Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/06

Onderzoek

Leidse stellingen

Ze zijn te vinden op een los velletje papier tussen de volgeschreven pagina's van het proefschrift: de stellingen van een promovendus. Twaalf of dertien zinnen met eigen bevindingen, kleine speldeprikken, interessante ontdekkingen en boeiende theorieën. Forum besteedt in deze rubriek aandacht aan een selectie van stellingen uit recent verschenen proefschriften bij de Letterenfaculteit.

Stellingen behorende bij het proefschrift van Nolanda Klunder, Lucidarius. De Middelnederlandse Lucidarius-teksten en hun relatie tot de Europese traditie:

  • Stelling 2. De casus van Arnoldus van Almelo toont aan dat de rang die iemand binnen een middeleeuws klooster innam, niet per se iets zegt over zijn ontwikkelingsniveau.
    'Er zijn vier Nederlandse Lucidarii bekend: de Vers-Lucidarius, de Proza-Lucidarius, de Artes-Lucidarius en de Gedrukte Lucidarius. De Vers-Lucidarius en de Artes-Lucidarius zijn alleen in hun geheel overgeleverd in handschriften waarvan de kopiist niet erg zorgvuldig te werk is gegaan (zie ook stelling 4). De Proza-Lucidarius echter, een tekst die bijna hetzelfde hoge niveau heeft als het Latijnse origineel en daarmee een stuk moeilijker is dan de Vers- en de Artes-Lucidarius, is nagenoeg foutloos overgeschreven in een vijftiende-eeuws handschrift.

    Dat is des te opmerkelijker als we ons realiseren wie die tekst heeft overgeschreven: een kloosterling met de naam Arnoldus van Almelo. Deze Arnoldus is terug te vinden in de archieven van zijn klooster (het klooster Frenswegen nabij Almelo). Hij blijkt geen gewijde monnik te zijn, maar een lekenbroeder: hij is namelijk een van de bakkers van het klooster. Slechts een lekenbroeder, belast met lichamelijke arbeid, maar toch in staat om in een keurig schrift een tamelijk complexe theologische tekst foutloos over te schrijven. Een opmerkelijk contrast.'
  • Stelling 4. De kopiist van handschrift Londen, BL Add. 10286 verdient een berisping vanwege zijn abominabele prestatie.
    'De Artes-Lucidarius is alleen compleet overgeleverd in het vijftiende-eeuwse handschrift Londen, BL Add. 10286. Hierin gebeurt er iets raars in de tekst: als de leerling vraagt waarom men de metten zingt voor de dageraad, antwoordt de meester hem wat de amict (een onderdeel van de priesterlijke gewaden) betekent; en als de leerling een stuk verderop in de tekst vraagt wat een amict is, legt de meester hem uit waarom priesters een pallium dragen.

    Hoogstwaarschijnlijk was er in de Middelnederlandse vertaling die de kopiist van het Londense handschrift overschreef, een dubbelblad verkeerd om ingebonden. De kopiist schreef de tekst echter klakkeloos over. Iedereen die ook maar een beetje oplet, ziet ogenblikkelijk dat de tekst op deze twee plaatsen klinkklare onzin vertelt - maar de kopiist heeft dat blijkbaar niet opgemerkt. Niet toen hij aan het overschrijven was, en ook niet na afloop. Hij moet, kortom, zeer ernstig hebben zitten suffen bij zijn arbeid.'
  • Stelling 8. Liedewij van Schiedam leed ten gevolge van haar val op het ijs aan posttraumatische dystrofie.
    'Posttraumatische dystrofie is een ernstige aandoening ten gevolge van een beschadiging aan het zenuwstelsel, die gepaard gaat met extreme pijn en in het uiterste geval met blijvende invaliditeit. Kenmerkend voor dystrofie is dat de ernst van de aandoening vaak in geen relatie staat tot het ongeval dat haar veroorzaakt heeft. Een relatief licht ongeval - struikelen, hard stoten tegen de tafel, een val op het ijs - kan zeer ernstige gevolgen hebben.

    Een ander kenmerk van dystrofie is dat de ziekte zich niet direct openbaart na het ongeval, maar in de weken of maanden erna langzamerhand ernstiger wordt: de pijn wordt heviger, de aangetaste ledematen kunnen steeds minder. Beide kenmerken ziet men bij de heilige Liedewij. Op haar vijftiende viel zij op het ijs. Een licht ongeval, waar men over het algemeen weinig aan overhoudt behalve blauwe plekken en misschien een enkele kneuzing.

    In eerste instantie leek dat ook bij haar het geval: haar vita vermeldt dat ze de eerste weken nog gewoon rondliep, zij het dan met een wandelstok. Daarna echter lag ze meer dan een halve eeuw doodziek in bed. De misselijkmakende ziekteverschijnselen waar Liedewij zo beroemd door geworden is - wormen die door haar lichaam kropen, stukken ingewand die ze zo kon wegpakken - hebben weinig met dystrofie te maken maar alles met doorliggen, lichamelijke verwaarlozing en bar slechte hygiëne. Maar de ziekte die haar levenslang aan haar bed kluisterde, moet posttraumatische dystrofie zijn geweest.'
  • Stelling 10. Assistenten in opleiding zijn assistenten noch in opleiding.
  • Stelling 11. Te oordelen aan de films Jesus Christ Superstar en The passion of the Christ heeft Hollywood voorkeur voor een Jezus die slechts met één oog de wereld inkijkt.

Promotie 30 november 2005
Promotor: prof.dr. F.P. van Oostrom
Zie ook: Jos las Leids (5e jaargang, nr. 7)

Stellingen behorende bij het proefschrift van Graziano Savà, A Grammar of Ts'amakko:

  • Stelling 1. The nominal categories of gender and numer are interdependent in Ts'amakko.
  • Stelling 2. Plural derivation is better called Plurative.
  • Stelling 3. The locative case suffix in Ts'amakko is also used to mark modifying possessor nouns.
  • Stelling 7. The Chaha-Gurage of Southern Ethiopia have a specific term for each part of the ensete (Ensete ventricosum or false-banana tree); their subdivision reflects the way they use the plant.
  • Stelling 10. Calling tomatoes 'pommodori' does nog make them Italian.
  • Stelling 11. You have never really left your homeland until you come back.

Promotie 10 oktober 2005
Promotor: prof.dr. M.P.G.M. Mous en prof. dr. Th.C. Schadeberg
zie ook: lucl.leidenuniv.nl

Stellingen behorende bij het proefschrift van Atsushi Ota, Changes of regime and social dynamics in West Java. Society, State, and the Outer World of Banten, 1750-1830:

  • Stelling 1. The Dutch East India Company (VOC) succesfullly suppressed the Banten Rebellion of 1750-1752 not so much because of its military superiority but thanks to the co-operation from the influential local power elite, who believed that siding with the VOC would yield a better outcome.
  • Stelling 3. The Dutch colonial state began to take shape in Banten, when in the 1820s it tightened its hold on the population and increased its tax base.
  • Stelling 5. Growing economic power of Qing China and increasing European interest in Chinese tea in the eighteenth century brought about far-reaching changes in Asian trade, not only in the South China Sea but also in many areas of Southeast Asia.
  • Stelling 10. Only very few PhD candidates who have completed their dissertation find it hard to discover the humour in their last stelling.

Promotie 15 december 2005
Promotor: prof.dr. J.L. Blussé van Oud Alblas

                                    
 
   
vorige pagina top pagina