Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/06 > Onderzoek

Onderzoek

Oorlog en voedsel

Dertien jonge onderzoekers van de Universiteit Leiden en het LUMC hebben in juli 2006 een NWO-subsidie in de wacht gesleept. De Vidi-subsidie is bestemd voor excellente onderzoekers die na hun promotie een aantal jaren onderzoek op postdoc-niveau hebben verricht. Forum stelde vier vragen aan Katarzyna Cwiertka. Zij ontving een Vidi-subsidie voor haar onderzoek naar de productie, distributie, bereiding en consumptie van voedsel in Japan en Korea in het midden van de twintigste eeuw.

     
Katarzyna Cwiertka

Waar gaat het onderzoeksplan over, welke vraag staat centraal?

Het project bestudeert de productie, distributie, bereiding en consumptie van voedsel in Japan en Korea in het midden van de twintigste eeuw. De Tweede Wereldoorlog in Azië (1941-1945), evenals de Koreaanse Oorlog (1950-1953) die kort daarna volgde, hebben het dagelijkse leven van Japanners en Koreanen drastisch veranderd. Alles moest efficiënter onder de druk van de 'totale oorlog'. Niet alleen de wijze waarop voedingsmiddelen werden geproduceerd, verkocht, of bereid, maar zelfs de spijsvertering heeft aandacht van overheidsinstanties gekregen. Het in kaart brengen van de door de oorlog ontketende hervormingen en het analyseren van hun gevolgen staat centraal in dit onderzoek. Het uiteindelijke doel van deze studie is echter verstrekkender. Hoewel het project zich primair richt op de voedselvoorziening in de jaren dertig, veertig en vijftig van de twintigste eeuw, zal het onderzoek ook inzicht verschaffen in het achterliggende vraagstuk van de maatschappelijke gevolgen van oorlog in het algemeen.

Wat zijn de boeiendste kanten van het project?

De meest uitdagende stelling van het onderzoek betreft waarschijnlijk het thema 'oorlog als bron van innovatie'. De oorlogsvoering in Oost-Azië in het midden van de twintigste eeuw was de bakermat van de economische, sociale en culturele ontwikkelingen die centraal staan in het hedendaagse Japan en Korea. Dat de oorlogsindustrie een belangrijke factor was achter de fenomenale successen van de naoorlogse Japanse optische en elektronica industrie, werd door economisch historici al in de jaren tachtig aangetoond. Dit onderzoek waagt een poging om een breder verband te leggen tussen de veranderingen die onder druk van de oorlog plaatsvonden en de naoorlogse ontwikkeling van Japan en Korea. Voedsel is het ultieme middel om de continuïteit tussen de oorlog en de naoorlogse periode te bestuderen omdat het absoluut onmisbaar is in het leven van iedereen. Geen dag gaat voorbij zonder verlangen naar voedsel. Het is dan ook van strategisch belang voor elk regime - een uitgehongerde bevolking is politiek gezien een enorm risico.

     
Illustratie 1
Een Japanse advertentie uit 1937 voor scheepsbeschuit - voorheen uitsluitend soldaten voedsel.

De naoorlogse veranderingen in de Japanse en Koreaanse eetgewoonten worden gewoonlijk toegeschreven aan de Amerikaanse invloeden. Er wordt vaak beweerd dat de Amerikaanse bezetting van Japan, tussen 1945 en 1952, evenals de aanwezigheid van de Amerikaanse troepen in Korea voor, tijdens en na de Koreaanse Oorlog, ervoor gezorgd zou hebben dat de consumptie van industrieel verwerkt voedsel toenam. De Amerikaanse aanwezigheid heeft zonder twijfel sporen achter gelaten in de eetcultuur van beide landen. Desalniettemin moeten de lange termijn effecten hiervan niet worden overschat. De popularisering van ingeblikt vlees en groente, fabrieksmatig geproduceerde sojasaus en instant bouillonpoeder in Japan en Korea, vond in de eerste instantie plaats door de militarisering van Japan en zijn Koreaanse kolonie sinds de jaren dertig (illustratie 1). Deze trend zette zich door ook na 1945. Bedrijven die tijdens de oorlog uitsluitend hun producten aan het leger leverden, richtten zich na de oorlog op de consumentenmarkt (illustratie 2). Door de voedselindustrie onder de loep te nemen kunnen we de groeiende invloed van technologie in het dagelijks leven van Japanners en Koreanen waarnemen.

     
Illustratie 2
Een Koreaanse advertentie voor fabrieksmatig geproduceerde sojasaus uit de jaren zestig.

Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoekproject gekomen?

Ik behoor tot de eerste generatie historici die zich serieus bezighouden met voedsel. Het is pas in de jaren negentig dat historici voedsel ontdekten als een effectief middel om maatschappelijke ontwikkelingen te bestuderen. In 1987, toen ik aan mijn scriptie begon over voeding in het oude Japan, werd dit soort onderzoek nog lang niet algemeen erkend als 'wetenschappelijk'. Ik studeerde toen Japanologie aan de Universiteit van Warschau. Na mijn studie kreeg ik een beurs van de Japanse overheid om onder begeleiding van Prof. Kumakura - één van de meest vooraanstaande onderzoekers op het gebied van de Japanse cultuurgeschiedenis- verder onderzoek te doen. Aan de universiteit van Tsukuba (Japan) schreef ik mijn tweede MA scriptie. Op advies van mijn begeleider begon ik me bezig te houden met de moderne periode, waar ik ook snel door werd geboeid. Ik besloot vervolgens om op dit onderwerp te promoveren.

Het proefschrift dat ik in januari 1999 in Leiden verdedigde behandelde een aantal onderwerpen die een cruciale rol speelden in de omwenteling die de Japanse eetcultuur tussen de late negentiende eeuw en de jaren zestig van de twintigste eeuw doormaakte. Naast huishoudelijk onderwijs en voedselindustrie, behandelde ik in mijn proefschrift de hervormingen van legerkantines en de invloed van oorlog op de eetgewoonten van de civiele bevolking. Dit laatste onderwerp kwam ik weer herhaaldelijk tegen tijdens mijn postdoc studie naar Korea onder de Japanse bezetting (1910-1945), dat ik na mijn promotie ben gestart. Ik besefte steeds meer hoe belangrijk oorlog was en hoe nauw de ontwikkelingen in Japan en Korea met elkaar verweven waren.

Welk resultaat hoopt u te behalen?

Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met onderzoekers in Japan en Korea waarmee ik al eerder heb samengewerkt. We hebben drie hoofddoelstellingen. Ten eerste, willen we de mythe van het jaar 1945 als het absolute keerpunt in de geschiedenis van Oost-Azië ter discussie stellen. Ten tweede, zullen we proberen de continuïteit van de Japanse invloed op Korea na de bevrijding van de Japanse bezetting in 1945 inzichtelijk te maken. Ten derde, hopen we een fundament te leggen voor de verdere studie naar de relatie tussen oorlog en voedsel.

Vidi-project: Sustaining Total War: Militarization, Economic Mobilization and Social Change in Japan and Korea (1931-1953)
Startdatum: 1 mei 2007

 Homepage Katarzyna Cwiertka

                                    
 
   
vorige pagina top pagina