Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/05 > Column

Onderwijs

    

Vaardigheden

Column door Jef Jacobs

Krijgt de universiteit de door haarzelf opgeroepen geesten weer terug in de fles? Dat de oorzaak van de golf van knip- en plakwerk - in de wandeling ook wel plagiaat genoemd - die de universiteiten en hogescholen teistert, bij die instellingen zelf ligt, lijkt voor velen buiten kijf. Alom weerklinkt het "eigen schuld, dikke bult."

Midden jaren tachtig klonk vanuit de VSNU en de WRR de roep om flexibelere schoolverlaters, die eerder door vaardigheden dan door kennis zouden worden 'gehinderd'. Vaardigheden zouden van meer algemene en dus superieure aard zijn dan feitelijke kennis. Het iteratieve proces van eindeloze feitenverzameling zou met éen klap door beheersing van de principes van het verzamelen zèlf op een hoger plan worden getild. Wat was er nou nog mooier dan de op de eigen noeste activiteit reflecterende leerling of student? Dat appèl sloeg zowel bij de sociale partners als ook in Den Haag aan, met als gevolg een aardverschuiving in de curricula van het voortgezet onderwijs. Kwam er eerst de inmiddels weer terziele gegane basisvorming voor de eerste drie klassen, niet veel later zag de Tweede Fase (als organisatievorm niet te verwarren met het onderwijskundig gedefinieerde Studiehuis) het levenslicht. Er werden reeksen kerndoelen (voor de basisvorming) en eindtermen (voor het voortgezet onderwijs) geproduceerd, die overwegend op vaardigheden betrekking hadden. In de stofomvang werd tegelijk danig gesnoeid, uitgaand van de veronderstelling dat wie de methode kent, naar believen over de feiten beschikt.

Bij dat alles vergat men de ooit door de fameuze A.D. de Groot uitgesproken vermaning, dat er in feite geen echte scheiding bestaat tussen kennis en vaardigheden en dat iedere verabsolutering van die onderscheiding tot onderwijskundige ellende voert*.

De lerarenopleidingen ruilden de ontwikkelingspsychologie in voor de leertheorie. Dat de adolescent juist de eigen identiteit ontwikkelt door bij voorkeur niet te doen wat de docent vraagt, paste niet meer bij de nieuwe ideologie.

Eindelijk zouden de vwo's en gymnasia de eerstejaars aanleveren waarom de universiteit zo dringend verlegen zat: cohorten studenten die al op school vraagstellingen hadden leren formuleren en materiaal verzamelen, om dat alles vervolgens tot een boeiend werkstuk om te smeden. Was dat niet de manier waarop sinds jaar en dag de alma mater toch al te werk ging?

Helaas was de praktijk gans anders. In meer dan éen opzicht. De universiteiten en hogescholen verschilden in feite aan de basis in het geheel niet zoveel van wat voordien in de hogere klassen van vwo en gymnasium gangbaar was. Hier en elders behelsde een talenstudie in de aanvangsfase gewoon grammatica en idioom leren, vertalen, de beginselen van het gothisch of oud-frans onder de knie krijgen, literaire werken, of zeg maar gewoon: boeken lezen en meer van zulk concretistisch gebuffel. En in de historische vakken moet men als ik goed ben geïnformeerd overwegend de handboeken onderwezen hebben. De "hogere" vaardigheden werden bewaard tot in latere fasen van de studie. Eerst moest de student iets weten, voordat hij er iets mee kon of mocht doen.

En zo waren we eind vorige en begin deze eeuw getuige van het merkwaardige beeld dat de universiteiten achter het voortgezet onderwijs aanhobbelden. Op school zette men vol in op vaardigheden, aan de universiteit had men moeite om in die koers bij te benen. Je mag nu concluderen dat er midden jaren tachtig nogal wat licht zat tussen de opvattingen van de universitaire bestuurders en de aan hen toevertrouwde werkvloer.

Inmiddels is het weer tijd voor kennnis en de feiten, waarzonder, zoals we nu beseffen, bezwaarlijk vaardigheden kunnen worden toegepast. De nu beginnende student heeft echter geleerd met behulp van snel bereikbaar materiaal op vlotte manier een goed ogend werkstuk te componeren, niet te zeer gehinderd door de vraag naar aard en herkomst van dat materiaal. Op school kan die opdracht dan afgevinkt worden, want leraren hebben de tijd niet om die stroom van werkstukken naar behoren te beoordelen. Zoals we inmiddels weten, voelen zij zich als gevolg van al dat gevink tot boekhouders gedegradeerd.

En in het hoger onderwijs moet nu die praktijk worden hersteld. Hoe? zult u vragen. Ook wij willen veel laten schrijven. Dat schrijven is inmiddels tot de pijlers van een academisch curriculum gaan behoren. Wanneer de middelbare school in de komende jaren de feitenkennis en de zorgvuldigheid in de omgang met bronnen in ere herstelt, dan zal toch de simpele weg terug voor het hoger onderwijs onbegaanbaar zijn. Wij moeten er mee rekenen, dat er méer en intensiever geschreven zal worden. Willen we daarbij al dan niet opzettelijk plagiaat tegen gaan, dan impliceert dat drieërlei: Systematische aandacht voor goede wetenschappelijke mores. Invoering van deugdelijke methoden van plagiaatdetectie (een plagiaatscanner is noodzakelijk, maar beslist niet voldoende). En een sanctiesysteem, streng doch rechtvaardig.

Die plagiaatdetector zal er dit cursusjaar - in overleg met College en overige faculteiten - nog komen; het sanctiesysteem is er, maar verdient wellicht nadere precisering. De aandacht voor 'hoe het eigenlijk hoort' in wetenschap, is urgent. In veel opleidingen is die er al ruimschoots. De good practices daarvan moeten we gebruiken voor een stevige verankering in het hele facultaire onderwijs.

* Zie hiervoor al in de geest van De Groot: Max van der Kamp, Wat nemen leerlingen mee van kunstzinnige vorming? SVO-reeks 29, Den Haag 1980 (Staatsuitgeverij).

Stelling

Ik ben benieuwd naar uw reactie op de volgende stelling:

  • Efficiënte plagiaatbestrijding is slechts mogelijk met een helder systeem van sancties.

Lezersreacties

Naam: Drs. J.I.Petter
Reactie: Mee eens, maar preventie is ook belangrijk door bij alle opleidingen tijdens het verplichte college 'methoden en technieken' aan jongerejaars ook uit te leggen wat nu juist niet de bedoeling is en waarom.

Naam: Frans-Willem Korsten
Reactie:
Beste Jef,
Iedere maatschappij of organisatie waar het goed toeven is, kenmerkt zich niet door de dreiging met sanctie maar door het goede voorbeeld. Je hebt mij, bijvoorbeeld, uitgenodigd om hier te komen werken en het eerste wat ik hoor is: 'Als ik verneem dat je een keer te laat bent gekomen, controleren we dat en als het waar is, lig je er uit!' Hartelijk welkom. De oplossing is verschrikkelijk eenvoudig. Laat studenten opdrachten maken waarbij geen plagiaat mogelijk is. De Amerikaanse paranoia-maatschappij (code geel, code oranje, code rood!!!!) lokt kopiëring uit. Laten we niet in die val lopen. Een maatschappij of organisatie waar een hele gemeenschap zich bedreigd moet voelen vanwege het gedrag van een enkeling getuigt van weinig vertrouwen in zichzelf. Funest. Leg studenten voor wat goede werkstukken zijn, daag ze uit om het net zo goed of beter te doen. Gun ze het intense plezier van eigen werk, met goed gebruik van het werk van anderen.

Inhoudsopgave Forum 7 (14 december 2005)

                                    
 
   
vorige pagina top pagina