Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/05 > Interviews

Interview met de nieuwe decaan Geert Booij

Over "het anders denken van taalkundigen", de promotie als échte afronding van de opleiding, en het belang van brede bachelors.

Waarom zijn het toch de taalkundigen die willen besturen? Ton van Haaften verruilt in september het decanaat bij de Faculteit der Letteren voor een functie als hoogleraar bij Nederlands. Geert Booij volgt hem dan op als nieuwe decaan. Als hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Vrije Universiteit noemt hij dit een bekend verschijnsel: linguïsten vinden het leuk om actief te zijn in het universitaire management en men treft hen daar dan ook vaker aan dan letterkundigen. Ook als voorzitter van het gebiedsbestuur Geesteswetenschappen van NWO merkte hij op dat de taalkundigen eerder georganiseerd waren dan de letterkundigen én altijd meer projecten indienden.

Door Linda Vermeulen

"Een gerespecteerde en gereputeerde onderzoeker" noemt Ton van Haaften u in zijn bekendmaking van uw benoeming als decaan. U was tot twee keer toe decaan van de letterenfaculteit van de VU. Waarom sluit u uw professionele carrière af als bestuurder en niet als wetenschapper?
"Het is altijd een lastig probleem voor mij geweest om te kiezen tussen mijn liefde voor het onderzoeken en die voor het besturen. Als decaan van de letterenfaculteit van de VU, die minder groot is dan de Leidse faculteit, kon ik beide taken combineren. Als ik niet in een bestuur zit, jeuken mijn vingers als ik zie dat er dingen fout gaan. Wat het onderzoek betreft heb ik veel promovendi opgeleid en zodoende onderzoekslijnen uitgezet, waarvan ik overtuigd ben dat zij worden voortgezet. Ik hoop als decaan in de marge te kunnen blijven onderzoeken. Ik heb nu al collega's in Leiden die zeggen: "ha Geert, kom je bij ons college geven?" Dat vind ik heel leuk, al vrees ik dat ik hiervoor weinig tijd zal hebben."

Wat kunt u als nieuwe decaan aan de Leidse letterenfaculteit toevoegen?
"Ik wil graag het samenwerken tussen de wetenschappers nog meer bevorderen. De verkokering in Leiden van opleidingen en disciplines zou minder kunnen. Ik geloof dat de potenties van de Leidse wetenschappers veel groter zijn dan wat er nu van wordt benut. Mijn taak zou zijn om deze meer uit te buiten. Op onderwijsniveau zie ik deze samenwerking in de vorm van brede bachelors, met opleidingoverschrijdende vakken. Voor alle talenstudenten kunnen bijvoorbeeld inleidende vakken taalwetenschap of taalpsychologie centraal worden aangeboden. Aan de VU zijn dit soort colleges gewoon. Opleidingen moeten meedenken over wat voor modules zij hiervoor kunnen aanbieden en inschikkelijk zijn wat betreft roostering. Dit is ook economischer: je kunt zo met het beschikbare geld méer doen. Door breder opgezette bachelors zal de instroom van buitenlandse studenten in de master-fase ook gemakkelijker worden omdat er minder heel specifieke instroomeisen zullen worden gesteld. Voorts kan ik door mijn ervaring bij NWO adviezen geven over de concepten van onderzoeksaanvragen. Ik weet immers redelijk goed waar een aanvraag aan moet voldoen om succesvol te zijn."

De meeste opleidingen binnen Letteren zijn de afgelopen jaren in instituten gevestigd. Vindt u dit een goede manier om de opleidingen te laten samenwerken? Gaat u deze ontwikkeling verder doorvoeren?
"Ik kan hierover natuurlijk pas beslissingen nemen, wanneer ik met de betrokken personen heb gesproken. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat elke nieuwe bestuurder zomaar nieuwe structuren aanbrengt. Op het eerste gezicht is het onlogisch dat de instituten niet voor alle opleidingen zijn ingevoerd. In principe vind ik het clusteren van opleidingen effectief voor de organisatie. Nu zijn er veel aparte commissies voor de verschillende opleidingen, zoals onderwijs- en examencommissies. Dat zou je veel efficiënter kunnen organiseren in een instituut. De vergaderlast zou hiermee verminderd worden. Opleidingsoverstijgende vakken in de bachelorfase kunnen dan ook beter geregeld worden."

De toekomstige structuur van de faculteit der Letteren staat nog in de steigers. Hoe ziet u de Graduate School?
"Zo'n school met onderzoeksprogramma's zou de samenhang versterken tussen de research master en de promovendusopleiding. De research masters moeten in elk geval bij de Graduate School en bij de onderzoeksinstituten worden ondergebracht, die zijn immers opleidingsoverstijgend, net als deze masters. De onderwijsinstituten hebben dan de primaire verantwoordelijkheid voor de bachelorprogramma's. Of de doorstroommasters en de educatieve masters in de onderzoeks- of in de onderwijsinstituten moeten worden verankerd, weet ik nog niet.

Ik  zou het goed vinden als er meer mensen de mogelijkheid krijgen om te promoveren. Wij zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Amerika en Engeland, waar de kerngedachte is dat mensen niet alleen via het aio-schap, als werknemer van de universiteit, de kans moeten krijgen om te promoveren. Studenten zouden na de onderzoeksmaster een beurs kunnen krijgen om te promoveren. In drie jaar moet dat toch te doen zijn? In het buitenland is een master degree vaak slechts een tussenstap in het traject van totaal 5 jaar dat opleidt tot onderzoeker."

Dat betekent dat er veel meer mensen zullen gaan promoveren. Kunnen al deze promovendi wel een baan vinden in de wetenschap?
"De centrale gedachte moet niet zijn dat elke gepromoveerde zich richt op een loopbaan in het onderzoek. Er zijn in de maatschappij andere taken voor hem of haar weggelegd. Bijvoorbeeld als leraar in de bovenbouw van het VWO. Ik vond het vroeger altijd heel fijn als leraren vertelden over de wereld van de universiteit. Zo was de conrector op mijn vroegere gymnasium tevens gepromoveerd theoloog. Twee keer per week ging ik vrijwillig een uur vroeger naar school en leerde hij mij Hebreeuws. Misschien was dit wel een inspiratiebron voor mij om taalkunde te gaan studeren."

In de Mare van 4 maart 2004 ligt de letteren-aio onder vuur. Veel te weinig assistenten in opleiding zouden hun onderzoek afronden. Bovendien zouden aio's eenzaam zijn en te weinig begeleid worden. Vindt u het aio-systeem nog wel van deze tijd?
"Zoals nu in het buitenland, gold vroeger ook in Nederland de promotie als de echte afronding van de opleiding. De research master zou je moeten zien als een opstapje naar het dissertatietraject. Wat moeten mensen anders na deze opleiding doen? Nu is het rendement van de aio-opleidingen bij Letteren - in Nederland en ook in Leiden - te laag. Dat is voor de betrokken assistenten-in-opleiding heel slecht. Daarnaast is het slecht voor het rendement van de faculteit; er wordt immers pas afgerekend als een aio promoveert. Voor zover dat nu nog niet gebeurt, zou er aan het eind van elk eerste onderzoeksjaar een `go/no-go-beslissing` moeten worden genomen; er moet een advies worden gegeven of iemand het echt wel kan. Mensen moeten niet door blijven modderen."

Ook internationale samenwerking heeft uw prioriteit. Moet verblijf in het buitenland tijdens de bachelor voor bijvoorbeeld studenten Duits verplicht worden?
"Ja, maar dan moeten er wel goede afspraken gemaakt worden. Binnen de League of European Research Universities zou er naar mogelijkheden gezocht kunnen worden. Voor de opleiding Duits bijvoorbeeld zou dit kunnen betekenen, dat er met de universiteit van Heidelberg een vast contract kan worden afgesloten om daar een half jaar te studeren voor bijvoorbeeld 30 ECTS-punten. Leidse studenten zouden daar een vast pakket volgen. Zij weten dan precies waar zij aan toe zijn en verliezen geen studietijd door alles zelf te moeten uitzoeken. Zo lever je kwaliteit aan je studenten. Voor de kleinere opleidingen is dit zeker een goede optie om het aanbod te verbreden. Naast het sectorplan is een andere oplossing natuurlijk ook te vinden in een verbreding van het onderwijsaanbod binnen de faculteit."

U bent voor een nauwere samenwerking tussen de sectoren niet-Westen en Westen. Juicht u het dan ook toe dat de taalkundigen uit het CNWS met het ULCL een nieuw instituut gaan vormen?
"Ja, dat vind ik een buitengewoon verstandige move. Het gaat ten slotte over dezelfde discipline: taalwetenschap. In mijn eigen professionele leven heb ik ondervonden dat het vruchtbaar is om op meerdere terreinen te werken. Ik kom zelf uit de hoek van Nederlands en ATW. Deze zomer heb ik twee promoties: een betreft een taal gesproken in Maleisië, de ander de West-Germaanse talen. Methodisch gezien gaat het toch om hetzelfde? Je bestudeert immers talen. ATW aan de VU houdt onder andere in dat er niet alleen onderwijs over theorievorming plaatsvindt, maar dat studenten ook veldwerktraining krijgen en aan taalbeschrijving werken. Zo leren zij hoe zij een onbekende taal te lijf moeten gaan."

Dan betreurt u het waarschijnlijk dat de opleiding geschiedenis uit Pallas is gestapt?
"Het is een kwestie van de juiste maatvoering vinden. Geschiedenis is zowel een opleiding als een discipline en niet een mengeling van disciplines zoals bij de talenopleidingen. Bij Engels bijvoorbeeld heb je de disciplines taalkunde, letterkunde en cultuurgeschiedenis. Wat inhoudelijk bij elkaar hoort moet je bij elkaar zetten. Daarom vind ik het niet per se verkeerd dat geschiedenis een eigen onderzoeksinstituut begint."

Er staan de komende tijd veel grote onderwerpen op de letteren-agenda. Is dat voor een nieuwe decaan die de faculteit nog helemaal moet leren kennen niet lastig?
"Ik kom weliswaar 'van buiten', maar ben wel een goede bekende van de faculteit. Ik heb 24 jaar aan de VU gewerkt en ken veel mensen die aan deze universiteit studeerden of werkten en nu in het Leidse werkzaam zijn, zoals Arie Verhagen, Thony Visser, Richard Todd, Luuk De Ligt en Ineke Sluiter. Ook door mijn werk bij NWO heb ik met Leidse onderzoekers samengewerkt. Ten slotte ken ik veel Leidse wetenschappers vanuit mijn onderzoeksgebied. Besturen houdt inderdaad in dat je veel problemen moet oplossen. Ik zie dat niet als een kwelling of als corvee. Het is goed om iemand te hebben die knopen kan doorhakken."

Kleine kalender Geert Booij

  • 1947, 9 september geboren in Hoogeveen
  • 1965 - 1971, studie Nederlands en Algemene Taalwetenschap in Groningen
  • 1971 - 1981, wetenschappelijk medewerker (Nederlandse taalkunde) aan de UvA
  • 1981 - 2005, hoogleraar ATW aan de VU
  • 1988 - 1991 en 1998 - 2002, decaan Letterenfaculteit aan de VU   
  • 1999 - 2002, conrector van de VU
  • 1997 - 2004, Lid, later voorzitter van het Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen van NWO
                                    
 
   
vorige pagina top pagina