Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/05

Het onderzoek van ...

In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van. vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen. Deze maand vertelt Liesbeth Zuidema over haar promotieonderzoek naar de rol van de beeldende kunst binnen de kartuizerorde.

- Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoekproject gekomen?
"Aanvankelijk dacht ik dat de Middeleeuwen geen boeiende periode vormde om mij in te gaan verdiepen gedurende mijn opleiding kunstgeschiedenis in Groningen. Maar in het eerste jaar raakte ik tijdens het overzichtscollege middeleeuwse kunst werkelijk gefascineerd door het realisme in de schilderijen van Vlaamse paneelschilders zoals Jan van Eyck (1395-1441) en Rogier van der Weyden (1400-1464). De wijze waarop Jan van Eyck in zijn meesterwerk: het Lam Gods, met de grootste precisie parels en edelstenen op de mantel van God wist te schilderen. En de manier waarop Rogier van der Weyden in zijn beroemde Kruisafneming het lijden van Christus in beeld wist te brengen. Misschien dat deze fascinatie toch ook werd aangewakkerd door onze docent Maximiliaan Martens die op hilarische wijze over deze Vlaamse Primitieven wist te vertellen. Ik herinner mij nog goed hoe zijn microfoon door de collegezaal vloog, terwijl hij kijkend naar de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch (1450-1516) wild gebarend uitriep dat het één grote orgie was wat wij aanschouwden. Mijn interesse ging vooral uit naar kunstwerken die in een monastieke omgeving hebben gefunctioneerd en in het verlengde daarvan ben ik uiteindelijk afgestudeerd op een onderzoek naar het functioneren van kunstvoorwerpen in kartuizerkloosters."

Meester van Frankfurt (middenpaneel) en Meester van Delft (luiken), Anna-te-drieën met de Delftse patriciërsfamilie Van Beesd, middenpaneel rond 1509, luiken 1514, tekstbord rond 1606, binnenzijde drieluik, middenpaneel (inclusief tekstbord) 94 x 62 cm. luiken 75 x 33 cm. Aken, Suermondt-Ludwig Museum.
    

- Kunt u vertellen waar het onderzoeksplan over gaat? Welke vraag staat centraal?
"In navolging van mijn doctoraalscriptie gaat mijn promotieonderzoek over het functioneren van kunstvoorwerpen, memorie- en devotiestukken, in kartuizerkloosters. Hierbij staan de kunstwerken centraal die afkomstig zijn uit de kartuizerkloosters die in de 14de en 15de eeuw in de Nederlanden werden gesticht. Met als probleemstelling: hoe valt de aanwezigheid van kunstvoorwerpen in kartuizerkloosters te verenigen met het uitgesproken sobere karakter van de kartuizerorde? De nadruk ligt hierbij op de interactie tussen de leefwereld van de leken en de leefwereld van de kartuizers zoals die wordt weerspiegeld door de kunstvoorwerpen. Een goed voorbeeld is het door de Meester van Frankfurt en de Meester van Delft geschilderde drieluik met de Delftse patriciërsfamilie Van Beesd afkomstig uit het buiten Delft gelegen kartuizerklooster Bartholomeusdal. Wanneer het drieluik op kerkelijke feestdagen werd geopend (afb.1) waren de gebedsportretten en de wapenschilden van de leden van de familie Van Beesd zichtbaar. Op het linkerluik wordt Dirk van Beesd met zijn zoons gepresenteerd door Johannes de Doper die als een kluizenaar in een kameelharen kleed is afgebeeld. Johannes de Doper was bovendien de patroonheilige van de kartuizerorde. Op het rechterluik wordt Geertruid van Diemen met haar dochter gepresenteerd door Maria Magdalena die in wereldse kleding als een zondares is afgebeeld. Voor de kartuizers had Maria Magdalena een speciale betekenis omdat ze na haar bekering haar leven doorbracht als een kluizenares in de woestijn. De afbeelding van twee kluizenaarsheiligen verraadt een duidelijke invloed van de kartuizers op de inhoud van het drieluik. De voorstelling maakt de binnenzijde van het drieluik tot een memoriestuk. In geopende toestand verbeeldde het de leefwereld van de leken en vervulde het een commemoratieve functie binnen de laatmiddeleeuwse memoriecultuur. Waarschijnlijk was het drieluik op alle andere dagen gesloten. Opvallend is de voorstelling van een boetende Hiëronymus op de buitenzijde (afb.2) van het drieluik. In een desolaat rotslandschap met daarin een kruisbeeld slaat Hiëronymus zich met een steen op de borst. De heilige wordt hier niet gepresenteerd als de geleerde kerkvader maar juist als de boetvaardige kluizenaar in de wildernis. Deze voorstelling kreeg nog meer betekenis in een kartuizerklooster waar de monniken eveneens als kluizenaars leefden. Voor het oog van de beschouwer wordt de voorstelling tot leven gewekt door rots- en boompartijen die uit de geschilderde lijst naar voren lijken te komen. De kardinaalskleding links in de voorstelling lijkt zich voor de lijst te bevinden. De schaduw van de boom rechts in de voorstelling valt op de lijst waardoor de boom werkelijk van het beeldvlak los lijkt te komen. De uit de lijst naar voren springende rots- en boompartijen laten de wereld van Hiëronymus binnendringen in het klooster waar de beschouwer van het drieluik deelgenoot van de voorstelling wordt gemaakt. De voorstelling maakt de buitenzijde van het drieluik tot een devotiestuk. In gesloten toestand verbeeldde het de leefwereld van de kartuizers en vervulde het een devotionele functie voor de monniken. Met de tweeledige functie die het drieluik lijkt te hebben vervuld is de interactie zichtbaar tussen de twee leefwerelden die in een kartuizerklooster samenkwamen."

    
Meester van Delft, Hiëronymus in de wildernis, luiken 1514, tekstbord rond 1606, buitenzijde drieluik, luiken (inclusief tekstbord) 94 x 62 cm. Aken, Suermondt-Ludwig Museum.

- Wat zijn de boeiendste kanten van het project?
"Het is vooral spannend om met de bewaard gebleven kunstvoorwerpen zelf bezig te zijn. Voor kunsthistorici wordt de primaire bron waarop het onderzoek is gebaseerd door deze objecten gevormd. Soms sta ik nog steeds versteld hoeveel een goede beeldanalyse aan informatie kan geven over de functie van het kunstvoorwerp. In feite is de tweeledige functie die ik toeschrijf aan het drieluik met de familie Van Beesd overwegend gebaseerd op de visuele analyse van het object. Wat ik daarnaast erg boeiend vind is de wijze waarop de kartuizers tot op de dag van vandaag leven. Als kluizenaars brengen de kartuizers het grootste gedeelte van hun leven in de stilte en de eenzaamheid van hun kluis door. De ascetische leefwijze van de kartuizers lijkt in strijd te zijn met de aanwezigheid van kunstvoorwerpen."

- Welk resultaat hoopt u te behalen?
"Ik hoop een vernieuwende studie te schrijven over de rol van de beeldende kunst binnen de kartuizerorde. De paradox tussen de aanwezigheid van kunstvoorwerpen en het uitgesproken sobere karakter van de kartuizerorde is niet nieuw. De invalshoek van waaruit ik dit probleem benader is naar mijn idee wel nieuw. Door te onderzoeken hoe deze objecten werkelijk in de kloostergebouwen hebben gefunctioneerd kom je erachter dat de aanwezigheid van kunstvoorwerpen helemaal niet in strijd hoeft te zijn met de leefwijze van de kloosterlingen."

- Hoe bevalt het aio-bestaan op deze faculteit?
"Ik hecht vooral veel waarde aan de contacten die ik met andere promovendi heb. Niet alleen binnen de opleiding kunstgeschiedenis maar ook binnen de faculteit der Letteren leer je veel onderzoekers kennen. Waar ik nog altijd mee worstel is de grote vrijheid die deze baan kent. Enerzijds is deze vrijheid natuurlijk geweldig maar aan de andere kant vereist het heel veel discipline om elke dag aan je dissertatie te schrijven."

                                    
 
   
vorige pagina top pagina