Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 4/06 > Onderwijs

Onderwijs

Sectorplan Levendige Letteren: stand van zaken na het eerste jaar

Deel I: Samenwerking masteropleidingen

De Masteropleidingen Arabisch, Frans, Duits, Italiaans, Slavisch, Grieks/Latijn en Hebreeuws/Aramees werken intensief samen met hun zusteropleidingen in de Randstad. Sectorplan Levendige Letteren: op papier een interessant initiatief, maar hoe verloopt dit nu in de praktijk?

Door Esther van der Wal

Na een periode van voorbereiding is het landelijke project Sectorplan Levendige Letteren nu volop in beweging. Het project is in oktober 2003 na een lange aanloop vastgesteld en door de staatssecretaris goedgekeurd. Directe aanleiding daartoe was de invoering van de BA/MA-structuur in Nederland en de in diverse onderzoeken gesignaleerde daling van studentenaantallen in de klassieke monodisciplinaire talenopleidingen. De belangrijkste doelstellingen zijn:

Masterdag 2005
  • het verbreden en vernieuwen van het onderwijsaanbod;
  • het aantrekkelijker maken van het onderwijsaanbod;
  • het vergroten van de transparantie van het onderwijsaanbod;
  • het verstevigen en uitbreiden van (bestaande) samenwerkingsverbanden;
  • het vergroten van de kwaliteit en de doelmatigheid in met name het aanbod van masteropleidingen.

Al bij publicatie van het Sectorplan werd in de plannen een onderscheid gemaakt tussen unica en andere masteropleidingen in het domein van de kleine letteren. Versterking van de positie van unica - waarover in een volgende editie van Forum meer - wordt vooral gezocht via internationale samenwerking. In de masterfase werken zeven Leidse letterenopleidingen (Arabisch, Frans, Duits, Italiaans, Slavisch, Grieks/Latijn en Hebreeuws/Aramees) intensief samen met hun zusteropleidingen in de Randstad, te weten de Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit en Universiteit Utrecht. Het meest in het oog springende element van deze samenwerking is, dat studenten in elk van de deelnemende masteropleidingen minimaal 10 ECTS aan de zusteropleiding van een van de andere universiteiten volgen. Op papier een interessant initiatief, maar hoe verloopt dit nu in de praktijk?

Studentenstroom

In september 2005 zijn de eerste studenten begonnen met het volgen van vakken aan een andere universiteit in de Randstad in het kader van het Sectorplan. Het gaat in totaal om enkele tientallen studenten. Nog niet zo veel misschien, maar dat is te verwachten: het Sectorplan is juist opgezet voor opleidingen met een relatief kleine studenteninstroom. Leidse studenten volgden vakken aan een andere universiteit, en omgekeerd kregen wij studenten van elders op bezoek. Daar is heel wat praktisch regelwerk aan voorafgegaan.

Vaststelling vakkenaanbod

Per opleiding is een regiegroep samengesteld, waarin hoogleraren van iedere instelling vertegenwoordigd zijn. Deze hebben zich gebogen over de samenstelling van een evenwichtig programma. Er zijn afspraken gemaakt over de omvang van het vakkenaanbod van iedere opleiding en er is bepaald welke inhoudelijke zwaartepunten waar liggen. Op die manier is ervoor gezorgd dat er een goede spreiding van het aanbod is en dat zo veel mogelijk specialisaties zijn vertegenwoordigd, ondanks het feit dat er lokaal minder onderwijs wordt aangeboden.

Complementaire roostering

Nadat het vakkenaanbod voor 2005-2006 was vastgesteld, zijn de vier lokale coördinatoren van het Sectorplan aan de slag gegaan met het zo veel mogelijk complementair roosteren van de vakken. Uitgangspunt daarbij is dat iedere student de keuze zou moeten hebben uit alle vakken die aan de eigen universiteit en aan de zusteropleidingen worden aangeboden. Ook moet rekening gehouden worden met het inplannen van reistijd tussen verschillende vakken op dezelfde dag. Complementaire roostering is geen gemakkelijke taak, aangezien de systemen van roostering lokaal uiteen kunnen lopen. Zowel de centrale en facultaire roosterafdelingen als de opleidingen worden nauw betrokken bij de roostering.

Studiegidsen

Bij een nieuw project dat toch best wel wat impact heeft is een goede informatievoorziening natuurlijk belangrijk. Daarom is afgelopen jaar gekozen voor het publiceren van het complete Sectorplanaanbod in de Leidse elektronische studiegids op het web en in de studiegidsen van de andere deelnemende universiteiten. Er zijn directe links aangebracht naar de cursusbeschrijvingen, van waaruit doorgeklikt kan worden naar lokale websites waarop de roostertijden van de vakken beschikbaar zijn. Dit wordt ook in het komende academisch jaar gedaan.

Om studenten, docenten en andere betrokkenen beter te informeren over de verschillende procedures rondom het Sectorplan wordt daarnaast voor het komende academisch jaar een Engelstalige tekst op de facultaire mastersite ondergebracht, waarin antwoord wordt gegeven op een aantal sleutelvragen.

Inschrijving elders

Masterdag 2005

Om onderwijs te kunnen volgen aan een andere universiteit, moet elke student daar als gaststudent worden ingeschreven. Er is hiervoor een procedure ontwikkeld waarbij de student alle benodigde informatie en documenten aanlevert, en de inschrijving verder voor hem geregeld wordt. Ook wordt de student dan meteen aangemeld bij het gekozen vak en wordt de docent op de hoogte gesteld, zodat deze rekening kan houden met het aantal te verwachten studenten en hun achtergrond.

De ervaring leert dat de meeste studenten hebben gekozen voor het volgen van één of twee vakken buiten de deur. Een enkeling is erg enthousiast en schrijft zich in voor meer dan twee vakken. Dat is een van de redenen om ernaar te streven dat er in ieder geval logistiek (bijvoorbeeld roostertechnisch) zo min mogelijk drempels zijn.

Vak afgerond, en dan?

Na afloop van een blok of semester waarin een student een cijfer buiten de eigen universiteit heeft behaald, wordt dit cijfer zowel bij de hoofdopleiding als bij de zusteropleiding geregistreerd. Om de studenten zo veel mogelijk administratieve rompslomp uit handen te nemen, wordt het doorgeven van behaalde cijfers net als de inschrijving voor hen geregeld.

De ervaringen tot nu toe

Na afloop van het eerste en tweede semester zijn enquêtes gehouden onder bij het Sectorplan betrokken studenten en docenten, om zo een beeld te kunnen krijgen van hoe het Sectorplan in de praktijk functioneert en tegen welke problemen men aanloopt. De resultaten van deze enquêtes zijn over het algemeen bemoedigend te noemen. Het Sectorplan wordt door een aantal studenten gezien als een verrijking van de mogelijkheden. Juist door het bestaan van het Sectorplan kan de student in aanraking komen met vakken die niet aan de eigen universiteit worden gegeven, waardoor hij zijn masterprogramma kan verbreden of verdiepen. Hiermee wordt voldaan aan een van de belangrijkste doelen van het project. Ook voor docenten werkt het verfrissend om 'nieuwe gezichten' in de cursus te hebben. De ervaringen zijn positiever naarmate een docent meer energie heeft gestoken in het aanpassen van de cursus aan de wensen en het niveau van de studenten.

Er zijn procedurele aspecten die nog wel verbeterd kunnen worden. Zo werden studenten soms later dan gepland aan een andere universiteit ingeschreven, omdat hun gegevens nog niet compleet waren of omdat de informatie over de inschrijfprocedure laat gepubliceerd werd. Ook het doorgeven van behaalde cijfers liep soms vertraging op. Verder blijkt de reistijd die nodig is om van de ene naar de andere universiteit te gaan voor een aantal studenten in de praktijk lastig. Sommigen zijn speciaal in Leiden komen wonen om de reistijd te beperken, en worden nu toch geacht gedurende een heel of half semester in Amsterdam of Utrecht colleges te volgen.

Nu het eerste jaar achter de rug is, hoeven we echter niet nog eens het wiel uit te vinden. We kunnen nu voortbouwen op wat al gerealiseerd is en de verschillende procedures verfijnen en aanpassen, zodat ook in de toekomst deze vruchtbare samenwerking kan blijven bestaan.

 Volgende keer in Forum: meer informatie over het Sectorplan voor de unica.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina