Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/06

Onderzoek

Het onderzoek van ..

In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van. vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen. Deze maand vertelt Arjan Nobel over zijn promotieonderzoek naar de ambachtsheren en inwoners van de ambachtsheerlijkheid Cromstrijen in de periode 1650-1800.

      
Arjan Nobel

Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoeksproject gekomen?

Ik ben geboren en getogen in Oud-Beijerland, onder de rook van Rotterdam. Mijn geboortedorp ligt op één van de Zuid-Hollandse eilanden: de Hoeksche Waard. Aan de zuidkant van dit eiland liggen Klaaswaal en Numansdorp. Deze twee dorpen vormen samen de gemeente Cromstrijen. Eén van de grootste bedrijven in deze gemeente was lange tijd een landbouwbedrijf met de naam 'Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen'. Dit bedrijf werd aan het einde van de jaren '80 gekocht door verzekeringsmaatschappij AMEV.

Over het archief van de 'Ambachtsheerlijkheid' deden in de Hoeksche Waard de wildste verhalen de ronde. Zo zouden er prachtige topografische kaarten en talloze eeuwenoude documenten te vinden zijn. Dat het archief met zoveel geheimzinnigheid was omgeven, had vooral te maken met het feit dat er slechts zelden onderzoekers werden toegelaten.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik studeerde geschiedenis in Leiden. Welke geschiedenisstudent droomt er niet van om spectaculaire vondsten te doen in onbekende archieven? Na een uitgebreide briefwisseling, kreeg ik in 2001 toestemming om onderzoek te doen. De collectie was opgeslagen in Utrecht, in één van de gebouwen van Fortis/AMEV. Mijn eerste bezoek overtrof alle verwachtingen: maar liefst zestig meter archiefmateriaal en een kast met ruim tweehonderd kaarten. Dit alles werd bewaard in een hok dat tevens diende als opslagruimte voor de kunstkerstbomen van Fortis.

Onderzoek doen bij Fortis was een genot. Het archief, zo bleek, bevatte een schat aan gegevens. Na een werkstuk over de kaartencollectie volgde mijn afstudeerscriptie over de ambachtsheren en inwoners van Cromstrijen in de periode 1770-1790. Toen al bleek dat er voldoende interessant en nieuw materiaal was voor een promotieonderzoek. Zowel bij Fortis als bij de universiteit werd enthousiast op een dergelijk onderzoek gereageerd en na een sollicitatieprocedure kon ik in september 2004 als aio aan de slag in Leiden.

Kunt u vertellen waar het onderzoeksplan over gaat? Welke vraag staat centraal?

Cromstrijen was in de vroegmoderne tijd een bijzonder gebied. Tot 1539 stroomde er water. In de zestiende en zeventiende eeuw werd het land ingepolderd en werden er twee dorpjes gesticht: Klaaswaal en Numansdorp. Vanaf het allereerste begin zijn er documenten overgeleverd die iets vertellen over de vestiging en de groei van de samenleving. Ik ben vooral benieuwd naar de ontwikkeling van het dorpsleven tussen 1650 en 1800. Daarbij staan drie grote vragen centraal:

Allereerst wil ik weten of Cromstrijen een eigen karakter bezat. Zijn er verschillen te bespeuren tussen Klaaswaal en Numansdorp en andere dorpen in de Republiek? Om dit te onderzoeken zul je een vergelijking moeten maken met andere dorpen. Uit mijn onderzoek blijkt dat vooral de bestuursstructuur van Cromstrijen heel bijzonder was en afwijkt van andere dorpen in Holland. Het bestuur was niet in handen van één ambachtsheer, maar van een grote groep ambachtsheren. Elk had een eigen aandeel in de ambachtsheerlijkheid, die was verdeeld in 1026 aandelen. De dagelijkse leiding in het ambacht lag in handen van een rentmeester. Deze bestuursstructuur - die heel modern aandoet - vinden we eigenlijk alleen in Zeeland en is nog maar zelden onderzocht.

Een tweede belangrijke vraag is, welke veranderingen zich voordeden in Cromstrijen in de periode 1650-1800? Deze vraag is vooral ingegeven door het feit dat uit veel lokale en regionale geschiedenissen nogal een statisch beeld oprijst. Het blijkt echter dat de samenleving permanent in beweging was. In de vroegmoderne tijd vonden enorme veranderingen plaats op geografisch, sociaal, cultureel en economisch gebied.

Ook de derde vraag komt voort uit de bestaande literatuur. Veel dorpsgeschiedenissen leveren - wellicht onbedoeld - een vredig, haast romantisch beeld van de vroegmoderne samenleving. Ik wil weten of dat wel recht doet aan de werkelijkheid. Uit de archieven komt toch meer een dorpssamenleving naar voren die voortdurend onder spanning stond. Het was echt geen pretje om in de zeventiende eeuw in Klaaswaal te wonen. Naast armoede en kindersterfte werden de bewoners voortdurend geconfronteerd met vagebonden en bedelaars. Om maar niet te spreken van brandgevaar en overstromingen.

    
Prent van het dorp Klaaswaal, anno 1793
(klik op afbeelding voor vergroting)

Wat zijn de boeiendste kanten van het project?

Archiefonderzoek is, om twee redenen, spannend. Allereerst ontmoet je in de archiefstukken steeds weer nieuwe mensen. Je komt een predikant tegen die een beroep niet wil aannemen, omdat zijn vrouw weigert in Klaaswaal te gaan wonen. Je ontmoet Jan Jacobs Morlijn. Hij bleek een notoire dief die, toen hij in Cromstrijen werd gepakt, al een enorm crimineel verleden had. Op dertienjarige leeftijd belandde hij in het tuchthuis in Amsterdam. Daar werd hij gegeseld en vervolgens voor tien jaar verbannen. Deze strenge aanpak mocht niet baten. Hij zette zijn leventje gewoon voort in andere plaatsen, wist tot twee maal toe uit de gevangenis te ontsnappen, werd vier keer gegeseld en drie keer gebrandmerkt. Het hielp allemaal niets. Jan Morlijn ging gewoon verder op het criminele pad.

Er zit nog een leuke kant aan het archiefonderzoek. Veel van het onderzoeksmateriaal ligt niet in de officiële archiefbewaarplaatsen, maar is eigendom van particulieren, bedrijven of kerken. Het is altijd weer de vraag hoe je de archiefstukken aantreft. Sommige eigenaren behandelen de kostbare stukken met zeer veel zorg. Ik maakte echter ook een keer mee dat iemand een doos met archiefstukken moest pakken, maar daar net niet bij kon. Dat probleem was echter snel opgelost. Vijf perkamenten folianten uit de zeventiende en achttiende eeuw op elkaar en deze 'archivaris' had een prima opstapje.

    
Het dorp Klaaswaal in 2006

Welk resultaat hoopt u te behalen?

Cultuurgeschiedenissen over het platteland en de plattelandsbevolking zijn in ons land maar dun gezaaid. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld landen als Engeland, Duitsland en Frankrijk, waar thema's als 'microhistory' en 'local history' veel belangrijker zijn. Vooral naar het lokale bestuur in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw moet in Nederland nog veel onderzoek worden gedaan. Hopelijk vormt mijn beschrijving van de Cromstrijense plattelandssamenleving en de vergelijking met andere plaatsen een belangrijke aanvulling op de informatie die we al hebben.

Daarnaast probeer ik niet alleen een goed, maar vooral ook een leesbaar boek te schrijven. Naar mijn mening moeten historici zich niet beperken tot het doen van goed onderzoek. Het is belangrijk boeken, en in het bijzonder proefschriften, te schrijven voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Volgens sommigen is dat onmogelijk. Ik denk het niet: degelijk onderzoek, voetnoten en leesbaarheid gaan goed samen.

Hoe bevalt het aio-bestaan op de faculteit?

Toen ik werd aangesteld als aio deden allerlei enge verhalen de ronde over het aio-bestaan. Veel aio's waren eenzaam en werden slecht begeleid, met als gevolg vroegtijdige uitval. Daarnaast zou er een enorme kloof zijn tussen de aio's en de vaste staf. Tot nu toe heb ik hier nog weinig van gemerkt. Je wordt juist overal bij betrokken. En eenzaamheid is wel het laatste waar je op de faculteit last van hebt. Er zijn lezingen, seminars en borrels genoeg waar je kunt praten over je eigen onderwerp en het onderzoek van anderen.

Het mooiste van het aio-bestaan op de faculteit vind ik het contact met de studenten. Als aio mag je tijdens je aanstelling enkele colleges geven. Zelf net uit de collegebanken, mag je nu proberen iets van je enthousiasme voor geschiedenis door te geven aan een nieuwe lichting studenten. Tijdens mijn colleges laat ik altijd boeken zien naar aanleiding van het onderwerp dat centraal staat. Het is geweldig wanneer studenten je vervolgens vertellen dat ze één van deze boeken hebben aangeschaft om het zelf eens te gaan lezen.

Steeds weer wordt me op het hart gedrukt te genieten van mijn tijd op de universiteit als aio. Die aansporing is niet nodig. Ik geniet met volle teugen. Geschiedenis, archieven, lesgeven, het is mijn hobby. En die hobby is mijn werk geworden. Geweldig toch?

 Meer informatie: www.geschiedenis.leidenuniv.nl/nobel

Ook in Forum, rubriek Het onderzoek van...?
Stuur een e-mail naar o.v.v. naam, onderzoeksproject en Onderzoeksinstituut.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina