Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/05 > Interview

Interview

"Den Haag is ons schouwtoneel"
Nieuw hooglerarenduo bij Sociale Geschiedenis

Niet vaak worden hoogleraren zo sensationeel gelanceerd. Onder toeziend oog van o.a. burgemeester Deetman werden 19 oktober Leo Lucassen en Wim Willems met champagne en veel publiciteit in hun nieuwe functie benoemd. Samen gaan zij het hoogleraarschap op de leerstoel Sociale Geschiedenis aan de Leidse letterenfaculteit vervullen. Een gesponsorde leerstoel, die zich voor een groot deel toelegt op het bestuderen van de sociale geschiedenis van Den Haag. Hoe 'Haags' zijn de hoogleraren eigenlijk?

Leo Lucassen        
Leo Lucassen (1959) (links) en Wim Willems (1951) werken inmiddels al twintig jaar samen. Zij hebben veel gezamenlijke publicaties op hun naam staan. Thema's zijn onder meer migratie, integratie en de geschiedenis van zigeuners.
     Wim Willems

door Linda Vermeulen

Ze kennen elkaar uit hun Leidse studietijd. "Zo begon het", zegt Leo Lucassen, en laat een grote foto zien waarop ook Wim Willems en twee studiegenoten met hun lijfboeken in de hand op een bank zitten. Lucassen: "Het 'Samenwerkingsverband Onderzoek Zwervende Groepen', noemden wij ons." Willems: Ik heb nog een rood T-shirt uit die tijd, met de letters SOZG er op. Met Annemarie Cottaar - die ook op de foto staat - woonde ik al jaren samen. Wij hebben ons vak met zijn drieën - in de liefde en de vriendschap - totaal kunnen uitleven."

Dik van Arkel, de toenmalige hoogleraar Sociale Geschiedenis, had een groepje studenten en promovendi om zich heen verzameld, dat zich met 'uitsluitingsprocessen' bezighield. De hoogleraar inspireerde de jonge onderzoekers zeer. In 1986 werd zijn leerstoel wegbezuinigd. Willems en Lucassen willen nu de Sociale Geschiedenis in Leiden weer doen herleven. Willems: "AD/Haagsche Courant was samen met burgemeester Deetman van Den Haag de initiatiefnemer van deze leerstoel. Samen hebben zij gezorgd dat er geld kwam en zijn zij naar de Universiteit Leiden gestapt. Leiden heeft toen de fantastische strategische beweging gemaakt door een volledige leerstoel met een bijzondere leeropdracht te creëren."

     
Het zogenaamde SOZG in 1985, v.l.n.r.: Wim Willems, Charles Jeurgens, Leo Lucassen, Annemarie Cottaar

Hoe geven de nieuwe hoogleraren invulling aan hun halve Leidse baan?

"Het idee om deze post samen te vervullen kwam van ons", vertelt Lucassen. Willems houdt kantoor aan de campus Den Haag en Lucassen in gebouw 1174 in Leiden. Allebei zetten ze hun huidige baan voort; Lucassen blijft twee en een halve dag hoofddocent aan de leerstoelgroep Economische en Sociale Geschiedenis van de UvA. Ook collega Willems blijft voor vijftig procent aan de UvA werken. Samen met Lucassen is hij onderzoeker en clusterleider van de historische sectie van het 'Instituut voor Migratie en Etnische Studies', waar hij voornamelijk onderzoek doet naar postkoloniale geschiedenis. Willems is erg enthousiast over de werkcolleges die hij gaat geven. Voor hem is dit een primeur: "Tot nu toe deed ik vooral onderzoek en adviseerde ik slechts af en toe studenten met een gerichte vraag over mijn onderzoeksgebied."

De leerstoel wordt voor de helft door de Gemeente Den Haag, Fonds 1818 en AD/Haagsche Courant gesponsord. Dit is bijzonder voor een 'gewone' leerstoel. Het doel is onder andere om de bestudering van de sociale geschiedenis van Den Haag een nieuwe impuls te geven. Hoe 'Haags' zijn Willems en Lucassen?

Willems groeide op in de stad achter de duinen, schreef een aantal boeken over zijn Haagse jeugd en bericht ook voor AD/Haagsche Courant over de stad en haar inwoners. Willems: "De krant is een fantastisch platform om lezers bewust te maken van hun verleden en ze te laten meeschrijven aan hun eigen geschiedenis." Lucassen verruilde als student het Limburgse voor het Leidse en heeft geen bijzondere binding met Den Haag. Beiden hielden zich tot nu toe niet wetenschappelijk met Den Haag bezig.

Hoe 'Haags' wordt de nieuwe leerstoel?

Lucassen: "De sponsoren willen een weerslag van de stad terugzien in ons onderzoek, maar wij zullen niet voortdurend colleges over Den Haag geven. We hebben niet alleen met Den Haag, maar ook met Leiden te maken, namelijk met het vakgebied Sociale Geschiedenis. Waar het kan, betrekken wij Den Haag erbij."

Wat maakt Den Haag voor sociaal historici zo interessant?

Willems: "Als migrantenstad is Den Haag zeer interessant; denk bijvoorbeeld aan de koloniale link met Indonesië. Ook wemelt het er van de expats. Het zou interessant zijn te onderzoeken hoe deze groep zich van de samenleving afkeert; zo sturen zij hun kinderen naar eigen scholen. Andere immigranten wordt dit altijd kwalijk genomen."

Lucassen: "Den Haag is al eeuwen een bestuurlijk centrum en heeft daardoor een sterke internationale uitstraling, wat wederom een ander soort migranten genereert; zowel elite als niet-elite. Bovendien is de koloniale connectie bijzonder, wat het grote aantal Hindoestanen en Indische Nederlanders verklaart. Maar voor een deel vind ik Den Haag ook níet bijzonder; veel processen zie je immers ook in andere steden terug. Den Haag is puur ons schouwtoneel. De historische ontwikkelingen die wij in het Haagse gaan bestuderen kunnen we verbinden met onderzoek dat zich op stigmatisering, beeldvorming en vooroordelen ten opzichte van minderheden richt." 

Een van uw doelstellingen is om een `Centre for Urban Studies` op te richten. Hoe gaat dit centrum er uit zien?

Lucassen: "Het centrum moet de komende vijf jaar van de grond komen en gaat zich interdisciplinair - historisch, bestuurskundig, politicologisch en sociologisch - bezighouden met de grote-stedenproblematiek van nu en de afgelopen eeuw. Daarnaast heeft het centrum een populariseringkant; wij willen lezingenreeksen organiseren die niet alleen bedoeld zijn voor studenten, maar ook voor andere partijen in Den Haag, zoals politici en journalisten."

U noemt Den Haag slechts "schouwtoneel". Had het centrum net zo goed in Rotterdam of Amsterdam kunnen staan?

"Ja", zegt Lucassen, "maar dit initiatief is nu eenmaal vanuit Den Haag gekomen. Stadsgeschiedenis is een populaire tak van sport, veel universiteiten hebben een eigen stadsgeschiedkundige. Wat dit centrum van de stadshistorici onderscheidt, is dat bij hen de stad centraal staat en niet zozeer een bepaalde sociale problematiek, zoals bij ons."

AD/Haagsche Courant schreef dat u "theoretische kennis zo veel mogelijk gaat koppelen aan praktische adviezen." Bent u als een soort beleidsmedewerker aangesteld?

"Stond dat echt in de krant?" vraagt Willems. "Het is een nobel streven, te denken dat je dat kunt bereiken. Als wetenschapper kun je echter geen sociaal ingenieur zijn. Als een onderzoek tot meer sociale cohesie bijdraagt, dan is dat als neveneffect prima, maar daar zijn wij niet in eerste instantie op uit. Wij zijn geïnteresseerd in sociale problemen en de analyses daarvan." aldus Lucassen. Waaraan Willems toevoegt: "Wij zijn wel geëngageerd en maatschappelijk betrokken, maar we zijn geen activisten. Wij houden afstand tot ons onderzoeksgebied. Wel zou je ons een soort 'historisch activisten' kunnen noemen; wij zijn activist in het actief overbrengen van historische kennis. Dit betekent dat wij samenwerken met musea en archieven en dat wij niet alleen voor collegezalen, maar voor een breder publiek het verhaal van een stad willen vertellen."

Links

                                    
 
   
vorige pagina top pagina