Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06 > Onderwijs

Onderwijs

De eerste gastschrijver
Het Leidse semester van Gerard Reve

Betondorp, Greonterp, Amsterdam, La Grâce, Schiedam, Machelen aan de Leie. Maar waar was in de necrologieën de Leidse periode van Gerard Reve?

   
Gerard Reve (foto uit zijn Leidse periode, 1985)

door Peter Burger en Jaap de Jong

Lang duurde het niet: één semester slechts, van juni tot en met december 1985, was Gerard Reve als gastschrijver verbonden aan de Leidse Letterenfaculteit. Maar het was wel een belangrijk half jaar in zijn schrijversleven: in Leiden werkte Reve zijn theorie uit over het ambacht van de schrijver, de Vier Zuilen van het Proza. Een leerzame verhandeling voor beginnende schrijvers en een goudmijn voor Reve-vorsers.

Ook voor de Faculteit was het een belangrijk semester: het gastschrijverschap bleek een succesvol instituut, dat snel navolging vond aan andere universiteiten. In Leiden luidde de komst van Reve een lange reeks gastschrijvers in, onder wie Judith Herzberg, Frans Kellendonk, Gerrit Komrij, Geerten Meijsing en Anna Enquist. Maar geen van hen was zo'n publiekstrekker als Reve: bij zijn eerste openbare optreden in de Pieterskerk konden van de ruim zesduizend geïnteresseerden slechts vijftienhonderd een plaats bemachtigen.

Ten slotte was het eerste semester van het studiejaar 1985-1986 een belangrijke tijd voor Reves studenten. Twee van hen - inmiddels zelf docenten aan de Letterenfaculteit ­- halen herinneringen op.

Geen hechtingen

Amerikaanse en Engelse universiteiten kenden al tientallen jaren writers in residence toen de Leidse Letterenfaculteit, op voorstel van hoogleraar Moderne Letterkunde Ton Anbeek, besloot die traditie ook in Nederland in te voeren. Dat Gerard Reve als eerste het ambt mocht vervullen, viel niet bij iedereen in goede aarde. Wilde Reve niet alle Surinamers per tjoekie-tjoekie stoomboot retour sturen naar hun takki-takki oerwoud? Hoogleraar taalkunde Jan Kooij en de letterkundige en Célinevertaler Mani Kummer protesteerden met een ingezonden brief in Mare tegen Reves 'platvloerse racisme'. Gelukkig waren zijn colleges niet verplicht: 'Studenten die niet zo'n trek hebben in de grote volksschrijver kunnen tijdens deze uren alsnog de frisse lucht opzoeken.'

Het was niet het laatste Leidse relletje rond Reve. De eerste van de vier Albert Verwey-lezingen eindigde met een handgemeen tussen de schrijver en een 37-jarige Leidse fan, die met Reve wilde discussiëren over de vraag of  socialisme en katholicisme kunnen samengaan. De schrijver, die al een drankje had genomen op de goede afloop van zijn eerste lezing, ontstak in woede en ging de vragensteller te lijf met een gebroken wijnglas. De secretaris van de Letterenfaculteit, Donker, sprong dapper tussenbeide en liep een snijwond op aan zijn linkerhand. 'Ach,' verklaarde het slachtoffer diplomatiek tegen de Volkskrant, 'achteraf zegt men dat er bloed gevloeid zou zijn en dat ik me aan glaswerk gesneden zou hebben. Maar mijn schoonzoon is arts, en die constateerde dat er geen hechtingen nodig waren.'

Reve zou zijn gehoor in latere lezingen voorhouden dat de werkelijkheid soms te ongeloofwaardig is om in een roman te gebruiken. Dit was zo'n geval: de vragensteller was de eigenaar van een café dat vernoemd was naar een dichtbundel van Reve, Het Zingend Hart.

Zelf schrijver worden

Het opstootje had gunstige gevolgen voor de Nederlandse literatuur. Reve had het plan om alle vier de openbare colleges te wijden aan kwesties van moraal, geloof, politiek en kunst, maar toen de combinatie van geloof en politiek zo brisant bleek, zag hij daarvan af. Hij schrapte de tirade tegen het socialisme die hij voor de tweede avond had aangekondigd en concentreerde zich op de Vier Zuilen van het Proza. Conceptie, Compositie, Stijl en Woordgebruik: pas als een schrijver die beheerst, kan hij een meesterwerk scheppen, betoogde Reve in zijn lezingen, in de werkgroepen voor studenten en nadien in zijn boek Zelf schrijver worden (1986). Het is net als de rest van Reves werk een wonderlijk mengsel van het hoge en het lage, van mystiek en huismiddeltjes. Reves grote greep omvat zowel de transsubstantiatie als een warm pleidooi voor het gebruik van kitsch en clichés. 'Opgelet: Wie ziet en beseft, dat er onder deze grijsbehaarde borst nog steeds het naar liefde hunkerend hart van een zestienjarige klopt? [.] het werkt, dat kan ik U verzekeren.' Kortom: 'Het Cliché is een Godsgeschenk.'

Aan de hemelpoort

Reve vatte zijn 'lederopdracht' ernstig op. Naast zijn hoorcolleges gaf hij drie werkgroepen, twee voor neerlandici en een voor andere studenten en belangstellenden. De schrijver werd geplaagd door plankenkoorts. Voor de colleges aan de studenten haalde een van ons Reve op van het station en wandelde met hem naar het WSD-complex. Onderweg probeerde Reve zijn college van die middag uit op zijn chaperonne, die niet veel behoefde terug te zeggen. Een maal gaf Reve zijn begeleider een arm, de vrees uitsprekend dat hij in het Rapenburg zou vallen. Misschien dacht hij aan zijn Geleerde Broer Karel, die hier als hoogleraar Slavistiek met zijn auto te water raakte. 

In de colleges, die werden voorgezeten door Ton Anbeek, bespraken studenten zijn romans in het licht van zijn prozatheorie. Reve speelde hierbij liever de rol van gastheer dan van gast: hij probeerde het de studenten naar de zin te maken met anekdotes uit zijn veelbewogen schrijversbestaan, maar ging bij vragen en - uiterst bescheiden geformuleerde - kritiek onverstoorbaar door op zijn eigen weg. Wie een literair-historische vraag probeerde te stellen over Reve als vertegenwoordiger van die of gene stroming, zag zich al na drie woorden afgekapt: 'Ja, na de oorlog ben ik ook nog vertegenwoordiger geweest, in stofzuigers. Ook toen reeds droegen de huisvrouwen mij op handen!'

Het laatste college hield het midden tussen een celebratie van het Heilig Avondmaal en een Sinterklaasviering. Reve - zijn gebruikelijke Mariablauwe pak vervangen door een leren jack - had wijn meegenomen, zong 'Het lied van de schoorsteenveger', las voor uit eigen werk en deelde gesigneerde boeken uit. In een verslag voor de microfoon van Omroep Rijnland maakt Reve het nog feestelijker: 'Een leuke meid, hoe heette ze nou, Marianne of zoiets, die heeft nog een striptease gedaan. En als ze wéér iets uitdeed, kreeg ze weer een boek en zo. De boog kan toch niet altijd gespannen zijn, wat vindt u?'

De komst van Reve bood ons ook de kans op ons eerste Grote Interview, gepubliceerd in Meta, het blad van de Opleiding Nederlands, en later in het tijdschrift Literatuur. Terugkijkend zien we ons zelf over de zelfde obstakels struikelen als onze studenten journalistiek van nu. Reve speelde met verve zijn bekende rol en wij waren te bleu om hem een originele uitspraak te ontlokken. 'Het zoveelste interview met de volksschrijverŽ, oordeelde Vrij Nederland, 'een gemiste kans.'

Bij het afscheid gaf Reve ons de aangebroken fles wijn mee. Ook gaf Nederlands bekendste Mariavereerder ons de goede raad: 'Ik kan erg goed met Haar overweg. Als u aan de hemelpoort komt en Hij maakt moeilijkheden, dan zegt u gewoon: "Ik wens uw moeder te spreken." Dan komt ze en dan zegt u: "Ik ken Gerard Reve persoonlijk" En dan kunt u meteen doorlopen.'

 In het Reve Jaarboek 4 deden wij destijds uitgebreid verslag van Reves Leidse semester en het begin van het Leidse gastschrijverschap.

 Zie ook: gastschrijver.leidenuniv.nl en reportage over gastschrijver Anna Enquist

                                    
 
   
vorige pagina top pagina