Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/07 > Bericht uit..

Bericht uit..

Drie weken in Nagasaki

Gaat u binnenkort zelf naar het buitenland?
Neem voor brochures en ander representatie-materiaal van de Universiteit Leiden contact op met of bel 527 4179.

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen. Van 3 tot 21 januari was Olf Praamstra gastdocent aan de universiteit van Nagasaki, waar de plannen om een opleiding Nederlands te beginnen in een vergevorderd stadium verkeren.

door Olf Praamstra

Voor iemand die geen Japans spreekt en leest, is Japan een moeilijk toegankelijk land. Misschien is het in de grote steden anders, maar in Nagasaki wordt buiten de muren van de universiteit nauwelijks Engels gesproken. Alleen bij hoge uitzondering kan je met iemand praten. Iets lezen is uitgesloten: opschriften, aanwijzingen, reclames, straatnamen, bestemmingen, menukaarten - alles is in het Japans. Je kan dat de Japanners natuurlijk niet kwalijk nemen, maar het maakt je tot een hulpeloze buitenstaander. Gelukkig weten ze dat, en een gastdocent zonder kennis van het Japans krijgt dan ook een persoonlijk assistent of assistente toegewezen, op wie hij altijd een beroep kan doen. De eerste dagen neemt ze - in mijn geval was het een ze - je bijna letterlijk bij de hand. Van het hotel word je naar de universiteit geleid, en bij de eerste boodschappen en het kopen van het eerste tram- of treinkaartje wijkt ze niet van je zijde. Daarna wordt er wel enige zelfstandigheid van je verlangd. Nagasaki telt vijf tramlijnen en op de trams staan de cijfers 1 tot en met 5 aangegeven, terwijl ook alle haltes genummerd zijn. Van het hotel naar de universiteit moest ik met lijn 1 of 3 van halte 27 naar 15. Dat viel wel te onthouden. Later kreeg ik ook een kaart met alle lijnen en alle haltes, en dan is Nagasaki eigenlijk een heel overzichtelijke stad.

    
Deshima
foto: O. Praamstra

Voor Japanse begrippen is Nagasaki een provincieplaats. Als Nederlander denk je daar anders over: een stad van  450.000 inwoners rekenen wij niet tot de kleintjes. Maar wie zich met de kabelbaan naar de top van de heuvel heeft laten slepen - een toeristisch uitstapje - moet toegeven dat Nagasaki geen groot oppervlak bestrijkt. Huizen en flats staan dicht op elkaar en Japanners zijn gewend aan kleine ruimtes. Daardoor is Nagasaki ondanks het grote aantal inwoners toch een kleine stad, en echt verdwalen kan je niet. Overal zie of hoor je wel ergens een tram, en daarmee kom je uiteindelijk altijd weer thuis.

In september 2006 bracht een delegatie van de universiteit van Nagasaki een bezoek aan de Leidse universiteit. Beide universiteiten onderhouden al langer contacten: elk jaar gaat er een groep Leidse studenten Japans naar Nagasaki om daar een jaar te studeren en ook tussen de medische faculteiten van Leiden en Nagasaki wordt samengewerkt. In september werd ik als voorzitter van de opleiding Nederlandkunde / Dutch Studies uitgenodigd om met de Japanse afvaardiging kennis te maken, omdat ze in Nagasaki plannen hebben om een opleiding Nederlands te beginnen. Het liefst hadden ze gezien dat ik meteen met ze was meegevlogen, om op 1 oktober daar te beginnen. Dat was te veel gevraagd, maar in januari kon ik drie weken vrij maken om voor ongeveer vijftig studenten en docenten een aantal lezingen over Nederland te houden - in het Engels, want Nederlands spreken ze nu nog niet - en om te praten over het nieuwe studieprogramma, dat nu op 1 oktober 2007 zal beginnen. Dan begint hun tweede semester. In Japan is alles anders.

    
Studenten en docenten tijdens één van de lezingen
foto: O. Praamstra

Er is in Nagasaki veel belangstelling voor Nederland, en dat spreekt eigenlijk vanzelf. Meer dan tweehonderd jaar lang was Nederland het enige westerse land dat toegang had tot Japan. De Verenigde Oost-Indische Compagnie had een vestiging op het eilandje Decima - nu geen eiland meer, maar een deel van de stad, en een openlucht museum - om handel te drijven. Tegelijkertijd was Nederland al die tijd voor Japan de enige bron van westerse kennis. Het was dan ook een Nederlander die honderdvijftig jaar geleden verantwoordelijk was voor de stichting van een Medische hogeschool in Nagasaki, de oudste in Japan, en het begin van de bestaande universiteit. Het zijn ook hoogleraren van de Medische Faculteit geweest die het initiatief hebben genomen voor de oprichting van een opleiding Nederlands.

Er is gezien de geschiedenis dus alle reden om die opleiding hier te beginnen. Ook nu nog is er in Nagasaki en omgeving veel dat aan Nederland herinnert: tijdens de viering van het Chinese nieuwjaar wordt nog altijd een VOC-scheepje door de straten gedragen, het Museum van de plaatselijke geschiedenis is in het bezit van veel Nederlandse documenten, en in anderhalf uur ben je met de trein in het themapark Huis ten Bosch - een soort Madurodam, maar dan op ware grote (ik geef toe dat dit wat ingewikkeld klinkt). Voor een Nederlander is het een fantastische ervaring: eindelijk kan je op het bordes van Huis ten Bosch staan, zonder dat je daar eerst minister voor moet worden. Wel raak je lopend door dit nagebouwde Nederland enigszins gedesoriënteerd: achter het Amstelhotel zie je de Utrechtse dom oprijzen en de molens van Kinderdijk staan voor het Centraal Station in Amsterdam. Maar verder is het allemaal net echt; alleen is het een Nederland uitsluitend bewoond door Japanners.

    
Themapark Huis ten Bosch
foto: O. Praamstra

In veel opzichten is Nagasaki dus de aangewezen plek voor een opleiding Nederlands. Een probleem is echter dat de universiteit geen letteren faculteit  heeft. Er is wel een 'Faculty of Education', die leraren Engels en Japans opleidt. Daar zou de opleiding ondergebracht kunnen worden. Er is een 'Faculty of Environmental Studies, waar onder andere een 'cross culture' cursus gegeven wordt, en die daarom ook belangstelling heeft voor de nieuwe opleiding. En er is een International Student Centre, waar buitenlanders Japans leren. En waarom zouden Japanners daar geen Nederlands kunnen leren? Veel van de gesprekken die ik gevoerd heb, gingen over de vraag: waar brengen we de opleiding onder? En wat wordt de positie van de nieuwe opleiding? Wordt het een hoofd- of een bijvak? Hoeveel tijd mogen de studenten aan een studie Nederlands besteden? Voorlopig begint de opleiding in oktober als bijvak.

Japan, schreef ik in het begin, is een moeilijk toegankelijk land. Maar tegelijkertijd is het een verademing  om eens in een Aziatisch land te zijn waar je water uit de kraan kan drinken zonder dat je de volgende dag ziek bent. Het openbaar vervoer is uitstekend, op straat is het schoon en veilig, je wordt niet lastig gevallen door bedelaars - zelfs in restaurants en taxi's worden geen fooien verwacht -, de voetgangersstoplichten geven aan hoelang het duurt voordat het licht weer op groen springt, op tolwegen hoef je alleen maar door een poortje te rijden en automatisch wordt het geld van je rekening afgeschreven, en er wordt druk gewinkeld in grote warenhuizen. Naast het eten van rauwe vis en karaoke is winkelen wel de populairste vrijetijdsbesteding. Het kan niet anders of in zo'n modern en goed georganiseerd land gaat de opleiding Nederlands een goede toekomst tegemoet.

 Homepage Olf Praamstra

                                    
 
   
vorige pagina top pagina