Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/06

Eerstejaarsboekdag met gastschrijver geslaagd

"En toen kwam Aga Djan er nog bij."

Op maandagmiddag 4 september vond in de Leidse Pieterskerk de derde eerstejaarsboekdag plaats. Gastschrijver Kader Abdolah, wiens boek Het huis van de moskee die middag in kleine groepjes besproken werd, was daarbij aanwezig. In gesprek met Jaap Goedegebuure vertelde hij over zijn Iraanse verleden, zijn tijd in Nederland, zijn boek en zijn plannen voor de toekomst. "In Iran was ik geen of een totaal andere Kader Abdolah geworden."

door: Bart de Haas

          

Had ik die ochtend bij de opening van het academisch jaar nog weinig eerstejaarsstudenten kunnen ontdekken, hier kon ik ze niet missen. Al voor de ingang van de Pieterskerk zaten en stonden verschillende groepjes, de meeste wat onwennig nog, met kennelijk geen idee wat hen die middag te wachten stond..

In de Pieterskerk kon ik om 13.00 uur aansluiten in een lange rij van docenten én studenten - want in tegenstelling tot wat de informatie op de universiteitswebsite vermeldt, deden er ook studenten mee aan het project. Sterker nog, elke docent werd begeleid door een (ouderejaars)student. Hierbij waren de docenten van de niet-letterkundige opleidingen, zoals wiskunde en pedagogiek, bij voorkeur gekoppeld aan een Letterenstudent. En andersom.

In totaal leverde dit maar liefst 66 groepjes op, elk voorzien van een El Cid-bordje met het corresponderende nummer..

Kruisbestuiving

In zijn welkomstwoord bracht professor Ton van Haaften in de praktijk waar rector magnificus prof. dr. Breimer het die ochtend ook al over had gehad, namelijk de kruisbestuiving tussen verschillende faculteiten. Juist op de kruispunten waar deze elkaar ontmoeten, ontstaan er verrassende ontdekkingen.

Dit was dan ook precies het idee van het eerstejaarsboekproject. Zo zou het samen lezen van één boek zorgen voor een gemeenschappelijke binding tussen alle deelnemende studenten. In dat opzicht is het ook jammer dat (nog) niet alle faculteiten meedoen. Eigenlijk zouden ook faculteiten als Rechten of grote opleidingen als Psychologie volgend jaar mee moeten doen, zodat alle eerstejaars van de hele faculteit zo'n gezamenlijk uitgangspunt hebben.

Groep 45

Het boek van dit jaar was Het huis van de moskee, van de uit Iran gevluchte schrijver Kader Abdolah. Op het papiertje dat ik ontvangen had, stond dat ik gekoppeld was aan een zekere Vedder. Dit bleek een enthousiaste docent van pedagogiek en onderwijsstudies. Wat een docent bij literatuurwetenschap of Perzisch met dit boek kon doen, kon ik mij nog wel voorstellen. Ik was echter razend benieuwd naar hoe hij het boek vanuit zijn vakgebied zou kunnen benaderen.

De groepjes werden gevormd. Groep 45, onze groep, telde uiteindelijk zes personen: vier eerstejaarsstudenten, professor Vedder en ik. Om eerlijk te zijn denk ik dat het voor volgend jaar beter zou zijn als de groepjes toch ietsje groter zouden zijn. Op een enkele uitzondering na, hadden de meeste groepjes namelijk slechts vier of vijf eerstejaars, terwijl een discussie toch beter op gang kan komen als de groepjes net iets groter zouden zijn, zeg maar met zo'n zeven of acht studenten per docent.

De vier aanwezige eerstejaars, die toevallig allemaal iets met letteren of godsdiensten gingen doen, hadden het boek allemaal gelezen en waren ook wel bereid om af en toe hun mond open te doen. Dit in tegenstelling tot vier jaar geleden, toen ik ook al een groepje begeleidde. Destijds had de ene helft van de groep geen letter van Everything is illuminated gelezen, en was de andere helft na zo'n 40 bladzijdes afgehaakt, hoe mooi het boek daarna ook werd.

Aga Djan

Al tijdens de voorstelronde bleek dat professor Vedder de groep graag wilde prikkelen. Voortdurend vuurde hij vragen op ons af. Zodra iemand zei dat ze het boek niet spannend vond en het ook niet tijdens de vakantie zou lezen, reageerde hij direct. "Misschien dat we allebei een ander gevoel voor spanning hebben, maar voor mij was het af en toe behoorlijk spannend." En: "Ik heb het zelf gelezen tijdens een verblijf in Griekenland en ik vond het ideaal."

Van de groep bleek ik tot mijn verbazing de enige te zijn die zich werkelijk in één van de figuren had kunnen inleven. De kracht van Het huis van de moskee was voor mij namelijk dat ik zo met het karakter Aga Djan meeleefde, dat ik regelmatig zelfs tegen de modernisering van Iran was, terwijl ik normaal gesproken natuurlijk wel graag naar de bioscoop ga. En dat terwijl je het hele boek al weet dat de westerse maatschappij van de sjah volledig om zal slaan in de fundamentalistische van Ruhollah Khomeini.

Anderen waren juist weer heel nieuwsgierig naar hoe de grootmoeders uit het boek er in het echt uit zouden zien. Zo ontstonden er ook de nodige vragen. Hoe kon het bijvoorbeeld in hemelsnaam gebeuren dat alle mensen massaal achter Galgal aangingen? Op deze manier slaagde Vedder erin om nieuwe links te leggen, zoals met thema's als goed en kwaad, heldendom, het geloof, de Islam in Nederland, met de opvoeding én - uiteraard - met het onderwijs.

Kader = Shahbal

Niet veel later zou Kader Abdolah antwoord geven op de vraag die ons allemaal eveneens bezig had gehouden. In hoeverre kon je hem vergelijken met het personage Sjahbal? Abdolah: met zijn wijsvinger elke syllabe onderstrepend: "Toen Elsbeth Etty in NRCHandelsblad schreef dat Kader Shahbal was, en Shahbal Kader, dacht ik meteen dat ik nog diezelfde dag gearresteerd zou worden." In het boek vermoordt Shahbal minstens twee belangrijke mensen uit het fundamentalistische regime.

Zijn onderduiken bleek tot zijn eigen verrassing echter niet nodig. "De volgende dag kon ik alweer gewoon over straat. Dat had ik echt niet verwacht. Maar gelukkig begrepen ze mij hier in Nederland: het is fictie. Laten we nu maar weer verder gaan met de volgende vraag."

Organisator en interviewer Jaap Goedegebuure had het niet gemakkelijk. Regelmatig ontweek Kader Abdolah de antwoorden en sprak hij ineens spontaan de eerstejaarsstudenten aan, wat soms hilarische momenten opleverde. Goedegebuure: "Dat brengt mij bij de relatie tussen feit en fictie in het boek, hoe zit het hiermee?" Abdolah: "Ik wil eerst iets aan de eerstejaarsstudenten zeggen." Of: "Ik heb mijn land niet verlaten om te liegen. Vandaag probeer ik eerlijk te zijn - nou ja, tenminste tot half zes."

Piramide

Soms ondanks, maar meestal toch wel dankzij de vragen van Goedegebuure kreeg de zaal uiteindelijk een prachtig verhaal te horen. "Ik wilde een boek schrijven over een oud huis, maar na vijftig pagina's kwam ik niet verder. Toen kwam de moskee erbij, eerst nog volledig los van het huis. Opnieuw kwam ik niet veel verder dan vijftig pagina's. Nog weer later kwam ook Aga Djan erbij. Uiteindelijk moest ik het boek zeven keer opnieuw schrijven. Maar met dit ene boek heb ik ook direct zeven boeken geschreven."

Abdolah vergeleek zichzelf met een architect, het boek met een piramide. "Er waren talloze autobiografische stenen voor nodig, die allemaal van de autobiografische berg kwamen. Maar er was wel een Kader Abdolah voor nodig om die stenen daar te krijgen. Ik opende oude kisten en uit de ene kwamen de vogels, uit de volgende verschenen de grootmoeders. Zo ontdekte ik dat er in mij vele boeken zaten. En ook in jullie zitten vele boeken!"

Jonge sla

Zo kwam hij met een duidelijke boodschap voor de eerstejaarsstudenten. Druk gesticulerend:  "Jullie zijn allemaal iemand. Jij bent iemand, jij ook. De natuur heeft ons allemaal iets gegeven. We zijn allemaal rijk, zolang we maar geloven in ons eigen kunnen. Eenmaal in Nederland ontdekte ik dat ik kon schrijven." En op de vraag waarom hij eigenlijk in het Nederlands schreef, antwoordde hij: "Het Nederlands is niet zo moeilijk. 16 miljoen Nederlanders kunnen het, dus ik kan het ook. En anders moet je een dochter hebben die het voor je nakijkt."

Humor en meer serieuze onderwerpen wisselden elkaar in rap tempo af. "Hier ben ik een totaal andere Kader Abdolah geworden. Eén boek (Jip en Janneke) en één gedicht hebben mijn leven veranderd." Dat gedicht was 'Jonge sla' van Rutger Kopland. "In Iran hebben de dichters alles al beschreven, maar een gedicht over jonge sla, dat was nog nooit bij Perzische dichters opgekomen. Bij ons was alles groot. Anders was het dus zeker over een oude sla gegaan."

   
Kader Abdolah in gesprek met twee studenten

Hoop

Ten slotte vertelde hij ook nog over zijn plannen voor de toekomst. "De stem van de samenleving sprak tot mij. Die stem zei: 'Doe iets met de Koran!' en dat gaf mij direct nieuwe energie. De Koran is een prachtig boek, Mohammed was een prachtige man, die zowel goede als verschrikkelijke dingen deed, en die hield van vrouwen. Maar je moet de Koran wel lézen, liefst met een glaasje wijn in de hand. In het Midden-Oosten zijn er helaas te weinig mensen die hem werkelijk lezen."

Of Iran binnen enkele jaren zou veranderen, durfde Abdolah niet te zeggen. Daar zouden nog minstens tientallen jaren overheen kunnen gaan. "Maar de jongeren zijn wel anders dan de jongeren van toen. Ze reizen, gaan naar New York, kijken porno. En de meest modieuze vrouwen ter wereld zijn de jonge vrouwen van Teheran." Goedegebuure knikte: "Er is dus nog hoop."

Met die mooie laatste woorden - plus nog een borrel en een signeersessie waarvoor veel belangstelling was - kwam er een einde aan deze derde eerstejaarsboekdag. Het was opnieuw een geslaagde dag, die niet alleen de verschillende culturen, maar te horen aan de vele discussies na afloop, ook studenten en docenten van de verschillende opleidingen en faculteiten een stuk dichter bij elkaar had gebracht.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina