Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Interviews

Interview

"Voldoende tijd voor onderzoek is een absolute noodzaak."

        

Ton van Haaften is vertrokken naar het College van Bestuur maar blikt op speciaal verzoek van Forum nog eenmaal terug op zijn decanaat. Over zijn liefde voor onderwijs en onderzoek, zijn teleurstellingen. "Ik vind niet dat ik erin geslaagd ben om de bureaucratie en organisatorische stroperigheid op grote schaal terug te dringen." En over zijn daadkracht: "Praktijkstudies is ons antwoord op de brede algemene onderwijsprogramma's van grote letterenfaculteiten als die in Amsterdam en Utrecht."

door Arjen van Veelen

Waarom bent in het College van Bestuur gehaald?

Het vertrek van Kist kwam vrij plotseling. Er ontstond toen een acuut probleem. Een deel van de oplossing is dat onze rector het voorzitterschap op zich neemt. Vervolgens wilde men heel graag een ervaren bestuurder uit Leiden zelf erbij Ik ben dus ook gekozen, omdat daarmee een zekere mate van continuïteit is gewaarborgd. Continuïteit is heel belangrijk en ik denk dat ik vanuit mijn zeven jaar ervaring als bestuurder bij Letteren daaraan een bijdrage kan leveren. Ik spring op een rijdende trein en kan dat ook vrij makkelijk doen.

Waar ligt uw hart: bestuur of wetenschap?

Mijn hart ligt bij het onderwijs en het onderzoek.

Toch kiest u nu, eigenlijk voor de tweede keer, voor het bestuur.

Als je hart ligt bij onderwijs en onderzoek moet je soms ook willen zeggen: ik dien dat onderwijs en onderzoek een tijd lang in een bestuurlijke functie.

Een opoffering.

Dat klinkt wel heel dramatisch; ik heb helemaal geen hekel aan besturen, ook daar zitten veel leerzame en interessante kanten aan en ook in zo'n functie kun je interessante mensen tegenkomen.  Maar ik kan niet anders dan antwoorden dat mijn hart ligt bij het zelf geven van onderwijs en het doen van onderzoek. Dat heb ik een jaar geleden duidelijk gemaakt toen ik niet koos voor een tweede termijn als decaan, iets wat mij per slot van rekening gevraagd werd. Mijn keuze nu is sterk ingegeven door het feit dat er plotseling een probleem moest worden opgelost.

Een vriendendienst?

Ik doe het deels zeker ook uit loyaliteit jegens de rector, van wie ik vind dat hij zijn functie op een bewonderenswaardige manier invult en die ook niet om een verzwaring van zijn taak heeft gevraagd, maar ook uit mijn betrokkenheid bij de universiteit en natuurlijk ook omdat het me interessant lijkt en een boeiende ervaring.  Ik zit hier niet met de pest in mijn lijf.

Hoe gaat u uw liefde voor eigen onderwijs en onderzoek de komende tijd onderhouden?

In het tweede semester geef ik een mastercursus. Verder begeleid ik promovendi. Via die promovendi houd je de ontwikkelingen ook bij. Het kind van de rekening is je eigen onderzoek.

Hoe sluit u straks uw carrière af: als bestuurder of hoogleraar?

Toen ik moest nadenken over het verzoek nog een periode decaan te zijn, koos ik ervoor me weer volledig op het onderwijs en onderzoek te storten. Nog steeds geldt dat ik nog een flink aantal jaren zelf onderwijs wil geven en onderzoek wil doen. Ook tijdens mijn decanaat ben ik altijd college blijven geven. Elke keer als ik terugkwam van een college of met een promovendus aan het werk was geweest, dacht ik bij mijzelf: dit vind ik leukste om te doen. Maar het zou best kunnen dat ik mijn loopbaan weer afsluit als bestuurder; we zullen zien wat de tijd brengt.

Bij uw aanstelling als decaan drie jaar geleden zei u tegen Forum: "De nieuwe organisatiestructuur die het vorige bestuur in de steigers heeft gezet, implementeren we nu. Waar ik zelf in het bijzonder voor zal ijveren, is de verbetering van de kwaliteit van de besluitvorming en de snelheid van bestuurlijke processen. Die nieuwe organisatiestructuur moet bijdragen aan snellere, kwalitatief betere en minder stroperige besluitvorming. De operatie is mislukt, als dat niet gebeurt." En?

Ik vind niet dat ik erin geslaagd ben om de bureaucratie en organisatorische stroperigheid op grote schaal terug te dringen. Dat is dus nog steeds een probleem. Overigens wordt veel van die bureaucratie ons van buitenaf opgelegd, maar we moeten ook in dit opzicht steeds kritisch naar onszelf blijven kijken..

Was die organisatiestructuur wel de juiste keuze?

De huidige organisatiestructuur is al lang geleden, toen er bijvoorbeeld in het geheel nog geen sprake was van een Graduateschool, bedacht. De organisatorische consequenties van de BaMa moeten sterker worden getrokken, plus de consequenties van nog komende wijzigingen in het Bacheloronderwijs, waar binnen Letteren een denktank zich over buigt.

Uw nieuwe baan: is die zwaarder of minder zwaar dan het decanaat?

Het decanaat is een buitengewoon bevredigende en boeiende baan, maar wel heel zwaar. Ik denk niet dat mijn nieuwe functie lichter zal zijn maar ik kan me ook niet voorstellen dat die zwaarder is. Als decaan ben je eindverantwoordelijk voor alles wat er in je faculteit gebeurt en dat is veel, van de goedkeuring van het niet-wetenschappelijk deel van een proefschrift tot de grote beleidskeuzes. Maar goed, misschien had het ook te maken met mijn neiging om alles te willen weten en me overal mee te willen bemoeien en moet ik dat nu eindelijk eens afleren.

Wat gaat u doen voor Letteren?

Natuurlijk zeggen veel mensen: mooi, een geesteswetenschapper in het college van bestuur. Maar ik zit hier natuurlijk om het algemene belang van de universiteit te dienen en niet dat van een specifieke faculteit; voor dat laatste heb je een faculteitsbestuur .

Wat kunt u binnen dat belang doen voor uw oude faculteit?

Ik kan het geluid van de geesteswetenschappen wellicht nog wat helderder laten doorklinken, niet alleen binnen het college maar ook in andere gremia. Ik noem bijvoorbeeld de rol van cultuur en maatschappij op het terrein van innovatie. Het innovatieplatform is heel sterk gericht op economische valorisatie van kennis. Maar de rol van maatschappelijke en culturele processen moet niet onderschat worden wanneer we over innovatie spreken. Onze rector laat dat geluid al luid en duidelijk horen, dat ik als geesteswetenschapper nu aanschuif zal dat geluid niet verminderen.

Hoe zou u uw stijl als decaan typeren?

Het combineren van een open bestuursstijl met daadkracht, dat streefde ik in het decanaat na. Ruimte voor kritiek en ideeën vanuit de faculteit maar tegelijkertijd met antwoorden komen op de ontwikkelingen in de universiteit en de maatschappij.

Kunt u van die openheid en daadkracht beide een voorbeeld noemen?

Ik denk dat wij relatief veel mogelijkheden voor overleg hebben gecreëerd. De jaarlijkse gesprekken met de Opleidingen en Onderwijsinstituten, bijvoorbeeld. Daarin kon alles aan de orde komen en alles gezegd worden. Er werden concrete afspraken gemaakt en die vormden het kader voor het komende jaar. Dat heeft goed gewerkt. Ook het overleg met de faculteitsraad heb ik erg belangrijk gevonden, ook vanwege de inbreng van de studentengeleding.

En over daadkracht: uiteindelijk hebben we de invoering van het BaMa-systeem toch vrij voortvarend aangepakt en dat was in onze faculteit geen gemakkelijke klus. Ook ben ik blij dat de onderzoeksmasters er zijn gekomen. Verder ben ik ben zeer tevreden over de benoemingen van een aantal gewone hoogleraren die ik heb kunnen realiseren. En ook natuurlijk met invoering van de Praktijkstudies. Die hebben we moeten doorzetten tegen veel scepsis in. Met die Praktijkstudies hebben we gezegd: deze combinatie van een klassieke letterenopleiding met een onderwijsprogramma dat specifieker voorbereidt op een functie in de maatschappij, is ons antwoord op de brede algemene onderwijsprogramma's van grote letterenfaculteiten als die in Amsterdam en Utrecht.

Voor uw opvolger: wat moet de Lettterenfaculteit doen om internationaal op topniveau te blijven?

Voldoende tijd voor onderzoek is een absolute noodzaak. Niet per se overigens door elke medewerker meer onderzoekstijd te geven, maar wel door het totale onderzoeksvolume te vergroten, waardoor medewerkers voor een paalde tijd ook voor onderzoek kunnen worden vrijgesteld. Vooral bij de westerse talen en culturen, geschiedenis en kunstgeschiedenis is dit urgent. Twee: goede medewerkers en studenten aantrekken. Ten slotte: het onderwijs op bachelorniveau doelmatiger organiseren.

Hoe ziet u dat laatste?

Willen we alle zesentwintig traditionele opleidingen in de huidige vorm handhaven? Bepaalde opleidingen die thematisch of regionaal met elkaar verbonden zijn, kunnen meer gemeenschappelijke onderdelen bevatten; dat doet niks af aan de kwaliteit van die programma's - integendeel zou ik zeggen.

Hoe kan Letteren de beste bestuurlijke balans vinden?

De letterenfaculteit is zo breed en divers dat je naar mijn mening met relatief grote decentrale eenheden moet werken die veel eigen bevoegdheden hebben en een eigen budget, zodat besluiten zo veel mogelijk door de inhoudelijke deskundigen worden genomen. Met die gedachte zijn de onderwijsinstituten ingesteld. Die draaien nu zo'n anderhalf jaar en hun functioneren moet over enige tijd worden geëvalueerd.

Daarbij moet er serieus naar worden gekeken of deze onderwijsinstituten wel de geschikte vorm hebben. Het probleem is dat ze ingevoerd zijn voordat alle organisatorische gevolgen van de invoering van de BaMa konden worden overzien. Een onderverdeling van de faculteit in Graduateschool en Undergraduateschool ligt wellicht meer voor de hand.

En wat het onderzoek betreft: ik ben een groot voorstander van interdisciplinair onderzoek, maar ik denk dat disciplinaire eenheden de basisorganisatie van je faculteit zouden moeten vormen; met  de instelling van een onderzoeksinstituut voor Taalkunde en een voor Geschiedenis hebben we wat mij betreft een belangrijke stap gezet.

En het aantrekken van topwetenschappers?

Door goede werkomstandigheden te creëren en door ook veel meer bewust naar goede mensen te zoeken en die rechtstreeks te benaderen. Daarbij moet je ook bijzondere en nieuwe arrangementen niet willen uitsluiten.

Welke kansen biedt de BaMa-systematiek Letteren?

Vooral op Masterniveau de kans om internationale studenten te trekken. De eerste tekenen wijzen erop dat die inderdaad geïnteresseerd zijn. Tot mijn verrassing ook in opleidingen waar je misschien niet in eerste instantie aan denkt, geschiedenis bijvoorbeeld. Dat is goed voor al onze opleidingen. Een internationale context kan ook mensen trekken die hier willen promoveren, en dat is positief voor het onderzoek.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina