Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 2/06 > Boeken

Boeken

Jos las Leids

Een selectie van Leidse publicaties besproken door Jos Damen (UB)

Hollands koloniaal onderwijs nu Dutch colonial education

Wijsheid komt met de jaren en groeit uit de aanwezige kern. Ming Tien Nio Tjia is een wijze vrouw. Ze werd geboren in 1922 in Padang (Indonesië. Ze trouwde met Willem Govaars en ging op latere leeftijd studeren. In 1999 promoveerde ze in Leiden op het proefschrift Hollands onderwijs in een koloniale samenleving. Dat boek liet de positie van de Chinezen in het onderwijs in Indonesië zien in de eerste helft van de 20e eeuw: een tijd waarin veel veranderde. Het proefschrift liet die soms schoksgewijze verandering op een duidelijke manier zien aan de hand van regeringsrapporten, onderwijsverslagen en vele andere literatuur. Het proefschrift is nu door het Chinese Heritage Centre in Singapore in een Engelse editie uitgegeven: Dutch Colonial Education: the Chinese Experience in Indonesia, 1900-1942.

 
Dutch Colonial Education 

Het boek van Ming Govaars is op diverse manieren rijk. De stijl is beheerst maar met gevoel, de foto's ontroerend, de grafieken onthullend en het omslag sierlijk. Niets ontgaat Govaars. Noem het en het zit in haar boek: Armeniërs in Nederlands-Indië, Kees de Jongen, Mochtar Lubis, zuster Franciscanessen en nationalistische Chinese organisaties. Ze belicht de rol die Snouck Hourgronje speelde met zijn rapport uit 1905 over de positieve invloed die onderwijs voor de Chinese bevolking kon spelen. Govaars-Tjia: "Dutch colonial education for the Chinese lasted only a little more than 30 years  (1908-1942). However, once it was finally offered, it was carried out competently and with conviction. After the transfer of sovereignty in 1949, large numbers of Indo-Chinese with a Dutch education left Indonesia for the Netherlands, where they took up prominent social positions. For them Dutch colonial education cannot be said to have been 'too little, too late'."

Ming Govaars: Dutch Colonial Education: the Chinese Experience in Indonesia, 1900-1942.

Transl.: Lorre Lynn Trytten. Singapore, Chinese Heritage Centre, 2005. ISBN 9810548605. EUR 25 / 35 (pbk/hb)

Slachthuis Leiden

De ellende met nieuwe woonwijken begint meestal al met de naamgeving. De grote vertrutting start nog voor de eerste heipaal de grond ingaat, en wel met de naam: nep-oudhollands, namaak-chic, vals wijds of  gezellig imitatie-dorps. Veel wijknamen met ij, ck, gh, q, sch. Ik verzin de gedrochten niet zelf: Olderveste, Boechorst, Bornsche Maten, De Balije, Dongeburgh, Leidschenveen, Hofstad en Cantekoog. Kan het erger? Altijd! Kerckquartier & Nieuw Leyden, de lijst is oneindig. De wijk Nieuw Leyden komt in de Sleutelstad in de buurt van de Herensingel, op en rond het oude Slachthuisterrein. Daar kan die wijk ook niks aan doen. Om de wijk te dopen werd er meteen een boek gemaakt, dat ondanks de kunstzinnige pretenties bijna aandoenlijk is. Het is een hybride boek. Historicus Cor Smit maakte een verhaal over de geschiedenis van het terrein: van polder tot slachthuis tot woonwijk. Dat aardige verhaal wordt geflankeerd door oude foto's die Wim Lamboo van het Leidse slachthuis maakte, panoramafoto's van Jan Scheerder, impressies van kunstenaars en tenslotte interviews en foto's van en met buren en oud-medewerkers. Een intrigerend boek.

Het net voltooide Leidse Slachthuis in 1903

Cor Smit, Wim Lamboo et al.: Slachthuis Woonhuis: de ontwikkelling van een industrieel gebied tot de woonwijk Nieuw Leyden. Leiden, 2006. EUR 30

De Middeleeuwen en Rudolf Valentino

Op donderdag 23 februari 2006 kocht ik in Den Haag Stemmen op schrift, de geschiedenis van de Nederlandse literatuur tot het jaar 1300, gezien door de bril van Frits van Oostrom. Terugwandelend sloeg ik het boek open op een willekeurige bladzijde. Ik las daar een stukje over Suske en Wiske (over de naam Antwerpen), een stukje over een poedeltje in een Amerikaanse magnetron en het 20e-eeuwse couplet "Een jongeheer uit Bennekom / vond in zijn tuin een vliegtuigbom". Het mooie is: het paste allemaal goed in deze middeleeuwse literatuurgeschiedenis. Om drie uur 's nachts sloeg ik voldaan de laatste bladzijde om. Zeker, ik zie dat de hooggeleerde Van Oostrom componeert en dus soms een tegenstem weglaat of bewust andere accenten legt. Zeker, in sommige passages wordt doorgedraafd: "Walewijn blijkt al met al Great Gatsby, Rudolf Valentino en Rambo ineen" -even later komen ook James Bond en Monty Python nog voorbij. Natuurlijk is de opzet interdisciplinair, zodat naast veel andere invalshoeken ook de archeologie met een leren slipper met Tristan en Isolde-afbeelding een plek krijgt.

 
Stemmen op schrift

Het aardige van Stemmen op schrift is het gepresenteerde totaalbeeld van de Nederlandse taal, literatuur en cultuur tot het jaar 1300. Wie dacht dat in deze streek toen alleen bieten geproduceerd werden, vindt bij Van Oostrom poëzie in Oudfries recht, Van Veldeke, Arthurverhalen, Hadewijch, Reinaert en Jacob van Maerlant.

Frits van Oostrom: Stemmen op schrift: geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker, 2006. ISBN 9035129644. EUR 35 (tot 1 mei 2006, paperback-editie ) Met heuse eigen website: stemmenopschrift.nl

 

Hoekige Bob Rigter

Jazzmuziek heb je in alle soorten en maten. Zoetgevooisd, gedreven, melodieus, krachtig of hoekig. Ik heb tenorsaxofonist Bob Rigter nooit horen spelen, maar het zou me niet verbazen als hij vooral kort en hoekig speelt, want zo is zijn schrijfstijl. Rigter werkte ooit als docent Engelse taalkunde bij de Vakgroep Engels van de Rijksuniversiteit Leiden. Als saxofonist speelde hij met beroemdheden als Ben Webster en Scott Hamilton. Rigter publiceerde onlangs Vreemd, zijn derde boek. De stijl van dat boek is kortaf en hoekig. Vreemd gaat over het leven van jazzmuzikanten en over een vreemde relatie met een vrouw.

Bob Rigter: Vreemd. Amsterdam, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2005. ISBN 9046800385. EUR 12,50

 
Vreemd

 

Beb Vuyk leeft

Bert Scova Righini schreef een boek over Beb Vuijk. Lees dat boek niet. Laat ik mezelf beter uitdrukken: lees eerst het Verzameld werk van Beb Vuijk, of haar boeken Duizend eilanden of Het laatste huis van de wereld. Koop desnoods haar Groot Indonesisch kookboek, dat haar een goed pensioen bezorgde, maar lees haar. Beb Vuijk (1905-1991) was een kruidvat: een fel levend mens, dat in haar persoonlijke leven altijd partij koos. Met haar man Fernand de Willigen had ze een kajoe-poetihplantage op de Molukken (Boeroe). Na de oorlog zette zij zich in voor een onafhankelijk en democratisch Indonesië. Als schrijfster was ze in bijna alles een perfectionist; ze wordt vooral geprezen voor haar stijl, karaktertekening en natuurbeschrijvingen. Scova Righini brengt Vuijks leven minitieus in beeld.

Bert Scova Righini: Een leven in twee vaderlanden: een biografie van Beb Vuijk. Leiden, KITLV Uitgeverij, 2006. ISBN 9067182559. EUR 30

Verder over Beb Vuijk:
damescompartiment.nl/biobv.htm dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=vuyk001

Een leven in twee vaderlanden

De hond van De Bont

In het Leidse museum De Lakenhal is tot eind april 2006 een vreemde tentoonstelling te zien. Aan de hand van 70 schilderijen, prenten en documenten toont het museum een beeld van Leiden rond het jaar 1630. Dat was in Leiden een roerige tijd: oorlog, godsdiensttwisten en sociale onrust. De strenge Leidse schout Willem de Bont had zich onbemind gemaakt door zijn vervolging van Remonstrantsgezinden. Toen hij in 1634 zo dom was zijn hond een praalbegrafenis te geven, werd dat direct tegen hem gebruikt. De begrafenis van zijn hond werd voorwerp van spot in de vorm van gedichten, liederen, pamfletten, prenten  en schilderijen. In de Lakenhal zijn twee schilderijen van Jan Miense Molenaer over de hondenbegrafenis te zien.

Vondel dichtte over het voorval als volgt:

Aen alle Honde-slagers en Hondebeuls, Bontgenooten van 't hondekot, &c. Liefhebbers van de vrye honde-jacht.

Nu leit Bont
als een hondt
kort in 't kot gebonden.
Kleyn en groot
doopt hem doot-
graaver van de honden.

Tentoonstelling Lakenhal

Tentoonstelling "De hond van schout De Bont. Schandaal en Satire in Rembrandts tijd" (03-02-2006 t/m 30-04-2006)
Stedelijk Museum de Lakenhal Leiden 

 lakenhal.nl

 

Naema Tahir

Naema Tahir (*1970) woonde in Slough, Etten-Leur, Faisalabad, Leiden, Lagos en Straatsburg. In Leiden studeerde ze rechten (tot 1996) en werkte ze bij de Leidse Rechtswinkel. In 2005 publiceerde ze Een moslima ontsluiert, in 2006 Kostbaar bezit. De thematiek (de sexualiteit van moslima's in de westerse en oosterse  wereld (Lahore)) is interessant. Nu nog hopen dat volgende boeken dieper durven gaan dan verhaaltjes, en dat een volgend bezoek aan het tv-programma Nova meer oplevert dan ophef over omgang met krullebol Jeroen Pauw.

 

 
Naema Tahir

Lees over Tahir (VK Magazine 18 maart 2006), beluister Tahir als podcast op omroep.nl/nps/kunststof/ (4 april 2005), of lees het laatste boek van Betsy Udink.

Naema Tahir: Kostbaar bezit. Amsterdam, Prometheus, 2006.
ISBN 9044607103. EUR 17

Hooggestemde brieven

Historica Willemijn Ruberg (nu werkzaam in Limerick, Ierland) promoveerde vorig jaar in Leiden op een proefschrift over hooggestemde brieven uit de 18e en 19e eeuw. Ze legde daarbij een uitgebreid stelsel van voorschriften bloot. Brieven werden gebruikt om conventies vast te leggen, normen aan te leren en om te "netwerken". In haar proefschrift liet Ruberg dat zien aan de hand van de brieven van 5 families uit de hogere standen.

Willemijn Ruberg: Conventionele correspondentie. Briefcultuur van de Nederlandse elite, 1770 - 1850. Uitgeverij Vantilt, 2005. ISBN 9077503420. EUR 22,50

 
Conventionele correspondentie

J.P. Guépin: De Leidse fles

J.P. Guépin is niet meer. Hij overleed op dinsdag 21 februari 2006 op 76-jarige leeftijd. Guépin was ernstig ziek. De kranten meldden plechtig dat zijn einde "zelfverkozen" was. Guépin was polemist, classicus, vertaler en dichter. Enkele boeken op rij:

  • polemiek: De beschaving (1983): essays uit Hollands Maandblad, waarin hij liet zien wat in het leven de moeite waard was en wat niet; Schokkende redevoeringen (1990); De vader van Jezus en andere smalende teksten (1996)
  • klassieken: The tragic paradox: myth and ritual in Greek tragedy (1968)
  • vertalingen: De kunst van het zoenen (1997); vertalingen van de Basia van Janus Secundus
  • dichtwerk: De mens is een dier maar hij zou het kunnen weten (1967); De Leidse Fles in zestien portretten (1975), "een poging tot hekeling van het Leidse universiteitsklimaat".

VII
Na wat journalistieke stukjes
en een boek dat op een vergissing is gebouwd,
dus door de ondeskundigheid van wie vertrouwt
op veel noten, en meer van die gelukjes

werd hij autoriteit met al die nukjes
van iemand die te weinig ongelijk heeft verstouwd.
Zijn snieren, de welsprekende rukjes
van zijn hoofd als hij iemand uitjouwt!

Maar de angst dat hij wordt achterhaald
maakt hem een hamster die alles naar binnen haalt.
Zijn huis is vol met nog niet gelezen werken,
dat is aan de stofomslagen te merken.

Ze zijn geordend naar: verouderd, te moeilijk, onzin,
niet meer nodig, briljante essays, en daar tussen in.

 
De Leidse Fles

Uit: J.P. Guépin: De Leidse Fles in zestien portretten. 2e druk. Amsterdam, C.J. Aarts, 1977/.

Scherpe portretten van Guépin op woldhek.nl

Yacheistova's Nederlandse tegels

Nataliya Yacheistova is een Russin. Ze is ook een zinnelijke handelsattaché met oog voor detail. Zinnelijk, want ze ruikt en voelt Nederland: de geur van paling, kaneel en hondepoep; de sfeer van Deventer en het Muiderslot. Ze dichtte er 80 kwatrijnen over, die werden vertaald door de raadselachtige "UvA-vertalers Amsterdam". Marcel Leuning maakte er blauwe illustraties bij. De tekeningen lijken traditionele Delftse tegeltjes, maar ze zijn vol humor. Moderne windmolens, broodtrommels en zoenende pompebledden op een theedoek. Het ideale kado voor Russische partners. 30 kwatrijnen over Nederlandse steden, 30 over Nederlandse streken en 20 over Amsterdam. Over Leiden dichtte Yacheistova:

Ляйден
Познавший и роскошъ расцвета, и тяжесть страданъя,
Не сдался врагу, одолев затяжную осаду.
Он выдержал голод, пройдя через все испытанъя,
И выбрал науку - не  деньги - за это в награду.

Leiden
Leiden kende rijkdom en bloei, en honger en lijden,
Doorstond een lange belegering, de vijand ten spijt,
Overleefde honger door de beproevingen te bestrijden,
En koos als beloning geen geld -maar een universiteit.

 
Nederlandse tegels: Leiden

Наталия Ячеистова: Голландские изразцы
Nataliya Yacheistova: Nederlandse tegels, een poëtische atlas. Illustraties: Marcel Leuning. Amsterdam, Het Spinhuis, 2005. ISBN 905589253X . EUR 20

Dierenvriend Lipsius

De hooggeleerde Lipsius (Joost Lips) was voor de Leidse universiteit in de eerste jaren onmisbaar. Hij was hoogleraar geschiedenis en Leids rector, maar voor Leiden waren vooral zijn wetenschappelijke werken en zijn rol als trekker van studenten van belang. Lipsius publiceerde tekstuitgaven van Tacitus en Seneca en was daarnaast dichter en bestuurder.

Een onbekend facet van Lipsius is zijn dierenliefde. Lipsius schreef een lof van de olifant: dat dichtwerk wordt in 2006 zelfs herdrukt bij uitgeverij Florivallis. Bij de dood van zijn hond Saphyrus schreef de dierenvriend een lofdicht op honden. Bij het sterven van de egel van zijn vriend en beschermheer Janus Dousa vloeide Lipsius dichtader ook uit. Het lofdicht op Lipsius' hond staat deels afgedrukt in het aardige boekje -met foute titel- Lieveling van de Latijnse taal. Eindelijk is er een volwassen schets van Lipsius' leven. Verder worden in het boek diverse andere kanten van Lipsius belicht: Lipsius en de antieke Oudheid, de Leidse universiteit, de filologie en politiek theorie.

Lipsius-kenner Jeanine De Landtsheer vertaalde zijn egeldicht:

Een speels gedicht bij de dood van de egel, het troeteldier van Janus Douza

Ween, o ween, Gratiën en Muzen
en u allen, mensen met enige beschaving
die de Gratiën en de Muzen eren,
de egel van mijn dichter is gestorven,
de egel die de lieveling was van mijn dichter:
hij hield meer van zijn egel dan van zijn ogen,
hij hield meer van zijn Dousa dan van zijn lekkere hapjes,
hij speelde met hem en streelde hem met zijn hand,
hij probeerde hem te lokken met snurkgeluidjes.
De duif van de jonge Stella kan het niet halen
van zijn grappige en vleiende spelletjes,
evenmin als de beroemde mus uit de verzen van Catullus.
Hij was heel scherp en kende zijn baasje
even goed als de dichter zichzelf kende,
hij week geen stap van zijn zijde,
maar rondwaggelend rond de tafel van zijn meester,
was hij belust wat tafelrestjes en fijne beentjes
maar alleen uit de hand van zijn baasje.
Moge het u slecht vergaan, ijzige koude,
jullie die Dousa zijn plezier hebben ontnomen,
Dousa zijn plezier en het egeltje zijn leven.
Door jullie toedoen zit het arme diertje nu
in het schuitje van de gemelijke Charon.
Bij Dousa is het een en al klagen
nu hij de spelletjes en de liefkozngen moet missen
waarmee de egel, de lieveling van mijn dichter,
helaas, helaas zijn meester wist te bekoren vroeger.

 
Lipsius met hond en anti-katholiek gedicht

Jeanine De Landtsheer (et al): Lieveling van de Latijnse taal; Justius Lipsius te Leiden herdacht bij zijn vierhonderdste sterfdag. Universiteitsbibliotheek Leiden, 2006. ISSN 09219293, deel 72.  EUR 17,50

Tentoonstelling in de Leidse Universiteitsbibliotheek t/m 28 mei 2006.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina