Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06 > Reportages

Reportage

'Why linguistics needs Leiden'

Op 1 april 2006 loopt de Lorentzzaal vol met verschillende generaties taalkundigen voor de feestelijke opening van het Leiden University Centre for Linguistics, LUCL. "Waarom is taalkunde in Leiden zo speciaal?" vraagt Vice-Rector Ton van Haaften zich af.

door Manon Plaatzer

Vice-Rector Ton van Haaften geeft zelf het antwoord: "It covers the whole world! Leiden heeft een grote variëteit aan talen. Maar liefst tachtig talen, terwijl de meeste universiteiten er maar 52 hebben." Deze variëteit is een bijzonder kenmerk van de universiteit Leiden, dus lijkt het niet meer dan logisch dat de taalkundigen samenwerken. Toch was dit wel anders toen Vincent van Heuven, voormalig codirecteur van LUCL, in '77 naar Leiden kwam: " Tot mijn stomme verbazing heerste er een grote vijandelijkheid tussen de taalkundigen van westerse en niet-westerse talen. Officieel was er geen enkele samenwerking, al bleken er in de praktijk wel degelijk ondergrondse sluiproutes te zijn."

   
Bernard Comrie van het Max-Planck Institute for Evolutionary Anthropology

De Grand Opening is een symposium van het LUCL ter ere van de oprichting van het instituut. Het symposium draagt de toepasselijke titel: Structure and Variation in the Languages of the World. Een naam die gelijk is aan de researchmaster, welke het eerste samenwerkingsverband was tussen de voormalig twee instituten. Twee dagen lang zullen diverse mensen spreken over het nieuwe instituut en over nieuwe ontwikkelingen in de taalkunde.

Van een grote vijandelijkheid is tijdens de Grand Opening weinig meer te merken. Gelukkig maar, want volgens Bernard Comrie van het Max-Planck Institute for Evolutionary Anthropology hebben taalkundigen Leiden nodig. Comrie is een graag geziene gast op deze opening. Niet alleen vertelt hij vol overtuiging over het vak, maar ook is hij een sleutelfiguur geweest in de oprichting van LUCL. In 2004 was hij voorzitter van de visitatiecommissie die de instituten zou beoordelen. "De beoordeling was zeer goed, 4 tot 4,5 op een schaal 5", vertelt Van Heuven, "Maar zijn aanbeveling was, zwart op wit, dat we moesten gaan samenwerken als we het verder wilden schoppen." Het LUCL voelde zich dan ook vereerd toen deze man, zonder er ook maar over na te denken, aanwezig wilde zijn op deze bijzondere dag.

"Why linguistics needs Leiden", vertelt Comrie met een grote grijns, "Ik heb voor deze titel gekozen omdat ik het gevoel heb de taalkunde uit Leiden nodig te hebben." In zijn onderzoek naar talen van Nieuw-Guinea heeft Comrie meerdere malen gebruik gemaakt van kennis uit Leiden. De taalkundigen van Leiden doen iets wat andere niet doen. Ze dragen problemen aan. Het constateren van problemen in de taalkunde is net zo belangrijk als het oplossen van problemen. Door in de ene taal een probleem te constateren, is het mogelijk in een andere taal problemen (deels) op te lossen.

Veel master en PhD-studenten

In 1998 vond de universiteit de oorlog tussen de taalkundigen mooi geweest en kwam zij met een plan om alle taalkundigen te verenigen. Er volgde een veto tegen de plannen. De taalkundigen van het niet-westen wensten op geen enkel vlak samen te werken. De andere twee groepen besloten toch, maar niet van harte, samen te gaan in 1999. Twee instituten zagen het licht: het CNWS, voor talen en culturen uit het niet-westen, en het ULCN, voor talen en culturen uit het westen. Na ongeveer zes jaar was de tijd rijp voor een nieuwe fusie. Op een september 2005 werd uit het CNWS en ULCN het LUCL geboren.

 "Het is een diepgekoesterde wens, die eindelijk in vervulling gaat." Vincent van Heuven straalt als hij spreekt over wat 'zijn' LUCL al bereikt heeft. "We hebben al elf geregistreerde masterstudenten. Vorige week waren er maar liefst negen sollicitaties, waarvan er zeven geaccepteerd konden worden. Voor het komende academisch jaar verwachten we ongeveer vijfentwintig masterstudenten te hebben, dat is veel meer dan verwacht." Andere universiteiten, met een langer lopende master, trekken meestal minder studenten aan.

IJsbergen

"Vanaf morgen zal er nog maar één kapitein zijn van dit schip, Kapitein Jos Schaeken. Maar het is een groot schip en we weten allemaal wat er met grote schepen kan gebeuren. Jos, stay clear of icebergs!" Gelach overstemde de daarop volgende woorden. Eigenlijk zou Van Heuven aan blijven tot 31 december 2006, maar al snel na de oprichting van LUCL bleek dat het instituut beter af was met één "kapitein". De Grand Opening was voor Van Heuven het moment om zich "benedendeks terug te trekken en zich bezig te houden met de techniek van het fonetischlaboratorium."

Schaeken ziet als toekomstbeeld internationale phd-studenten met uiteenlopende masters, die allemaal naar Leiden komen. Nu werkt er al een grote variatie aan internationale mensen bij het LUCL." Er moeten bruggen gebouwd worden tussen "languages in the world" en "languages in the mind", ofwel tussen culturele diversiteit en praktische toepassingen. LUCL is meer dan een academisch instituut. "LUCL is een deel van de samenleving. Het voedt ons. Door talen te bestuderen behouden we cultuur" vertelt Jos Schaeken.

Er wordt met veel vertrouwen naar de toekomst gekeken, maar zo'n instituut is eigenlijk iets wat voornamelijk op papier bestaat. Iedere taalkundige blijft zijn eigen onderzoek doen, dat verandert niet. Wel zijn de mogelijkheden voor onderzoek uitgebreid. Subsidies zijn toegankelijker en ideeën kunnen makkelijk uitgewisseld worden. Er is veel meer mogelijk als je samenwerkt. Maar weet Nederland dit ook? Weten taalkundigen dat je voor talen in Leiden moet zijn. "We staan nog niet op de kaart, het is nog onvoldoende doorgedrongen bij de universiteiten dat we een grote speler zijn", vertelt Van Heuven voor de opening, "Voor de fusie waren we inderdaad maar een kleintje, maar nu zijn we samen met Utrecht het grootste lettereninstituut van Nederland." De meeste taalkunde instituten zijn verenigd in de Landelijke Onderzoekschool Taalkunde (LOT). Deze publiceren velen dissertaties, waarvan een zeer groot aandeel door Leidse taalkundigen geschreven is. Daarnaast is het aantal specialisaties dat Leiden aanbiedt op het gebied van taalkunde enorm.

"Het belang van Leiden zit hem in het ontwikkelen van problemen die de aandacht trekken van nieuwe generaties", meent Bernard Comrie, "Alles is aanwezig voor een glorieuze toekomst." Is er nog iets te wensen? Feestredenaar decaan Geert Booij heeft nog wel een suggestie voor een belangrijk onderzoeksobject voor de toegestroomde taalkundigen: de tweedetaalverwerving.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina