Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/05 > Van de decaan

    

Van de decaan

Gemenebest

De BA-evaluatiecommissie van de Faculteit heeft een mooi en goed geschreven rapport afgeleverd, dat de komende tijd in de faculteit aan de orde zal komen. Aan het eind van het rapport wordt een aantal algemene punten over onze faculteit aan de orde gesteld. Zo zijn er behartigenswaardige opmerkingen over wat de commissie "de gebrekkige facultaire identificatie" noemt. De faculteit zit, zo zegt de commissie, voor de opleidingen "daar aan de overkant", en de termen 'faculteit' en 'faculteitsbestuur' worden helaas te vaak verward. Wie discussies in Forum leest, kan die verwarring ook regelmatig tegenkomen.

Dit probleem is niet uniek voor onze faculteit, en misschien is dat ook maar gelukkig, omdat het de kwestie wat relativeert. Toen ik in september j.l. een lezing bijwoonde van het ULCL, gegeven door de Amerikaanse taalkundige Givón, en hem door een collega werd verteld dat ik decaan van de Leidse letterenfaculteit ben, reageerde hij met: "Bij ons wordt de decaan gezien als the enemy". Dat geeft natuurlijk te denken als je net decaan geworden bent. Zou bij ons het faculteitsbestuur ook dat imago hebben?

Het probleem is ook niet uniek voor de facultaire of universitaire organisatie. De journalist en historicus Ben Knapen publiceerde onlangs een biografie van Oldenbarnevelt onder de titel De man en zijn staat. Een van de oogmerken van die biografie is om te zien hoe uit verscheidene eenheden een geheel kan worden gesmeed, een vraagstuk dat voor Knapen heel actueel is in verband met de toekomst van Europa en het huidige debat erover. E pluribus unum is een ideaal dat voor veel verbanden geldt, in het groot voor een staat, en in het klein voor een faculteit. De regeerstijl van Oldenbarnevelt wordt in dat verband omschreven als 'schikken, plooien en persuasie' (uit de kop van een krantenartikel over dit boek door mr. Tjeenk Willink, de vice-president van de Raad van State). Kortom, polderen is al een oude stijl van besturen in Nederland.

De verhouding tussen het geheel en de delen van een faculteit vraagt continu om nieuwe doordenking. Wat is de optimale verhouding, en wat is de toetssteen daarvoor? Zelf vind ik de term gemenebest een mooi Nederlands woord om aan te duiden waar het omgaat, ook in de faculteit. In het zojuist verschenen tweede deel van het Etymologisch woordenboek van het Nederlands waarbij ook heel wat Leidse collega's betrokken zijn (en zelfs een Balkenende) wordt uitgelegd dat dit woord gevormd is uit de woorden gemeen 'gezamenlijk, gemeenschappelijk'en best 'meest goed', dus: wat het beste is voor iedereen. Het is hetzelfde woord als het Britse commonwealth. Het is een prachtige term die aangeeft waarom het gaat als we dingen op facultair niveau willen regelen of organiseren: de faculteit is een gemenebest van studenten en personeelsleden, van opleidingen en instituten, en het is in ons aller belang dat de leden van de facultaire gemeenschap werken met het gemene best als doel. De opmerkingen van de evaluatiecommissie over het belang van een facultair gevoel, over de noodzaak van 'corporate identity', zijn me dus uit het hart gegrepen, en ik vraag er daarom graag wat extra aandacht voor. De Kerstperiode en het einde van het jaar vormen tenslotte goede momenten voor bezinning, ook voor hoe we dingen op de faculteit zouden moeten aanpakken.

Het gaat in de faculteit trouwens om meer dan een gemenebest van belangen, om meer dan de houding: als ik wat voor jou doe, doe jij iets voor mij. Wat ik evenzeer als ideaal zie is een faculteit als een rijke intellectuele omgeving, met veel ideeën, kennis, interessante docenten, en ook praktische inzichten ("best practices") die niet opgesloten moeten blijven binnen afzonderlijke opleidingen. Daarvoor is nodig dat de opleidingen en de personeelsleden zich deel voelen van een res publica, van de facultaire republiek.

Ja, ik weet wel, met Oldenbarnevelt liep het uiteindelijk slecht af, ook al kreeg hij veel voor elkaar. Dit leert een bestuurder voorzichtigheid en bescheidenheid. De BA-evaluatiecommissie schrijft dat het opbouwen van die bovengenoemde corporate identity een prioriteit zou moeten zijn voor ieder faculteitsbestuur. U begrijpt nu wel waarom ik dat graag wil veralgemenen tot: voor ieder die in de faculteit werkt.

U allen, beste lezers, wens ik een goede en ontspannen Kerstvakantie toe, en voor daarna nieuwe energie voor ons gemenebest.

Geert Booij

Inhoudsopgave Forum 7 (14 december 2005)

                                    
 
   
vorige pagina top pagina