Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/06

Onderzoek

Leidse stellingen

Ze zijn te vinden op een los velletje papier tussen de volgeschreven pagina's van het proefschrift: de stellingen van een promovendus. Twaalf of dertien zinnen met eigen bevindingen, kleine speldeprikken, interessante ontdekkingen en boeiende theorieën. Forum besteedt in deze rubriek aandacht aan een selectie van stellingen uit recent verschenen proefschriften bij de Letterenfaculteit.

Stellingen bij het proefschrift van Joost van Driel, Prikkeling der zinnen. De stilistische diversiteit van de Middelnederlandse epische poëzie:

  • Stelling 1. Het bestaan van parallelvertalingen in de Middelnederlandse letterkunde komt voort uit uiteenlopende artistieke opvattingen bij de dichters en het publiek van deze teksten.
    "Van sommige Oudfranse of Latijnse teksten bestaan verscheidene versies in het Middelnederlands. De Oudfranse Roman de la Rose en de Chaitelaine de Vergi zijn bijvoorbeeld in dezelfde periode zowel door een Brabander als een Vlaming vertaald. Wat is de verklaring van dit opmerkelijke verschijnsel? In Prikkeling der zinnen wordt geopperd dat mogelijk een van beide dichters het niet eens was met de wijze waarop de ander de Oudfranse tekst in het Middelnederlands had omgezet.

    Het is namelijk frappant dat voor elke Middelnederlandse parallelvertaling geldt dat zij stilistisch zeer sterk verschilt van haar tegenhanger: zo is de Vlaamse Rose totaal anders gestileerd dan de Brabantse Rose.  Gezien die sterke verschillen is het zeer goed denkbaar dat uiteenlopende artistieke opvattingen, bij Middelnederlandse dichters of bij hun publiek, de reden zijn van het (laten) vervaardigen van een andere versie van een tekst."

  • Stelling 3. De dichters van Walewein, Reinaert en Ferguut hadden de intentie om te choqueren.
    "De dichters van de Middelnederlandse verhalen Walewein, Reinaert en Ferguut vertonen een taalgebruik dat soms zeer grof of extreem aandoet. In de Walewein worden gewelddadige en bloederige scènes zeer omstandig beschreven, waarbij bijvoorbeeld wordt gesteld dat iemands hoofd tot aan de tanden wordt gekloofd, waarna hersenen en bloed naar buiten stromen.

    Zeer gedetailleerd worden in de Reinaert martelingen beschreven en de Ferguut kent een voorliefde voor allerlei grove scheldwoorden. Al zulke stilistische middelen zijn schaars in de Middelnederlandse epiek; het gebruik ervan zal het publiek van de betreffende dichters ongetwijfeld hebben verrast, en misschien zelfs verontrust."

  • Stelling 6. Bij de identificatie van auteurs dient men rekening te houden met de mogelijkheid dat Middelnederlandse auteurs hun taalgebruik verregaand hebben gemanipuleerd.
    "De gedachte dat een schrijver te herkennen valt aan zijn taalgebruik gaat terug op de overtuiging dat hij slechts op één manier kan schrijven, die hij in wezen niet kan of wil manipuleren. Daarbij gaat men vaak voorbij aan de mogelijkheid dat literatoren hun taalgebruik zo ingenieus stileren, dat ze in feite niet met een stilistische analyse geïdentificeerd kunnen worden.

    Alvorens men stijl als categorie gebruikt in toeschrijvingen moet men deze mogelijkheid grondig verkennen. Indien een schrijver zijn taalgebruik bewust manipuleert en een subtiel spel met zijn stijl speelt, dan dient men stilistische observaties als argumenten nog behoedzamer te hanteren dan normaal al wenselijk is."

  • Stelling 10. De wijze waarop doorgaans het gebruik van dialect bepleit wordt, leidt ertoe dat het vooroordeel dat dialectsprekers dom zijn, niet verdwijnt.

    "De recente dialectrenaissance gaat vaak gepaard met pleidooien om dialect in het het onderwijs en in lokale bestuur weer een plaats te geven. Die pleidooien zijn vaak irrationeel en gebaseerd op discutabele argumenten. Onderwijs in het dialect gaat ten koste van het onderwijs in het ABN en in talen als Frans, Duits en Engels, talen waarvan de beheersing veel meer communicatief profijt oplevert. Bovendien betekent een ruimer gebruik van dialecten een verzwakking van de positie van het Nederlands in Nederland. Voorstanders van het gebruik van dialect reageren doorgaans agressief en emotioneel op kritische kanttekeningen bij hun argumenten. Dat alles zorgt ervoor dat hun pleidooien bij velen de onjuiste gedachte oproepen dat dialectsprekers dom zijn.

  • Stelling 11. Assistenten-in-opleiding in de geesteswetenschappen die klagen over hun werk- en levensomstandigheden zijn ondankbaar.

    "Veel aio's in de geesteswetenschappen die klagen over hun werk- en levensomstandigheden, gaan voorbij aan de volgende zaken: dat ze een bovenmodaal salaris verdienen dat grotendeels bestaat uit belastinggeld, dat ze een immense vrijheid genieten, dat ze werk doen waarvan slechts een handvol wetenschappers het nut inziet en waarom niemand heeft gevraagd, en tenslotte dat hen een kans wordt geboden die menig gemotiveerde en getalenteerde student niet is gegund.  Aio's in de geesteswetenschappen zouden de maatschappij moeten danken dat zij sowieso bestaan."

  • Stelling 14. Niet het vlees is zwak, maar de geest.

    "In Mattheus 26: 41 staat: 'de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak'. De gedachte dat de kracht van het vlees zou onderdoen voor die van de geest, zoals hier wordt geïmpliceerd, is evenwel merkwaardig en zij wordt niet door feiten gestaafd. Integendeel, de geest vermag niets zonder de lichamelijke kracht. Zelfs het uitspreken van een geniale gedachte is niet mogelijk zonder inbreng van de tong en kaken. De wens is hier wellicht de vader van de gedachte: in tijden van fysieke zwakte hoopt men alsnog te kunnen bouwen op de geest."

Promotie 10 mei 2006
Promotor: prof.dr. F.P. van Oostrom en prof.dr. F. Willaert (univ.Antwerpen)
Zie ook: Samenvatting (pdf)

Stellingen behorende bij het proefschrift van Liang Jie, Experiments on the modular nature of word and sentence phonology in Chinese Broca's patients:

  • Stelling 3. The specification of segmental and tonal aspects of lexical entries in Chinese, and in tone languages in general, are located and/or processed separately in the brain.
  • Stelling 6. Research on language and creativity meet in the field of aphasia, since aphasic patients necessarily have to invent new and crative linguistic expressions in order to communicate.
  • Stelling 8. If Chinese were included in the curriculum of secondary schools in the Netherlands (instead of French and German together) Dutch nationals would be able to communicate with more than half of the world's population.

Promotie 10 mei 2006
Promotor: prof.dr. V.J.J.P. van Heuven
Zie ook: Dissertations online

Stellingen behorende bij het proefschrift van Jisheng Zhang, The phonology of Shaoxing Chinese:

  • Stelling 1. The prenuclear glide in Shaoxing Chinese is neither in the Onset nor in the Rhyme.
  • Stelling 2. A ayllable-final stip is moraic in Shaoxing language.
  • Stelling 7. There are no spoken languages without syllable structure.
  • Stelling 9. Abstractness is a fact of linguistic reality.

Promotie 31 januari 2006
Promotor: prof.dr. V.J.J.P. van Heuven
Zie ook: Dissertations Online

                                    
 
   
vorige pagina top pagina