Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Reportages

Reportage

Arbeidersgezang, Chinese rock en buddha machines

Het geluid bij de foto's over Chinese muziek

door Jesca Zweijtzer

Imagine! heet de tentoonstelling, omdat je je, bij het zien van foto's met Chinese muzikanten en van glazen kasten met muziekinstrumenten in de Sinologische bibliotheek, een voorstelling moet maken van de muziek. Je hoort niks. Bij de opening van die tentoonstelling was er daarentegen veel te horen. En, zo beloofde Hanno Lecher, hoofd van de bibliotheek, de komende paar weken zullen steeds vlak voor sluitingstijd uit de geluidsinstallatie muziekfragmenten van alle genres klinken die vanaf november ook online op de website van de opleiding Chinese taal en cultuur te beluisteren zijn.
Bij Chinese muziek denken de meeste mensen aan pentatonische toonladders, Peking-opera en traditionele snaarinstrumenten als de erhu. Dat is terecht, maar heel beperkt. De muziekcultuur is van oorsprong veel breder dan dat, en heeft door de laatste decennia een grote ontwikkeling doorgemaakt. In bepaalde kringen behoort zelfs de Chinese rock al niet meer tot de nieuwe muziek.

 
 

Bedelaarsinstrument

Frank Kouwenhoven, een van de oprichters van CHIME (European Foundation for Chinese Music Research), begon met te zeggen dat een overzicht geven van de Chinese muziek lijkt op een vergelijking maken tussen Bulgaarse vrouwenkoren en Italiaanse pop. De geluidsfragmenten en  videobeelden die het publiek in de achterste zaal van de bibliotheek voorgeschoteld kreeg, illustreerden dat heel aardig. Van de hippe 'Twelve Girls Band' (momenteel immens populair bij alle lagen van de bevolking, omdat ze traditioneel Chinees met westers klassiek en populaire muziek combineren) via gezang tijdens de zware arbeid op het platteland en geschreeuwde rock in donkere zaaltjes naar minimalistische, new age-stijl muziek. De laatste twee genres respectievelijk besproken door Jeroen Groenewegen, pas afgestudeerd sinoloog, en Yan Jun, die naast avant garde geluidskunstenaar ook muziekcriticus en dichter is in China.
Met deze muziekstijlen in vogelvlucht, kwamen ook veel bijzondere wetenswaardigheden voorbij. Zo was muziek in China vroeger niet alleen ter vermaak. Het had vaak nauwe banden met literatuur, er waren politieke implicaties, het speelde een rol in religieuze rituelen. En toch werd er, verrassend genoeg, tot voor kort op muzikanten neergekeken. De erhu was een bedelaarsinstrument. En acteurs in de Peking Opera waren vaak met harde hand getrainde kinderen, gekocht van arme families die ze niet meer konden onderhouden. De romantiek van de muziek was ver te zoeken. Bij traditionele begrafenissen kan muziek juist weer heel vrolijk zijn, zoals bleek uit een videoopname van een muziekgroep uit Shanxi, die het bedroefde gezelschap letterlijk stond op te vrolijken.

 
 

Experimentele muziek

Muziekcriticus Yan Jun verraste de bezoeker met hippe handzame apparaatjes waar muzikale fragmenten uitkwamen ter illustratie van zijn lezing. De schrijver van dit artikel is zelf niet erg in deze techniek thuis, waarschijnlijk zat daar een mp3-speler en/of een iPod tussen, maar veel indruk maakte de zogenaamde 'buddha machine': een doosje ter grootte van een pakje sigaretten waar (zolang de batterij het doet) normaal gesproken continu boeddhistisch gezang uit klinkt, maar waarop een muziekgroep uit de experimentele muziekscene zijn eigen, meditatieve, klanken had geprogrammeerd. 'In de jaren 90 was rock in China heel hip en voor veel mensen was het ook een levensstijl,' memoreerde Yan Jun. 'Maar in feite fungeerde het voor heel veel jonge mensen meer als brug naar een eigen levensstijl dan dat ze rocker in hart en nieren waren. De nieuwe muziek van nu, de experimentele muziek, is vaak meer een echt persoonlijke stijl.' Overigens, zo verzekerde hij, wordt er door negentig procent van de jeugd nog gewoon muziekstijlen gekopieerd - het merendeel van de Chinese jongeren heeft toch als begrijpelijk doel snel een belangrijk deel van de wereld te vormen in plaats van zich koste wat kost te onttrekken aan de mainstream.

 
 

De fototentoonstelling in de sinologische bibliotheek (tot 31 september 2006 te bezichtigen) prikkelt de nieuwsgierigheid door bij de uitleenbalie te beginnen met beelden van de avant garde. Aan de bijschriften is veel aandacht besteed, de achtergrondinformatie is zeer lezenswaardig, ook al betekent het dat je je soms over een hardwerkende student heen moet buigen. Muziekfragmenten zijn vanaf november te beluisteren via de website van de opleiding: www.tcc.leidenuniv.nl.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina