Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 4/06 > Bericht uit...

Bericht uit Koerdistan

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen. Wilfred van Soldt bericht vanuit Koerdistan:

Erbil

door Wilfred van Soldt (Talen en culturen van Mesopotamië en Anatolië)

September vorig jaar werd ik gebeld door de Iraakse ambassade. Siamand Banaa, de nieuwe ambassadeur, nodigde me uit voor een gesprek. De maand daarop bezocht ik met Joris Kila van de CIMIC (Civil-Military Cooperation, Defensie) de ambassade en de bedoelingen werden snel duidelijk.  De heer Banaa vroeg ons naar Iraaks Koerdistan te gaan (hij is zelf van Koerdische afkomst) om te zien of we met de universiteiten en musea in de regio tot samenwerking konden komen. Bovenaan de lijst stond een opgraving op een van de vele ruïneheuvels. Omdat we uit veiligheidsoverwegingen nooit eerder in Irak waren geweest terwijl dit land toch het brandpunt van het assyriologisch onderzoek is, was de keus niet moeilijk. Na de nodige voorbereidingen vertrokken we op 20 april richting Erbil, de hoofdstad van de regio Koerdistan. Naast een van onze aio's was ook de Leidse archeoloog Diederik Meijer van de partij. Inmiddels had de ambassadeur ons pad geëffend en ons goede introductie bij de instellingen bezorgd. Halverwege vorig jaar was bovendien een direkte luchtverbinding tussen Amsterdam en Erbil tot stand gekomen, uitgevoerd door een Koerdische maatschappij en gevlogen met Jordaanse chartervliegtuigen.

In Erbil werden we ondergebracht in het Erbil International Hotel, het vroegere Sheraton. In de jaren negentig was het bij hevige strijd tussen Koerdische groepen zwaar beschadigd geraakt, maar een paar jaar geleden is het in zijn oude luister hersteld. Het hotel is omgeven door een dikke betonnen muur (er is ooit een aanslag gepleegd) en van hieruit heeft men een fraai uitzicht op de stad en op de zogenaamde citadel, de oude stad, waar ook het vroegere Arbela uit de Assyrische tijd (8e-7e eeuw v.Chr.) en het nog oudere Urbilum (rond 2000 v.Chr.) begraven liggen.

   
Blik op de citadel van Erbil met de inmiddels gerestaureerde muur.
 
Rechts het bekendste theehuis van de stad.

Helaas valt aan opgraven van deze heuvel vol met 'goodies' nauwelijks te denken: met Tsjechische hulp zal de citadel, die al 7000 bijna onafgebroken bewoond wordt, worden gerestaureerd. De mensen die er nu wonen zijn vluchtelingen die aan de chemische aanvallen van Saddam Hoessein ontkomen zijn.

De regio Koerdistan is een gebied dat grotendeels in de steigers staat. Er heerst een grote bouwactiviteit, de steden groeien explosief en de wil tot eenheid is groot. In tegenstelling tot de rest van Irak, waar een bont oppositiefront van Saddam-aanhangers en terroristen de regering bestrijdt en waar Soennieten en Sji'ieten elkaar naar het leven staan, is dit gebied redelijk veilig.

Ons eerste bezoek gold Dr. Mohammad Sadiq, rector van de Salahaddin Universiteit. Voor ons vertrek hadden we een ambitieus plan opgesteld, dat naast een archeologische survey en opgraving ook voorzag in het toekennen van enkele MA-beurzen en het organiseren van intensieve cursussen in Leiden. Studenten archeologie en assyriologie (het laatste is in Erbil in ontwikkeling) kunnen in enkele weken een basiskennis van het vak verwerven. Bovendien zullen speciale cursussen worden georganiseerd voor museumpersoneel: in twee weken zullen zij in het Museum van Oudheden in Leiden getraind worden in zaken als depotbeheer en het tentoonstellen van de collectie. Deze plannen vielen bij de rector in goede aarde en een Memorandum of Understanding zou op basis hiervan worden opgesteld.

Salahaddin University is een middelgrote universiteit met ca. 18.000 studenten. Net als de Universiteit Leiden is het een brede universiteit met veel faculteiten en het enthousiasme waarmee na 2003 de opbouw ter hand is genomen, werkt aanstekelijk. Na een welkomstlunch gaf ons team enkele presentaties voor studenten archeologie en architectuur over de mogelijkheden van het studeren in Leiden.

Intussen hadden we de ruïneheuvels in Erbil en directe omgeving uitgekamd en moesten we constateren dat deze buiten onze 'belangstellingshorizon' vielen. Het liefst zouden we onze tijd en middelen richten op een heuvel ('tell' in het Arabisch) uit het derde of tweede millennium v.Chr., de tijd van belangrijke ontwikkelingen in deze regio. We hadden ons oog al laten vallen op een gebied langs de rivier de Kleine Zab, halverwege Erbil en Suleimaniya in het zuidoosten. Gesprekken met de minister van Cultuur en het hoofd van de Oudheidkundige Dienst de volgende dag leerden ons dat men aan een opgraving in de omgeving van Erbil de voorkeur gaf, tenzij we konden aantonen dat deze heuvels voor ons onderzoek weinig waarde hadden. Een later gesprek met een vertegenwoordiger van de universiteit van Suleimaniya bood echter ruimere mogelijkheden. We zullen zien.

Het laatste is overigens exemplarisch voor de huidige situatie in Koerdistan: Erbil en Suleimaniya hebben elk hun eigen regering met hun eigen ministers. Men streeft naar unificatie van het bestuursapparaat, een proces dat momenteel gestalte krijgt. Erbil wordt uiteindelijk het regeringscentrum van de regio. Wat de opgraving betreft, is er enige haast geboden bij het vinden van een geschikte heuvel of tell: per dag worden heel wat ruïneheuvels weggebuldozerd om terrein vrij te maken voor ontwikkeling en de afgegraven grond verdwijnt vaak in de betonmolens voor de huizenbouw.

Uiteraard brachten we verder een bezoek aan het museum in Erbil, een klein vierkant gebouw met een paar afgietsels van Assyrische heersers voor de hoofdingang. De voorwerpen lagen uitgestald in vitrines en besloegen vele millennia, vanaf een Neanderthaler-schedel uit een grot bij Shanidar totaan voorwerpen uit recente tijd. De aanwezige kleitabletten mochten we kort bekijken en het meeste bleek geleend te zijn uit Baghdad. Het was een heterogene collectie die ruim 2000 jaar besloeg. Wat er verder nog in de depots lag, hebben we (nog) niet kunnen vaststellen.

Tweetalige inscriptie     
Een poging iets te lezen van een tweetalige inscriptie (voor Urartees, achter Assyrisch) uit de 8e eeuw v. Chr.
 
Deze inscriptie staat op de citadel, voor de deur van het textielmusuem.

Het laatste bezoek was weer aan de universiteit. In ons hotel hadden we een Memorandum opgesteld (er was gelukkig een speciale computerkamer), dat aan de rector kon worden gepresenteerd. Na ruggespraak via de email met Robert Coelen (International Office) besloten we de ondertekening uit te stellen tot alle partijen het document bestudeerd hadden.

Terug in Leiden zijn we bezig de uitvoering van de afspraken op gang te brengen. Het Memorandum is door onze rector getekend getekend en geld is aangevraagd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken ten behoeve van de intensieve cursussen. Binnenkort zullen we beginnen met het organiseren van een survey in samenwerking met Salahaddin University en Suleimaniya University en de Oudheidkundige Dienst. Mocht alles doorgaan, dan kunnen deze zaken volgend jaar hun beslag krijgen. Wel zullen daarvoor nog de nodige bureaucratische horden moeten worden genomen, maar steun van de Iraakse ambassade bewijst ons steeds weer goede diensten.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina