Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/06 > Onderwijs

Onderwijs

Het succes van Japans: plannen, problemen en dromen
"Japans gaat de wereld veroveren."

De opleiding Talen en Culturen van Japan is in Leiden al vele jaren aan een opmars bezig. Voor Forum sprak Bart de Haas met twee van de directe betrokkenen, professor Chris Goto-Jones en dr. Ivo Smits. Zij spraken over mogelijkheden en beperkingen, over de al eeuwenoude banden tussen Japan en Nederland, van manga tot de Tweede Wereldoorlog, en over Von Siebold tot Pokémon. "Het valt mij op hoeveel studenten Japanse horrorfilms en J-Pop kennen."
 
  
Ivo Smits en Chris Goto-Jones (rechts)

(foto: Bart de Haas)

door Bart de Haas

Waarom denkt u dat Nederlandse studenten Japans gaan studeren?

Goto-Jones: "Momenteel geef ik colleges aan zo'n 145 studenten in één zaal, je kunt je indenken dat er dus meerdere motivaties zijn. Toch kun je wel spreken van enkele hoofdredenen, die per periode verschillend zijn. Zo was er enkele tientallen jaren geleden sprake van een zogenaamde martial arts boom. Daarna volgden er veel studenten die Japans kwamen studeren vanwege het economische succes in Japan, en tegenwoordig zijn de studenten gek van bijvoorbeeld Japanse tekenfilmseries, manga, anime, Pokémon, Nintendo, Sony, enzovoorts."

Geldt dit voor heel Europa, dat de interesse in Japan hierdoor toeneemt?

Smits: "Opmerkelijk is het dat deze trend zich eigenlijk vooral in Nederland zo sterk voordoet. Blijkbaar hebben we hier niet alleen voeling met wat er zich in Japans populaire cultuur afspeelt maar leidt dat ook tot studiekeuzes. Zo valt het mij bijvoorbeeld op hoeveel studenten weten welke muziek er bijvoorbeeld momenteel populair in Japan is, de zogenaamde J-Pop. Velen weten zelfs alles van Japanse horrorfilms!"

Goto-Jones: "Dat is ook een verschil met wat we zien bij Chinees. Daar is het vinden van een baan toch vaak een belangrijkere reden dan de interesse in het land. Niet altijd natuurlijk, maar in verhouding wel meer. Alleen in Leiden al is de opleiding Japans ongeveer even groot als alle opleidingen Japans in het Verenigd Koninkrijk."

Hoe komt het, denkt u, dat wij in Nederland meer geïnteresseerd zijn in Japan dan bijvoorbeeld in Engeland?

Goto-Jones: "Dat heeft ongetwijfeld met de geschiedenis te maken. Nederland heeft al een eeuwenoude band met Japan. Bovendien is Nederland een stuk kleiner, terwijl wij meer Japanse collecties hebben. Denk bijvoorbeeld aan het SieboldHuis hier vlakbij, de Leidse collecties zijn veel meer verspreid en veel toegankelijker dan dat dat in Engeland het geval is. Daar liggen ze eigenlijk alleen in een deel van Londen."

Er is een goede band tussen Nederland en Japan, zegt u, maar hoe zit dat dan met de Tweede Wereldoorlog?

Smits: "Zelf ben ik opgegroeid in Den Haag, temidden van vele Nederlandse Indonesiërs. Dat was een andere generatie. Zij zagen dat hun geschiedenis over het hoofd werd gezien. Hierdoor was deze generatie ook feller gekant tegen de Japanners, tot en met mijn joodse tandarts aan toe. Japan werd als vreemd en vijandig gezien, maar geleidelijk aan beginnen deze gevoelens uit te sterven."

Is dit vergelijkbaar met bijvoorbeeld de relatie tussen Nederlanders en Duitsers?

Smits: "Deels wel, maar er is één groot verschil. De officiële erkenning is erg belangrijk."

Goto-Jones: "Het interessante van deze oorlog is dat de relaties niet zo goed lopen als wat er met de Duitsers gebeurd is. In Duitsland zijn namelijk alle mensen duidelijk met de oorlog, de daden en met de gevolgen geconfronteerd. In Japan is dat niet het geval. Studenten die hier komen leren hier meer over, hun ogen gaan dan vaak echt open. De oorlog is nog lang niet uit de Japanners."

Waar blijkt dit uit? Kunt u een voorbeeld geven?

Smits: "Het is in Japan bijvoorbeeld nog een belangrijke kwestie of de nieuw gekozen premier binnenkort ook de Yasukuni-tempel zal bezoeken waar de oorlogsdoden herdacht worden."

Goto-Jones: "Ik denk wel dat hij dat zal doen."

Hoe denkt u zelf over de relatie tussen Nederland en Japan?

Smits: "Er zijn twee belangrijke momenten geweest van intensief contact tussen beide volkeren. De eerste duurde lang en bestond uit een periode vol handel en vrede. De tweede periode duurde slechts drie jaar, maar toch blijven die oorlogsjaren een veel grotere impact op ons te hebben dan al die eeuwen daarvoor."

Goto-Jones: "Ik denk dat de relatie erg belangrijk was - en is. Denk aan al die duidelijk aanwijsbare bewijzen van Japanse zaken in Nederland. Ik noemde net al het SieboldHuis, maar denk ook aan de universiteit. De leerstoel hier, gesticht in 1855, is de oudste leerstoel Japans van de hele wereld."

Het is nu honderdvijftig jaar later en de belangstelling groeit nog altijd. Brengt deze groei ook geen problemen met zich mee?

Smits: "Helaas wel, grote problemen zelfs. En als ik eerlijk ben is het vinden van grote zalen waarin alle studenten passen nog één van de kleinste van die problemen. Het is veel moeilijker om voldoende docenten te krijgen. Voor onze taalcolleges hebben we bijvoorbeeld nu al een noodmaatregel moeten nemen; we gebruiken het geld dat we eigenlijk hadden bestemd voor ander onderzoek en onderwijs."

Maken jullie deze zaken zelf ook mee?

Goto-Jones: "De beste manier voor studenten om iets te leren is door rechtstreeks contact te hebben met de docenten. Met 145 studenten in de zaal wordt dit praktisch zo goed als onmogelijk."

Smits: "Zelfs bij seminars, normaal gesproken toch bedoeld voor interactie, krijgen we niet die interactie die we eigenlijk zo graag zouden willen hebben. Het is echt nodig dat we er nog een aantal docenten bij krijgen."

Maar als dit alles nu al zo moeilijk is, kan de opleiding dan nog wel groeien? Is dat wel realistisch?

Smits: "De beste manier is gecontroleerde groei, hoe moeilijk het ook is. Ontwikkelingen uit het verleden laten zien dat het toen ook kon, het is dus zeker realistisch."

Goto-Jones: "Kijk bijvoorbeeld naar de opleiding Chinees. Ook zij maken de laatste jaren een enorme boom door. Maar Japan-studies hebben een dergelijke boom al eens eerder meegemaakt, in de jaren 1980."

Waar willen jullie dan vooral nog in doorgroeien?

Goto-Jones: "Het liefste zouden we onze graduate- en masterprogramma's nog iets uitbreiden. Ook willen we nog een aantal goed gemotiveerde buitenlandse studenten aantrekken om hier hun graad te halen."

Smits: "Dat kunnen ook studenten zijn die eerst een andere bachelor hebben gedaan, maar die nu wel hier hun master willen komen doen. Mits ze de taal maar beheersen, maar tegenwoordig kan ook de ambassade hier goed bij helpen. Het is haast verbazingwekkend hoeveel studenten een talencursus in Japan kunnen doen."

Werken jullie daarbij ook samen met andere universiteiten?

Goto-Jones: "Jazeker, in de masters bijvoorbeeld met Oxford. Er is een soort uitwisseling van masterstudenten aan de gang."

Smits: "We moeten zeker naar andere universiteiten kijken, buiten Leiden, nieuwe connecties maken."

En zijn er nog meer ambities?

Smits: "Twee jaar geleden moest onze hele opleiding geherstructureerd worden. Hierbij moesten helaas ook een groot aantal medewerkers onze Opleiding verlaten. Nu zijn we de Opleiding weer aan het opbouwen. Zo willen we hier graag de onderzoeksgemeenschap uitbouwen."

Goto-Jones: "Zelf ben ik betrokken bij het Modern East Asia Research Centre. In Leiden willen we werkelijk bereiken dat dit één van de hoofdonderzoekscentra van de wereld wordt. Dit is in samenwerking met de opleidingen Chinees en Koreaans."

Smits: "Koreaans is belangrijk maar overigens wel een stuk kleiner dan de andere twee opleidingen."

Hoe valt dit te verklaren? Hebben Koreaanse bedrijven of het Wereldkampioenschap Voetbal niet voor een boom bij Koreaans gezorgd?

Goto-Jones: "Vermoedelijk ligt het antwoord in de geschiedenis. Toen de Japanse economie begon op te bloeien, kregen we meteen talloze nieuwe studenten. Japan is nog altijd de tweede wereldeconomie en als je bij een wereldbank wilt werken, is kennis van het Japans zeer belangrijk. Maar juist toen ook de Koreaanse economie begon te groeien en iedereen zei dat Korea het nieuwe Japan zou gaan worden, begon kort daarop ook de Chinese economie plotseling te groeien. Met andere woorden, Koreaans miste hierdoor net de boot."

Waar zal de groei van Japans stoppen?

Goto-Jones: "Zolang de Japanse economie goed blijft draaien, zal het belangrijk blijven om Japans te spreken. Zo krijg je veel sneller een baan, iets wat onze studenten voor hebben op bijvoorbeeld studenten geschiedenis, die veel minder kanten uit kunnen."

Smits: "Deze groei is echt spannend. We zijn echt nieuwsgierig naar de mogelijkheden die de toekomst ons zal brengen. Het maakt ons blij en het verenigt ons. Een goede infrastructuur zal belangrijk blijven. We zijn met de Oost-Aziatische opleidingen samen nu al ongeveer even groot als de opleiding geschiedenis, maar we zullen straks zeker groter worden."

Goto-Jones: "Ja, we gaan de wereld veroveren, te beginnen bij de Faculteit der Letteren."

 www.japans.leidenuniv.nl

                                    
 
   
vorige pagina top pagina