Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/05

Onderzoek

Het onderzoek van ...

In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van. vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen. Deze maand vertelt Paul van Els zijn promotieonderzoek naar de Wenzi, een Chinese politiek-filosofische tekst.

Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoeksproject gekomen?

Tijdens mijn studie Sinologie, in Leiden, Peking, Cambridge en Leuven, stuitte ik regelmatig op de Wenzi, een Chinese politiek-filosofische tekst van pakweg 2000 jaar oud die wordt toegeschreven aan een discipel van Laozi (Lao-tse, Lao-tzu), de beroemde partriarch van het daoïsme. Ik merkte op dat over de achtergronden van de Wenzi weinig zekerheid bestaat en dus veel tegenstrijdige meningen -een prachtonderwerp voor een promotieonderzoek.

 
Paul van Els
Homepage: www.let.leidenuniv.nl/pvanels
 

Kunt u vertellen waar het onderzoeksplan over gaat? Welke vraag staat centraal?

De Wenzi dateert van vóór het begin van de christelijke jaartelling, maar is in de derde eeuw daarna grondig herzien. Iemand heeft toen lange passages uit andere teksten toegevoegd, de namen van de protagonisten veranderd, het aantal hoofdstukken uitgebreid en voor elk hoofdstuk een nieuwe titel bedacht. De oorspronkelijke Wenzi is in dat proces verloren gegaan. De herziene Wenzi is wel overgeleverd en heeft een stormachtige geschiedenis doorgemaakt. In de eerste eeuwen na die drastische herziening werd de Wenzi gelezen en geprezen door de hele geletterde bovenklasse in het keizerlijke China, van filosofen en literatuurcritici tot staatslieden en keizers. De tekst werd bewaard in bibliotheken in de hoofdstad en alle uithoeken van het land, opgenomen in encyclopedieën en bloemlezingen, geciteerd door ministers en monniken, en door tenminste vijf geleerden afzonderlijk van commentaar voorzien. Ook Keizerin Wu, de enige vrouwelijke keizer in de Chinese geschiedenis, heeft omstreeks 685 CE een passage voorzien van haar commentaar. In 742 voegde Keizer Xuan de Wenzi zelfs toe aan de officiële canon, waardoor talloze jonge mannen de tekst van buiten moesten leren voor de ambtelijke examens (met 40.000 woorden overigens geen gemakkelijke opgave). Niet lang daarna brak een opstand uit, met een lange periode van maatschappelijke chaos tot gevolg. Dit noopte Chinese geleerden tot een kritische bespiegeling op hun verleden, inclusief de uit het verleden overgeleverde teksten. Daardoor rees twijfel over de authenticiteit van de Wenzi, die steeds minder als filosofisch waardevol ging gelden, en uiteindelijk werd verworpen als een vervalsing en in de vergetelheid raakte. De tekst werd nog wel overgeleverd, maar zelden in positieve zin besproken. Tot 1973, toen niet ver van Peking een manuscript van de oorspronkelijke Wenzi, geschreven op bamboelatjes, werd gevonden in een koninklijke graftombe uit 55 BCE. Deze vondst betekende een heropleving van interesse in de tekst en leverde verrassende inzichten op. In mijn onderzoek werk ik met de overgeleverde tekst en met de gepubliceerde transcriptie van het bamboe manuscript, dat ik tijdens veldwerk met eigen ogen heb mogen aanschouwen. Ik beantwoord fundamentele vragen over de Wenzi, of liever gezegd, de Wenzi's: Wie heeft de tekst oorspronkelijk geschreven? Wanneer? Met welk doel? En wie heeft de tekst enkele eeuwen later herzien? Wat motiveert die persoon om grote lappen tekst uit andere politiek-filosofische werken aan de oorspronkelijke Wenzi toe te voegen, deze nieuwe, omvangrijke lappendeken grondig aan te passen en zo een vrijwel onherkenbare Wenzi  te creëren? Hoe verhouden zich de Wenzi's tot andere Chinese filosofische teksten? Kortom, ik probeer beide Wenzi's te plaatsen in hun respectievelijke context. Daarnaast bestudeer ik de receptie-geschiedenis van de (herziene) Wenzi. Hoe kan een tekst eeuwenlang worden opgehemeld en later resoluut worden verworpen als een vervalsing? Wat zegt dit over de beleving van teksten in de Chinese samenleving? Over de waarde van teksten in het leven van de lezer? Over veranderende noties van auteurschap en authenticiteit? Deze case study op basis van één tekst levert boeiende inzichten in de Chinese cultuur, die vanouds onvergelijkbaar veel waarde hecht aan het geschreven woord.

 
Wenzi met het commentaar van Du Daojian (1237-1318) in een Qing-dynastie uitgave die in 1989 is herdrukt door de Shanghai Uitgeverij voor Oude Teksten.
 

Wat zijn de boeiendste kanten van het project?

Ik geniet van historisch detectivewerk en de mogelijkheid om een geschiedenis tot leven te brengen. Dit contact met het verleden uit zich soms heel letterlijk, bijvoorbeeld toen ik de beschreven bamboelatjes in mijn handen hield, die eens het bezit waren van een koning in de Han dynastie. Verder ben ik gefascineerd door het denken en handelen van mensen. Ik probeer als het ware in de geest van oude Chinese geleerden te kruipen om erachter te komen waarom sommigen teksten samenstellen door knippen-en-plakken, terwijl anderen zogenaamde "vervalsingen" resoluut afwijzen. 

Welk resultaat hoopt u te behalen?

Met mijn onderzoek probeer ik een betrouwbaar en genuanceerd beeld te schetsen van het ontstaan van de twee Wenzi's en de receptie van de herziene tekst. Verder hoop ik dat mijn onderzoek leidt tot een onbevooroordeelde waardering van beide Wenzi's. Veel mensen beschouwen de oorspronkelijke Wenzi tegenwoordig als een authentiek werk uit de tijd van Laozi en de herziene Wenzi als een waardeloze vervalsing. Ik toon aan dat de oorspronkelijke Wenzi lang na Laozi geschreven is, maar daarom niet minder "authentiek" is, en dat de herziene Wenzi inderdaad een "vervalsing" is, maar wel een belangrijk document voor ons begrip van die tijd.

Hoe bevalt het aio-bestaan op deze faculteit?

Mijn onderzoek, onder de bezielende begeleiding van professor Carine Defoort, specialiste op het gebied van het Chinese gedachtegoed aan de Katholieke Universiteit Leuven, en professor Maghiel van Crevel, hoogleraar Chinese Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden, vindt voornamelijk plaats aan de Onderzoeksschool voor het "Niet-Westen" (CNWS) en het Sinologisch Instituut. Aan het CNWS worden aio's flink in de watten gelegd. Eigen kantoor, prima ICT voorzieningen en secretariële ondersteuning. Voorts stimuleert het CNWS interactie tussen aio's met uiteenlopende regionale en disciplinaire achtergronden, die in hun onderzoek soortgelijke problemen tegenkomen. Het Sinologisch Instituut, dat een van de grootste sinologische bibliotheken buiten China huisvest, vormt een omvangrijke bron van kennis en biedt mij daarnaast de mogelijkheid om, als docent, mijn fascinatie voor oude Chinese teksten over te brengen op nieuwe generaties sinologen.

Zie ook: homepage Paul van Els

                                    
 
   
vorige pagina top pagina