Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/06 > Bericht uit..

Bericht uit Peking

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen. Ton Harmsen bericht vanuit Peking:

College geven in China: van schoolkrijt tot powerpoint

door Ton Harmsen

Wat heeft een neerlandicus, en nog wel een historisch letterkundige, in China te zoeken? Welnu, ik voelde mij in Peking en Shanghai perfect op mijn plaats. Voor de studenten daar had ik nieuwe en spannende verhalen, en voor mijzelf was het een uiterst leerzame ervaring om een paar maanden te gast te zijn in het land waar ik al lang veel meer over wilde weten.

In het kader van de projecten Tanap en Encompass spitten tientallen Aziatische onderzoekers in het Nationaal Archief de VOC-stukken door. Ook zijn daar individuele projecten van mensen uit Mauritius en Taiwan. Ik heb veel met ze opgetrokken, om de in weerbarstig zeventiende-eeuws Nederlands gestelde archiefstukken te interpreteren. Op Mauritius was ik een tijd geleden voor een lezing en een korte rondreis over het eiland waar de duurste postzegel gedrukt is. Met een stuk suikerriet en een fles rum was ik snel weer terug. Hoeveel groter en rijker is China! In de zeventiende en achttiende eeuw hadden de Europeanen ruimschoots belangstelling voor dit land, waar nieuwe kunstvormen, ideeën en taalkundige inzichten vandaan kwamen. Men probeerde aan de hand van het karakterschrift nieuwe theorieën over de aard en ontwikkeling van talen te ontwerpen. Porselein, zijde en thee waren modieuze verschijnselen in de burgerlijke huiskamers, en veel van de rijkdom en reisverhalen in de salons was afkomstig uit de Chinese zeevaart - vaak kaapvaart en slavenhandel. Zo gereformeerd als onze voorouders waren, zo schandalig hebben zij zich in Azië gedragen, en naast bewondering past ook een zekere schaamte als je in Peking en Shanghai over ze vertelt.

Dankzij introducties van de nestor van het Tanap-project, Leonard Blussé, kon ik bij Zhou Bing en Wu Xiao An, collega's aan de topuniversiteiten Shanghai Fudan en Peking University, tweemaal vier weken, een groep studenten vertellen over de koloniale geschiedenis. Zij wisten daar al veel over: de boeken van Israel en Huizinga zijn in de Chinese Universiteitsbibliotheken gemakkelijk te krijgen (net als die van Biesheuvel en Carmiggelt - ik heb mooie uren doorgebracht in de fauteuils van de UB van Peking). Maar details uit de Dagregisters van Kasteel Zeelandia konden het beeld nog verscherpen en verlevendigen. Die zijn in het Chinees vertaald door prof. Chiang - zijn vertaling, drie dikke boeken, gaf hij me mee als een mooi geschenk voor de Universiteitsbibliotheek, waar ik bovendien de in het Chinees vertaalde bloemlezing uit Nederlandse poëzie van Maghiel van Crevel mocht brengen.

Ik nam Chinese les bij enkele studenten, dagelijks een uur op de werkkamer die mij daar ter beschikking was gesteld. Ik keek eerst nog wat jaloers naar de met liefde vertelde passage over zijn Chinese leraar door Henri Borel, die is afgedrukt in Blussés Tribuut aan China - mijn filum Ariadnes door het doolhof van de Nederlands-Chinese betrekkingen. Maar nu had ik zelfs twee Chinese leraren: Zhang Jie en Li Cheng. Net zoals het Borel honderd jaar geleden overkwam werd ik geïmponeerd door het gemak waarmee zij lange gedichten uit de Tang-dynastie reciteerden en verklaarden. Precies zoals Borel beschrijft onderstreepten zij hun gedachten met krachtige gebaren en praktische voorbeelden. Ik kwam veel te weten over familiebanden, confucianisme, de Culturele Revolutie en de Chinese toekomstplannen, waarin de Olympische Spelen een grotere plaats innemen dan je zou verwachten. Naar die Spelen wordt met hoop en vrees uitgekeken: veel van het oude China zal vernield zijn als de volley-, basket-, soft- en korfballers worden ingevlogen, maar het is ook een kans om te laten zien wat een modern en vrij land China in werkelijkheid is.

Het verschil tussen Peking en Shanghai is enorm - net als wanneer je in Europa een maand college zou geven in Oslo en een maand in Rome. Niet alleen het klimaat, ook de mensen, de organisatie en het eten zijn zeer verschillend. Peking was gemakkelijk: een kamer op de campus met daaromheen een keur aan kantines, winkels en faciliteiten. Fotograaf, boekhandelaar, fotokopieerder en postbode, allen waren op loopafstand te vinden en de vriendelijkheid en bereidwilligheid zelve. In Shanghai was de campus verdeeld over een wat groter terrein, zodat ik enige tijd nodig had om overal mijn weg te vinden. Maar in vriendelijkheid en bereidwilligheid doen de mensen in Shanghai niet onder voor die in Peking.

   
Chinese imitatie van Huygens' Hofwijck.
(foto Ton Harmsen)

In Shanghai wordt een Nederlandse wijk gebouwd. Opvallend, omdat verder alles daar hoge hoogbouw is, flats van meer dan dertig verdiepingen en honderden meters breed rijzen als langwerpige paddestoelen uit de grond. In de Nederlandse wijk, geïmiteerd naar het Apeldoornse Kattenburg van de Rotterdamse architect Ashok Bhalotra, is de stijl kneuterig en kitscherig, maar tussen het betongeweld van de grote Chinese steden wel aangenaam om te zien. Voor de Chinezen hoefde ik niet uit te leggen wat een molen, een ophaalbrug of een trapgeveltje zijn, maar enige explicatie rond de imitatie van Hofwijck en over Constantijn en Christiaan Huygens waren een nuttig onderdeel van mijn lessen.

In de zeventiende eeuw kwam via de jezuieten en de kooplieden overvloedige informatie over China in Europa binnen. In het Latijn, dat toen door de intelligentsia in alle landen gedeeld werd, en in het Nederlands verschenen boeken, soms overvloedig geïllustreerd, met informatie over de Nederlandse gezantschappen naar het keizerlijk hof, of over de geschiedenis van China. Zij inspireerden Vondel tot het schrijven van zijn tragedie Zungchin en Antonides van der Goes tot zijn Trazil. Het laatste treurspel toont verrassend veel sympathie voor de confucianistische hofambtenaren. De Chinese filosofie, onder andere door de werken van Matteo Ricci in Europa verbreid, opende nieuwe wegen die aan de ontwikkeling van de Verlichting hebben bijgedragen.

    
Collegezaal in Peking
(rechts: Ton Harmsen)
(foto Ma Weichao)

In Peking keken de studenten wat onzeker toen ik het over Ricci had. Ik schreef zijn naam op het bord: het Chinese krijt is van mindere kwaliteit en het brak in vier of vijf stukken voordat de korte naam op het bord stond. Hij is in China bekend onder zijn Chinese naam. Kan je die ook op het bord schrijven, vroeg ik, en zonder een enkele breuk in het krijt schreef een student de drie karakters op het bord. Zo is het in China: je moet je wat aanpassen, dan gaat het goed.

In Shanghai heb ik geen krijt gezien. Daar prikt iedereen zijn laptop in tien tellen in het netwerk, waarna de beamer begint te powerpointen. Ik was bij een powerpointlezing over paus Leo de Tiende door een Amerikaanse historicus. Een van zijn dia's stond ondersteboven. Drie veegjes met de draadloze muis en zijn Chinese gastheer had tot zijn verrassing het plaatje 180 graden gedraaid. Technisch lopen de Chinezen behoorlijk voor.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina