Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/06 > Onderwijs

Onderwijs

Vijftig jaar Duits: mozaïekstukjes geschiedenis en geërfde verantwoordelijkheid

De opleiding Duitse taal en cultuur viert dit jaar haar 50-jarig zelfstandig bestaan. Opleidingsvoorzitter Thony Visser blikt terug en vooruit op ambities en hoogtepunten.

door Jesca Zweijtzer

Het begon met een lezing over Duitse taalwetenschap, waarvoor ook de alumni waren uitgenodigd, in maart. Begin juni zijn er vier goedbezochte voorstellingen geweest van de toneelvereniging van de opleiding, Duits Speelt Toneel. Voor het najaar is er nog een wetenschappelijke voordracht en een feest in voorbereiding, en op 30 november wordt in de UB een tentoonstelling over handschriften geopend en een boekje over de geschiedenis van de 50-jarige opleiding overhandigd. Ook volgt er nog een lezing door de bekende schrijfster Marlene Streeruwitz ("en daar ben ik ook heel trots op," aldus Thony Visser). Een goed programma om mee te jubileren, en dat voor een opleiding met een bezetting van slechts drie fte!

Urfaust

"Het toneelstuk, de Urfaust, was echt een prachtig project," glundert Thony achter haar bureau. "Geregisseerd door Sjaak Onderdelinden, die gepensioneerd uhd is, maar nog steeds vrijwillig college geeft . Ik vind het een grote prestatie om tekst in verzen door studenten te laten opvoeren, het was niet gemakkelijk om dat ingestudeerd te krijgen!"

 
 
Mephistopheles, Faust en Gretchen
Goethe's Urfaust door Duits Speelt Toneel
(foto's: Simone Wolff)

Dat de opleiding kan bogen op meer van zulke ambitieuze en betrokken docenten, blijkt ook uit de kopij voor de jubileumbrochure die geleidelijk aan met de (elektronische) post binnenkomt. De bijdragen worden geleverd door huidige en voormalige studenten en docenten, en alle herinneringen vormen mozaïekstukjes geschiedenis die mooi in elkaar passen.

Betrokken en echt docent

Thony trekt een aantal vellen papier van een stapel. "Dit vind ik een mooi verhaal, over (de onlangs overleden) professor Soeteman, founding father van de opleiding. Deze hoogleraar Taalwetenschap, die ook een tijdje rector van de universiteit was, was een échte docent in de traditionele zin van het woord. Hij beschouwde de studenten, de opleiding en het docent zijn als zijn eerste verantwoordelijkheid, de wetenschap kwam daarna. Om geen schooltje te worden, motiveerde hij wel zijn medewerkers voor nieuwe richtingen in de (taal)wetenschap. Ik heb Soeteman nog zelf leren kennen en vond hem erg bijzonder. Hoewel ik een literatuurwetenschapper ben, voel ik me als docent en opleidingsvoorzitter een erfgenaam van deze man, en die verantwoordelijkheid draag ik graag."

Foto van het 20-jarig bestaan van de opleiding Duits (1976) met prof. Soeteman (geheel rechts) en prof. Steinmetz (tweede van rechts).

Ook de herinneringen van een alumnus die rond 1956 Duits in Leiden studeerde en verhaalt hoe hij naar Amsterdam moest om een tentamen te maken, omdat de hoogleraar daar nu eenmaal woonde. Het was gebruikelijk om dat schriftelijk aan te vragen en de brief te beginnen met "hooggeëerde heer" en te ondertekenen met "met gevoelens van hoge achting". Dat het er nu wel heel anders aan toe gaat, mag duidelijk zijn.

Matchen met de maatschappij

Hoogtepunten en anekdotes zijn er genoeg in de geschiedenis deze, overigens nog zeer jonge, opleiding. En dieptepunten? "Natuurlijk, elke organisatie heeft zijn mindere tijden. Maar het heeft niet zoveel zin ze te benoemen." Nadenkend over een diplomatiek antwoord, vervolgt Thony toch: "Ik vind het wel heel jammer dat er voorheen medewerkers en studenten ruimte hebben gekregen ambities te volgen die niet matchten met wat er in de maatschappij gevraagd werd, dus waar ze geen kant mee op konden. Dat is met het brede profiel van de bachelor gelukkig veel beter geworden: wij leiden nu in de Ba bijvoorbeeld cultuurwetenschappers op, en geen Goethe-specialisten."

Internationaal aan de maat

Terugblikken is leuk, maar vooruitkijken is belangrijk. De opleiding heeft natuurlijk ambities voor de komende vijftig jaar. Het vak groter krijgen, is het motto. "Het is mijn ambitie én mijn zorg. Het frustreert me dat het zó klein is. We hebben geen honderd eerstejaars nodig, en met al drie jaar lang een instroom van zo'n zeventien eerstejaars doen we het niet slecht, maar het moet beter. Op dit moment kunnen we het onderwijs en het bedrijfsleven bijvoorbeeld niet behoorlijk bedienen." Thony vindt verder dat de Duitse talen en culturen-opleidingen op alle niveaus internationaal aan de maat moeten zijn, waarmee ze ongetwijfeld ook namens veel andere opleidingen binnen de faculteit spreekt. "We doen nu kwalitatief gezien internationaal mee. De kunst is om dat te handhaven. En dat kan, zeker, als we de ruimte krijgen."

Lezersreacties

Reactie: Ik heb de Urfaust in 'ons' LAK-theater gezien en bewonder de gedurfde wijze waarop dit stuk in scène gezet en gespeeld is. De regie van Onderdelinden was geheel en al in Brechtiaans zin op vervreemding gericht, wat ondermeer tot uitdrukking kwam in de actualisering via projectie en - vooral - in de teksthantering. Anders dan gebruikelijk in de traditionele rhetorisch-declamatorische stijl, werden de verzen haast mechanisch en met grote snelheid gesproken, zodat er een soort rap-ritme ontstond, niet enkel in de Auerbachs-Keller-scène, die als rap was ingericht, maar door het gehele stuk heen. Ik hoop dat Sjaak Onderdelinden ook het volgend jaar zijn activiteiten bij Duits zal voortzetten en dat deze opvoering niet het aangekondigde einde van "Duits speelt toneel" zal zijn. Complimenten voor spelers en regisseur!
Naam: Jef Jacobs

                                    
 
   
vorige pagina top pagina