Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 4/06 > Interview

Interview

Kurt de Belder over de digitalisering:
"Als je geen voorstander bent, heb je oogkleppen op."

Kurt de Belder is de nieuwe bibliothecaris van de UB. Hij is dé man die deze bibliotheek met talloze bijzondere collecties de nieuwe fase van de digitalisering in moet loodsen. Forum zocht hem op en vroeg hem naar de voor- en nadelen hiervan en naar de nieuwste ontwikkelingen. Wordt de UB in de toekomst één grote Dousazaal? Een gesprek over online-onzin, monnikenwerk en Leiden University Press. "We willen zeker geen museum worden."

door Bart de Haas

   
Kurt de Belder 
(foto: Bart de Haas)

Voordat u hier in Leiden aankwam, bent u onder meer werkzaam geweest in diverse Amerikaanse universiteiten. Wat zijn de grootste verschillen met Nederlandse universiteitsbibliotheken?

"Ik heb daar inderdaad in de bibliotheken van Berkeley en Stanford University gewerkt. Als laatste, voordat ik terug naar Nederland kwam, heb ik de West-Europese collecties beheerd van de bibliotheek van New York University. Verreweg het grootste verschil is het geld. New York University is een privé-universiteit. Voor de opbouw en aankoop van collecties en publicaties was er eigenlijk altijd geld genoeg. Na New York heb ik ruim zeven jaar in Amsterdam aan de UvA gewerkt. Daar hadden ze voor de hele geesteswetenschappen even veel geld beschikbaar als ze in New York alleen al voor de West-Europese collecties hadden."

Heeft het feit dat er tegenwoordig steeds meer tijdschriften slechts nog digitaal worden aangeschaft ook iets met bezuinigingen te maken?

"Nee, zeker niet. Steeds meer tijdschriften zíjn er ook alleen nog maar in digitale vorm. In eerste instantie worden ze nu elektronisch uitgegeven, de papieren vorm is echt een bijproduct geworden. En het is ook niet erg zinvol om ze allebei aan te schaffen, vandaar. Nu moet ik wel opmerken dat deze ontwikkeling zich voorlopig vooral voordoet bij de geneeskunde, wiskunde en de natuurwetenschappen. Ook bij de geesteswetenschappen is de ontwikkeling wel aan de gang, maar die gaat nog niet zo snel. Geleidelijk aan komt er steeds meer beschikbaar. Zo is de Oxford University Press bezig om grote collecties in te scannen en in digitale vorm voor iedereen toegankelijk te maken."

Over Oxford University Press gesproken, bent u ook niet betrokken bij het initiatief van Leiden University Press?

"Dat klopt. Niet alleen moeten promovendi hun proefschriften tegenwoordig ook digitaal aanleveren, zij hebben tevens de keus om hun werk bij de Leiden University Press aan te leveren. Dit maakt hun onderzoek voor de hele wereld zichtbaar. Via het internet kan hun proefschrift worden besteld en op vijf plekken ter wereld - naast Nederland en Engeland ook in China, de Verenigde Staten en Australië - kan het vervolgens ook gedrukt worden. Dat gaat via printing on demand. Zo kost het de uitgevers en de auteurs dus niets. Sterker nog, deze laatste krijgen er ook gewoon royalties voor, het is eigenlijk ideaal."

U bent dus een voorstander van de digitalisering in de boeken- en tijdschriftenwereld?

"Natuurlijk kan er nog behoorlijk wat verbeterd worden, maar ik kan het me als bibliothecaris in deze tijd eenvoudigweg niet permitteren om er geen voorstander van te zijn. Anders ben je niet reëel bezig, heb je gewoon oogkleppen op. Denk ook aan bijvoorbeeld kunstgeschiedenis: als je bepaalde kunstwerken in kleurendruk in een papieren tijdschrift wilt laten zien en je dat ook nog met een redelijke kwaliteit wilt doen, dan zijn de kosten veel te hoog. En digitaal kost het bijna niets. Bovendien kun je er dan nog zo heel veel meer mee doen! Naast een haast oneindige hoeveelheid plaatjes en tekst kun je er alle data van een bepaald onderzoek simpel aan toevoegen. Bijna alles is mogelijk."

Maar het léést toch niet lekker?

"Je hebt gelijk. Het scherm houdt ons tegen. Bij boeken is het net wat anders dan bij tijdschriften, die ga je voorlopig nog niet op een computer lezen. Dat noem ik de bedtest: je moet het mee kunnen nemen naar bed. Maar ook hier wordt aan gewerkt. Zo vindt momenteel de ontwikkeling van digitaal papier plaats. Dit is iets dikker dan gewoon papier en heeft binnenin allerlei geheugenchips, waarmee je hele boeken kunt inladen. Het is weliswaar nu nog niet zoals het straks moet zijn, maar het gaat de goede kant op. En het heeft niet de nadelen van een computerscherm, zoals dat het met het zonlicht erop nauwelijks meer leesbaar is. Het is zelfs de bedoeling dat je er over een paar jaar in kunt 'bladeren' en dat je ook notities op het digitale papier kunt maken!"

 
    Digitaal papier

En wat is het voordeel van de digitalisering voor de studenten?

"De ontwikkelingen in het onderwijs maken een elektronische leeromgeving nu al interessant. Niet alleen de proefschriften staan online, maar we hebben ook contracten afgesloten met websites als Google en Yahoo. Als het niet via één van die websites te vinden is, bestaat het niet. Via een aparte knop linken deze websites weer naar ons en zo zorgen we ervoor dat alle digitale tijdschriften en boeken voor iedereen die hier studeert of doceert gratis beschikbaar zijn. Of we maken een link naar onze catalogus, zodat je ze direct bij de UB kunt lenen. We hebben er immers al voor betaald. Zeker als we het hier al hebben - anders zorg je voor informatieverlies."

Er is ook aan deze faculteit toch nog wel de nodige tegenstand tegen de digitalisering. Hoe verklaart u dit?

"Toen Goethenberg de boekdrukkunst 'uitgevonden' had, gingen er ook behoorlijk wat jaren over heen voordat het goed werd. Een boek leek in eerste instantie nog op een manuscript. Geleidelijk aan werd er steeds meer verbeterd. Iets als een inhoudsopgave kwam pas veel later. Wat ik mij afvraag is hoe monniken hier toen over dachten. Zij waren immers nog altijd handmatig de handschriften aan het kopiëren: monnikenwerk. Hoe gingen zij hiermee om? Ik weet het niet."

En hoe zit het met andere schriften?

"Het is in elk geval niet zo dat je in de digitale vorm bepaalde lettertekens niet zou kunnen afdrukken. Van Japans tot Arabisch, het kan allemaal, dus ik verwacht niet dat dít een argument tegen de digitalisering zal zijn. Uiteraard zitten we nog midden in het proces en moet er nog veel verbeterd worden. Maar ik geloof dat door nieuwe ontwikkelingen de weerstand vanzelf zal verdwijnen. En vergeet niet dat de digitalisering de oplossing is voor veel problemen. Zo heb je nooit meer het probleem dat er maar twee boeken beschikbaar zijn voor een groep van twintig of tweehonderd studenten."

Als ontwikkelingen als het digitale papier zich doorzetten en als alles over een aantal jaar allemaal online is, wordt de UB dan niet één grote Dousazaal, waar slechts een enkeling zich nog over de originele boeken zal buigen?

"Nee, zeker niet! Om te beginnen is de UB meer dan een plaats waar je boeken kunt lenen en lezen. Het is ook een plek voor ontmoetingen. De oude indeling van tafels, waaraan één persoon één boek voor zich had, moeten we misschien mede daarom ook aan gaan passen. Er zijn plannen om werkgroepjes te creëren, om scanners te plaatsen enzovoorts. Nee, we zullen zeker geen museum worden. Bovendien is het zo dat er - ondanks of misschien wel juist door de digitalisering - nog nooit zoveel boeken zijn gedrukt als juist in deze tijd."

U had het net over informatieverlies. In een lezing heeft u eens gezegd dat er te veel aan informatie kon zijn. Kan een bibliotheek ooit te veel aan (kwalitatief goede) informatie hebben?

"Vroeger had iedereen maar een klein stukje informatie. Alles was heel lokaal en desnoods maakte je een studiereis naar de bibliotheek waar jouw informatie aanwezig was. Tegenwoordig is er echter zoveel! Hoe in hemelsnaam in die enorme massa de juiste bron te vinden? Nu maken we al een selectie door ons aankoopbeleid en helpen we de onderzoeker door middel van onze catalogus een flink eind op weg. Wat we ook doen is, net zoals bij Amazon en Bol gebeurt, laten zien wat mensen die eerder naar een bepaalde titel zochten ook leenden, maar daarmee ben je er nog niet. De digitale omgeving blijft complex en is veel meer dan een woordje intypen in een zoekmachine."

Hoe bent u van plan om de wetenschappers wegwijs te maken in deze complexiteit?

"Ons nieuwe beleidsplan heet kortweg 'Voor onderzoek en onderwijs'. De UB wil een actieve rol gaan spelen en studenten en docenten ondersteunen bij het zoeken naar de beste bronnen voor bijvoorbeeld hun paper. En daarnaast ook in het kunnen beoordelen van de kwaliteit en de betrouwbaarheid van die bronnen. Er staat immers ook zoveel onzin online. Bovendien leren we hen hoe ze moeten citeren. De verleiding om te plagiëren is namelijk erg groot."

Wat is tot slot uw eigen rol hierin?

"Dit alles moet ik in goede banen zien te leiden. Met mijn eigen visie en met de contacten die ik in o.a. de Verenigde Staten heb, moet ik ons beleidsplan vertalen in concrete activiteiten en dienstverlening. Daarnaast zal ik de UB in heel de wereld op de kaart proberen te zetten. Met name onze bijzondere collecties verdienen dat. In China is er bijvoorbeeld veel historische documentatie vernietigd. Om hun eigen verleden te kunnen onderzoeken komen er dus wetenschappers vanuit China naar Leiden, waar die documentatie nog wel is. In elk geval zie ik het als een uitdaging om ervoor te zorgen dat de UB ook in de toekomst een centrum blijft waar wetenschappers van over de hele wereld naar toe trekken om informatie te vinden."

                                    
 
   
vorige pagina top pagina