Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/06 > Van de decaan

    

Van de decaan

Nicolaas van Wijk en de brede bachelor

De vakreferent Slavische talen van de Leidse UB, Jan Paul Hinrichs, heeft vorig jaar een prachtige biografie gepubliceerd over Nicolaas van Wijk, onder de titel Vader van de Slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk 1880-1941. Het boek is uitgegeven door uitgeverij Bas Lubberhuizen, en in Mare van 10 november 2005 is al terecht een artikel gewijd aan dit mooie boek. Het lezen van wetenschappelijke biografieën is vaak verhelderend en inspirerend, en natuurlijk doet het je ook af en toe glimlachen. Het boek draagt een zeer toepasselijke titel: Van Wijk is vrijgezel gebleven en had geen kinderen, maar als wetenschapper heeft hij veel vrucht gedragen zodat de benaming 'vader' hem in deze context zeker toekomt.

            Zelf leerde ik het werk van Van Wijk kennen toen ik me begon te verdiepen in de beginselen van de fonologie. Het boek van Van Wijk uit 1939, Phonologie, een hoofdstuk uit de structurele taalwetenschap is een prachtige structuralistische studie over de fonologie van het Nederlands, en tegelijkertijd een mooie inleiding in de theorie van de structuralistische fonologie. Van Wijk demonstreerde daarmee op treffende manier dat theorie en beschrijving in de taalwetenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Opmerkelijk is dat het een slavist was die een fonologische studie van het Nederlands publiceerde. Daarmee heeft hij een traditie gevestigd want ook de latere studie De fonologie van het Nederlands en het Fries uit 1960 kende slavisten onder de auteurs, zoals Ebeling en Van Holk.

            Van Wijk verdedigde in zijn publicaties allerlei standpunten die zeer modern aan doen. Zo wijst hij erop dat het heel belangrijk is voor studenten om scripties te maken, en zo zich te oefenen in het zelfstandig schrijven van wetenschappelijke publicaties. Hij wijst ook op een groot nadeel van feestbundels voor hoogleraren, met name de wisselende kwaliteit en het gebrek aan homogeniteit waardoor zulke bundels vaak weinig betekenen voor de wetenschap. Dit spoort heel aardig met mijn eigen opvatting over het belang van Festschriften: soms wel leuk, en zeker vaak een oprechte hommage aan een collega, maar niet altijd een doeltreffende publicatievorm.

            Wat me vooral trof bij het lezen van deze biografie is dat Van Wijk een model is van brede inzetbaarheid voor facultair onderwijs. Zijn eigen leerstoel was die van de Slavische en Baltische taalkunde (Jos Schaeken staat dus in de lijn van zijn opvolging), maar niet alleen publiceerde hij veel over andere talen zoals het Nederlands, maar hij gaf er ook onderwijs in. Toen een collega die Middelnederlandse letterkunde moest geven langdurig ziek was, nam Van Wijk dat college gewoon over. Zijn colleges over Russische letterkunde, vaak gegeven in de Kloksteeg, waren bestemd voor de studenten van alle faculteiten, en alle letterenstudenten volgden zijn college Taalwetenschap.

            De benoeming van Van Wijk was niet helemaal probleemloos. Er was een andere Nederlandse kandidate die veel van het Russisch wist, maar de faculteit merkte op dat Van Wijk verre de voorkeur verdiende omdat hij in staat was de vergelijkende taalwetenschap in zijn onderwijs te betrekken, "En juist zulk een college is het dat wij zoo bijzonder noodig achten voor onze aankomende germanisten", zo schreven de hoogleraren Verdam en Jonker.

Dit standpunt breng ik graag onder de aandacht van onze germanisten, een categorie waaronder ook de neerlandici worden begrepen.

            U begrijpt het al: Van Wijk was een brede bachelor in eigen persoon, een vrijgezel met een indrukwekkend brede belangstelling, voor wie een curriculum dat de grenzen van de afzonderlijke talen overschreed, vanzelfsprekend was. Wie denkt dat het nadenken over een wat ruimer opgezet curriculum in het universitair onderwijs een modieuze hype is, of een ordinaire bezuiniging, die heeft het mis. Het gaat erom dat de universiteit ruimte biedt aan de natuurlijke nieuwsgierigheid van jonge mensen, een nieuwsgierigheid die niet te vroeg moet worden ingeperkt, en heel goed kan samen gaan met een degelijke disciplinaire scholing.

            Dit jaar zullen we zeker met elkaar de bevindingen nader bespreken van het rapport Berichten van de werkvloer, een helder rapport van de commissie die de eerste cyclus van Bachelorporgramma's heeft geëvalueerd. Als we nadenken over onderwijsvernieuwing is Nicolaas van Wijk daarbij voor mij een inspirerend voorbeeld.

Geert Booij

                                    
 
   
vorige pagina top pagina