Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/06 > Interview

Interview

 "Arbeiders en vrouwen moesten geen verkeerde dingen onder ogen krijgen."

Adriaan van der Weel is bijzonder hoogleraar in de moderne geschiedenis van het boek en van de bedrijfseconomische en technische ontwikkeling van de boekensector vanwege de P.A. Tiele-stiching. Hij ziet een duidelijke parallel tussen de emancipatie van uitgeverijen in de 19e eeuw en het huidige proces van digitaliseren. Op 20 oktober a.s. spreekt hij zijn oratie uit. "Dankzij 'printing on demand' hoeven uitgeverijen niet langer met hele partijen boeken te blijven zitten." 

Door Inge van der Hoeven

   
Adriaan van der Weel
(foto: Inge van der Hoeven)

Waarom wordt deze leerstoel de Bohn-leerstoel genoemd?

"De leerstoel wordt gesponsord door de medische uitgeverij Bohn Stafleu en Van Loghum. We hebben in Leiden twee prachtige uitgeversarchieven: Sijthoff en De Erven F. Bohn. Daar zijn we heel blij mee, omdat er niet zoveel van dergelijke complete archieven zijn overgebleven. De Erven F. Bohn werd in 1752 in Haarlem opgericht en vertegenwoordigt de oudste wortels van Bohn Stafleu en Van Loghum. Ik houd me onder andere bezig met de bestudering van het archief van Bohn. We zijn nu bezig om uit de ruim 35 meter archivalia die de UB bezit de correspondentie te digitaliseren, om de buitenlandse handelscontacten van Bohn in kaart te brengen."

Wat maakt de Bohn-collectie zo speciaal?

"De ontwikkelingen in uitgeverij Bohn zijn heel typerend voor veel Nederlandse uitgeverijen in de 19e eeuw. En daarmee is het bedrijf belangrijk voor de geschiedenis van het Nederlandse boek. Aan de stukken die in de Universiteitsbibliotheek zijn verzameld, kun je goed zien hoe een uitgeverij als Bohn zich eerst alleen op de elite van de maatschappij richtte, vervolgens de markt van de vermaakslectuur ontdekte, om zich uiteindelijk toch weer te specialiseren. Bohn specialiseerde zich op wetenschappelijke boeken. Het gewone volk las aan het begin van de eeuw nauwelijks en gevestigde uitgeverijen brachten alleen serieuze boeken op de markt. Een boek was iets bijzonders. Rond het midden van de 19e eeuw gaan steeds meer mensen lezen. Onder de gehele bevolking ontstaat een grotere behoefte aan entertainment, en uitgeverijen gaan ook populaire lectuur uitbrengen. Bohn doet daar driftig aan mee. Waar liedjes, centsprenten, almanakken en populair religieus drukwerk begin 19e eeuw nog vanuit de drukker op de hoek worden verspreid, komt vermaakslectuur ruim een halve eeuw later in toenemende mate voor rekening van reguliere uitgeverijen. Mensen beginnen anders tegen allerlei soorten populaire lectuur aan te kijken. Voorheen veegden mensen daar letterlijk hun billen mee af."

Kun je spreken van een revolutie?

"Het was in ieder geval een ontwikkeling met revolutionaire gevolgen: de democratisering van het lezen hangt nauw samen met het ontstaan van onze massacultuur. Ook in de 20e eeuw zagen veel mensen dit nog als een gevaarlijke ontwikkeling en bleven strijd voeren tegen de ontspanningslectuur. Arbeiders, vrouwen en meisjes werden als licht beïnvloedbaar gezien en moesten dus zeker geen verkeerde dingen onder ogen krijgen. Pas in 1975 wordt de Algemene Bibliotheekwet ingevoerd, waarin de taak van de openbare bibliotheken zo breed gedefinieerd wordt dat ook ontspanningslectuur een legitieme plek krijgt. Het is goed om ons te realiseren wat voor cruciale rol het boek in de geschiedenis heeft gespeeld." 

Cruciale rol?

"De Nederlandse cultuurgeschiedenis in de negentiende eeuw valt grotendeels samen met de geschiedenis van het boek. De periode wordt niet voor niets de 'Eeuw van het Boek'  genoemd. Uitgeverijen en de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (VBBB) waren aanvankelijk zaken van heren onder elkaar. Allemaal heren en geen enkele dame. Zij hadden niets te maken met wat zich 'beneden' afspeelde. Toen was het niet zo dat jij je zakgeld kreeg en naar de boekwinkel liep om een boek te kopen. Toen in de 19e eeuw steeds meer mensen leerden lezen en er een spiraal van vraag naar en aanbod van lectuur ontstond, raakte de bevolking steeds beter geïnformeerd. Dit heeft invloed gehad op de manier waarop onze democratie gestalte kreeg, en het universeel kiesrecht is ingevoerd. Informatie en de manier waarop die wordt verspreid is essentieel in een maatschappij."

Maar hoe staat het momenteel met de ontwikkeling van het boek?

"Er is een heel duidelijke parallel waarneembaar tussen de periode in de 19e eeuw toen de uitgeverijen zich met vallen en opstaan op een breder publiek gingen richten en de huidige fase van digitaliseren. Tegenwoordig moeten uitgeverijen zich gaan aanpassen aan het verschuivende mediagebruik, omdat mensen bijvoorbeeld minder boeken en kranten gaan lezen. Daarnaast hebben ze te maken met nieuwe technologische ontwikkelingen in het boekenvak, zoals 'printing on demand'. Printing on demand is een drukmethode waarbij een exemplaar van een boek pas geprint wordt als er vraag naar is. Zo is het niet langer nodig om met hele partijen boeken te blijven zitten. Maar het vergt wel een heel andere manier van denken over je product. Voor de bestaande uitgeverijen heeft dit tijd nodig. Nieuwe marktpartijen spelen hier echter handig op in. Kijk bijvoorbeeld maar eens op de website van www.lulu.com. Dit bedrijf levert in feite diensten aan de auteur. De auteur stuurt een bestandje naar de website met zijn tekst en gegevens over het formaat en zegt: 'Geef dit voor mij uit.' Wanneer een koper geïnteresseerd is bestelt hij een exemplaar en wordt het uitgeprint en opgestuurd."

Betekent dit op den duur het faillissement van de ouderwetse uitgeverijen?

"Dat zou kunnen. Uitgeverijen die er voor kiezen om met deze ontwikkelingen mee te gaan, krijgen in ieder geval veel meer de rol van serviceprovider. Ze hoeven niet meer zo actief hun eigen producten te pushen. Wel moeten ze zich op hun eigen doelgroep blijven richten. Een uitgeverij van schoolboeken moet niet plotseling ook kookboeken gaan aanbieden, ook al kost het niets als niemand een exemplaar wil."  

Wordt het boek niet minder belangrijk?

"Absoluut. Je kunt je bijna afvragen of een boek dat niet in digitale vorm bestaat, straks überhaupt nog wel bestaat. De ontwikkelingen van vandaag de dag zijn ongelooflijk ingrijpend. Als je het vergelijkt met de veranderingen in de 19e eeuw, kun je dit met recht revolutionair noemen: het is zo gebeurd. Alle bibliotheken zijn hevig aan het digitaliseren geslagen. Het aandeel van gedrukte boeken in het palet aan media waarover we kunnen beschikken neemt langzamerhand af."  

Wat vindt u zelf van deze ontwikkeling?

"Er zijn altijd veel mensen die zich tegen een nieuwe ontwikkeling verzetten, maar alle technologie heeft natuurlijk goede en slechte kanten. Plato waarschuwde er al voor: 'Door de uitvinding van het schrift hebben we ons geheugen verloren!' En het is waar. Ons geheugen is erbarmelijk slecht geworden. Maar het heeft er ook voor gezorgd dat we kennis kunnen objectiveren. Dankzij het schrift is kennis letterlijk tot een object geworden. Zo zal ook de digitale revolutie goede en minder goede kanten blijken te hebben. En wat betreft die tegenkrachten, er is ook een emmer achter de boot nodig."

 www.tiele-stichting.nl en www.boekwetenschap.leidenuniv.nl

                                    
 
   
vorige pagina top pagina