Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Interviews

Interview

Aardverschuivingen in het land der onderzoeksinstituten

Aandeel taalkundigen 'United Linguistics' in faculteit
bijna verdubbeld

Of de taalkundigen van het Westen en het Niet Westen kunnen samenwerken? "Natuurlijk" zegt Jos Schaeken, terwijl hij resoluut zijn armen over elkaar slaat. "Het LUCL is een instituut waarin elke taalkundige van de Letteren Faculteit vindt wat hij nodig heeft". Samen met Vincent van Heuven is Schaeken directeur van het Leiden University Centre for Linguistics, het onderzoeksinstituut waarin sinds 1 september alle taalkundigen van de faculteit verenigd zijn. Een unieke samenvoeging waar de faculteit al jarenlang naar streeft, is nu werkelijkheid.

door Linda Vermeulen

Jos Schaeken (links) en Vincent van Heuven (foto: L. Vermeulen)

Waren het de decaan en het college van bestuur die vonden dat er op deze manier meer geld van NWO kon worden aangetrokken? Was het de nieuwe Research Master die de beide fronten dwong tot samenwerken? Van Heuven: "In ieder geval was het nu of nooit. Er waren veel nieuwe mensen aangetreden, zonder belast verleden. Bij de inrichting van de Research Master was over en weer veel waardering ontstaan voor verschillende opvattingen van taalkunde. De betrokken onderzoeksdirecteuren stonden er achter, de decaan maakte zich sterk, internationale visitatiecommiessies van ULCL en CNWS hadden gehamerd op de wenselijkheid, en de wil tot samenwerking was sterker dan ooit."

Van Heuven, sinds 1977 aan de Universiteit Leiden werkzaam, is blij met het nieuwe instituut: "normaalgesproken doe ik alleen aan stervensbegeleiding en word ik aangesteld om instituten af te bouwen. Het is heel prettig om eens niet een doodgeboren kindje te hebben. Dit laat ik mij niet afpakken." De hoogleraar experimentele taalkunde, eerder al directeur van het in 2001 geliquideerde interuniversitaire Holland Institute of Linguistics, leidt sinds 2001 het voormalige ULCL (Universiteit Leiden Centre for Linguistics), waarin de taalkundigen van het Westen ondergebracht waren, en was er in deze functie al langer op gericht om meer met het Niet Westen samen te werken. Hij beschrijft zichzelf als een ongevaarlijke directeur: "Ik heb als foneticus een zeer onschuldig vakgebied, en kies bovendien geen partij voor een specifieke taalkundige theorie". Het codirecteurschap is strikt tijdelijk. Over anderhalf jaar loopt de benoeming van Van Heuven af en moet Schaeken de kar alleen trekken. Deze is in het begin best zwaar, omdat het technisch gezien moeilijk is om de twee clubs bij elkaar te krijgen en omdat onderwijsvernieuwingen zoals de Research Master veel aandacht vergen. 

"Dit is de Leidse taalkunde en hier moet in geïnvesteerd worden"

In tegenstelling tot Van Heuven, die sinds 1977 in Leiden werkzaam is, werkt Schaeken nog maar kort aan de UL. Sinds 2003 is hij professor slavistiek. Schaeken blijft voorzitter van de opleiding, maar gaat minder colleges geven. Schuift hij met zijn collega-onderzoekers van het CNWS nu bij het vroegere ULCL aan? "Nee, de minimale naamsverandering impliceert weliswaar een voortzetting van het ULCL, maar ik wil benadrukken dat het instituut voor beide partijen nieuw is. Deze unieke samenwerking van Westen en Niet Westen zal ervoor zorgen dat er een nieuwe wind gaat waaien in dit onderzoeksinstituut". Het grote voordeel van de verandering zien beide directeuren in de subsidieaanvragen bij NWO, die zo veel meer kans maken om gehonoreerd te worden. Schaeken: "Doordat wij onze taalkunde als één instituut profileren ontstaat er een unieke situatie vergeleken met de andere universiteiten in Nederland en daarbuiten. De verscheidenheid aan talen, methoden en benaderingen in Leiden is gigantisch en daarmee ons `unique selling point'. Willen wij onze kennis kapitaliseren, dan moeten we buiten de universiteit op zoek gaan naar geld. NWO is verreweg de grootste subsidieverstrekker. Je staat als taalkundige vele malen sterker wanneer je kunt laten zien: 'dit is de Leidse taalkunde en hier moet in geïnvesteerd worden'". Van Heuven: "Uiteindelijk vraagt NWO niet 'Is dat een sinoloog of een slavist', maar 'Is het een historicus of een taalkundige'. Men kiest altijd voor een disciplinaire invalshoek. Willen wij bij NWO aan de bak, dan moeten wij disciplinair sterk staan."

Jos Schaeken: "De Research Master was het voorspel op het LUCL"

Bij de ontwikkeling van de Research Masters werkten de taalkundigen van het Westen en het Niet Westen al samen. Van Heuven: "We wilden niet dat er vijf verschillende taalkundemasters zouden worden aangeboden. Wij hebben onze krachten gebundeld en één master ontwikkeld met een thema dat voor veel studenten aantrekkelijk is: 'Structure and Variation in the Languages of the World'. Dit was ons eerste wapenfeit vóór het ontstaan van het onderzoeksinstituut. Toen dit lukte, zagen we dat een complete integratie ook mogelijk was. Schaeken: "hier spelen wij genadeloos in op ons diverse talenaanbod en combineren wij dit met de enorme verscheidenheid aan benaderingen." Het LUCL rekent dit jaar op tien masterstudenten, die bijna allemaal uit het buitenland komen. 

De taalkundigen zijn niet de enigen die zich als discipline willen profileren. In het land van de onderzoeksinstituten vinden nog meer aardverschuivingen plaats. Waar wetenschappers jarenlang verenigd waren op basis van regio: Westen of Niet Westen, wordt er steeds meer gekozen voor disciplinaire samenwerking. Vorig jaar scheidden de historici zich van het onderzoeksinstituut Pallas af. Momenteel maken zich ook enkele historici van het CNWS los om zich bij het nieuwe onderzoeksinstituut 'Geschiedenis' aan te sluiten. Wat is de toekomst van het CNWS? Als NWO zo zeer de voorkeur geeft aan een disciplinaire aanpak, waarom zouden dan ook niet de letterkundigen en de historici zich bij hun collega's 'van het Westen' voegen? Volgens Schaeken en van Heuven is de regiogerichte aanpak van de wetenschappers van het niet-westen goed te verklaren: "hoe verder de regio en hoe vreemder het land en de cultuur, des te groter is de vanzelfsprekendheid dat je je als wetenschapper in meerdere disciplines bekwaamt.

Vincent van Heuven: "Taalkundigen promoveren beter dan de rest van de faculteit"

Bij het LUCL zijn ongeveer 110 wetenschappers (professoren, docenten, postdocs en aio's) ondergebracht. Dit is bijna een verdubbeling van het voormalige ULCL (65 leden). In omvang gaat het instituut daarmee na het CNWS aan kop. Zijn er consequenties bij de verdeling van de aio-plaatsen door de faculteit? "Nee, verhoudingsgewijs niet", legt Schaeken uit. "Bij deze verdeling wordt enkel naar de grootte van het instituut gekeken." Van Heuven voegt daar met glinsterende ogen aan toe: "wat deze toekenning betreft hebben wij een appeltje met de faculteit te schillen. Als een instituut opvallend beter presteert bij het begeleiden van promovendi, zou je als beloning meer promovendi moeten krijgen. Ik roep maar even heel eigenwijs: taalkundigen promoveren beter dan de rest van de faculteit."

Konden de taalkundigen geen mooiere naam voor het instituut bedenken? Het 'Leibniz Instituut' of 'Chomsky Centre' zou het instituut toch veel beter sieren? Van Heuven's protest op deze vraag staat symbool voor de moeilijke keuze voor een naam: "Uitgesloten! Als wij inderdaad 'Chomsky-instituut' hadden geheten, zou de helft van de wetenschappers opstappen en zouden wij hier (van Heuven, Schaeken en Vermeulen, red) niet aan één tafel kunnen zitten. De keuze voor een wetenschapper waarmee iedereen zich kan identificeren is heel moeilijk. Alleen heel dode wetenschappers zouden in aanmerking komen, zoals Scaliger, daar kun je geen buil aan vallen. Helaas bestaat het Scaliger instituut al." Schaeken: "wij hebben inmiddels ook een domeinnaam gekocht. We hebben het imperialistisch gespeeld door LUCL.nl én Linguistics.nl te kopen. Op deze manier laten wij zien dat je voor taalkunde in Nederland echt naar Leiden moet komen."

website LUCL

                                    
 
   
vorige pagina top pagina