Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/06 > Van de decaan

Van de decaan

Breedte en diepte

 

 

Met de afrondende besluitvorming in de overlegvergadering van Faculteitsraad en Faculteitsbestuur van eind september j.l. is een eerste stap gezet in de vernieuwing van het undergraduate onderwijs aan onze faculteit. Nadrukkelijk spreek ik van een eerste stap: we hebben nu een raamwerk, maar nu gaat het bij de vervolgstappen om een goede invulling van de inhoud van die onderwijsvernieuwing. Zoals elke Nederlandse letterenfaculteit worstelen we om de goede balans te vinden tussen breedte en diepte van ons onderwijs. Ik denk dat we voorlopig een goede balans gevonden hebben, met ook een eigen profiel als letterenfaculteit in Nederland, door de relatief grote nadruk op het opleidingsspecifieke, met daarnaast een palet aan verbredingsmogelijkheden.

Breedte is van belang, omdat we een zekere vorm van 'Bildung' nastreven, en omdat we de studenten de kans willen geven nieuwe, en soms heel persoonlijke, verbindingen te kunnen leggen tussen verschillende vakgebieden. Het Bildungsideaal is altijd wel aanwezig geweest in de universiteit, en zeker bij letterenfaculteiten. De eerstejaarsboekdag is er een goed voorbeeld van. Het belang van algemene vorming wordt onderstreeept door recente discussies over de (Nederlandse) canon naar aanleiding van de voorstellen van de commissie-van Oostrom (met als ambtelijk secretaris onze eigen Hubert Slings). Die canon is primair bedoeld voor het basis- en het voortgezet onderwijs, maar de discussie erover zet toch ook op de agenda van academische onderwijsinstellingen op welke manier ze willen bijdragen aan algemene vorming van hun studenten, maar dan op academisch niveau.

            In een recent boek van Derek Bok, Our underachieving colleges (Princeton University Press, 2006) wordt dit probleem op een intelligente manier aan de orde gesteld. Bok is een vroegere president van Harvard University, en richt zich in zijn boek op het Amerikaanse onderwijssysteem, waarin de 'colleges', met name de liberal arts colleges, een juiste balans moeten vinden tussen vakspecifiek onderwijs en onderwijs van algemene academische vaardigheden. Bij het beoordelen van zijn ideeën moeten we niet vergeten dat Amerikaanse 'colleges' nadrukkelijk de bedoeling hebben om hun studenten te vormen tot goede en goed geïnformeerde burgers van hun land, die kunnen functioneren in een democratie, en beschikken over adequate sociale vaardigheden. Daarnaast moeten die Amerikaanse burgers ook nog wereldburgers zijn. Het zou interessant zijn om ook aan onze faculteit verder te praten in welke mate wij die functie zien voor onze universiteit, en met name het undergraduate onderwijs.

            Leuk aan het boek van Bok is dat het laat zien dat de discussies die wij gevoerd hebben en voeren over de vormgeving van ons bachelor-onderwijs, ook in de VS gevoerd worden. Bok geeft daarbij verstandige adviezen. Zo benadrukt hij het belang van verschillende academische vaardigheden (analyseren van, ook kwantitatieve, gegevens, presentatie, het goed kunnen schrijven, reflectie op wetenschappelijke methoden, etc), omdat je de studenten op die manier vaardigheden en inzichten meegeeft waaraan ze hun leven lang iets hebben. Ook verdedigt hij het standpunt dat die niet als aparte onderdelen moeten worden geprogrammeerd, maar waar mogelijk ingebed moeten zijn in de vakken van het curriculum. Bok wijst ook op het gevaar van teveel keuzevakken van inleidend niveau (iets waar wij ook op letten met behulp van ons systeem van niveaus). En net als wij vindt Bok dat ook in de bachelorfase er sprake moet zijn van een zekere vorm van disciplinaire specialisatie ('concentration') om voldoende wetenschappelijke diepgang te waarborgen.

            Af en toe horen we van collega's die een poosje in de V.S. hebben gedoceerd enthousiaste verhalen over collegereeksen over 'Great Books', een voorbeeld van algemene vorming gekoppeld aan de idee van een canon, een voorbeeld dat navolging zou verdienen. Bok wijst er echter op dat zulke collegereeksen voor hun succes wel erg afhankelijk zijn van daarvoor heel geschikte docenten, en dat ze didactisch een potentiëel probleem vormen omdat je over die 'great books' eigenlijk in kleine groepen moet kunnen praten. Maar ja, dat is dan, ook in de V.S., weer niet haalbaar vanwege de beschikbare budgetten daarvoor.

            Daarom is het goed dat voor de uitwerking van het facultaire pakket aan verplichte en keuzemodules nu een aantal commissies aan het werk gaat, om adviezen op te stellen over de beste aanpak. Het succes ervan is immers afhankelijk van een goede opzet. We zullen de komende maanden hierover nog heel wat met elkaar te bespreken hebben. Net als wetenschap is ook onderwijs nooit af.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina