Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/06 > Boeken

Boeken

Jos las Leids

Een selectie van Leidse publicaties besproken door

Beelden van Leiden

Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, komt niet altijd overeen met het beeld dat anderen hebben. De visie van anderen kan wel soms zo bepalend zijn, dat mensen zich modelleren naar het beeld dat van hen bestaat.

Ook op steden zijn verschillende visies mogelijk. In het boek Beelden van Leiden zijn negen bijdragen verzameld van een Leidse onderzoeksgroep die enkele jaren geleden aan de slag ging. De veelzijdigheid van onderwerpen maakt de bundeling aantrekkelijk. Agnes Sneller belicht Calleken uit Van Houts Loterijspel (1596) van een ander kant, Christine Kooi schrijft over de de godsdienst in 17e-eeuws Leiden, Madeleine van Strien-Chardonneau en Paul Smith komen van twee kanten om Les Delices de la Hollande (et Leide) te bekijken. Aangenaam was het om in dit boek de schilderijen afgebeeld te zien die in de Leidse stadhuisbrand van 1929 vernietigd zijn. Leonore Stapel slaagt er daarnaast in om deze schilderijen in haar artikel te gebruiken -en laat en passant ook Vondel er nog over schrijven.

Beelden van Leiden: zelfbeeld en representatie van een Hollandse stad in de Vroegmoderne Tijd, 1550-1800. Redactie Juliette Roding et al. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2006. ISBN 9065509267  EUR 20

Up

Jaarboek

In het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zit elk jaar veel lezenswaardig verscholen. Wie deze bewering wil controleren, kan alle oude jaarboeken zelf op internet nalezen -tenminste, de jaren 1766-2003: dbnl.org/titels/titels_tijdschriftenJaarboeken.php?s=t . In het zojuist verschenen Jaarboek 2004-05 staan diverse "Leidse" zaken, te weten de necrologieën (op zijn Leids 'levensberichten' genoemd) van drie Leidse hoogleraren. Dat zijn die van de theolooog Johannes van den Berg en van de historici Adolf Cohen (de vader van burgemeester Job) en van Bernard Slicher van Bath. Stuk voor stuk zijn het mooie 'levensberichten', soms gekruid met lichte kritiek in passages als: "punaisepoetser", "de stimulerende samenwerking stokte". Het opvallendste artikel in het Jaarboek is een stuk met wat op zijn Leids "correcties" genoemd worden. Mystificaties gaan soms een eigen leven leiden en worden voor waar versleten (Weinreb, Singh Varma, Büch). In het stuk van Rob van Altena wordt een eerder artikel in het Jaarboek 2000-01 over Ernst van Altena ontdaan van "verzinsels in zijn biografie". Die verzinsels worden netjes rechtgezet: Van Altena was géén voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen, wel dégelijk een liefhebber van Jacques Brel (op wiens teksten hij een exclusief vertaalrecht had) en schreef en vertaalde nog meer boeken dan verondersteld -waarvan acte.

Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 2004-2005. Leiden, 2006. [Niet in de handel]

Up

Pjotr Hendrix 

"Op de eerste dag de beste kwam een leraar de klas binnen rennen. Hij had een borstelkuif, een uilenbril en een bleek gezicht. Hij sprak luide: 'Kinderkens, de boekskes voor U genomen: rosa, rosae, rosae, rosam, rosââââ.' Het Latijn was voor hem een rozentuin. Hij heette Piet Hendrix, maar noemde zich Pjotr Iwanowitz Gendrix. Hij kwam uit Rotterdam, maar omdat hij in Bergen op Zoom geboren was, sprak hij op zijn manier Brabants. Hij zei nooit: jij, altijd: gij.

Dat eerste uur heeft mijn leven bepaald.

Zes jaar lang ben ik naar Dordrecht gefietst, twee maal drie kwartier, altijd met tegenwind. Zes jaar lang heb ik zijn verhalen ingezogen, altijd dezelfde verhalen. Tot op de huidige dag beheersen zij mijn gedachten."

Bovenstaande passage is uit een boekje over Pjotr Hendrix (1896-1979), een herdenkingsbundel die vorig jaar verscheen. Ze is geschreven door Gilles Quispel (1916-maart 2006), een leerling van Hendrix.

Hendrix was een bijzondere figuur. Hij werd geboren in Bergen op Zoom, volgde het gymnasium in Rotterdam, studie klassieken en promotie (op Basilides) in 1926 in Leiden, invloed van Bolland. Vanaf 1929 komt Hendrix in aanraking met de oosterse orthodoxe kerk. Dat wordt een fascinatie die een mensenleven duurt, zijn voornaam wordt voorgoed Pjotr. Tien jaar lang is hij leraar klassieke talen in Dordrecht, daarna bijna 25 jaar rector van het Stedelijk (Johan de Witt) Gymnasium. In 1957 wordt Hendrix op 61-jarige leeftijd hoogleraar Grieks en oud-Christendom in Leiden, als opvolger van de eerste vrouwelijke Leidse hoogleraar Sophia Antoniades.

"In Leiden gaf hij nimmer lager dan een zeven. Bij de eindexamens deed het hem zichtbaar pijn als er soms een zes viel. Lager was out of the question." (Wesseling, o.c.).

Tot zover de anecdotes. Waarom is Hendrix belangrijk? Allereerst omdat hij als enige Nederlander in de jaren dertig (!) de orthodoxe kerk in de Sovjet-Unie leerde kennen, en daarvan verslag deed in zijn boeken Russisch Christendom (1937) en Het schoone Pascha (1940). Ten tweede omdat hij het belang van de Gnosis bepleitte, tegen de tijdgeest in. Het herdenkingsboekje bevat verder enkele brieven van Hendrix aan Bolland, een opmerkelijke lezing van Hendrix uit 1966, een bibliografie en een biografische schets.

Pjotr Hendrix (1896-1979): leraar van Gnosis en Liturgie. Herinneringen, beschouwingen en documenten. Redactie: J. Trapman. Uitg. Mustèrion, Den Haag en Leiden, 2005. EUR 7.50 (o.a. te koop bij Burgersdijk & Niermans te Leiden).

Up

Zwischen den Zeilen 

Bijna 25 bijdragen over 50 jaar Duits in Leiden, en dat verdeeld over 115 pagina's: daar moet wel wat moois in zitten. Dat zit er ook: behalve een foto van professor Soeteman die een leverworstje ter hand neemt, zijn er bijdragen die niet alleen inzicht geven in de geschiedenis van de Leidse opleiding Duits sinds 1956, maar ook van bijzondere symposia, hoogleraren (Hans Würzner), gastmedewerkers, reisjes naar Leipzig, Dresden en München) en toneelstukken (Dürrenmatt, Brecht). Over die Brecht-uitvoering staat in het stuk van Sjaak Onderdelinden nog een bizarre anecdote over een aanvaring met de firma Hoppezak, die de aankleding verzorgde van de joodse vrouw in Brechts Furcht und Elend des Dritten Reiches. Lezenswaardig.

Overigens is in de Leidse universiteitsbibliotheek nog tot en met 31 december 2006 (tussen Kerst en Nieuwjaar overdag open) een bijzondere tentoonstelling te zien over de weerslag van Duits-Nederlandse betrekkingen in Leiden. Zeer bijzonder daarbij zijn onder meer originele handschriften van Martin Luther en de "Leidse Willeram", een werk van bijna 900 jaar oud! Zie Nieuws uit de Universiteitsbibliotheek of ub.leidenuniv.nl  

Zwischen den Zeilen: Erinnerungsorte aus 50 Jahren 'Deutsche Sprache und Kultur in Leiden, 1956-2006. Herausg.: Brigitta Bexten und Iwona Maczka, unter Mitarbeit von Anna Gunn. Universiteit Leiden, 2006. ISBN 9081132415   EUR 8,50

Up

Leidse bomen

Vrijwel elke inwoner van Leiden is ooit op tv geweest, heeft een biografie, twee dozen in het Regionaal Archief en een weblog op internet. Nederland heeft inmiddels een partij voor de insecten. Het werd dus tijd voor een boek over 25 Leidse bomen: Bomen in de buurt. Verdomd: het is nog een aardig boek ook. De opzet van de samenstelster van dit boek, Rinny Kooi, stippelmotten-kenner aan de Universiteit Leiden, is veelzijdig. Van elke boom wordt een algemeen portret geschetst: geschiedenis, vorm, vruchten, insecten, herkomst. Aardig is ook dat Kooi bij elke boom een schrijver aanhaalt: van Hermans tot Vasalis, van Marsmans onvermijdelijke populieren in het oneindige laagland tot Van Maerlants eik. Door dit boek kom je meer te weten over specifieke bomen in de Leidse  Professorenwijk, maar vooral veel over verschillende boomsoorten in het algemeen. Dat is dan inclusief de herkomst van het woord beuk (uit het Sanskriet) en de heerlijke wetenschap dat drukletters vroeger van beukenhout werden gemaakt. Het boek is mooi geïllustreerd (met tekeningen en foto's) en ook nog eens voorzien van een geplastificeerde wandelkaart. Geen kritiek? Ach, het exemplaar dat ik kocht was verkeerd om ingebonden. De productie van elk boek kost een stuk boom. Waarom mocht de Leidse Kastanjekade niet meedoen? De keus van de uitgever is overigens perfect: uitgeverij Ginkgo te Leiden -de gelijknamige Japanse notenboom wordt in het eerste hoofdstuk onder de loep genomen.

Rinny E. Kooi & Jos Versteegen: Bomen in de buurt: 25 bomen in de Leidse Professoren- en Burgemeesterswijk. Leiden, Uitgeverij Ginkgo, 2006. ISBN 9080700967. EUR 19.50

Up

Leidse Hout 75 jaar

In de Leidse Historische Reeks verschenen tot nu toe 20 boeken: van begraafplaatsen tot nieuwkomers, van bioscopen tot kastelen. Deel 20 is ook weer uitbundig geïllustreerd. Het behandelt het 75-jarig bestaan van een van Leidens mooiste parken: de Leidse Hout. Grappig genoeg heeft de maatschappij soms de literatuur nodig om de werkelijkheid te reconstrueren. Eén van de leuke bijzaken uit dit boek is een passage over de oude muziektent in de Leidse Hout. Jan Wolkers schreef er over in zijn roman De walgvogel (1974). Diverse mensen beweerden echter dat deze muziektent nooit had bestaan en slechts een literair verzinsel was. In dit boek wordt verteld over de weer opgedoken originele bouwtekeningen.

Annerije van der Vliet: 75 jaar Leidse Hout: van natte weide tot wandelpark. (Leidse Historische Reeks, nr. 20). Leiden, Primavera Pers, 2006. ISBN 905997039X . EUR 14.50

Up

Nieuwenhuis

Hans Nieuwenhuis schreef een juridisch boek dat begint met een citaat uit Miltons Paradise Lost (1667) en met een beschrijving van het schilderij Adam en Eva van Lucas Cranach de Oudere (1533). Toch gaat het boek ook over dwergwerpen en over Huib Drion. Nieuwenhuis bundelde in Waartoe is het recht op aarde? enkele verzamelde verspreide geschriften, onder meer uit het Nederlands JuristenBlad, RM Themis en de bundel Vooruit met het recht.

Katholieken vroegen zich vroeger af waartoe de mens op aarde was -de eerste vraag uit de Catechismus. Nieuwenhuis stelt die vraag over het recht, en hij stelt de vraag op drie verschillende manieren. Hij kijkt algemeen filosofisch naar het recht, maar kijkt ook toegespitst naar het verschil in bestraffing bij ongelukken veroorzaakt door de aanrijding van een Meppels ree en van een jonge fietser door een beschonken automobilist. In een ander artikel zet Nieuwenhuis het proces tegen Sokrates (399 voor Chr.) helder uiteen -de veroordeling geschiedde met 280 tegen 220 stemmen. "Sokrates is met ruime voorsprong de Europees kampioen van de vrijheid van meningsuiting."

Hans Nieuwenhuis: Waartoe is het recht op aarde? Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2006. ISBN 9054547502. EUR 19

Up

FC Dood

Bart Chabot studeerde tussen 1976 en 1978 Nederlands in Leiden. In zijn nieuwe bundel FC Dood staan volgens de ondertitel "autobiografische verhalen". Voor een deel is dat opgewarmde prak, zoals het mooie verhaal Duingheest, dat reeds in 1990 bij de Bezige Bij verscheen. Enkele andere verhalen zijn in deze bundel voor het eerst in boekvorm verschenen, zoals het verhaal Whooly Bully, dat eerder in de Nieuwe Revu stond -als mijn geheugen me niet bedriegt. De studie Nederlands en Bart Chabot pasten niet helemaal bij elkaar:

Zo was ik ooit - ik beken: ik heb schuld - een blauwe maandag student Nederlands. Met recht een blauwe maandag, want maandag was de enige dag van de week dat ik in Leiden kwam opdagen. En blauw, omdat op de begane grond van het voormalige fabrieksgebouw aan het Levendaal (op de hoger gelegen etages werden de studenten onder meer de beginselen bijgebracht van het Gothisch) in een van de supermarkt afgescheiden nis een slijter zat. Volkomen in de lorum betrad ik maandagochtend de collegezaal, waar de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde zich alras ontpopte tot een veredelde cursus Boekhouden: met ambtenarenzieltjes werden schitterboeken als "Op weg naar het einde" of "Terug naar Oegstgeest" aan stukken gesneden, waarna de stoffelijke resten, ruim voorzien van etiketten, dat wél, in laden, mappen, doosjes, potten en pannen veilig voor het nageslacht werden opgeborgen.

In wanhoop meldde ik me aan als aspirant-lid van studentendispuut Gollem.

Bart Chabot: FC Dood: autobiografische verhalen en reportages. Amsterdam, Uitgeverij Nijgh & van Ditmar, 2006. ISBN 9038814526. EUR 19,90

Up

Leids student schrijft gedicht "naar" Abdolah

Kader Abdolah zat in 1988 in een asielzoekerscentrum in Apeldoorn. Dat wil zeggen: Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani (geboren 1954) vluchtte dat jaar uit Iran en kwam in Nederland terecht. Hij werkte in een conservenfabriek en debuteerde vijf jaar later, in 1993, onder het pseudoniem Kader Abdolah met een verhalenbundel, De adelaars. In het najaar van 2006 was Kader Abdolah gastschrijver aan de Leidse universiteit. In september konden alle eerstejaars zijn boek Het huis van de moskee krijgen en meedoen aan de zogenaamde "eerstejaarsboekdag". Leids student Bart de Haas werd door het boek van Abdolah geïnspireerd tot het schrijven van een lang gedicht van 16 terzinen. In die 48 regels verhaalt hij over de hoofdpersoon uit Het huis van de moskee, Aga Djan.

De Haas heeft een mooi-ouderwetse stijl ("die hem vereenigde met wat hij liefhad"). Silvia Zwaaneveldt (van De Baaierd te Leiden) wist het gedicht goed te vangen in een klassieke vormgeving en drukte het gedicht in 50 exemplaren. Het begin van het gedicht is optimistisch:

Aga Djan

Die vogels ving en in hun veerschakering patronen zag voor een volmaakt tapijt, waarna hij hen weer opgetogen vrijliet -

Die met zijn vrouw zijn zorgen en zijn doorm en ook zijn bed deelde, die daar vertroosting vond, die haar kuste, teder in de nacht -

(...)

: Aga Djan. De Baaierd, Leiden, 2006. [Niet in de handel]

                                    
 
   
vorige pagina top pagina