Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06

Bericht uit ...

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen. Leonard Blussé bericht vanuit Harvard:

Harvard in a thousand words? Nothing is impossible

door Leonard Blussé

Een jaar lesgeven op Harvard is een boeiende ervaring, vooral als je, zoals mijn vrouw en ik, woont in een van de grote student houses die aan het begin van de twintigste eeuw rondom de Yard gebouwd zijn. Zoals alle andere houses heeft Adams zijn eigen eetzaal waar je kosteloos ontbijt, luncht en dineert. In principe kan je gewapend met de ID-kaart die je als undergraduate krijgt in alle huizen terecht. Perfect eten dat je zelf op mag scheppen met overal erboven een precieze aanduiding hoeveel calorieën het hapje bevat. In ons geval ligt de Yard, het centrale gedeelte van de universiteit waar de meeste colleges plaatsvinden, nog geen vijftig meter van de voordeur. Aan de overkant van Plymptonstreet ligt het elegante gebouwtje van de Harvard Crimson, de door studenten geleide krant die vier keer per week uitkomt, een blad waar Mare een puntje aan kan zuigen. Elk nummer bevat het laatste nieuws over ontwikkelingen binnen de universiteit, d.w.z. de laatste weken heel veel over Larry Summers, de rector die gewipt werd ("the undergrads love Larry!"), resource development 27 miljard dollar! ("relationships still at heart of giving"), (kunst)voorstellingen ("anything queer and gay"), sport reportages van studenten ("Harvard beats Yale"), en wereldnieuws voor zover dat enige betrekking heeft op het universiteitsgebeuren ("Cartoon wars"), want de wereld draait om Harvard. Op de hoek van de straat staat de gezellige Harvard bookshop, een onafhankelijke boekhandel waar om de twee dagen een min of meer beroemde schrijver zijn nieuwe boek komt inleiden. Dan wordt een stel boekenkasten opzij gerold, dertig klapstoeltjes worden neergezet en voor je staat Gary Wills, John Updike, Maya Angelou you name it, die na praatje en vraag en antwoord zijn of haar handtekening met opdracht in het pas aangeschafte boek zet.

Temple of Learning
Stappen wij nu via één van de vele poorten de Yard in. De alles overheersende Temple of Learning is de kolossale Widener bibliotheek, waar je gewapend met diezelfde ID binnenkomt. Bovenaan de marmeren trappen is een kapel waar memorabilia liggen van de jonge Harry Elkins Widener, en daar achter een prachtig overkoepeld studievertrek met zijn favoriete boeken. Hij zwaaide 's ochtends vroeg op 12 april 1912 nog van het achterdek van de zinkende Titanic zijn moeder en het dienstmeisje vaarwel die in één van de reddingssloepen wegroeiden. Schriften van Harry (1885-1912), foto's en krantenknipsels van de Titanic, een zeldzaam exemplaar van de Gutenbergbijbel (afkomstig uit Soest!), genoeg om even heel stil van te worden. Vervolgens ga je, na via het unieke Hollis-systeem de locatie van een boek te hebben opgezocht, door een sluisje het boekenmagazijn in om daar zelf je boeken te halen. Dat is (vrij naar Dante) een bezoek aan het Paradijs: je komt er immers alle kameraden van 4000 jaar wetenschap tegen, voorzover ze niet in de opslag zijn opgeborgen. Erg veel Nederlanders leiden hun Nachleben in die opslag buiten de stad, maar kunnen binnen een dag worden opgeroepen. Zo omringde mijn vrouw zich onlangs binnen enkele dagen met van alles dat over Potgieter, Verwey en Carry van Bruggen geschreven is.

Als je in de Widener eenmaal een beetje de weg weet, kan je daar ongestoord rondneuzen, telkens nieuwe boeken ontdekken, ter plaatse een bureautje vinden waar je eerst even kijkt wat je belangrijk vindt, en vervolgens weer naar buiten gaat waar je wordt uitgecheckt en je tas helemaal moet omkeren. Zoveel boeken als je wil voor een periode van zes maanden, behalve als je gemaand wordt iets voor een andere lener terug te brengen. De per zeepost overgezonden 100 kilo boeken over Nederlands Indië en de VOC (exclusief de 20 kilo fotokopieën en aantekeningen die nooit aankwam) had ik thuis kunnen laten. Een absoluut superieur bibliotheeksysteem. De Widener is open van 8 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds, een UB aandoende bibliotheek daarnaast, de Lamont, met overal leestafels en prima apparatuur, maar liefst dag en nacht. Harvard aan de Rijn? Laat me niet lachen, in dat geval moet er infrastructureel nog heel veel gebeuren.

Nooit eens lekker lorren
Rondom de Yard staan fitnesscenters, gymnastiekzalen en zwembaden, die vrijwel continu open zijn, prachtige botenhuizen langs de Charles River, het football en honkbalstadion, enz. Je kunt hier in principe heerlijk joggen, alleen moet je oppassen voor auto's, oneffen trottoirs en in de winter spiegelgladde paden. Ik heb er mijn voet al op gebroken. Vanuit Cambridge, de voorstad waarin Harvard ligt, bereik je met de T, de oudste ondergrondse van Amerika, in 10 minuten hartje Boston. Alles rozengeur en maneschijn? Er ligt behoorlijk wat druk op studenten en docenten, die allemaal heel gericht aan het werk zijn. Maar het zijn wel allemaal goudhaantjes (en kippetjes) die via een heel zwaar selectiesysteem hier terecht zijn gekomen. Het studentenleven zier er heel anders uit. Vrijwel iedereen van deze hoogbegaafde studenten doet er iets bij: muziekmaken, sporten en/of stage-lopen i.v.m. solliciteren later. Vanaf zondagavond tot vrijdagmiddag wordt er keihard gestudeerd, daarna gaat de beuk erin. Schreeuwende, krijsende studenten alom tot diep in de nacht. In het tuintje onder ons raam in de warme septembermaand en vermoedelijk binnenkort ook weer allerlei natuurgeluiden die ik liever niet definieer. Studenten werken hier in blokken van begin september tot medio december en van eind januari tot mei, met daartussenin nog twee of drie onderbrekingen van een week en zodra zo'n kortere of langere periode aanbreekt, zitten ze al weer in het vliegtuig naar huis. Lekker in de zomer op je kamertje rondhangen en je eigen eitje bakken in kamerjas en met je huisgenoten dollen is er niet bij. Iedereen wordt gewoon na afloop van de cursus onverbiddelijk uit het studentenhuis gezet. Je gaat dan maar vakantiewerk doen, stage lopen of naar een zomercursus. Nooit eens lekker lorren, ik zie dat als een groot gemis. Want die vier jaar zijn op deze manier om voordat je het weet.

Tutorials en conference course
Tijdens de cursus wordt van de geschiedenisstudenten verwacht dat ze veel lezen. Ik zelf geef tutorials en een conference course (175-200 pagina's lezen per week) waarin wordt gediscussieerd en papers worden geschreven. Studenten steken hun vinger op wanneer ze iets in te brengen hebben, en om het maar in krachtig Leids uit te drukken: er wordt wat afgeluld! Mijn contact met de twaalf studenten van mijn werkgroep Indonesische geschiedenis is intensief, ook buiten de les, maar dat is niet maatgevend. Er wordt door docenten veel thuis gewerkt, zoveel mogelijk via het net. Als gevolg daarvan lijkt er minder cohesie te zijn tussen de staf onderling, en staf en studenten, dan bij Geschiedenis in Leiden. Voorzichtig gezegd: iedereen is erg met zichzelf en zijn eigen publicaties bezig. En zolang je geen vaste aanstelling hebt, en dat kan in Amerika jáááren duren en is op Harvard alleen voor de uitverkorenen weggelegd, is het nagelbijten en elders solliciteren. Je komt elkaar eigenlijk alleen tegen bij lezingen of faculty meetings. Voor sinologen en japanologen (alleen heten die hier niet zo) zijn er twee prachtige toevluchtsoorden, het Harvard Yenching Instituut en het Fairbank Center voor het hedendaagse China, waar je naast alle grootheden van vroeger en tegenwoordig een broodje mee eet. Vreemd genoeg zitten daar maar liefst drie ex-Leidenaren, Peter Bol, Wilt Idema en Tony Saich, op sleutelposities. Een speling van het lot? No folks, just hard work!

                                    
 
   
vorige pagina top pagina