Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/06 > Interview

Interview

Nieuwe hoogleraar Psycho-neurolinguïstiek Niels Schiller:
"Je noemt die vlinder eerder 'vlinder' als ik vooraf 'vla' zeg"

Prof.dr. Niels Schiller biedt in no-time een voorbeeld van een neuro-psycholinguïstisch experiment. "Als ik vooraf 'pan' had gezegd, was je net iets later tot de benoeming van die vlinder gekomen." Toch is het onderzoek geen kwestie van enkel snel benoemen, er gaan soms weken of maanden alleen al in het verzamelen van onderzoeksmateriaal zitten. Voor Niels Schiller is die uitgebreide studie van de taal in het brein een grote uitdaging. Met ingang van 1 juli zal hij binnen het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC) de leerstoel Psycho- en neurolinguïstiek bekleden. Hij is daarmee onderdeel van het nieuwe samenwerkingsverband tussen het LUMC, de Faculteit Sociale Wetenschappen en de Faculteit der Letteren.

Door Aniek Smit

   
Niels Schiller
Vanaf 1 juli hoogleraar Psycho-neurolinguïstiek, Leiden Institute for Brain and Cognition
(foto: Aniek Smit)

U deed uw neuro-psycholinguïstische onderzoek aan de Universiteit van Maastricht vanuit de psychologie, in Leiden zult u een aanstelling krijgen bij de Faculteit der Letteren. Is de psycholinguïstiek daarmee te zien als 'de talige kant van de psychologie'?

"Ja, het betreft zowel taalwetenschap als psychologie. Het gaat om enerzijds die interesse voor 'hoe werkt de taal' en anderzijds 'hoe werkt het brein'. Daar probeer je achter te komen met zeer empirisch onderzoek. Zelf ben ik vooral bezig met de studie van de taalproductie. Het fonetisch en fonologisch encoderen." Als uitleg wordt het Ice Tea flesje op tafel omgedoopt tot onderzoeksobject en wordt de werking van de taal in het brein in de praktijk getoond. "Als je dit object, een flesje, wilt benoemen, welke processen gaan er dan aan vooraf voordat je 'flesje' kan zeggen? Je zoekt zo'n woord op in je mentale woordenboek en je komt vervolgens tot klinkers, klemtonen, klanken, en de uitspraak van het woord. Hier bestaat heel wat kennis over, maar het moet nog veel preciezer. Wanneer je bijvoorbeeld het woord 'vlinder' wilt benoemen, is het vooraf horen van het woord 'vla' dan een gerelateerde conditie, die je door het eerder horen van 'vl' sneller tot benoeming van de vlinder doet komen? Voor deze vraagstukken heb je de kennis van meerdere vakgebieden nodig. Het overkoepelende LIBC zal dan ook colleges gaan bieden aan de studenten van alledrie de faculteiten."

Een van de oprichtsters van het LIBC, Prof.dr.Lisa Cheng, beoogt met het instituut meer structuur te brengen in het onderzoek, dat verspreid over de faculteiten plaatsvindt. Is die extra stimulans en aandacht voor het psycholinguïstische onderzoek noodzakelijk?

"De psycholinguïstiek is een relatief jonge wetenschap. Het was al langere tijd bekend in de V.S. maar waaide zo'n veertig jaar geleden over naar Nederland. Sindsdien is het een serieus bedreven wetenschap. Zeker met de oprichting van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen is daar een grote 'push' aan gegeven. Bovendien gebruikt iedereen taal heel de dag, zonder er echt bij na te denken. Het is dus niet vreemd daar met deze studie meer naar te kijken. Ik hoop zelf binnen het LIBC nog meer die link te leggen tussen de fonologische studie van de linguïsten en de fonetische studie."

Brengt een samenwerking tussen deze faculteiten daarmee ook een soort mengeling van Alfa en Bèta wetenschap?

"Dat zou je wel kunnen zeggen, Alfa, Bèta en een beetje Gamma. Zo'n mengeling vereist wel iets extra's van de student. Voor het onderzoek in de psycholinguïstiek doe je zeer empirisch onderzoek met machines als MRI-scanners, gebruik je de kwalitatieve studie van de taal uit de taalkunde en de kwantitatieve statistieke onderzoeksmethode uit de psychologie. Een student moet dus meerdere disciplines beheersen."

Hoe gaat zo'n psycholinguïstisch experiment er in de praktijk aan toe?

"Tijdens mijn post-doc in de V.S. heb ik onderzoek gedaan naar het opzoeken van de gender-info, het grammaticale geslacht, van een woord in je brein. Het was de vraag of die informatie automatisch met het woord wordt opgehaald in het brein. Bij dit onderzoek kregen personen een plaatje te zien van bijvoorbeeld 'de fles' en 'de tafel', wat zij vervolgens moesten benoemen. Wanneer mensen vooraf een 'stoorwoord' te horen kregen, bijvoorbeeld 'boek' met het niet genoemde lidwoord 'het', reageerde men langzamer. Om bevestiging te vinden voor de stelling dat de gender-info dus automatisch wordt opgehaald, tegelijk op fonologisch niveau, hebben we een meervoudsconditie toegevoegd aan het experiment. In het Nederlands hebben alle meervoudsvormen 'de' als lidwoord. Bij het vooraf horen van de meervoudige vorm van een 'stoorwoord' trad dan ook geen vertraging meer op in het benoemen van het plaatje 'de tafel'. Die ontdekking was in strijd met de op de markt van de taalproductie geldende modellen!"

Naast uw werk in Leiden zult u ook bijzonder hoogleraar blijven in Maastricht en onderzoek doen aan het Nijmeegse Max Planck Instituut(MPI) voor psycholinguïstiek. Dat gaat allemaal samen?

"Ja, het is belangrijk die contacten te behouden. Je moet voorkomen dat onderzoek binnen Nederland dubbel wordt gedaan. Bovendien heb ik nog zo'n twintig projecten lopen die nu niet ineens beëindigd worden voor iets nieuws. Er blijven medewerkers van mij in Maastricht en een aantal komen mee naar Leiden. En natuurlijk zal ik ook hier weer een netwerk op moeten bouwen."

Uw promotor en vooraanstaand psycholinguïst, Pim Levelt, zei onlangs in een interview met De Volkskrant dat het MPI zich in een luxepositie bevindt ten opzichte van de universiteiten. Daar zou bar weinig onderzoeksbudget zijn?

"Het is inderdaad moeilijk op de universiteit constant met het onderzoek bezig te zijn. Op het MPI doet een grote groep medewerkers fulltime onderzoek, op de universiteit heb je ook management en onderwijstaken. In Leiden is men lang bezig geweest met de opzet van het LIBC, waarvoor uiteindelijk geld kwam van de Commissie Wetenschap Beoefening (CWB). Hoewel mijn hart bij het onderzoek ligt, word je gedwongen je met die externe geldstromen bezig te houden, je wilt geen geld op straat laten liggen."

Is de samenwerking tussen het LUMC, FSW en de Faculteit der Letteren dan uit nood of echt een verrijking?

"Ik hoop een verrijking natuurlijk. Ik denk dat het ook meer toeval is dat het nu is ontstaan. Je moet de goede mensen vinden die zoiets op willen bouwen. Ik hoop zelf op een soepele samenwerking tussen de faculteiten, zonder bureaucratisch gedoe. Deze combinatie is niet uit geldtekort, het biedt meer structuur aan het onderzoek. Zo hebben wij tijd gereserveerd om de MRI-scanners te gebruiken van het LUMC. Tegelijk kom je daar in contact met wetenschappers als neurologen of neuroradiologen die in dezelfde vraagstukken geïnteresseerd zijn."

Pim Levelt stak de loftrompet over datgene wat er desondanks nog aan onderzoek aan de universiteiten, zoals Nijmegen en Maastricht, gebeurt. Hoort Leiden daar straks ook bij?

"Ik hoop het wel natuurlijk. Nijmegen en Groningen hadden al soortgelijke instituten, en voor Leiden is het belangrijk nu ook verder te gaan in dit onderzoek. Anders is het te laat.  Leiden heeft daarbij veel potentieel, alle kennis is in huis. Dat miste ik in Maastricht, waar geen Letterenfaculteit is. In Leiden is al veel kennis van de taalwetenschap, vandaar dat ik al redelijk wat samenwerkte met collega's hier. Natuurlijk zullen we nu eerst met de startproblemen te maken krijgen, nu de formele structuur die we al geschapen hebben een precieze invulling krijgt. Het instituut staat nog in de kinderschoenen."

Aan het MPI wordt samengewerkt, naar de woorden van Pim Levelt, aan een grote legpuzzel waarvan telkens een stukje bekend wordt. Welk stukje zou u in Leiden graag nog voor uw rekening nemen?

"Allereerst moeten we het misschien nog meer als een mozaïek zien met kleine tegeltjes. Mijn dochtertje maakt nu puzzels van twaalf stukjes en daar kun je het toch niet mee vergelijken. Nu heb je tegenwoordig wel van die puzzels met 5000 stukjes.maar veel aio's komen bij mij met het idee te ontdekken hoe de wereld in elkaar zit. Vervolgens ga je meer inzoomen en kom je dan op dat kleine stukje uit dat jij helemaal gaat uitzoeken. Voor mij is dat juist de 'challenge'. Gelukkig heb ik altijd het onderzoek kunnen doen dat ik wilde doen. Waar ik mij nu nog wel meer op zou willen richten is specifiek die link tussen de fonetische en fonologische werking van de taal in het brein."

Uw liefde voor de psycholinguïstiek begon aan de universiteit van Trier in Duitsland, het bracht u naar Limburg en nu naar Leiden. Leveren die verhuizingen nog interessante taal-vraagstukken op?

"Je hoort wel duidelijk verschillen in dialect, maar ik heb als Duitser al niet zoveel meegenomen van het Limburgse accent. Ik versta het wel, dus van mij mogen ze. In Maastricht zitten overigens ook veel Duitse studenten dus veel onderzoek heb ik in het Duits voort kunnen zetten. Toch is het onderzoek niet per se taalgebonden, ik heb ook met een Noorse en een Slowaakse student gewerkt en ik heb collega's in Spanje en Frankrijk die dezelfde fenomenen bestuderen. Naast mijn onderzoek is taal wel een passie voor me. Ik kan me zeker binnen Europa wel redden, handig straks voor de vakantie. Daar ga ik eerst even uitrusten voordat het allemaal begint. En daarna lekker aan de slag, ik heb er zin in. Dat zit wel in mijn aard, als ik iets aanpak dan ga ik er ook voor, 150%."

Links:

  Mieke Zijlmans, 'Interview psycholinguïst Pim Levelt: Stukje bij beetje de taal ontleed', De Volkskrant (27-05-2006).

                                    
 
   
vorige pagina top pagina