Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 1/06 > Bericht uit...

Bericht uit Rome

Soms slagen medewerkers of studenten erin een paar maanden de Witte Singel achter te laten om een ver buitenland te bezoeken. Onder het mom van onderzoek doen, college geven of stage lopen doen zij buitengaats bijzondere ervaringen op. Forum haalt ze over die ervaringen met de thuisblijvers te delen. Hans Cools bericht vanuit Rome:

Bijna drie jaar geleden detacheerde de Faculteit mij bij het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome en een ver buitenland is Italië al lang niet meer. De bovenstaande introductie is dan ook niet helemaal van toepassing op mij, maar nog steeds voel ik me zeer verbonden met de Leidse letteren en lees ik trouw Forum. Graag ga ik dan ook in op het verzoek van de redactie om verslag te doen van mijn werkzaamheden hier.

Naar Romeinse begrippen mag het Koninklijk Nederlands Instituut een jonge instelling zijn, opgericht in 1904 bestaat het toch al ruim honderd jaar. Aan­vankelijk legde het Instituut zich vooral toe op het ontsluiten van Italiaans erfgoed, variërend van Vaticaanse archiefstukken tot Siciliaanse opgravingen, voor Nederlandse geleerden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar het uitdragen van de Nederlandse cultuur bij. Maar in 1991 ging het Instituut over van het ministerie van WVC naar de Rijksuniversiteit Groningen. Intussen zijn alle Nederlandse instituten in het buitenland ondergebracht in een koepel waarin vertegenwoordigers van de zes klassieke universiteiten zetelen (naast Leiden zijn dat Amsterdam (2x), Groningen, Nijmegen en Utrecht).

     
Bezoek van staatssecretaris Nicolaï aan Rome in november 2005.
Van links naar rechts: collega mw. dr. N. de Haan (oudheid; RU), de staatssecretaris, mw. prof. dr. M.J. Schwegman (onze directeur, UU), Hans Cools, mw. drs. M. Rühe (culturele raad van de Nederlandse ambassade te Rome en oud-studente kunstgeschiedenis uit Leiden) tijdens een rondleiding over Piazza Navona.

Het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome staat dus ten dienste van de universiteiten. Het heeft als belangrijkste doelstelling onderwijs en onderzoek in de geestes­weten­schappen, voor zover dat met Italië en in het bijzonder met Rome van doen heeft, te bevorderen. Om dat mogelijk te maken beschikt het Instituut over een bibliotheek, de bijhorende computer­infra­structuur, kamers voor maximaal twintig gasten en een wetenschappelijke staf van vier personen. Van oudsher beweegt het zich op drie vakgebieden: oudheidkunde (klassieke archeologie, filologie en geschiedenis), kunst­geschiedenis en geschiedenis. In die domeinen bieden we cursussen aan, zowel op BA- als op MA-niveau en geven we beurzen voor promovendi en studenten die een scriptie voorbereiden. Ook kunnen docenten en studenten hun werkcolleges bekronen met een verblijf in situ. Zo sloten afgelopen zomer Antheun Janse en zeven studenten hun collegereeks over middel­eeuwse pelgrims af met een tocht naar de Urbs. Maar het Instituut wil buiten de gebaande paden treden en verwelkomt ook aanvragen uit andere disci­plines, zoals bijvoorbeeld Italiaanse taal en cultuur en antropologie.

Mijn werk bestaat goeddeels uit het begeleiden van de historici onder de instituutsbursalen en uit het verzorgen van onderwijs, zowel voor onze eigen cursisten, als voor werkgroepen van collega's uit Nederland. Daarnaast verricht ik ook onderzoek. Al voor ik naar Rome vertrok, was ik als postdoc betrokken bij het door bij Pallas ingebedde onderzoeksproject Double Agents. Political and Cultural Brokerage in Early Modern Europe. Tijdens de afgelopen jaren heb ik dan ook met groot plezier in Romeinse en Florentijnse bibliotheken en archieven gespeurd naar zeventiende-eeuwse makelaars in nieuws, kunstwerken en graan. Dit project moet eind dit jaar uitmonden in het manuscript van een door Marika Keblusek, Badeloch Noldus en mezelf geschreven boek.

      
(foto boven) Congres uit augustus 2004, van links naar rechts zie je dr. A. Treffers (kunsthistoricus bij het KNIR,gedetacheerd door de RU), Hans Cools en vervolgens weer onze directeur mw. prof. dr. M.J. Schwegman.
 
 
(foto links) Oktober 2004, Hans Cools, Eeuwfeest van het KNIR.

Sinds 1936 is het Nederlands Instituut gehuisvest in een fraaie villa aan de rand van het Parco Borghe­se, op wandelafstand van het Romeinse centrum. Onze onmiddellijke buren zijn de Belgische, Zweedse, Roemeense en Britse instituten. Elders in de stad zijn nog eens zeventien van dergelijke instel­lingen gevestigd. Die organiseren allemaal lezingencycli en congressen. Als je zou willen, kan je vrijwel iedere dag naar een of andere interessante bijeen­komst. De Vaticaanse bibliotheek herbergt een van grootse collecties manuscripten en oude drukken ter wereld. In de leeszalen ontmoet je steevast beroemde geleerden, met wie je vervolgens gebogen over een kop espresso of cappucino over hun en jouw onderzoek kan keuvelen. Kortom, Rome is een brandpunt van geleerdheid en daarom ook is werken hier zo fascinerend.

Maar ook wonen in Rome, bevalt mijn echtgenote Marie-Charlotte Le Bailly (ook een oud-gediende van de Letterenfaculteit), onze dochter Judith en mezelf zeer. Natuurlijk moet je bestand zijn tegen een flinke portie verkeersellende en lawaai, verandert een fikse regenbui de straten in modderpoelen en zitten de metrostellen altijd overvol. Maar precies deze chaos maakt dat oud en nieuw naadloos in elkaar overvloeien, ze tilt het Colosseum uit boven zijn status van monument en transformeert het tot een onmisbaar onderdeel van de stad. Ondanks de miljoenen mensen die zich iedere ochtend en avond ogenschijnlijk zonder vast doel van en naar hun werk slepen, heeft de stad, in tegenstelling tot Londen of Parijs, ook iets van een dorp behouden. Wanneer ik me twee dagen achter elkaar niet bij mijn bakker heb vertoond, vraagt hij zich bezorgd af of er iets mis was met de kwaliteit van het geleverde brood. De sociale controle in het flatgebouw is sterk, de samenhang in de wijk groot.

Kortom, al vermeien we ons niet in een dolce far niente, we beleven hier wel de jaren van ons leven. Uiteraard zijn u en uw studenten welkom zich daar persoonlijk van te komen vergewissen.

www.knir.itHans Cools
Director of Studies in Medieval and Early Modern History
history@nir-roma.it

Meer over de geschiedenis van het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome in: H. Cools en H. de Valk, Institutum Neerlandicum. MCMIV-MMIV. Honderd jaar Nederlands Instituut te Rome (Hilversum: Verloren, 2004).

                                    
 
   
vorige pagina top pagina