Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/06 > Bericht uit..

Bericht uit..

Bericht uit Singapore

Gaat u binnenkort zelf naar het buitenland?
Neem voor brochures en ander representatie-materiaal van de Universiteit Leiden contact op met of bel 527 4179.

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen.

Sinds begin oktober 2006 verblijft Nico Kaptein in Singapore waar hij een senior research fellowship van drie maanden heeft aan het Asia Research Insititute (ARI) dat deel uitmaakt van de National University of Singapore (NUS).

Singapore: the Garden City

Singapore is een klein tropisch eilandje in Zuidoost-Azië van ongeveer 35 bij 20 kilometer, gelegen aan het zuidelijke uiteinde van het Maleisisch Schiereiland. Sinds 1965 vormt het een zelfstandige republiek. Wat betreft welvaart staat het op een lijn met de meest welvarende landen in Europa.  In dit kleine gebied wonen bijna 4,5 miljoen mensen, hoofdzakelijk bestaande uit de volgende etnische groepen: ongeveer drie kwart Chinees, 15 % Maleis en 9 % Indiaas. Door deze zeer gemengde samenstelling van de bevolking is er ook een enorme diversiteit in talen, religies en restaurants. Wat onmiddelijk opvalt is dat ondanks de hoge bevolkingsdichtheid de stad ontzettend schoon is en enorm veel groen heeft. Ikzelf woon op dit moment in een appartement op de 11e verdiepeing van een flat die deel uitmaakt van een enorme condo (kort voor: condominium) van acht gigantische flatgebouwen van 16 verdiepingen. Hoewel hier dus ook weer een enorm aantal mensen bovenop elkaar wonen, is er ook hier erg veel groen, tussen de gebouwen, en rond de condo. Door al dit groen is de stad toch leefbaar, en de regering doet haar uiterste best om via de National Parks Board dit zo te houden. Opmerkelijk is dat midden op het eiland een aantal natuurparken liggen, waar gewandeld kan worden. Twee weken geleden hebben we met het instituut waar ik werk een Nature Walk gemaakt in zo'n park. Je merkt dan niets van de wereldstad om je heen en je moet oppassen dat je niet door apen wordt lastig gevallen.

    
ARI Nature Walk
25 november 2006 

De National University of Singapore: No dream too high

Singapore heeft een groot aantal universiteiten en instellingen voor hoger onderwijs, waarvan de grootste en de beste NUS is. NUS is een fully fledged university met 13 faculteiten en bijna 30.000 studenten, de meesten natuurlijk uit Singapore zelf afkomstig, maar ik ben ook studenten uit bijvoorbeeld verschillende Europese landen en Nigeria tegengekomen.Wanneer je de Kent Vale Campus (de grootste campus) oprijdt, zie je een groot bord met het opschrift: "Singapore's Global University: no dream too high. Congratulations to the NUS Everest team." Dit bord slaat op de NUS expeditie die in 2005 ter gelegenheid van het eerste eeuwfeest van de universiteit de top van de Mount Everest heeft beklommen ("Putting NUS on top of the world").

    
NUS Everest team

De ambities hier zijn dus erg hoog, en de vraag is natuurlijk of dit allemaal ook ergens toe leidt. Vanuit mijn eigen perspectief hier en mijn ervaringen  tot nu toe kan ik die vraag volmondig met ja beantwoorden. Alles is buitengewoon goed en efficiënt geregeld, alles werkt, alles is duidelijk. Mijn staff card, waarmee je toegang hebt tot alle faciliteiten lag netjes klaar op dag één dat ik hier binnenkwam.

    
Staff card 

De expertise die hier in de vorm van staf aanwezig is, is voor mijn belangstelling (Islam in Zuidoost-Azië) ronduit fantastisch: veel oude cracks, maar ook veel jonge veelbelovende wetenschappers die hier voor kortere of langere tijd rondlopen (waaronder twee die ook in Leiden hebben gewerkt voor het door Josine Stremmelaar en mij gecoördineerde KNAW project aan het IIAS over de islam in 20e eeuws Indonesië). In de recente internationale ranking van universiteiten die jaarlijks door het gezaghebbende Times Higher Education Supplement wordt gemaakt, staat NUS op de 19e plaats, en laat daarbij veel gerenomeerde universiteiten in Europa en de VS ver achter zich. Op één punt blijft NUS duidelijk achter bij Leiden en dat is de bibliotheek. De manier waarop het aanwezige materiaal wordt ontsloten e.d. is prima; de service is uitstekend, maar de collecties zelf zijn met name voor ouder materiaal, begrijpelijkerwijs, bescheiden. Wat betreft moderne Engelstalige boeken is het goed (al worden de boeken door de studenten op een gruwelijke manier mishandeld), maar van een research library van de breedte en diepte die we in Leiden hebben is hier voor mijn vakgebied geen sprake.

Het Asia Research Institute

Binnen NUS ben ik werkzaam bij het ARI. Dit onderzoeksinstituut is opgericht in 2001 met als missie "to provide a world-class focus and resource for research on the Asian region" en wordt geleid door de beroemde historicus Tony Reid. Het onderzoek is verdeeld over vijf clusters en ik ben aangesloten bij het cluster Religion and Globalization in Asian Context, dat onder leiding staat van de bekende godsdienstsocioloog Bryan Turner, die zijn leerstoel in Cambridge heeft verruild voor een professoraat hier. Door ARI worden voortdurend allerlei interessante seminars, lezingen e.d. georganiseerd, en dit geeft je de gelegenheid over allerlei verschillende zaken in het kort te worden ingelicht door specialisten. Mijn deelname aan dit soort activiteiten heb ik (helaas!) op een laag pitje gezet, want nu ik de kans heb wil ik het grootste deel van mijn tijd besteden aan mijn onderzoek. Naast dit onderzoek doe ik zo af en toe ook nog wel eens iets anders. Zo ben ik in november een aantal dagen naar Jakarta geweest om studenten te interviewen die graag in Leiden een MA Islamic Studies willen komen doen binnen het kader van het nieuwe samenwerkingsprogramma tussen de Leidse Universiteit en het Indonesische Ministerie van godsdienstzaken, genaamd "Training of Young Indonesian Leaders." Interessant en veelbelovend. Verder lees ik hier ook wel eens werkstukken van mijn Leidse studenten, en ben ik op dit moment bezig met het lezen van een Leids proefschrift waarbij ik als referent ben gevraagd.

Sayyid `Uthman

Op basis van ongeveer tien kilo aantekeningen en fotokopiën die ik uit Leiden heb meegenomen, werk ik aan een biografie van Sayyid `Uthman (1822-1914), een Arabier uit Batavia die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de islam in Nederlands-Indië en ook actief betrokken was bij het koloniale islambeleid als medewerker van de (latere) Leidse hoogleraar C. Snouck Hurgronje, toen deze in Indië was (1889-1906). Toen ik in Jakarta was voor interviews heb ik ook het een en ander aan mijn onderzoek kunnen doen. Via een contact hier kwam ik terecht bij de Rabita al-`Alawiyya. Dit is een soort genealogisch burootje waar stambomen vanaf de Profeet Muhammad tot nu worden bijgehouden van de belangrijkste Arabische families in Indonesië (de familie Alatas is één van de bekendste), en ik probeer via deze instelling info over mijn protagonist te achterhalen. Ik had mij goed voorbereid: ik had namelijk een kopie van Arabische brief meegenomen van een zoon van Sayyid Uthman, waarin deze in februari 1914 aan Snouck Hurgronje in Leiden meldt dat zijn vader was overleden (afkomstig uit de UB). Hij meldt ook in die brief hoeveel kinderen Sayyid Uthman achterliet e.d. Toen ik in de Rabita kwam had ik mazzel, want er was net een bruiloft van een aantal Arabieren aan de gang, en voordat ik het wist stond ik met 20 vooraanstaande Arabieren om me heen passages uit de Arabische brief voor te lezen waar wordt gesproken over Sayyid Uthman's kinderen. Dit maakte grote indruk, omdat veel Arabieren in Indonesie allang geen Arabisch meer kennen. Ook was hierdoor direct duidelijk waarvoor ik kwam en dat ik een serieuze onderzoeker was. Door dit bezoek ging het balletje rollen en uiteindelijk ben ik een paar dagen later bij een achterkleinzoon van Sayyid Uthman op bezoek geweest, een oudere heer van 75 jaar. Hij had allerlei verhalen uit de familie, die voor zover ik kon nagaan klopten, en hij had een aantal foto's die relevant voor mijn onderzoek zijn, bv. van zijn oma, Khadidja, de oudste dochter van Sayyid Uthman, die in 1974 op 103 jarige leeftijd is overleden, maar ook een foto van Sayyid Uthman zelf die ik niet eerder had gezien. Verder had hij ook nog een berg met oude boekjes, die we samen gezellig hebben doorgeploegd. Hieruit heb ik een aantal belangrijke dingen gehaald die ik niet kende, bijvoorbeeld een Arabisch geschriftje van Sayyid Uthman over modern onderwijs (inclusief seculiere vakken), dat in 1910 door de beroemde Rashid Rida in het Egyptische tijdschrift al-Manâr is besproken, maar dat ik nog nooit gezien had. Ook zit er een interessante Maleise necrologie bij (in Arabisch schrift). Mijn gastheer vond het ook goed dat ik alles fotokopiëerde, en we zijn samen gezellig in zo'n klein oranje tuk-tukje naar een zaak gereden waar ik het relevante materiaal heb laten kopieren.

Al met al, bevind ik me op het moment in een leerzame en vruchtbare periode van mijn academisch bestaan, waar binnnenkort een einde aan komt en ik me weer met volle inzet in het Leidse zal storten.

Vanuit een lekker warm Singapore de beste wensen voor een goed 2007,

Nico Kaptein
Singapore, 6 december 2006

                                    
 
   
vorige pagina top pagina