uit geschriften van kerkvaders en grote auteurs uit de christelijke traditie van de Middeleeuwen, aangevuld met beschouwingen uit eigen kring. Zowel het opzetten van broeder- en zusterhuizen, die geen door de Kerk erkende kloosterregel volgden, als het lezen van religieuze literatuur in de volkstaal was op dat moment een heikel punt: beide konden maar al te gemakkelijk leiden tot ketterij. Dirc van Herxen vervaardigde de Collatieboeken om religieuze normen en waarden door te geven aan devote burgers en scholieren in de stad. Deze doelgroep werd tijdens speciale bijeenkomsten op zon- en feestdagen (collaties genoemd) door de broeders toegerust door middel van stichtelijke teksten en vermanende toespraken. Centrale vraag in mijn onderzoek is hoe vorm en inhoud van de Middelnederlandse Collatieboeken bijdragen aan dit proces van religieuze vorming. Omdat zij een staalkaart vormen van de literatuur en de opvattingen die door de broeders van het gemene leven werden gepropageerd, kunnen zij daar bij uitstek licht op werpen.

    
Gregoriushuis, Zwolle.
Het gebouwencomplex van de broeders van het gemene leven in Zwolle staat nog steeds overeind.

Wat zijn de boeiendste kanten van het project?

Het leuke aan mijn project is dat het onderzoek naar de Collatieboeken nog echt pionierswerk is. Pas sinds 1957 zijn de Collatieboeken als zodanig geïdentificeerd en sindsdien is alleen nog maar een enkele verkennende studie verricht. De afgelopen jaren zijn veel interessante historische studies verschenen over laatmiddeleeuws Zwolle die mij een prachtig achterdoek verschaffen om de Collatieboeken tegen te plaatsen. Dirc van Herxen tracht met zijn Collatieboeken mensen houvast te bieden temidden van een stedelijke omgeving die volop in ontwikkeling is en een sterk veranderend religieus landschap. Ik vind het boeiend om te zien hoe dat proces, dat anno 2007 niet minder actueel is, in vroeger eeuwen vorm kreeg.

Welk resultaat hoopt u te behalen?

In het verleden schiepen zowel katholieke als protestante onderzoekers graag hun eigen beeld van de Moderne Devotie: een orthodoxe beweging, vast verankerd in de katholieke Kerk van de Middeleeuwen, óf een soort van reformatie vóór de Reformatie waarin de broeders van het gemene leven een cruciale rol zouden hebben gespeeld. In recent onderzoek slaat de balans voor de broeders vaak door naar de monastieke kant: de broederhuizen functioneerden in de praktijk als een soort klooster en de broeders zelf hadden nauwelijks contact met de wereld om hen heen. Met mijn case study hoop ik dat beeld te nuanceren. Hoewel Dirc van Herxen zichzelf en de broedergemeenschap zo weinig mogelijk wilde laten besmetten door de wereld, maakte hij binnen de speelruimte die er was actief gebruik van de mogelijkheid om mensen in de stad te bereiken met de devote idealen. Met zijn Collatieboeken trachtte hij richting te geven aan hun levens en hen te bewegen tot wereldverzaking, soberheid en godsvrucht. Op deze manier hoop ik de 'dichtgetimmerde' positie in het onderzoek naar de broeders van het gemene leven wat open te breken en de bestaande opvattingen over de omgang met teksten binnen de Moderne Devotie aan te vullen.

Hoe bevalt het aio-bestaan op deze faculteit?

Ook ik kende, net als veel andere aio's, de verhalen over het ploeteren in eenzaamheid. In de praktijk viel dat gelukkig erg mee. Het eerste jaar was tamelijk rustig: mijn netwerk was nog niet zo groot en ik had ook nog niet zo veel resultaten om te presenteren aan vakgenoten. Maar juist in dat eerste jaar heb ik veel werk kunnen verzetten waar ik nog elke dag profijt van heb. Ik ben al vrij snel bestuurlijk actief geworden bij Pallas binnen het inmiddels opgeheven bestuur van de afdeling Middeleeuwen en de Promovendiraad. Op die manier heb ik aardig wat collega-onderzoekers leren kennen. De werkgroepen die ik heb gegeven, leverden daarnaast plezierig contact met studenten op. Ik heb bovendien het voorrecht dat mijn onderzoek is ingebed in het project van Geert Warnar, waar we met vijf onderzoekers onze passie voor en kennis van de religieuze letterkunde kunnen delen, evenals de problemen waar we in ons onderzoek tegenaan lopen. Die luxe heeft niet iedere aio, dat besef ik terdege. Ik beschouw het dan ook als bijzonder waardevol dat ik op deze manier met mijn onderzoek bezig kan zijn.

 Meer informatie: homepage Lydeke van Beek en VIDI-project 'Men of letteres'

Ook in Forum, rubriek Het onderzoek van...?
Stuur een e-mail naar o.v.v. naam, onderzoeksproject en Onderzoeksinstituut.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina