Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/05 > Boeken

Jos las Leids

Een selectie van Leidse publicaties besproken door Jos Damen (Universiteitsbibliotheek)

 

Indische klapperboom

Gerard Termorshuizen is een Leidse schatzoeker. Hij blaast het stof van oude kranten en tijdschriften en vindt altijd weer een paar pareltjes. Die pareltjes poetst hij op: teksten van vergeten auteurs krijgen een verantwoorde en leesbare uitgave. Termorshuizens laatste vondst is een vijftigtal rijmkronieken van Melis Stoke, het pseudoniem van Herman Salomonson. Salomonson schreef voor de Groene Amsterdammer en de Java-Bode, was directeur van het Haagse persbureau Aneta en publiceerde enkele romans. Krap 50 jaar oud werd hij door de Duitsers in Mauthausen vermoord. Salomonson was een snelle slimme succesvolle journalist. Hij was tussen 1924 en 1926 hoofdredacteur van de Java-Bode, dat hij van de ondergang redde en waarin hij levendige rijmkronieken publiceerde. Zo riposteerde Salomonson de dichter Jan Prins, die dichtte "hoe groen of al die groenten [in Indië] zijn":

 
Ik kijk de kat uit de klapperboom

'k Heb vruchtloos op mijn pen gekloven
en martelde mijn moede brein,
maar 'k kon nog altijd niet geloven
hoe groen uw groene groenten zijn.

In andere rijmkronieken heeft Salomonson (Melis Stoke) het over Indische politiek, veelwijverij, Indische gewoontes en alledaagse zaken. Indië anno 1925 komt in 140 pagina's compleet tot leven.

Melis Stoke: Ik kijk de kat uit de klapperboom; vijftig Indische rijmkronieken, bijeengelezen en ingeleid door Gerard Termorshuizen. KITLV Leiden, 2005.
ISBN 9067182494 EUR 12,50

 

 

Kleintje Pasternak vertaald

Leidse Petra Couvée vertaalde de Peredelkino-cyclus van Boris Pasternak. Het is een complexe reeks natuurgedichten van deze Russische Nobelprijswinnaar. De bundel weerspiegelt aan de ene kant de prachtig mooie zweverigheid van Pasternak en verenigt aan de andere kant de bloeiende seringen en de vette Russische klei.

Pasternak is een genie. Pasternak is een Rus. De combinatie is meestal dodelijk. Pasternak werd er 70 jaar oud mee. Couvée brengt de tegenstelllingen in Pasternaks karakter in haar inleiding kort door de bocht in kaart. "Pasternak liep licht mank en had door het jarenlange roken van papirossen (een Russische sigaret van zware tabak met een kartonnen mondstuk) een gebit als een asfaltweg. Zijn karakter was minder hoekig en daadkrachtig dan de foto's doen vermoeden. Pasternak was uiterst beminnelijk, op het vleierige af, geneigd het ieder naar de zin te maken. Hij vond het om die reden moeilijk standpunten in te nemen, waardoor hij vooral duister en vaag werd, of erger, ambigu. Die vaagheid doortrok zijn bestaan: blond en brunette in de liefde, joods en Russisch-orthodox in de religie, en fellow-traveller en apolitiek in de ideologie."(pag. 12).

 
Boris Leonidovistsj Pasternakmuseum (Peredelkino, blz.11)

Uitgeverij Douane kende ik nog niet. De Rotterdamse uitgeverij blijkt vooral aparte vertalingen uit te geven: Deelder in 30 talen, maar ook een auteur als Nazim Hikmet. De uitgave van Pasternaks gedichten is verzorgd. Couvée's vertalingen zijn mooier dan het omslag van het boekje. Het Nederlands is nergens geforceerd: zelfs de combinatie Moskou / vrieskou klinkt natuurlijk. Het boekje kost niet veel. Koop er twee, lees er één en geef er één aan uw geliefde.

Boris Pasternak: Peredelkino ; uit het Russisch vertaald door Petra Couvée. Uitgeverij Douane Rotterdam, 2005. ISBN 9080880469. EUR 10

 

 

Katholieke Feldbrugge

Wie ooit bij het uitgaan van een katholieke kerk in de buurt van Leiden een kleine man met een lange baard tegenkomt die in het Oud-Slavisch wat woorden mompelt, kan de volgende woorden in het Nederlands met hem meebidden: "De allerheiligste, allerzuiverste, allergezegendste en roemrijke, onze heerseres de Godsmoeder en altijd maagd Maria met alle heiligen in gedachten roepend, dragen wij onszelf, elkander, en geheel ons leven aan Christus op."

Die kleine meneer is emeritus Feldbrugge, 30 jaar Leids hoogleraar over het recht van Rusland en toch nog steeds katholiek.

Hoewel Leiden eeuwenlang een streng-protestantse universiteit was, hebben er vrijwel altijd katholieken gewerkt. De eerste eeuw was dat nog maar nauwelijks het geval, maar vier eeuwen later was een pater Franciscaan gewoon hoogleraar in Leiden: J.C.M. van Winden OFM.

 
Ferdinand Feldbrugge

Van Winden (*1922) was drie personen: hoogleraar Grieks, pastoor van de Leidse Hartebrugkerk (="Koeliekerk" =Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen) in de Haarlemmerstraat en één van de beminnelijkste mensen in Leiden.

Terug naar Feldbrugge. Ferdinand F. (*1933) schreef Mijn katholieke geloof verklaard. In zijn apologie ziet hij de eucharistie als het hart van het geloof. Niet verwonderlijk hebben de katholieke kerk en de orthodox-oosterse kerk volgens Feldbrugge veel gemeenschappelijke kenmerken: diverse leerstukken, het apostolisch-hiërarchisch karakter en natuurlijk de centrale plaats van Maria, de Bogoroditsa. Feldbrugge kiest een vrij orthodoxe lijn. Het mooiste in zijn boekje vond ik de duiding van het Weest gegroet. Het gebed krijgt door de verklaring een nieuwe dimensie. De Oegstgeestse uitgeverij Colomba koos voor dit boekje het lelijkst mogelijke omslag: Stonehenge onder rode lucht. Gelukkig kent het katholieke geloof ruime vergeving. Mag een volgende maal Maria Sterre der Zee op het omslag?

Ferdinand Feldbrugge: Mijn katholieke geloof verklaard. Uitgeverij Colomba Oegstgeest, 2003. ISBN 9073810582. EUR 12,60

 

 

Lord Alfred Douglas

"Wraak is een schotel die koud geserveerd wordt." Oud-Leienaar en melomaan Caspar Wintermans schreef in 1999 een biografie van de boezemvriend van Oscar Wilde, Lord Alfred Douglas. Het prachtig uitgegeven boek ligt nu voor een spotprijs bij De Slegte.

Douglas was een klein decennium de muze van Oscar Wilde. Hij is een fascinerend personage: zoon van een gekke markies, ruziezoekende pervert, trouweloze hond, genotzoekend rijkeluiszoontje. Of was hij een bevlogen dichter, katholiek Tory, antisemitische burgerman, liefhebbende oom, geniaal hoofdredacteur, gekke smulpaap? Of speelde hij met verve alle rollen?

 
Titelplaat (door Walter Spindler) van Poems (in: Alfred Douglas)

Lord Alfred Douglas haalde de geschiedenis tot nu toe vooral als vriendje van Oscar Wilde -met veel vallen en opstaan- tussen 1891 en 1900 en als indirecte oorzaak van Wilde's gevangenschap (in Reading Goal) en ondergang. "Maar deze keerzijde had een medaille." (pag. 53). Wintermans doet een dappere, maar te partijdige poging die medaille te laten zien. De rehabilitatie lukt als hij Douglas als dichter in his own right toont. 45 pagina's poëzie overtuigen de aficionado. Volgens Antoine Bodar is kunst gestolde ontroering (volgens Wintermans: dixit 18 november 1986 op de Leidse studentenvereniging Augustinus). Dan is Douglas' poëzie kunst.

Think how the hidden things that poets see
In amber eves or morning crystalline,
Hide in their soul their constant quenchless light,
Till, called by some celestial alchemy,
Out of forgotten depths, they rise and shine,
Like buried treasure on Midsummer night.

Caspar Wintermans: Alfred Douglas, de boezemvriend van Oscar Wilde. Uitgeverij De Arbeiderspers Amsterdam, 1999. ISBN 9029555998. EUR 9.90 (nog enkele exemplaren bij De Slegte)

 

 

Jam en marmelade: letterkunde en natuurwetenschap

Een Engelse dame vroeg in een luxe hotel in Istanbul om marmelade. De kelner kwam met een rijke keuze confitures. De dame bekeek ze nauwkeurig -met toenemend afgrijzen- en zei ten slotte: Oh no, those are jam, not marmelade.

Hendrik Casimir, directeur van Philips NatLab, schreef in een essay in het tijdschrift De Gids ooit dat letterkunde en natuurwetenschap zich niet precies verhielden als jam en marmelade.

Als om Casimirs gelijk te bewijzen brachten de Leidse hoogleraren Rob Visser en Frans Saris een fascinerende dikke pil uit: Trots en twijfel. In dat boek staan 500 pagina's Nederlands natuurwetenschappelijk onderzoek uit de 20e eeuw zoals dat werd gepubliceerd in het Nederlands algemeen cultureel tijdschrift De Gids. Wie alle jaargangen van De Gids sedert 1837 op een rijtje zet, staart meer dan 25 meter gestolde wetenschap en cultuur in het gezicht. Deze bloemlezing uit De Gids is prachtig, verrassend en veelzijdig -ondanks en dankzij de toespitsing op de Nederlandse natuurwetenschap.

 
Trots en twijfel

Trots en twijfel bevat mooie In memoria van onder meer van 't Hoff en Kamerlingh Onnes.

Het bevat mooie ontwikkelingsschetsen van de natuurwetenschap: Einstein, fysica, antropobiologie en kernenergie. Het boek geeft ook een goed maatschappelijk tijdbeeld. Dijksterhuis veegt (in 1936!) de vloer aan met de Duitse -antisemitische- fysica van Philipp Lenard. Mulisch schrijft over het opperwezen. Vroman, Lucebert en Achterberg geven literair commentaar op de natuurwetenschap. Opvallend is verder de opgenomen persoonlijke oratie van Saris -in de vorm van een wetenschappelijk dagboek en de minstens even opvallende kritiek op dat werk door Van Kampen. De samenstellers lieten beide stukken uit het papieren graf lherrijzen.

Heb ik niets te zeuren? Jazeker: helaas lazen de samenstellers Visser en Saris niet alle bijdragen helemaal door. Anders hadden ze kunnen weten wie de auteur van het ingehouden memoriam van de sympathieke Ehrenfest was. Dat In Memoriam uit 1933 wordt nu toegeschreven aan "De redactie" van De Gids. De enige echte schrijver was het redactielid J.D. van der Waals jr., zoals ook uit de tekst blijkt. Van der Waals wordt verder tekort gedaan in de index van dit schitterende boek: daar wordt junior helaas met vader Van der Waals op één hoop gegooid. Een klein smetje op een machtig boek.

Trots en twijfel: kopstukken uit de Nederlandse natuurwetenschap van de twintigste eeuw. Samenstelling en redactie: Frans Saris en Rob Visser.
Uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2005.
ISBN 9029075899. EUR 30

 

 

Jules Verne bij de aborigines

Over het werk van Jules Verne (1828-1905) wordt in de serieuze letteren vaak nogal smalend gedaan. Wat stijl betreft is dit zonder meer terecht. Velen vergeten echter daarbij Verne's visionaire kwaliteiten en zijn vermogen om beginnende lezers te boeien en te ontroeren. Nederland kent daarom 100 jaar na zijn dood nog steeds een grote schare Verne-bewonderaars. Deze liefhebbers geven een verenigingsblad uit (De Verniaan), bewaken de website en organiseren bijeenkomsten en boekenmarkten. De honderdste sterfdag van Jules Verne werd door vele uitgevers aangegrepen voor heruitgaves van zijn werk. Eén van die boekjes werd in Leiden gemaakt.

Was Jules Verne een racist? Leienaar Jacques van Gent twijfelt. Hij gaf een hoofdstuk uit een boek van Jules Verne opnieuw uit "Waarin de majoor beweert dat [de aborigines] apen zijn." In zijn inleiding aarzelt Van Gent: enerzijds vraagt hij om "een kritische houding", aan de andere kant "kan het hoofdstuk ook gezien worden als een redelijk onschuldige, vermakelijke curiositeit". Dat haalt je de koekoek. Leven is kiezen.

 
Jules Verne
en de aborigines
van Australië

Ondertussen geniet ik dan nog even van deze uitgave, met drie schitterende tekeningen van Leids schilder Fer Hakkaart. En ik las:

'Nu zult gij toch willen toegeven (.) dat de Australiërs geen apen zijn!', zeide lady Helena.
'Omdat zij den gang van een dier volkomen nabootsen?' antwoordde de majoor. 'Maar dat zou veeleer mijne stelling bevestigen!'
'Schertsen is geen antwoorden', zeide lady Helena. 'Ik verlang, majoor, dat gij uw gevoelen herroept!'
'Het zij zoo! Ja, nichtje! Of liever neen! De Australiërs zijn geen apen! Het zijn apen die Australiërs zijn!'
'Welnu komaan!'
'Herinner u maar eens, wat de negers beweren van het belangrijke ras der orang-oetans.'
'Wat beweren zij dan?', vroeg lady Helena.
'Zij beweren', antwoordde de majoor, 'dat de apen zwarten zijn evenals zij, maar dan slimmer. "Hij niet spreek om niet werk", zeide een neger, die jaloersch was op een tamme orang-oetan die zijn meester den kost gaf, hoewel hij niets uitvoerde.' (pag. 24-25)

Jules Verne en de aborigines van Australië.
Uitgeverij Kopwit Leiden, 2005. EUR 15
Bestellen via www.kopwit.org

 

Op bezoek bij de huismus

Wandelboekjes zijn populair. Er zijn in Nederlands inmiddels meer wandelboekjes dan wandelaars. De Gemeente Leiden geeft zelf boeken uit en doet dat vaardig: op 20 mei 2005 verscheen Op bezoek bij huismus en muurbloem. Dat is het derde boekje in de reeks Leiden lekker wild, over de stadsnatuur. Met dit boekje in de hand kan je zes wandelingen door Leiden maken, die in lengte variëren van vijf tot dertien kilometer. Het is de bedoeling dat de wandelaar en passant meer te weten komt over de geschiedenis van het landschap en van de planten en dieren die in Leiden voorkomen. Tot begin september is er in museum Naturalis ook de tentoonstelling Leiden lekker wild te bezoeken, waar de Leidse stadsnatuur op een rijtje wordt gezet.

 
Huismus

Op bezoek bij huismus en muurbloem: stadsnatuurwandelingen door Leiden. Gemeente Leiden in samenwerking met IVN Leiden. Leiden, 2005.
ISBN 9080796131. EUR 10

 

Muurgedicht 100

Er is een nieuwe Leidse hoogleraar Amerikaanse geschiedenis. Dat is geen echtpaar, maar Adam Fairclough (zie www.geschiedenis.leidenuniv.nl/index.php3?m=1&c=718). De verse hoogleraar moet even naar de Langegracht wandelen. Op het Stadsbouwhuis is namelijk een gedicht aangebracht van een Amerikaanse dichter, die behoort tot de New Negro Movement (ofwel Harlem Renaissance). Als verbeelding van de lesstof heeft dit gedicht heel wat mogelijkheden. William Waring Cuney (1906-1976) was aanvankelijk liedjesschrijver en zanger. Zijn gedichten werden in 1960 voor het eerst gebundeld in het boekje Puzzles. Het door de Stichting Tegenbeeld gekozen gedicht is een gedicht over de saxofonist Charlie ('Bird') Parker

Met dit muurgedicht, nummer 100, is de gedichtenreeks op Leidse muren klaar. Het toetje, gedicht nummer 101, staat al vast: De Profundis van Garcia Lorca. Op de avond van 28 juni 2005 worden alle Leidse muurgedichten voorgelezen tijdens een poëzieavond aan de Nieuwe Rijn. Tegelijkertijd verschijnt dan een nieuw boekje met muurgedichten als aanvulling op het eerdere Dicht op de muur.

 
Cuney
Muurgedicht

Meer informatie:  www.muurgedichten.nl/tegenbeeld/gedichtenavond2005.html

 

W.F. Hermans, MNL en van Marxveldt digitaal

Naast het Leidse café Camino Real
Maakt men alles digitaal.

De dbnl, gevestigd aan de Leidse Doelensteeg, is de digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren. De dbnl zette eerder een complete literatuurgeschiedenis van de middeleeuwen op het web, duizenden gegevens over Nederlandse schrijvers en veel wetenswaardigs over de Nederlandse taal. De website www.dbnl.org wordt druk bezocht. Afgelopen maand werd er weer veel prachtigs toegevoegd: een complete website over Willem Frederik Hermans, diverse jaarboeken van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde en twee boeken van Cissy van Marxveldt.

 
Een zomerzotheid

W.F. Hermans: zie www.willemfrederikhermans.nl. Hier vooral veel óver Hermans, maar ook een paar originele werken: de bundel Scheppend nihilisme, een bloemlezing door Hermans van het werk van Willem G. van Focquenbroch en Hermans' biografie over Multatuli De raadselachtige Multatuli.

Jaarboeken van de Maatschappij Nederlandse Letterkunde: inmiddels van 1785 tot 1902 digitaal, met in memoria (eufemistisch Levensberichten genoemd) van diverse letterkundigen en historici: Bilderdijk in 1831, Fruin in 1900 en veel meer. www.dbnl.nl/tekst/_jaa002jaar00/

Een zomerzotheid en De H.B.S. tijd van Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt: jeugdsentiment uit 1927. Met de volgende prachtige passage uit Zomerzotheid:

'Zullen we onder de treurwilg gaan zitten Robbert?'

'Ja best,' zei G.J. Hij vond een treurwilg een passende omlijsting voor zijn stemming.

'Nee, deze kant uit Robbert!' zei Ella. Voor hij het wist, had ze al haar hand door zijn arm geslipt. Het was hèm bèst! Voor zijn part mocht ze ook haar hoofd door zijn arm steken. Op rozen liep Ella. Was Robbert ooit zoò lief en toenaderend geweest? Ze sprak niet meer. Ze genoot van het oogenblik. Bij de treurwilg kwamen ze. Triest en zwaarmoedig bogen de takken zich tot op de grond. En onder die weemoedig-buigende twijgen stonden de twee stoelen en het tafeltje. Ella schoof vlug en onmerkbaar de stoelen wat dichter naar mekaar toe.

  www.dbnl.nl/tekst/marx002zome01_01/

  

 

Bastet en Koning Gorilla

Frédéric Bastet schreef veel moois: gedichten, romans, biografieën (van Vosmaer en Couperus), een Leids proefschrift en een reeks "wandelingen door de antieke wereld". Bastet was hoogleraar archeologie in Leiden, maar bleef vooral schrijver. Ik genoot zelf van De schele hertogin (2000) en van Helse liefde (1997) over Chopin, Liszt, George Sand en Marie d'Agoult. Op 20 mei 2005 kreeg Bastet de P.C.Hooftprijs voor zijn essays. De feestrede door Leids alumnus en Couperus-museumdirecteur Eugenie Boer en het juryrapport door Frida Balk-Smit Duyzentkunst konden niet tippen aan het dankwoord van de gelauwerde. Hugo Brandt Corstius, aan wie ooit de P.C.Hooftprijs onthouden werd, was bij deze uitreiking aanwezig -al zagen de journalisten en staatssecretaris Van der Laan hem niet staan.

 
Twee vrouwen en een gorilla

Querido gaf in het boekje Twee vrouwen en een gorilla een vraaggesprek met en twee essays van Bastet uit. Aanbevolen voor de geïnteresseerden in Bastet, P.A. Daum, Multatuli, Couperus en koning Willem III, beter bekend als Koning Gorilla.

Frédéric Bastet: Twee vrouwen en een gorilla : essays. Uitgeverij Querido Amsterdam, 2005
ISBN 9021452952. EUR 10

                                    
 
   
vorige pagina top pagina