Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/06

Onderzoek

Het onderzoek van ...

In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van. vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen. Deze maand vertelt Bram Ieven over zijn promotieonderzoek naar de relatie tussen techniek, literatuur en politiek in deconstructie.

   

Bram Ieven
Onderzoeksgebied: Structuring mediated communication: Towards the creation of an overall écriture
Onderzoeksinstituut Pallas: pallas.leidenuniv.nl

Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoekproject gekomen?

"Nederland is voor mij een vreemd land dat me tegelijk toch altijd al vertrouwd was, want hoewel ik hier niet werd geboren en ook nog niet zo lang in Nederland woon, groeide ik op in België vlakbij de grens met Nederland, in een soort vage zone waar niet altijd een duidelijk onderscheid bestond tussen de twee landen - in een samenklontering van twee gehuchten met de betekenisvolle namen Barrier, een verbastering van barrière, en Kolonie, een stuk grond dat België ooit 'won' op Nederland. Toen ik aan de Universiteit van Leuven ging studeren koos ik voor een opleiding filosofie, maar ik bracht veel van mijn tijd door in de bibliotheek van de opleiding letteren (Germanistiek en Romanistiek). Voor mij liepen filosofie en literatuur voortdurend door elkaar en het best voelde ik me thuis op het grensgebied van de twee. Ik ben na mijn opleiding filosofie dan ook literatuurwetenschap gaan studeren. Daarin wilde ik verdergaan en zo ben ik als promovendus in Leiden terecht gekomen, waar de opleiding literatuurwetenschap ver ontwikkeld is. Dat grensgebied is me blijven interesseren, het boeit me om te zien hoe dingen door elkaar beginnen te lopen en ik wil weten welk creatief of kritisch potentieel daaruit te putten valt - op menselijk vlak, op literatuurtheoretisch vlak, en op politiekfilosofisch vlak. Mijn onderzoeksinteresses komen daaruit voort. "

Kunt u vertellen waar het onderzoeksplan over gaat? Welke vraag staat centraal?

"Mijn onderzoek gaat over de relatie tussen techniek, literatuur en politiek in deconstructie. Deconstructie is een theorie, een stroming die terug te vinden is in de literatuurwetenschap en in de filosofie, en in mindere mate in sommige andere vakgebieden zoals de politieke wetenschap en de kunstwetenschap. Dat de deconstructie migreert tussen vakgebieden is volgens mij niet verwonderlijk, de deconstructie bestaat er immers in om voortdurende breuklijnen maar ook contaminaties tussen verschillende kennisdomeinen te onderzoeken. In mijn onderzoek richt ik me op de manier waarop de deconstructie een cruciale rol toekent aan het door elkaar vloeien van techniek, literatuur en politiek. Dat gebeurt bijvoorbeeld door analyses te maken die aantonen hoe cruciaal het begrip 'fictie' is voor iedere politieke constellatie, terwijl het begrip fictie doorgaans wordt ingebonden om enkel tot de literatuur te behoren. Mijn stelling is dat het begrip techniek een doorslaggevende rol speelt bij de articulatie van deconstructie. Ik richt me daarbij vooral op het werk van de Franse 'vader' van de deconstructie Jacques Derrida (1930-2004). In zijn vroege werk krijgt het begrip techniek vorm in zijn theorie over écriture (vaak vertaald als schriftuur), in zijn latere werk stelt Derrida dat de techniek niets anders is dan de steeds werkzame 'wet van contaminatie': het door elkaar laten lopen van dingen. "

     
Jacques Derrida (1930-2004)

Wat zijn de boeiendste kanten van het project?

"Heel algemeen onderzoek ik hoe in de deconstructie dingen door elkaar beginnen te lopen, hoe grenzen vaag worden en elkaar beginnen te overlappen - de zogenaamde 'wet van de contaminatie'. Dat betekent dat ik met meer in aanraking kom dan alleen literatuur of deconstructie. In mijn proefschrift tracht ik na te gaan hoe dat door elkaar lopen van de dingen precies gaat, en dat betekent ook dat ik het door elkaar lopen van de dingen zelf zie gebeuren - wat bij tijde een behoorlijk wonderlijke ervaring kan zijn: je ziet plots hoe Franz Kafka of Maurice Blanchot een juridische dimensie in hun werk leggen die erg vruchtbaar kan zijn voor zowel de literatuur of de grondslagen van de jurisprudentie. Literatuur begint mee te denken over de grondslagen van het recht, maar zonder moralistisch te zijn. Dat is mooi. In dit opzicht zou je kunnen stellen dat het mooiste aan mijn onderzoek is dat het me laat ervaren hoe literatuur tracht via dit door elkaar lopen van de dingen "de ruimte van het volledig leven / tot uitdrukking te brengen." (Lucebert)"

Welk resultaat hoopt u te behalen?

"Wat verder ook je prozaïsche ambities mogen zijn, in eerste en in laatste instantie hoop je natuurlijk simpelweg een resultaat voor te leggen binnen de daarvoor toegekende tijdspanne. Je hebt bijster weinig aan een knap proefschrift dat maar niet wil afraken. Op een iets dieper niveau echter hoop ik een studie te schrijven waarin ik voor mezelf de krijtlijnen kan uittekenen van waar ik naartoe wil in mijn verder onderzoek. Ik werk over een onderwerp dat me niet alleen interesseert op persoonlijk vlak maar waarvan ik ook vermoed dat het belangrijk kan zijn voor mijn vakgebied de literatuurwetenschap of de vergelijkende literatuurwetenschap, en iets breder, voor de humaniora of menswetenschappen. Ik denk dat het vooral belangrijk is omdat het onderzoek handelt over de grenzen van het vakgebied en beetje bij beetje verandert wat onderzocht kan worden en hoe het onderzocht kan worden. Ik hoop dat mijn onderzoek me zal toestaan om een beter idee te krijgen over hoe de grenzen verlegd kunnen worden opdat literatuur op een boeiendere, wellicht zelfs relevantere manier bestudeerd kan worden."

Hoe bevalt het aio-bestaan op deze faculteit?

"Het aio-bestaan bevalt me erg goed. Dat heeft te maken met twee factoren. Ten eerste is er het onderzoeksinstituut Pallas waaraan ik als promovendus verbonden ben en waarvoor geen moeite te veel lijkt om jonge promovendi een hart onder de riem te steken. Het instituut organiseert geregeld samenkomsten voor onderzoekers, en het staat altijd klaar om je uit de nood te helpen met de meest diverse praktische problemen. Tijdens het onderzoek merk je al snel hoe belangrijk dat kan zijn. Ten tweede speelt de opleiding Algemene Literatuurwetenschap waar ik als onderzoeker aan verbonden een doorslaggevende rol in mijn onderzoek. Binnen het departement heerst een heel goede sfeer van wederzijdse collegialiteit, waarbij iedere docent op haar / zijn eigen manier de promovendi helpt om hun onderzoek inhoudelijk te verrijken. Dat ik als promovendus op het departement omringd word door zeer getalenteerde medepromovendi draagt natuurlijk ook bij tot mijn tevredenheid!"

Ook in Forum, rubriek Het onderzoek van...?
Stuur een e-mail naar o.v.v. naam, onderzoeksproject en Onderzoeksinstituut.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina