Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/06 > Interview

Interview

Interview met Gert Oostindie: "De Nederlandse cultuur is maar heel marginaal overgedragen."

Vanaf 1 september is Gert Oostindie, directeur van het KITLV, aangesteld als nieuwe hoogleraar Caraïbische geschiedenis. Momenteel vergelijkt hij de erfenis van Nederland in verschillende voormalige koloniën met elkaar. "Uniek voor de Nederlandse koloniën is het feit dat een groot deel van de kolonisten niet uit Nederlanders bestond."

Door Inge van der Hoeven

   
Gert Oostindie: "De afschaffing van de slavernij werd gepresenteerd als een geschenk van Willem III."

Waarom is de leerstoel Caraïbische geschiedenis juist nu ingesteld?

Ik was al vanaf 1993 hoogleraar in Utrecht, maar dan bij Antropologie. Daarnaast werk ik al heel lang op het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Het college van bestuur van de Universiteit Leiden had me al eens eerder gepolst of ik de overstap hierheen wilde maken, onder andere om de banden tussen het KITLV en de universiteit te versterken. Het leek het meest logisch om dat via een leerstoel Caraïbische geschiedenis te bewerkstelligen. Ik doe namelijk van alles - Latijns-Amerika, koloniale geschiedenis, migratie -  maar ik ben toch wel voornamelijk met de Caraïben bezig."

Hoe moet de samenwerking tussen het KITLV en de Universiteit dan gestalte krijgen?

"Ik zou bijvoorbeeld best wat meer studenten willen zien hier in de bibliotheek We hebben de grootste collecties ter wereld over de voormalige koloniën en wat er omheen ligt. Studenten van Talen en Culturen van Zuidoost-Azie komen hier wel regelmatig, maar TCLA- en geschiedenisstudenten veel te weinig. Doodzonde. Daarnaast zou ik het ook prima vinden als mensen van mijn eigen instituut wat vaker werden betrokken bij onderwijs. En uiteraard zie ik het ook als een taak voor mezelf om te helpen een nieuwe generatie op te leiden met interesse in de voormalige koloniën."

Heeft u al concrete plannen om uw leeropdracht in te vullen?

"Het klinkt misschien raar, maar vooral door verder te gaan met wat ik al deed. Als het in de geschiedenis al over koloniën ging, lag de nadruk traditioneel op Nederlands-Indië. Dat is natuurlijk heel belangrijk en interessant, maar het loont ook om de andere kant op te kijken. Het aardige is dat met mij erbij nu vier mensen bij geschiedenis rondlopen die zich met Atlantische en specifiek ook wel Caraïbische geschiedenis bezighouden: Henk den Heijer, Piet Emmer en Peter Meel. Samen gaan we een nieuwe cursus aanbieden: een bachelorhoorcollege, een literatuurseminar, daarna mogelijk nog meer. Volgend jaar starten we met een vak over de Caraïbische geschiedenis, van Columbus tot Castro. Hierin komt van alles aan bod: het ontstaan van een Atlantische wereld, migratiebewegingen waaronder slavenhandel en contractarbeid, 'ras' en etniciteit, dekolonisatie en natievorming. Daarnaast zal ik uiteraard verder gaan met lopend onderzoek. Ik hoop daarbij ook aansluiting te vinden bij collega's bij Geschiedenis."

Met wat voor onderzoek bent u nu dan bezig?

"Mijn onderzoek is de laatste jaren vooral gericht geweest op etniciteit, migratie en dekolonisatie. Nu ga ik ook weer wat terug naar mijn vroegere interesses in de periode van de slavernij. Onder meer in het kader van het project 'The Atlantic World and the Dutch' (AWAD). Samen met wetenschappers uit een reeks voormalige koloniën van Nederland probeert het KITLV een netwerk op te bouwen gericht op het beheer van cultureel erfgoed uit die periode en vergelijkend onderzoek. Een mooie vraag is in hoeverre die landen zijn gevormd door Nederland in vergelijking met de manier waarop bijvoorbeeld Frankrijk, Groot-Brittannië en Portugal hun koloniën 'maakten'. Het is grappig om te zien dat in Brazilië, dat maar een heel korte periode met de Nederlanders te maken heeft gehad, heel sterk het idee leeft dat het er allemaal beter geweest zou zijn als de Nederlanders gebleven waren. Zo is er kort geleden ook een boek uitgekomen van Russell Shorto over New York, waarin gesteld wordt dat de stad zo multicultureel is geworden dankzij de Nederlanders. Ik heb er sterke twijfels bij, maar het is wel een interessante gedachte."

Was er dan iets specifiek Nederlands?

"Van alles. Het begint al met het 'Nederlandse' gehalte van de Europese groep. Uniek voor Nederland was het feit dat een heel groot deel van de kolonisten niet uit Nederlanders bestond. Zo waren er veel Duitsers die naar de Nederlandse koloniën gingen. Je vraagt je dan af: wat betekent dat voor de cultuurvorming? Kijk bijvoorbeeld naar de taal. Het is erg typerend dat ze in Martinique Frans spreken, op Cuba Spaans en in Jamaica Engels, terwijl op de Nederlandse Antillen Papiamento wordt gesproken en in Suriname eigenlijk pas vrij recent het Nederlands de voertaal werd. Tot ver in de 19e eeuw sprak men in Suriname voornamelijk Sranantongo, toen aangeduid als 'negerengels'. Die taal zit dan ook doorspekt met Engelse woorden en stamt nog uit de vroegste periode, van voor de Nederlandse overheersing. Het Papiamento van de bovenwindse eilanden heeft in feite een Portugees vocabulaire, op de Bovenwindse Antillen spreken ze vooral Engels. In Nederlands-Indië gold overigens hetzelfde. Anders dan in de Britse, Spaanse en Franse cultuur is de Nederlandse cultuur maar heel marginaal overgedragen."

Maar Sranantongo wordt door sommige Surinamers toch een beetje als de straattaal beschouwd?

"Tot ver in de 19e eeuw was Sranantongo echt de taal van de slaven. Dat was natuurlijk wél de meerderheid van de bevolking! Sindsdien wordt het Sranan nog altijd gesproken, maar behield het een stigma, als taal van de lageropgeleiden. De nieuwe migranten, zoals Hindoestanen, Javanen en Chinezen, leerden het Sranan wel, maar zagen het toch als de Afro-taal. Sranan had een belangrijke waarde voor de nationalisten, maar nadat Suriname onafhankelijk was geworden nam toch juist het gebruik van de koloniale taal, het Nederlands, verder toe: etnisch neutraal, in onderwijs en arbeidsmarkt bruikbaarder. De situatie op de Nederlandse Antillen is heel anders. Het Papiamento is namelijk de enige creoolse taal waar niet een 'lower class' stigma op ligt. Van hoog tot laag, iedereen spreekt het, ook de Antilliaanse elite. Veel lageropgeleiden spreken er, al is het onderwijs deels Nederlandstalig, nauwelijks Nederlands. Het is dan ook tekenend dat Surinaamse migranten het relatief goed doen in Nederland, beter dan de Antillianen. Voor een groot deel komt dat doordat ze de taal goed beheersen Dat is het leuke aan vergelijkend onderzoeken: om te ontdekken waarom beide koloniën zo weinig Nederlands hebben, start je in de 17e eeuw; je komt terecht in de 19e eeuw om de verschillen tussen Suriname en de Antillen te verklaren en je eindigt met de onafhankelijkheidspolitiek van de 20e eeuw. Dan blijkt waarom Surinamers juist uit pragmatisme Nederlands spreken. En dat de Antillianen zich mede kunnen veroorloven die keuze te ontlopen omdat zij nog onder de beschermende paraplu van Nederland leven."

Hoe kwam u erbij om het boek De parels en de kroon, Het koningshuis en de koloniën te gaan schrijven?

"Toen Máxima - de beschermvrouwe van het KITLV - een paar jaar geleden voor het eerst naar de Nederlandse Antillen ging, werd mij gevraagd haar zo'n beetje uit te leggen wat die Koninkrijksrelaties inhouden, in het verleden en nu. Ik legde haar toen uit dat voor zover er al sprake is van een culturele affiniteit van Antillianen met Nederland, deze  vooral gericht is op het koningshuis. Toen dacht ik al: 'daar moet je eens wat mee doen.' Dit voorjaar had ik een driemaands sabbatical op het NIAS. Ik begon aan een boek over de plaats die de Nederlandse koloniën innemen in het denken over de canon van de geschiedenis. Ik wilde een essayachtig boek schrijven, een inleiding gevolgd door een handvol uitwerkingen. Enfin, ik schreef de inleiding en begon toen aan een hoofdstuk over het koningshuis en de koloniën. Dat was al zo snel een aardig verhaal van vijftig pagina's dat ik het een paar uitgeversliet zien. Die waren erg enthousiast. Toen heb ik er maar een boek over geschreven: eindelijk eens een boek waarin ik ook Oost en West vergelijk."

Bent u tevreden met het resultaat?

Het is een aardig boek. Aan de ene kant probeerde ik te laten zien hoe het koningshuis de afgelopen eeuwen bij de koloniën betrokken is geweest. Dan kun je toch vaststellen dat de Oranjes aanvankelijk altijd zo koloniaal zijn geweest als je ze maar kunt hebben en de koloniën voornamelijk behielden om er zelf beter van te worden, zowel qua rijkdom als qua geopolitieke macht. Juliana en Beatrix waren al veel meer geëngageerd met het lot van de burgers overzee en ik verwacht dat die houding zal worden voortgezet door Willem Alexander en Máxima.

De andere lijn die ik beschrijf, vind ik zelf wetenschappelijk veel interessanter. Daarin bekijk ik hoe het koningshuis is ingezet om een idee van gemeenschap te creëren. Dit is altijd heel bewust gedaan. De vorst belichaamde namelijk het koninkrijk en de bedoeling was dat mensen in de koloniën hem gingen zien als een symbool waar ze bij wilden horen. Het interessante is dat dit beleid altijd veel meer aansloeg in West-Indië dan in Oost-Indië.  En dat heeft weer te maken met de manier waarop de landen waren ingericht. Terwijl in Indonesië niemand nu nog iets om het koningshuis geeft, is de koningin in Suriname en in de Nederlandse Antillen nog altijd erg populair. Stomtoevallig was ik in Suriname op de dag dat Willem Alexander en Máxima trouwden. En wat denk je? Overal op televisie werden uitzendingen van het huwelijk vertoond!"

Waarom is zelfs in Suriname het koningshuis dan nog zo populair?

"Het wordt wel minder. Maar toen de slavernij werd afgeschaft in 1863, is dat - heel bewust - gepresenteerd als een geschenk van Willem III. Op die dag werd in Suriname dan ook een lied gezongen in Sranantongo, waarin de koning werd geprezen als bevrijder. Precies hetzelfde lied, maar dan in Papiamento, werd op dezelfde dag gezongen op Curaçao, op de melodie van wat toen het Nederlandse volkslied was. Terwijl die Willem III natuurlijk helemaal niets gedaan heeft om de slavernij af te schaffen. Maar als een soort van spindoctors zijn ze meteen aan de slag gegaan om te doen alsof het allemaal aan de koning te danken was. Gek genoeg is dat idee daar altijd blijven hangen. Een soort invented tradition."

 leidsewetenschappers.leidenuniv.nl
 KITLV.nl

                                    
 
   
vorige pagina top pagina