Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Discussie Open Access

Discussie Open Access

Reacties op discussie (2) 

Crit Cremers, computerlinguïst, was aanwezig op de discussiebijeenkomst en geeft een persoonlijke reactie.

Open acces: dubbelspel voor de letteren

door Crit Cremers, dromend filotechnist

Op 27 augustus kon de faculteit zich laten confronteren met elektronisch publiceren. Of de Leidse geleerden hun schrijfsels niet ook op het net willen hebben, want dat doen ze op Harvard en Linköping ook. Gerhard Jan Nauta bezwoer de aanwezigen namens een stuurgroep dat informatie wereldwijd explodeert, zelfs als de local heroes nog niet meedoen, en dat we ons mee moeten laten zuigen. En toen is er nog goed gepraat, over rechten en archivering en toelating. Het moet kunnen, denkt men.

Een buitengewoon gewichtige, maar ondergesneeuwde, opmerking kwam van Johan de Boer: wie wil publiceren, moet ook ontsloten worden en vindbaar zijn, maar weten we wel hoe? Dat is het echte probleem. Het weten explodeert, maar wij hebben niet navenant extra tijd om te zoeken naar wat al geweten wordt. Als we de geleerdheid lezend moeten filteren, worden we dagelijks dommer, omdat we van relatief steeds minder kennis kunnen beslissen of die ons dient of niet. Onze verwerkingscapaciteit is begrensd: een doorlezer haalt in z'n leven 25 gigabyte all in - het harde schijfje van uw oude laptop. Uit balorigheid vinden we het wiel uit omdat we niet meer weten wat we niet weten, en roepen om erkenning. Karel van het Reve dacht dat een wetenschapper geen groter onvoeg kon overkomen, en gelijk hattie.

Op elke andere faculteit moet deze stand van zaken tot paniek leiden, maar niet bij de Letteren. Want het weten wil nog wel eens worden opgeslagen in de taal, en daar gaan wij over. Leuk dat verder iedereen overal bezig is met het bedenken van nieuwe omweg-googles, maar echt naar de taal en de talen kijken, dat doen wij wel even. Wij van Letteren ontwikkelen de instrumenten om het talige weten te ontsluiten: instrumenten die,  terwijl de geleerde mens slaapt, de documenten van de wereld nazoeken op wat hij weten wil, zodat hij 's morgens van het relevante en niets dan het relevante kennis kan nemen. Nog even, en dan kan iedereen met onze instrumenten onze geleerdheid opduiken.

Sf aan de Witte Singel? Ja, dat is sf, want de Letteren zijn meer bezig met vullen van de e-archieven dan met het ontsluiten ervan. Terwijl de tekst- en taal- en beeldgeleerden de enigen zijn die ooit met inhoudelijke analyses en indexeringen  op de proppen zouden kunnen komen, laten ze het veld (hooghartig of gedwee?) aan de buitenkanters. Er liggen letterlijke giga-uitdagingen om taalhoudende systemen te ontwikkelen die het weten van de mensheid conserveren door het te ontsluiten, vindbaar te maken. Humanioorder kan het niet. Het is bijna filologie, maar dan snel en van morgen. Toch ligt het zo voor de hand: de alfa's die hun bevindingen ook buiten de kring van kennissen willen slijten, denken knutselend mee over de manieren waarop de goegemeente hun bevindingen kan herkennen als niet te missen wijsheid.

Het gaat om technologie: inhoudstechnologie. Technologie die wat inhoudelijk bedoeld is inhoudelijk herkent, doorsluist, opslaat, aanbiedt. Technologie waaraan je iets  kunt vragen en die dan met het relevante en niets dan het relevante op de proppen komt. Filotechnologie, googlen maar dan met inhouden en betekenissen en al die andere mooiigheden waar je met statistiek niet bij komt. Je kunt er als faculteit omheen lopen, en hopen dat anderen - maar wie dan? - je wijsheden weten te ontsluiten. Je kunt er ook een punt van maken, en de geleerdheid in de e-pubs proberen om te zetten in operationele filologie. Tot hulp van de mensheid en onszelf. Dubbelspel aan de Witte Singel dus, aan de eigen haren uit het moeras. Ik hou me aanbevolen. Want wie anders dan wij van de taal kunnen de taal helpen zich te openen?

Meer reacties:

Reactie: Laten we nu niet meteen in een collectieve angstpsychose vervallen. Het ideaal van "open access" is *niet* om alles wat wetenschappers maar in tekstvorm willen gieten onmiddellijk de grote wereld in te slingeren, en de repository is *niet* één kanaal waarlangs alles wat erin terecht komt het milieu zal gaan vervuilen. Zulke dingen beweren we ook niet over bedrukt papier en andere conventionele media. Laten we \"publiceren\" niet verwarren met "communiceren". Waar het om gaat is de organisatie van het materiaal dat we nodig hebben bij ons wetenschappelijk werk: wat achten we \"bruikbaar\", wat vinden we "goed", wie kan ons inspireren en wie niet. Ons materiaal moet georganiseerd zijn om zulke vragen te kunnen beantwoorden.

Aan publicatie gaat communicatie vooraf. De conventionele wetenschappelijke tijdschriften hebben in de voorbije eeuw een verfijnde procedure voor het beoordelen en in samenspraak verbeteren van wetenschappelijke teksten ontwikkeld. Maar we hebben de laatste jaren steeds meer aanwijzingen dat de conventionele redactievormen ook beperkend kunnen werken. De kosten van het wetenschappelijk publiceren stijgen, en de middelen die we gebruiken om te vinden wat van blang is voor ons werk zijn niet altijd adequaat. Vannevar Bush - je zou kunnen zeggen: de geestelijk vader van het World Wide Web - schreef al in 1945: "The summation of human experience is being expanded at a prodigious rate, and the means we use for threading through the consequent maze to the momentarily important item is the same as was used in the days of square-rigged ships."

Nu we met "open access repositories" een goede start hebben gemaakt met het beter toegankelijk maken van *reeds gepubliceerd* materiaal, is de tijd rijp om ook het voortraject, de communicatie voorafgaande aan publicatie goed te doordenken. Veel wetenschappers maken bij het becommentariëren en bekritiseren van elkaars werk al gebruik van de annotatiemogelijkheden van een programma als Word. Het kan niet anders of alternatieve communicatievormen zullen ingeburgerd raken.

Gelukkig waren de deelnemers aan de discussiemiddag het *zeer oneens* met de stelling: "Er is voor het bestaande peer review systeem, waaraan mede de journals (en de grote commerciële uitgevers ervan) hun betekenis ontlenen, geen goed alternatief te bedenken." Je zou je als wetenschapper ook wel diskwalificeren als je het met zo\'n stelling eens zou zijn!

Voor een geïllustreerd verslag van de discussiesessie, zie: www.oal.leidenuniv.nl/index.php3?m=1&c=111
naam: Gerhard Jan Nauta

                                    

Geef uw reactie

Wat is uw mening over deze kwesties? Discussieer mee door een reactie te geven op één van de volgende stellingen:

1)  Voor een verantwoord publicatiebeleid via "Open Acces" is het noodzakelijk dat er alleen publicaties worden toegestaan die een keurmerk hebben gekregen van één of andere redactie.

2)  Het is verstandiger om te gaan zoeken naar instrumenten die wetenschappelijke publicaties ontsluiten dan naar instrumenten om nog meer publicaties op het net te verspreiden.

 
   
vorige pagina top pagina