Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 4/06 > Van het bestuur

Van het bestuur

Onderweg naar morgen
Lezersreacties (4)

Over de onderwijsplannen uit Onderweg naar morgen

Faculteitsraad adviseert overwegend positief

In de afgelopen maanden is de discussie over de plannen van het faculteitsbestuur zoals beschreven in de strategienota Onderweg naar morgen door velen op de voet gevolgd. In de faculteitsraadvergadering van woensdag 28 juni jl. werd de eerste ronde besluitvorming afgesloten. Centraal stonden de onderwijsplannen van het bestuur. Op één onderdeel na adviseerde de raad positief.

Voortraject

Behalve over de bestuurlijke organisatie van de faculteit, bevat de strategienota Onderweg naar morgen een reeks voorstellen voor de herziening van het onderwijs. Voor een deel vloeien deze plannen voort uit aanbevelingen van de Commissie Zürcher die in het najaar van 2005 het bachelorstelsel van onze faculteit evalueerde. Voor een deel ook uit het eindrapport Strategie en Praktijk van de Facultaire Denktank. Kern van de voorstellen uit de onderwijsparagraaf van Onderweg naar morgen is:

  • De inhoudelijke versterking en verbetering van de bestaande BA-, MA- en Mphil-opleidingen en:
  • Een efficiënte en doelmatige inrichting daarvan.

Reacties

Opleidingsbesturen, opleidingscommissies en vaste adviescommissies; velen hebben in de afgelopen maanden van de gelegenheid gebruik gemaakt om op de plannen van het bestuur te reageren. Ook hebben er een reeks discussiebijeenkomsten plaatsgevonden met voorzitters van onderwijsinstituten en opleidingsbesturen en met studenten actief in facultaire gremia. Duidelijk werd dat niet alle voorstellen konden rekenen op een positieve reactie. Dat gold met name de voorstellen voor de bestuurlijke herinrichting van de faculteit. Het bestuur heeft daarom besloten de problematiek van de huidige organisatie opnieuw in kaart te brengen. In het najaar van 2006 zal de discussie daarover verder worden gevoerd.

Onderwijs

Voor de onderwijsparagraaf uit Onderweg naar morgen bestond naar het oordeel van het faculteitsbestuur op een flink aantal onderdelen voldoende consensus om met de faculteitsraad op hoofdlijnen tot besluitvorming te komen. Ter discussie lag daartoe op 28 juni jl. de notitie Naar besluitvorming over Onderweg naar morgen. Daarin heeft het bestuur een poging gedaan om puntsgewijs het commentaar van de facultaire gemeenschap te wegen en van een reactie te voorzien. Tijdens de vergadering kon de raad alleen op het punt "gedeeld" onderwijs nog niet met de plannen van het bestuur instemmen. Voor het overige adviseerde de raad positief zodat over de volgende punten overeenstemming is:

  • Voor de bachelorcurricula gaat een basisomvang voor cursussen gelden van 5 ects of een veelvoud daarvan.
  • In het verlengde daarvan wordt de omvang van het BA-eindwerkstuk "in beginsel" op 10 ects gesteld met de aantekening dat de faculteitsraad het bestuur dringend verzocht heeft om op basis van gemotiveerde verzoeken een uitzonderingen voor een groter werkstuk (van 15 ects of 2 van 5 ects) toe te staan.
  • Bij de overgang op het nieuwe universiteitsbrede major/minor-systeem zal de omvang van de minor 30 ects bedragen en geplaatst worden in jaar 2 of 3. De minor zal door de student flexibeler ingevuld kunnen worden met hetzij door de universiteit of faculteit vastgestelde minorpakketten met een omvang van 30 ects, hetzij een door de student zelf samengesteld vakkenpakket dat voldoet aan de eisen van de examencommissie voor samenhang en opbouw. Faculteitsraad en onderwijscommissie zijn het met het faculteitsbestuur eens dat in het nieuwe universitaire major/minor-systeem geen uitzonderingspositie toegekend moet worden aan de Praktijkstudies. Ook die zullen in de toekomst dus een omvang van 30 ects hebben.
  • Voor de invoering van het verplichte buitenlandverblijf bij talenopleidingen zal worden gekozen voor een groeimodel waarbij over een reeks van jaren steeds een aantal opleidingen uitgenodigd wordt om een buitenlandverblijf op te nemen. Voor deze strategie wordt gekozen omdat uit voorzichtige berekeningen blijkt dat voor een faculteitsbrede invoering van een verplicht buitenlandverblijf in eens jaarlijks tussen de 5 en 9 ton nodig zou zijn. Hiervoor ontbreekt het momenteel aan financiële middelen.
  • In elk bachelorprogramma wordt ruimte ingeruimd voor een facultair kerncurriculum van 10 ects, waarvan in elk geval 5 ects gebruikt wordt voor een te ontwikkelen module wetenschapsfilosofie. Een facultaire commissie zal zich in de komende tijd verder buigen over de invulling en organisatie van de cursus.
  • Als startdatum van de nieuw vormgegeven bachelorprogramma's wordt uitgegaan van 1 september 2008. Daarbij wordt uitgegaan van een overgaan "in eens" (dus niet gefaseerd) waarbij de zittende studenten een goede overgang van het oude naar het nieuwe programma gegarandeerd wordt.

Kerncurriculum en gedeeld onderwijs

Meer commentaar kreeg het voorstel van het bestuur om naast wetenschapsfilosofie een aanbod van 5 à 6 kerncurriculaire vakken te ontwikkelen, waaruit de opleidingen vervolgens drie vakken (3 x 5 = 15 ects) zouden opnemen in hun curriculum. Volgens de raad was het door het bestuur geschetste aanbod van kernvakken (waaronder disciplinaire inleidingen in de taal- en literatuurwetenschap, geschiedenis en kunstgeschiedenis en computing in the humanities) weinig uitgewerkt. Bovendien leken de concepten "gedeeld onderwijs" en "kerncurriculum" in dit voorstel door elkaar te lopen. In de faculteitsraadvergadering van 30 augustus zal daarom over dit onderwerp verder worden gesproken aan de hand van nog nader uit te werken alternatieve scenario's.

Hoe verder?

De hoofdlijnen voor de nieuwe bachelorprogramma's krijgen steeds meer vorm. Aangezien voor een startdatum van 1 september 2008 is gekozen is vanaf nu 2 jaar beschikbaar voor de implementatie. In die tijd zal veel moeten gebeuren. Opleidingen zullen hun bachelorcurricula moeten herschrijven in eenheden van 5 ects. Daarnaast zullen nieuwe (gedeelde) cursussen ontwikkeld moeten worden. Voor de vele werkzaamheden wordt voorlopig van het volgende globale tijdpad uitgegaan:

Wanneer Wat
Juni/augustus 2006     Besluitvorming op hoofdlijnen over BA, MA en PhD.
September tot voorjaar 2007
  • Vaststelling nieuw BA-kader
  • Uitwerking gedeelde cursussen door hiervoor in te stellen commissies.
Najaar 2006 tot mei 2007 Opstellen van nieuwe BA-programma's door onderwijsinstituten en opleidingen aan de hand van BA-formats.
Juni tot augustus 2007 Besluitvorming door faculteitsbestuur en -raad over nieuwe BA-programma's.
September 2007
tot en met juni 2008   
Operationalisering van de nieuwe BA-programma's:
  • ontwikkeling nieuwe cursussen en aanpassing van bestaande
  • treffen van overgangsregelingen voor zittende studenten.
1 september 2008 Start nieuwe BA-programma's, eerste, tweede en derde jaar in eens.

Lees verder (download bestand):

Lezersreacties

Naam: Thea de Jong
Reactie: "Bij de overgang op het nieuwe universiteitsbrede major/minor-systeem zal de omvang van de minor 30 ects bedragen. Faculteitsraad en onderwijscommissie zijn het met het faculteitsbestuur eens dat in het nieuwe universitaire major/minor-systeem geen uitzonderingspositie toegekend moet worden aan de PraktijkStudies. Ook die zullen in de toekomst dus een omvang van 30 ects hebben."

Het bovenstaande lees ik (toch) met verbazing en onbegrip. PraktijkStudies heeft (als bijvakstudie!) de afgelopen jaren met veel inzet en enthousiasme meegewerkt aan voorlichtingsdagen om te dienen als 'studententrekker voor Letteren Leiden'. Uit onderzoek was gebleken dat het ook een 'trekker' was. Ik vind het ontzettend jammer dat er nu geen uitzonderingspositie mogelijk blijkt en dat er op een dergelijke manier met PraktijkStudies wordt omgegaan. Veel studenten hebben het 40 ects programma van PraktijkStudies als zeer waardevol ervaren.

----------------------------

Naam: Nathalie Alblas
Reactie op: Thea de Jong/ Praktijksstudie
Hoewel ik het bezwaar van de Praktijkstudies volkomen begrijp en uw mening deel dat veel studenten de 40ects als waardevol hebben beschouwd, wil ik een andere overweging aanhalen. De voornaamste reden om 'in te stemmen' met de omvang van 30 ects is mijn inziens dat dan ook studenten van andere universiteiten met een minor-ruimte van 30 ects de mogelijkheid krijgen en behouden om een Praktijkstudie aan de Universiteit Leiden te volgen. In dat opzicht kan de 30 ects wellicht ook als een extra mogelijkheid worden gezien, om voor nog meer studenten een Praktijkstudie toegankelijk te maken.

----------------------------

Naam: Andrea Reyes, DS OLC
Reactie op: wetenschapsfilosofie en buitenlandverblijf
Ik ben blij dat ik bijna klaar met mijn studies ben. Gelukkig zal ik deze veranderingen niet lijden. Ik volg Dutch Studies, dat is Nederlandkunde voor buitenlanders. Ik neem aan dat het buitenlandse verblijf niet voor ons verplicht zal zijn. Maar over wetenschapsfilosofie maak ik me zorgen want onze studie is heel anders dat de rest. We beginen met nul kennis van het Nederlands en in drie jaar tijd moeten we een scriptie in het Nederlands schrijven. We moeten ook in het derde jaar twee bijvakken volgen, want onze Nederlands is in de tweede jaar nog niet zo goed. A.U.B. neem geen ects van ons niet meer! We hebben deze kostbare leesuren nodig voor onze taalvaardigheid.

----------------------------

Naam: D. van Ringelenstein, OLC Praktijkstudies
Reactie: Ook ik vind het, net als Thea de Jong, spijtig dat er geen uitzonderingspositie komt voor de Praktijkstudies.

Het type bijvak 'Colloquia' is "speciaal ontwikkeld voor de veeleisende student." Het is een type bijvak wat veel van de student eist en waarvoor de student dus net dat beetje extra voor moet doen. Waarom kunnen de Praktijkstudies ook niet deze status krijgen? Als studenten voor de Praktijkstudies kiezen, weten ze dat het relatief gezien net iets zwaarder zal worden. Daar kiezen ze zelf voor, dus ik zie geen studentendaling als de 40 ects wordt aangehouden. Verder zijn er ook nu al studenten van buiten de Universiteit Leiden. Deze studenten zullen niet massaal naar de UL komen, omdat de PS nu 30 ects worden; er is een beperkt aantal plaatsen voor deze studenten.

Ik ben benieuwd hoe de vakinvulling van de Praktijkstudies eruit komt te zien, nu we niet alleen van 40 naar 30 ects gaan, maar ook nog eens naar 5 en 10 ects per vak.

Verder ben ik blij dat het verplicht buitenlandverblijf is uitgesteld. Hoe kun je studenten verplichten om naar het buitenland te gaan? Aan de praktische zaken voor de studenten wordt geen rekening gehouden:

  • Wat als ik mijn ects in het buitenland niet haal? Wat zijn de consequenties? Moet ik een bedrag terugbetalen?
  • Wat te doen met je kamer? Onderhuur? Wil ik dat? Mag dat van mijn huurbaas?
  • Welke universiteit in het buitenland? Heb ik dat zelf voor het zeggen, aangezien we in grote getallen naar het buitenland gaan? Wat als mijn keuze 'vol' is, wordt ik dan zomaar ergens geplaatst?
  • Wat moet ik doen met mijn bijbaantje?
  • Vind ik het zinvol voor mijn studie en mijn toekomstige baan, aangezien ik niet iets 'internationaals' wil doen.

Nu heb ik het niet eens over de studenten die simpelweg niet durven of geen zin hebben en aan een simpel antwoord 'dat moet je er allemaal maar voor over hebben', heb ik geen boodschap aan. De keuze vrijheid en de vrijheid in het algemeen van de studenten, wordt weggenomen door dit buitenlandverblijf verplicht te maken.

Ik zal dit alles niet meer meemaken en zal de Praktijkstudie Management voor 2008 afmaken. Gelukkig......

                                    
 
   
vorige pagina top pagina