Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 3/05 > Discussie

Pareltjes en melkkoeien

Na oppervlakkige lezing van de Keuzegids Hoger Onderwijs zouden docenten en bestuurders van de Leidse Letterenfaculteit tevreden achterover kunnen leunen. De kleine talenstudies hebben goede onderwijsprogramma's en uiterst deskundige docenten. Geschiedenis, Kunstgeschiedenis, Theologie en Engels staan bovenaan de landelijke ranglijstjes en het Leidse aanbod staat bekend als het breedst. Dat studenten ontevreden zijn over lesruimtes en (computer)faciliteiten wisten we al, dat zijn we zelf ook. Maar nauwkeuriger lezing van de Keuzegids brengt meer aan het licht. Een discussiebijdrage van Addie de Moor, Eindredacteur Keuzegids Hoger Onderwijs en docent bij Journalistiek en Nieuwe Media

In de Keuzegids Hoger Onderwijs, die elk jaar uitkomt en bedoeld is voor middelbare scholieren, worden de verschillende opleidingen per studierichting met elkaar vergeleken. De belangrijkste bron vormt een enquête onder studenten. Elk studiejaar worden studenten ondervraagd over zaken als het niveau van de studiestof, de samenhang tussen vakken, de gebruikte onderwijsvormen, de deskundigheid van de docenten en hun vermogen de stof helder over te dragen, de geschiktheid van collegezalen, de beschikbaarheid van werkplekken en computerfaciliteiten. En, niet onbelangrijk: of ze een helder beeld krijgen van de arbeidsmarkt.

Als je per studie in zo'n tabel met studentenoordelen kijkt, dan gaat het op het eerste gezicht prima met de Leidse Letteren. Alle opleidingen scoren hoger dan 7,0. Vier daarvan steken boven het landelijke gemiddelde in hun vakgebied uit, en vier andere zitten keurig in de middenmoot. Geen enkele opleiding eindigt onderaan.

Toch zitten er twee addertjes onder het gras. Ten eerste laten de oordelen op deelaspecten ook zwakke punten zien. Zo krijgen bijna alle opleidingen (behalve Engels en Archeologie) kritiek op lesruimten en faciliteiten. Geschiedenis krijgt voor dit laatste zelfs een zes-min. En magere faciliteiten zijn geen goede voedingsbodem voor modern onderwijs. De studenten Nederlands, Kunstgeschiedenis, Romaanse talen en overige Talen en Culturen zijn over de werkvormen dan ook minder tevreden dan elders.

We hebben dus knappe docenten, maar die geven wel wat ouderwets onderwijs. Onderwijs waarvan de universiteit graag uitdraagt dat het meerwaarde heeft: steviger eisen, steviger begeleiding, en een bindend studieadvies als prikkel die het studietempo hoog moet houden. Maar met tabellen over 'studietempo' laat de Keuzegids zien dat dit lang niet altijd zo uitpakt. Bij Italiaans heeft Leiden zelfs de zwakste score: na 6 jaar was hier maar 5% afgestudeerd. Wordt met het BSA wel echt meer gedaan dan op een schoolse manier de lat hoger leggen?

En er zit nog een tweede adder onder het gras. Want ook als je naar het studieaanbod kijkt, zie je dat het vasthouden aan klassieke keuzes zijn schaduwkanten heeft. Leiden koestert terecht nog steeds zijn pareltjes - de niet-westerse talen. Maar dat is een kostbare hobby, die de faculteit zich alleen kan veroorloven als ze elders genoeg studenten binnenhaalt. En daar wringt de schoen.

Andere letterenfaculteiten weten met nieuwe studies als communicatiewetenschappen en diverse kunst- en cultuurwetenschappen vele honderden studenten per jaar binnen te halen, zo blijkt uit de cijfers in de Keuzegids. Leiden is lang vies geweest van zulke modieuze studies, maar de faculteit miste daardoor wel melkkoeien. Sinds enkele jaren is er nu wel nieuw onderwijsaanbod: de praktijkstudies en de faculteit der kunsten. Maar zijn we met deze moderniseringen niet erg laat en investeren we niet te voorzichtig?

Met haar bescheiden marktaandeel staat de faculteit op achterstand in de slag om de student. Het gevaar is dat ze daardoor armlastig wordt, magere faciliteiten blijft bieden en zich het huidige brede onderwijsaanbod niet meer kan veroorloven. En dan zal ook de tevredenheid van de studenten, die nu nog hoog is, onvermijdelijk gaan dalen.

Hoe valt aan deze neergang te ontkomen? Mijn stelling is: alleen door een meer gedurfde vernieuwing zal de faculteit haar klassieke profiel op den duur kunnen handhaven. Versterk doelgericht enkele populaire richtingen. En leg daarmee een stevige basis voor zowel betere faciliteiten als de pareltjes van kleine studies.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina