Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/05 > Interview

Interview

Nieuwe hoogleraar Geschiedenis van de Antieke Geneeskunde

"Als je urine zwart ziet, dan ga je dood."

Op vrijdag 20 januari 2006 heeft professor Manfred Horstmanshoff zijn oratie gehouden. Het gesprek dat Forum met hem hield blijkt vol verrassingen, misverstanden en paradoxen: liefde voor de onsympathieke allesweter Galenus, misbruik van de eed van Hippocrates en de opvallende rationaliteit bij de Babyloniërs. Antieke geneeskunde, zoals de sappenleer uit de werken van Galenus, is nog altijd actueel, en niet alleen in de taal en in de poëzie. "Ook hier dichtbij, een paar straten verder, zijn er islamitische genezers werkzaam die zich nog helemaal op zijn leer baseren. Het doet misschien niets, maar het werkt wel."

 
Manfred Horstmanshoff, hoogleraar Geschiedenis van de Antieke Geneeskunde
(foto: Bart de Haas)

door Bart de Haas

Het is uiteindelijk het Rapenburg geworden, maar u had ook graag op de foto gewild met het werk van Galenus. Wie is dat eigenlijk?

"Galenus is de meest productieve auteur van de oudheid. Van zijn werk zijn alleen al 22 dikke delen overgeleverd, die in de UB twee volle planken in beslag nemen. Als de lijfarts van keizer Marcus Aurelius (2e eeuw na Christus) is hij bekend geworden doordat hij talloze boeken schreef over de neus, de pols, over anatomie, filosofie, stijl en zelfs over de volgorde waarin je zijn werk zou moeten lezen. Zo is deze allesweter mijn grote liefde geworden, maar kan ik niet zeggen dat ik de man sympathiek vind."

Vanwaar deze paradox?

"Vooral door zijn persoonlijke stukjes tussendoor is hij me dierbaar geworden, al vermoed ik dat de man weinig vrienden heeft gehad. Hij was een echte workaholic en wordt ook wel een zeikerd of zeurkous genoemd, zóveel schreef hij. Mogelijk komt dit doordat hij aan enkele slaven dicteerde, die alles braaf opschreven, en zo aan meerdere boeken tegelijk kon werken. Ik heb wel eens een gewone werkdag van Galenus proberen te reconstrueren. Hij stond altijd vroeg op om patiënten te bezoeken, waarna hij schreef - of dicteerde -, 's avonds opnieuw patiënten bezocht en nog meer schreef. Hij schreef maar en het ging maar door!"

In hoeverre is zo'n werkdag, op dat patiënten bezoeken na, te vergelijken met een werkdag van u?

"Tja, ik ben ook wel een beetje een workaholic, maar zo erg als Galenus maak ik het gelukkig niet. Zijn werk stond ook lang niet eens in de UB, omdat het zo saai en vervelend was. En toch heeft deze man als geen ander invloed uitgeoefend op de westerse geneeskunde. De hele sappen- of humorenleer, waarbij de mens uit bloed, gele gal, slijm en het mysterieuze zwarte gal zou bestaan, is van hem afkomstig. Alles hangt hiermee samen en kan erdoor verklaard worden. Zeker tot de 17e en in sommige opzichten zelfs tot de 19e eeuw heeft deze leer het westerse denken beheerst."

Maar hoe actueel is deze leer van Galenus nu nog?

"Ik heb eens aan een arts gevraagd of een pols kon springen als een gems of kon kronkelen als een worm, zoals Galenus dat beschrijft. Wat bleek, de arts kon met zijn kennis een indruk krijgen welke hartkwaal de patiënt in die tijd gehad moet hebben. En hier dichtbij, een paar straten verder, zijn er islamitische genezers werkzaam die zich nog helemaal op zijn sappenleer baseren. Iets is actueel zolang er mensen in geloven, en dat laatste gebeurt volop, ook in de alternatieve geneeswijzen."

Werkt het ook?

"Het is net als bij placebo's, het doet niets, maar het werkt wel. Wie er in gelooft, kan er baat bij hebben. Dat komt dan niet doordat het pilletje werkt; wat werkt is de relatie met de arts, de persoonlijke aandacht die een patiënt krijgt. Juist de geschiedenis van dit sociale aspect, de relatie tussen arts en patiënt, is iets wat mij bezig houdt."

Gelooft u er eigenlijk zelf ook in?

"Nee, laat mij maar door een gewone dokter behandelen. Merkwaardig genoeg komt er in de moderne maatschappij juist wel steeds meer hernieuwde aandacht voor het Galenisme. Dat het nog actueel is zie je trouwens ook in de taal. Niet alleen woorden als zwartgallig of melancholiek zijn van de humorenleer afgeleid, maar ook een uitdrukking als 'leven is vocht'. Als je ouder wordt droog je uit en koel je af. We zeggen ook dat het spreekwoordelijke kaarsje langzaam uitgaat. En wat doen we, denk je, nog altijd bij verliefdheid?"

Smelten?

"Juist ja! Samen met professor Booth van Latijn bereid ik momenteel een werkcollege voor over Latijnse liefdespoëzie. Deze zullen we gaan bekijken op de talloze woorden, toespelingen en uitdrukkingen daarin die doordrenkt zijn van de medische beelden. En ik heb Peter van Zonneveld van Nederlands onlangs een voorstel gedaan om samen met een werkgroep studenten het leerdicht 'De ziekte der geleerden' van Bilderdijk te gaan bestuderen. Het lijkt me leuk om een moderne editie te maken en zo de voor gewone mensen ontoegankelijke tekst voor het publiek open te stellen. Ik ben een groot voorstander van interdisciplinariteit."

Is dat niet een leeg modewoord tegenwoordig?

"Absoluut niet, interdisciplinariteit is gewoon noodzakelijk. We hebben hier in Leiden zoveel verschillende culturen, dat is prachtig. Daar moet je gebruik van maken. Zelf sla ik graag bruggen naar andere faculteiten. Zo heb ik niet alleen veel contact met mijn collega Beukers - die hoogleraar Geschiedenis van de Geneeskunde is bij de medische faculteit en die in de praktijk meer de geschiedenis van de moderne geneeskunde bestudeert, al komen we regelmatig op elkaars terrein -, maar ook bijvoorbeeld met professor Visser van Wiskunde. Hieruit is ook het bijvak 'Van chaos tot kosmos', over wetenschapsgeschiedenis, ontstaan."

Heeft u eigenlijk zelf iets in de trant van Medicijnen gestudeerd?

"Nee, ik ben een tijd lang leraar klassieke talen geweest. Wel heb ik sindsdien vaak met allerlei artsen gepraat - en dat doe ik nog. Van hen heb ik ontzettend veel geleerd. Maar zo heb ik ook ontdekt dat het wel een voordeel is dat ik geen Medicijnen gestudeerd heb. In een Duits encyclopedietje heb je een rubriek die 'auch schon' heet. Daarin staat beschreven wat er in de Griekse beschaving 'ook al' was. Deze gedachte is echter verkeerd. Je projecteert namelijk je hedendaagse opvattingen terug in het verleden en je ziet het verleden bovendien als een voorstadium voor wat later komt. Je gaat het verleden inkleuren en invullen, waarbij je alles weglaat dat niet in jouw beeld past."

Kunt u een voorbeeld hiervan geven voor de geneeskunde?

"Ook hier kun je gemakkelijk anachronistische fouten maken. Mensen die Medicijnen hebben gestudeerd zullen er helemaal snel toe geneigd zijn. In Griekse teksten komen bijvoorbeeld al de woorden 'astma' en 'reuma' voor. In die tijd werden deze begrippen echter veel ruimer genomen en je kunt ze dus niet een op een vertalen met de ziektes van nu. Dat is het gevaar. En verder zijn er talloze misverstanden met betrekking tot de 'stichter van de westerse geneeskunde', Hippocrates. Deze historische figuur uit de 4e-5e eeuw voor Christus komt in een tekst van Plato voor. Volgens Plato kon je bij hem voor geld geneeskunde studeren. Dat is echter het weinige dat we zeker van hem weten. In de loop der eeuwen - en zelfs nu nog - is zijn naam voor allerlei doeleinden misbruikt."

Hoe werd hij dan misbruikt? En door wie?

"Allereerst door latere geleerden uit de klassieke tijd die door hun werk aan hem toe te schrijven hoopten hun gelijk te halen. De Hippocratische eed is gek genoeg in de klassieke tijd nauwelijks uitgesproken, nog iets dat je als historicus vaak moet rechtzetten. Hier staat onder meer de regel in: 'ik zal niemand een dodelijk geneesmiddel toedienen, ook niet aan iemand die dit van mij vraagt'. De huidige tegenstanders van abortus en euthanasie beroepen zich op Hippocrates, omdat ze hierin menen te lezen dat ook hij al tegen deze zaken was. Dit argument slaat echter nergens op. Ze leggen het erin en dat mag niet. Het is namelijk veel aannemelijker dat de zin slaat op de vele gifmoorden die er in die tijd waren."

Nog meer misverstanden te weerleggen? Dit is uw kans.

"Onlangs heb ik ook een lang onderzoek aan het NIAS in Wassenaar afgerond. Samen met enkele nationale en internationale collega's en Assyriologen hebben we ons afgevraagd: is het wel echt zo dat de Grieken de grondleggers waren van de moderne geneeskunde? Doen we hier de Assyriërs en Babyloniërs, met wie de Grieken destijds al contact hadden, niet te kort? En inderdaad, na het vertalen van talloze kleitabletten in spijkerschrift ontdekten we dat beide volkeren nauwe relaties hadden op medisch gebied. De Mesopotamiërs bleken uiteindelijk veel rationeler dan we dachten. Soms zat er namelijk een soort systeem in hun magie."

En bij de Grieken?

"Bij de Grieken daarentegen vonden we juist meer religiositeit. We kunnen dus niet zomaar zeggen dat Hippocrates of de Grieken de eerste waren die geneeskunde praktiseerden zonder mythe en bijgeloof. Wat we wel zien is een ontwikkeling van algemene naar bijzondere gevallen. In Babylon zei men nog: 'als je urine zwart ziet, dan ga je dood'. In Griekenland krijg je nu dat artsen en patiënten een naam hebben. Bijvoorbeeld 'de dochter van Euryanax was ziek en haar urine was dun'. Dat is nu gelukkig weer helemaal terug. Geneeskunde zou naar mijn mening namelijk ook aandacht voor de individuele patiënt moeten zijn. Elke patiënt is een mens en ieder mens is uniek."

Heeft u tot slot nog andere plannen voor de nabije toekomst?

"Naast onder meer de geplande collegereeks met professor Booth hoop ik nog vele studenten college te kunnen geven en promovendi bij hun proefschriften te kunnen begeleiden. En daarnaast wil ik nog een boek schrijven over het verzonken cultuurgoed, dus de medische gedachte in de literatuur, een publicatie over de communicatie tussen arts en patiënt, en ben ik bezig voor een conferentie over tranen in Australië. Goh, als ik dat zo bedenk, heb ik het bijna net zo druk als Galenus."

Homepage Manfred Horstmanshoff

Tekst oratie: Patiënten zien. Patiënten in de Antieke Geneeskunde [pdf]

                                    
 
   
vorige pagina top pagina