Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06 > Column

Onderwijs

Column Onderwijs

Stelling 1:
Een masteropleiding dient tenminste 2 jaar te duren

Stelling 2:
Een Leidse bachelor bepaalt zelf de invulling van de keuze- of bijvakruimte

Lezersreacties (1)

    

Breed

Column door Jef Jacobs

Bachelor en masteropleiding, het zijn nog hybride constructies die alle sporen vertonen van het doctoraal. Het is de typisch Nederlandse manier van veranderen. Langzaamaan, met veel polderen en pas de definitieve overstap maken als je het gevoel hebt dat er niets meer mis kan gaan. Een ding staat vast, terug kunnen we niet meer.

In de huidige Hollandse constructie is een eenjarige master als standaard een onding. Het is een relict uit de doctoraaltijd, in feite het vierde doctoraaljaar dat als sluitstuk van een doorlopend curriculum nog zin had, ook al was toen al de studieduur te kort, zoals ook de uitbreiding van 4 naar 5 jaar in de bètasector bewees. Nu het autonome karakter van de masteropleidingen de onvermijdelijke consequentie van de internationalisering is geworden, komen we met éen jaar als standaardduur niet meer uit. Aan de start verschijnen studenten met zeer uiteenlopende voorkennis. Het maatwerk dat nu in de onderzoeksmaster nog tot op zekere hoogte te leveren is, kan de doorstroommaster-student niet verwachten. De groepen van zeventien, die uit efficiency-oogpunt ontstaan, vormen voor de docent een enorm didactisch obstakel. In twee jaar kun je van zo'n groep iets maken; in éen jaar lijkt me dat aanzienlijk moeilijker. Ik kan me voorstellen dat de tweejarigheid zonder meer eveneens ongewenst is en dat eenjarige curricula in sommige gevallen de voorkeur verdienen. Maar ik zie met de beste wil geen inhoudelijke reden waarom een master Frans eenjarig en een master wiskunde tweejarig zou moeten zijn. Daarom bepleit ik een cursusduur van twee jaar. De selectie voor het promotietraject vormen de studieprestaties in die periode en de kwaliteit van de scriptie in het bijzonder. Aan het begin van elke masteropleiding staat een selectie voor iedereen.

Geen begrip is recent méer misbruikt dan "breed" in de combinatie "brede bachelor". De discussie woedt voort zonder dat we tot verheldering komen. Een breed opgeleide bachelor kan over de grenzen van zijn of haar vakgebied heenkijken. Grenzen? Vakgebied? Hoe bedoelt u? Ik hoop dat die vaagheid niet ook de invulling van onze bijvak- of keuzeruimte gaat bepalen. Facultair noch universitair.

Natuurlijk moeten bachelors over de grenzen van hun eng gedefinieerde vakgebied heenkijken. De Hebraist komt noodzakelijk met de Arabistiek in aanraking en zonodig met Afrikaanse kunst of algebra. Maar misschien ligt zijn specifieke verbredingsbehoefte toevallig wel op het domein van zijn eigen docenten. En de kunsthistoricus heeft belangstelling voor de geschiedenis van Rusland, paleografie of misschien criminologie, maar mogelijk ook voor filmgeschiedenis die toevallig door de eigen vakgroep wordt verzorgd. Het gaat niet zozeer om domeinen als wel om de open geest en om de mogelijkheden om die geest te vullen met al wat een academie te bieden heeft. Gedwongen voor dertig ects over grenzen heenkijken, zodat de Neerlandicus of de Sinoloog in spe zijn of haar keuzeruimte niet in het "eigen vakgebied" mag invullen, komt mij onzinnig voor. Evenzeer als de traditionele vakgrenzen verkokerend kunnen werken, netzomin heeft het gedwongen verlaten van die gebieden een blikverruiming tot gevolg. Wat grensdoorbrekend is, bepaalt de student of de onderzoeker zelf, op basis van vragen, interesse en behoefte. Bepalend is de academische sfeer van inspiratie en debat waarin hij of zij wordt opgeleid. Die moet deuren open zetten, vergezichten ontvouwen, discussie aanjagen. De opleiders zelf dienen daarin voorop te gaan door interdisciplinaire samenwerking te zoeken in onderwijs en onderzoek. De sterrenkundige hoeft voor mij niet te shoppen bij godgeleerdheid, tenzij hem dat in zijn studie of belangstelling van pas komt.

Kortom, ik zie niets in het stapelen van kenniseenheden uit anders benoemde domeinen omwille van de horizontverbreding. Werkelijke verbreding gaat via verdieping.

Dat leidt mij tot het inzicht dat onze bachelor wel degelijk kennisrijk moet zijn opgeleid. Het moet nog steeds om een academische opleiding van hoog niveau gaan, niet om de voortzetting van het voortgezet onderwijs. En voor het overige hebben wij een (nog) uitstekend stelsel van Hoger Beroeps Onderwijs, dat aan elk soort talent, ook niet academisch, iets te bieden heeft.

Stelling 1  

Een masteropleiding dient tenminste twee jaar te duren

Stelling 2

Een Leidse bachelor bepaalt zelf de invulling van de keuze- of bijvakruimte

Lezersreacties

Reactie:
Stelling 1 verbaast omdat ze voorbijgaat aan het internationaal bekende onderscheid tussen MA by Coursework en MA by Research enz, dat we hier al in de praktijk brengen, en dat wortelt in de verscheidenheid van competenties en ambities van hen die verder willen na de BA.

Stelling 2 verbaast omdat ze voorbijgaat aan de rol van de docent als gids (ge-institutionaliseerd in examencommissies enz), met meer overzicht over het vakgebied en zijn context dan de student; en omdat ze voorbijgaat aan zwaarwegende elementen in de lopende bijvak-discussie (diciplinaire training).
Naam: Maghiel van Crevel

                                    
 
   
vorige pagina top pagina