Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/06 > Discussie

Discussie
Discussie
Bijvakken: wildgroei of 1000 bloemen?
Reacties op discussie (8)

Bijvakken:
Wildgroei of duizend bloemen?

Over het aanbod van de bijvakken die studenten kunnen volgen binnen de Faculteit der Letteren bestaan ruwweg twee tegenovergestelde meningen. De ene partij ziet graag een rigoureuze beperking in het aantal bijvakken zodat de dan overblijvende goed vol zitten; de selectie van deze bijvakken zou bepaald moeten worden op grond van successen uit het verleden. De andere partij vindt dat we juist zoveel mogelijk bijvakken moeten aanbieden om daarmee te laten zien hoe breed de faculteit is. Het zou daarbij niet moeten uitmaken hoeveel studenten aan dat aanbod willen deelnemen.

Wat is uw mening hierover? Snoeien of laten bloeien of iets geheel anders?

Lezersreacties

Naam: Maarten Kossmann

Reactie: Het bijvaksysteem is momenteel te rigide. De 20 ECTS "vast bijvak" maken dat studenten zich vaak beknot voelen in de keuzes die zij eigenlijk willen maken.

Mijn indruk is dat studenten vaak een heel duidelijk idee hebben van wat voor soort vakken ze willen volgen, en in wat voor richting ze zich willen ontplooien. Aangezien iedere student dat anders doet, zullen vaste bijvakpaketten vaker wel dan niet een obstakel vormen. Het gaat dus niet om duizend bloemen tegenover wildgroei, maar om de zelfstandigheid van de student.

Bij studies als die waarvoor ik studiecoördinator ben (TC Afrika, TC Indiaans Amerika) zoeken studenten veelal naar een combinatie tussen disciplinaire verdieping (bv. literatuurwetenschap) en vakken die met de hoofdvak-regio van doen hebben. De vaste bijvakpaketten voldoen maar mondjesmaat aan deze wensen. De disciplinaire verdieping in zo'n pakket gaat - vanuit het perspektief van de student - soms helemaal de verkeerde kant op, terwijl onderdelen van het pakket wèl relevant zijn. Zo kan een student Afrikaanse literatuur vakken van literatuurwetenschap willen volgen (bv tekstanalyse), maar geen zin hebben in zuiver op Europese of Amerikaanse cultuur gerichte vakken.

We moeten ernaar streven de studenten vrijheid te geven.

Overmatige wildgroei (komt die trouwens zo veel voor? en is die in dat enkel geval dan zo erg?) kun je voorkomen door te eisen dat een bepaald gekozen pakket-deel (bv. de 20 ECTS) samenhang vertoont. Daarvoor heb je geen van te voren vastgelegd pakket nodig. Als noch de student, noch de studiecoördinator (of een andere verantwoordelijke) in staat zijn zo'n samenhang aan te tonen, is er blijkbaar wat mis.

----------------------------------

Naam: Wim van Anrooij

Reactie:
Eerst iets over de titel waaronder deze discussie wordt gevoerd ('Wildgroei of duizend bloemen?'). De tegenstelling klopt niet in dit verband. Degenen die voor beperking van het aantal bijvakken zijn (waaronder ikzelf), beschouwen de 'duizend bloemen' als 'wildgroei'.

Het lijkt me van belang om vast te stellen dat de vier typen facultaire bijvakken (om me daartoe te beperken) niet over één kam moeten worden geschoren. De colloquia zijn opgezet voor de bovengemiddelde student. Voor die groep studenten mogen we best iets extra over hebben, ook als het relatief duur onderwijs is. Bovendien worden er thans maar twee van zulke bijvakken gegeven. De opleidingsbijvakken zijn kostenneutraal, omdat het om aanschuifonderwijs gaat. Ook daar hoeft niets te veranderen. De praktijkstudies hebben hun eigen dynamiek.

In het volgende richt ik me op de spectrumbijvakken. Daarvan zijn er momenteel 25. Spectrumbijvakken die een behoorlijk aantal studenten trekken en die positief worden geëvalueerd, dienen te worden voortgezet. Bijvakken die daar niet in slagen, kunnen beter worden beëindigd. De faculteit kan precies berekenen hoe groot de vraag naar bijvakonderwijs is. Afhankelijk van deze vraag en in combinatie met een minimale groepsgrootte van 17 studenten (het getal dat vaak door de faculteit wordt genoemd om het onderwijs 'betaalbaar' te houden) kan het aantal bijvakken worden vastgesteld. Jaarlijks zouden een of enkele 'nieuwkomers' onder de bijvakken de kans moeten krijgen om zich te bewijzen. De bestaande bijvakken moeten op die manier van jaar tot jaar concurreren en kunnen bij te geringe of teruglopende studentenbelangstelling en/of een matige evaluatie worden ingewisseld voor nieuwe bijvakken die het beter doen. Zo ontstaat een open systeem met een extra prikkel om goed onderwi js te blijven verzorgen.

Onderwijs aan te kleine groepen studenten kost relatief veel tijd, meer tijd dan de faculteit kan financieren. Die tijd gaat af van het onderzoek. In het westerse deel van de faculteit is de onderzoekstijd met 500 uur toch al aan de lage kant.

----------------------------------

Naam: Barend ter Haar

Reactie:
Allereerst een korte reactie op het gebruikte metafoor. De Chinese beeldspraak waaraan wordt gerefereerd heeft het over Honderd Bloemen en Honderd Scholen, niet duizend. Veel Chinezen zullen daarbij overigens eerder denken aan de beweging van 1957 waarbij Chinese intellectuelen eerst werden uitgenodigd om (opbouwende) kritiek te leveren, waarna zij vervolgens met geweld werden onderdrukt. Deze toelichting is nadrukkelijk NIET als metafoor bedoeld overigens, al is het wel een risico. Want de titel van deze "draad" suggereert, zoals Wim van Anrooy terecht opmerkt, dat wildgroei iets anders is dan "duizend" bloemen. Dat lijkt me moeilijk vol te houden.

In de inleidende paragraaf mis ik verder een inhoudelijke stellingname. Alleen een titel is toch echt niet voldoende voor het voeren van een discussie. Mijns inziens gaat het niet (en zeker niet alleen) om de keuze tussen een kleiner aantal vol zittende bijvakken of vrijheid blijheid (om een andere metafoor te nemen, met zijn eigen kleuring!). Het gaat ook over de vraag of wij niet meer disciplinaire bijvakken moeten hebben, in plaats van primair empirisch gerichte bijvakken. Een disciplinair bijvak kan heel wel OOK een regionale orientatie hebben, zoals de studies Geschiedenis binnen onze faculteit of Sociologie en Politicologie buiten onze faculteit bijvoorbeeld heel duidelijk westers georienteerd zijn. Minstens even nuttig zouden bijvakken met een expliciet Niet-Westerse inslag, of bijvakken waarin wordt gezocht naar een niet etnocentrische benadering. Waar het mij om gaat is dat men ook en vooral een analytisch apparaat mee moet krijgen, in plaats van informatie. Tot zover.

----------------------------------

Naam: Jan van Ginkel

Reactie: De tegenstelling tussen opleidingsbijvakken en spectrumbijvakken op basis van "kosten" is een oneerlijke. In menig spectrumbijvak zijn colleges ook aanschuifcolleges en daarmee menigmaal net zo "kostenneutraal" als opleidingsbijvakken. Het is de combinatie van de colleges die samen tot één bijvak leiden. Of komt de aap uit de mouw en gaan we ook minimumaantallen aan opleidingen opleggen?

Een groot nadeel van de harde 17 studenten eis is dat spectrumbijvakken gerelateerd aan kleinere vakgebieden daar bijna per definitie niet aan kunnen voldoen, terwijl juist deze bijvakken op de randgebieden van de grote vakken studenten de kans bieden - ook wanneer ze niet briljant heten te zijn - hun horizon op een unieke manier te verbreden. Juist op de arbeidsmarkt wordt een beetje 'anders zijn' zeer gewaardeerd omdat dat de individualiteit en het eigen initiatief van de persoon laat zien. Dat geldt ook voor de middelmatige student, die toch het meeste geld oplevert voor deze faculteit en die juist daarom toch ook recht heeft op een zo goed mogelijke voorbereiding op zijn/haar toekomst.

Ik ben het helemaal met Kossmann eens dat de rigiditeit van het bijvakkensysteem ons opbreekt. Heb een beetje vertrouwen in de studiecoördinatoren en de examencommissies - om over vertrouwen in de eigen studenten maar te zwijgen - en laat deze lieden in samenspraak met de studenten blokken van 20 ECTS invullen op een creatieve en voor de student passende wijze - waarbij het economische element een onderdeel is van het creatieve proces! Ik had begrepen dat decentralisatie de toekomst had. Laat de bijvakken dan ook decentraal vastgesteld worden aan de hand van enkele centrale minimumeisen.

Leiden heeft jarenlang gepretendeerd bij uitstek de Letterenfaculteit van de diversiteit te zijn, waar zoveel mogelijk talen en culturen bestudeerd en onderwezen werden. Nu het niet meer zoveel extra gelden oplevert, gaan we toch niet voor de goedkope eenheidsworst?

----------------------------------

Naam: Joke Nijenhuis

Reactie: Allereerst: het huidige bijvakkensysteem is voor de student ondoorzichtig en veel te rigide in de regelgeving. Dit leidt vaak tot studievertraging, vooral wanneer een student er tussentijds achterkomt dat het door hem/haar gekozen bijvak niet aan de verwachtingen voldoet en hij/zij dus wil 'switchen'.

Enkele opmerkingen bij de verschillende soorten bijvakken:

Spectrumbijvakken:
Ik ben het met Van Anrooij eens dat het aantal spectrumbijvakken beperkt zou moeten worden tot die pakketten die succes hebben.

Opleidingsbijvakken:
Kunnen best gehandhaafd blijven, maar leveren wel vaak door overlapping van collegetijden problemen op. [Ditzelfde geldt overigens voor spectrumbijvakken die grotendeels uit aanschuifonderwijs bestaan, omdat ze zijn samengesteld uit reguliere cursussen van verschillende opleidingen.] De studenten zouden erbij gebaat zijn wanneer de opleidingsbijvakken niet al te rigide moeten worden ingevuld. Wanneer een student een opleidingsbijvak volgt is samenhang immers min of meer al gegarandeerd, omdat het onderdelen bij een en dezelfde opleiding betreft. Opleidingen zouden vrij moeten worden gelaten in de keuze van de onderdelen die ze tot hun bijvak(trajecten) rekenen en niet van tevoren al vastgestelde programma\'s door behoeven te geven aan de faculteit.

Colloquium-bijvakken
Zeker handhaven. Dat is nu eens een goede manier om de student die dat aankan 'meer' te bieden.

Praktijkstudies/Didactiek
Handhaven. Voordeel van met name Praktijkstudies is dat men coherente pakketten levert, die niet afhankelijk zijn van losse bijdragen vanuit opleidingen. Bij Didactiek is dat minder duidelijk. Invulling van vakken naast Leren en communiceren zou op creatieve manier moeten plaatsvinden in overleg tussen student, vakdidacticus en studiecoördinator/examencommissie.

Individuele bijvakken
Laat dit nu ook echt bepalen door student in samenspraak met studiecoördinator en examencommissie (zie ook Van Ginkel in zijn bijdrage). Harde voorwaarde moet zijn dat er duidelijke samenhang is en dat het niveau bewaakt wordt (niet alleen vakken op 100-200-niveau.) Maak het bovendien mogelijk dat een student die serieus twee studies volgt of al een universitaire studie heeft afgerond zijn héle bijvakruimte kan opvullen met resultaten uit die tweede studie. Vaak gaat het immers om de betere student, die we zouden moeten aanmoedigen en faciliteren! Laat die student dan maar rustig een individueel bijvak van 40 ECTS hebben.

Tenslotte: geef duidelijk aan welke vakken van Conservatorium/Kunstacademie nu wel tot de bijvakruimte mogen worden gerekend. Er worden nog steeds tegenstrijdige berichten afgegeven door faculteit, Faculteit der Kunsten en Conservatorium. Ik zou ervoor zijn zgn. 'dubbeltalenten' in ieder geval toe te staan 1 bijvakcompartiment met vakken aan conservatorium of kunstacademie gehaald te vullen. Dit onder verwijzing naar de wervingsslogan van Leiden dat wij "dubbeltalenten een kans geven".

----------------------------------

Naam: Maghiel van Crevel

Reactie: Als we het aantal bijvakken beperken, verdwijnt daarmee geenszins de diversiteit van de faculteit. Maar het moet niet alleen gaan om aantallen, maar ook en vooral om inhoud. In vergelijking met andere letterenfaculteiten ligt onze diversiteit of breedte veeleer op het regionale dan op het disciplinaire vlak. Een prachtige manier om al die regio's te mobiliseren -- en zichzelf kritisch te laten beschouwen -- is ze elkaar te laten ontmoeten in disciplinaire raamwerken. Dat bevraagt zowel aanspraken op universaliteit van theorie en methodologie ("tekst-analyse werkt overal hetzelfde") als doorgeschoten exceptionalisme van de regiostudies ("in China werkt alles anders, dus theorie heb ik niet nodig").

Een andere overweging is hoe we ons willen verhouden tot internationale wetenschappelijke gemeenschappen. Als internationalisering betekent dat we goede mensen van elders hierheen halen en goede mensen van hier in staat stellen elders te studeren en doceren -- anders en fundamenteler gezegd, dat ons onderwijs en onderzoek internationaal meetellen -- groeit de noodzaak regio-studenten aan te zetten tot het volgen van systematisch onderwijs in relevante disciplines: bij voorbeeld literatuurwetenschap & kunstgeschiedenis, taalwetenschap, geschiedenis, media-studies; maar ook politicologie, sociologie, antropologie, economie, religie-studies, filosofie, onderdelen van de rechtswetenschappen. Omgekeerd zouden, als we het gedachte-experiment binnen de reikwijdte van de letteren willen houden, alle kerndisciplines van onze faculteit regionale diversiteit systematisch en duurzaam moeten incorporeren.

Naast (1) de (internationale) wetenschap zijn we verankerd in (2) nationale en internationale samenlevingen: behalve wetenschappelijke vraagstukken moeten dus ook maatschappelijke vraagstukken meespelen bij de bepaling van onze curricula en onze agenda in bredere zin. Een derde factor die ons bepaalt, en vaak beperkt, is (3) de begroting. Als we die laatste bij voorbeeld minimale groepsgrootte of een maximaal aantal cursussen willen laten voorschrijven, ligt het in de rede dat veeleer voor bijvakken te doen dan voor hoofdvakken, zolang we er niet van uitgaan dat een hoofdvak dat weinig studenten trekt daarmee zijn wetenschappelijke en maatschappelijke waarde verliest; en zolang we ervan uitgaan dat grote en kleine opleidingen uit overtuiging kunnen doen aan professionele solidariteit.

De inhoud van (3) onze financiële agenda zal (1) wetenschappelijke en (2) maatschappelijke vraagstukken weinig beïnvloeden. Omgekeerd zouden we (1) onze wetenschappelijke agenda en (2) ons bewustzijn van maatschappelijke vraagstukken -- en van onze rol bij hun zichtbaarheid, verheldering en soms zelfs oplossing -- wèl kunnen inzetten om beargumenteerde aanspraak te maken op (3) meer geld, van binnen de universiteit en van daarbuiten (overheid, bedrijfsleven). De argumentatie van die aanspraak zal alleen overtuigen als ze niet encyclopedisch is maar analytisch, en uitgaat van een welbewust wetenschappelijk profiel. Misschien zouden we daartoe, om terug te keren naar de bijvakken, moeten aanvaarden dat we studenten dan afraden of zelfs de gelegenheid ontnemen naast een regio-hoofdvak ook een regio-bijvak te doen (dus Chinees naast Japans, of Italiaans naast Chinees). Dat is een omstreden idee. Niemand hier zal het leuk vinden een ander de toegang tot (nog) een nieuwe taal en ee n nieuw cultuurgebied af te snijden, zij het ook slechts in werktijd. Maar het zou wel eens de enige manier kunnen zijn om disiciplinariteit een echte kans te geven -- juist temidden van die veelgeroemde diversiteit aan regio's, en nu even afgezien van voors en tegens van individuele aanschuiftrajecten. Misschien zouden we zelfs in zo'n rijtje voor de letteren relevante disciplines -- hierboven staan er twaalf -- nog keuzes moeten maken of op zijn minst accenten leggen, uitgaande van wat we (dwz alle bij dit beeld betrokken faculteiten) hier aantoonbaar goed kunnen, en van wat we redelijkerwijs kunnen verwachten op termijn goed te zullen kunnen, steeds uitgaande van (1), (2) en (3).

Het zij nog maar eens gezegd: als deze faculteit bijzonder is, of het potentieel heeft dat te zijn, is dat niet door een opsomming van haar onderdelen, maar door de manier waarop die in elkaar kunnen grijpen. Op individueel niveau gebeurt dat voortdurend -- misschien meer tussen stafleden dan tussen studenten? -- en dat is een genot. Als we die interactie zouden kunnen institutionaliseren in de curricula hebben onze studenten er ook iets aan: niet alleen in de BA, maar juist ook in de MA by Coursework en de MA by Research (denk aan specialisaties van regio + discipline: bij voorbeeld ideeëngeschiedenis in Oost-Azië). Een voorspelbaar gevolg is dat de docenten, die ontmoetingen van regiostudies en disciplines regisseren, daar op hun beurt beter van worden. En hum promovendi. En hun onderzoek. En onze reputatie. En onze begroting. Enzovoort. Het verhaal is zo goed dat het nog lang niet uit is, om met Lucebert te spreken. Moeten we met dat verhaal niet eens beginnen?

----------------------------------

Naam: Maghiel van Crevel

Reactie:
PS: Bij die relevante disciplines moet in ieder geval natuurlijk ook de archeologie staan -- en misschien nog wel meer.

----------------------------------

Naam: J.F. Borghouts

Reactie:  Zoveel mogelijk bijvakken, natuurlijk. Beoordeling vanuit het verleden is onderhevig aan modekeuzes van dat moment. Wat betreft het aantal deelnemers: laat dat maar over aan de docent of een college doorgaat of niet! Die weegt in eigen verantwoordelijkheid af of hij/zij tijd gaat spenderen aan onderwijs, misschien maar voor een paar mensen (en dat kunnen de toponderzoekers van later worden), of aan onderzoek. Laat aan de werkvloer het initiatief en geef de bestuurlijke regelneverij niet nog meer gelegenheid!

Geef uw reactie

                                    
 
   
vorige pagina top pagina