Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 7/05 > Discussie

Discussie

Discussie
Het BA-stelsel geëvalueerd
Reacties op discussie (2)

Kijk over de grenzen van het eigen vakgebied!
Het BA-stelsel geëvalueerd

"Weg met het vijanddenken binnen de faculteit. De eigen opleiding is niet alleenzaligmakend. Studenten taal en cultuur moeten minimaal een semester en een zomer naar het buitenland." Prof. dr. Erik-Jan Zürcher is voorzitter van de facultaire commissie die het BA-stelsel heeft geëvalueerd. Op verzoek van Forum lucht hij zijn hart. Reacties gevraagd.

Door Erik-Jan Zürcher

Drie weken geleden is de commissie die onder mijn voorzitterschap het BA-stelsel van de faculteit heeft geëvalueerd, met haar rapport gekomen. Dat rapport, "Berichten van de Werkvloer", doet zijn naam eer aan want het is gebaseerd om diepgaande gesprekken met bijna alle opleidingen die onze faculteit rijk is en weerspiegelt, hopen we, de praktijk van alledag. Een "reality check" dus, na drie jaar  experimenteren met de BA. In het rapport is een flink aantal aanbevelingen opgenomen over hoe we ons BA-stelsel verder kunnen verbeteren en de knelpunten kunnen wegnemen. Ik wil die conclusies hier niet allemaal herhalen. Het rapport krijgt ruime verspreiding (download hier het rapport: "Berichten van de werkvloer" (PDF)) en ik beveel het van harte in ieders aandacht aan. Liever dan het samen te vatten of de conclusies te herhalen, wil ik hier in drie stellingen weergeven wat voor mij de meest opvallende ervaringen zijn geweest en wat die ons zeggen over onze toekomstige marsroute. Om misverstand te voorkomen: dat doe ik op persoonlijke titel en niet namens de commissie.

  1. De faculteit bestaat niet. Als je met de opleidingen praat, raak je vaak onder de indruk van de manier waarop mensen, zowel docenten als studenten, zich met hun vak en hun afdeling identificeren. De sfeer binnen de opleidingen varieert nogal, maar van een groepsgevoel is altijd sprake.  Ongelukkigerwijs wordt dat groepsgevoel gevormd doordat mensen zich afzetten tegen de boze buitenwereld. Dat kan zijn: een zusteropleiding (soms binnen hetzelfde instituut), "Het Westen" (of, zij het minder vaak, "Het Niet-Westen") of iets anders. Bijna altijd is het ook "De Faculteit". Wanneer we aan docenten of studenten vroegen waaraan ze dachten bij "De Faculteit", bleek het steeds te gaan om het faculteitsbestuur en zijn ambtelijke apparaat, dat wordt ervaren als een vreemde, verre macht, de belichaming bij uitstek van de boze buitenwereld.  Onze faculteit is zo van dat gevoel doortrokken, dat de commissie zelf, in een eerste versie van haar rapport, op een paar plaatsen dezelfde fout maakte en "faculteit" schreef waar zij  het bestuur bedoelde.  Het is kennelijk nog steeds niet gelukt een gezamenlijke Letterenidentiteit te scheppen. Omdat weinig mensen direct geconfronteerd worden met de strijd die de humaniora in Nederland moeten leveren om overeind te blijven in het geweld van de "hard science", beroepsopleidingen als Medicijnen en Rechten en van de wispelutigheid van de politiek, ziet men de concurrentie, en het veronderstelde onbegrip, binnen de eigen faculteit. Als we samen sterk willen staan, moet dat veranderen en moeten we beseffen dat we samen voor een zaak staan.

  2. Omdat onze horizon zo begrensd is, geven we de hokjesgeest ook aan onze studenten door. Het is de kracht van de Leidse Letterenfaculteit dat wij, meer dan wie ook in Nederland, een heel breed palet aan gespecialiseerde opleidingen bieden. Dat moet ook zo blijven, maar dat neemt niet weg dat het goed is als onze studenten zich ook buiten de strikte grenzen van het eigen vakgebied ontwikkelen. Dat zal echter alleen gebeuren wanneer hun begeleidende docenten ook uitstralen dat ze dat nuttig vinden en niet dat het maar tijdverlies is dat afleidt van het "eigenlijke" leren. Een van mijn levendigste herinneringen is wat dat betreft die aan de studenten Taalwetenschap, die onthutst reageerden op de suggestie dat je die studie zou kunnen combineren met het leren van een echt vreemde taal. Grenzen scheppen nu eenmaal altijd hun eigen logica: zodra "Turkologie" is gemarkeerd als een apart werkterrein, komt vanzelf de vraag naar voren met hoeveel ECTS hoofdvak je nog een "echte "Turkoloog" opleidt - alsof dit soort categorieën een van God gegeven werkelijkheid weerspiegelen, in plaats van historische coïncidenties. Dit te doorbreken is van groot belang voor de toekomst van onze faculteit, maar dan wel door het middels "targets" stimuleren van inhoudelijk gemotiveerde samenwerking op de werkvloer, niet door het opleggen van Algemene Disciplines of Core Curricula. Het opleggen van dergelijke constructies zal er alleen maar toe leiden dat opleidingen hun hakken in het zand zetten om hun afkalvende territoria nog scherper te verdedigen.

  3. Hoe manhaftig de pogingen ook zijn, bij taal- en cultuuropleidingen is het bijna ondoenlijk om het aanleren van ambachtelijke vaardigheden (de taal) te combineren met de ontwikkeling van jonge mensen tot kritische academici in de dop. Wanneer ook de cultuurvakken in de doeltaal gegeven kunnen worden, is het probleem niet zo groot, maar wanneer dat niet kan (zoals in de Niet-Westerse talen), vechten taalverwerving en academische vorming elkaar de tent uit. Dat is hoogst onbevredigend en eigenlijk ook onverantwoord. De koninklijke weg om het probleem op te lossen, zou zijn het verlengen van de cursusduur van drie naar vier jaar, waarvan één jaar in het buitenland. Dat is de manier waarop het probleem bijvoorbeeld in Groot-Brittannië sinds jaar en dag wordt opgelost. Misschien dat het er eens van komt, wanneer ook Den Haag gaat merken dat onze BA-studenten bij goede MA-opleidingen in het buitenland worden geweigerd, omdat ze geen vier maar drie jaar hebben gestudeerd en dus in kennis, vaardigheden en rijpheid tekort schieten. Ik weet uit eigen ervaring dat het nu al zo is dat een Nederlandse bachelor aan een echt goede Turkse universiteit om die reden niet tot de MA wordt toegelaten! Zolang dit inzicht op het ministerie niet is gerijpt, moeten we improviseren. De beste weg daartoe lijkt mij een verplicht buitenlandverblijf van een semester (maar dan ook het hele semester inclusief de zomer!) voor iedere student. Dat maakt het mogelijk een grote sprong voorwaarts te maken in de taalbeheersing, waardoor de rest van de BA wordt ontlast en de academische vorming minder in het gedrang komt. Overigens zullen we dan onder onze studenten ook nog enig zendingswerk moeten verrichten, want een tweede blijvende herinnering aan de bezoeken van de evaluatiecommissie aan de opleiding is die van de studenten Duits en Engels, die bezoeken aan "hun" landen eigenlijk als een noodzakelijk, en tot een absoluut minimum te beperken, kwaad beschouwden.

Lezersreacties

Naam: Eric Koert
Reactie: To be honest, instead of making it compulsive, wouldn\'t it be a good idea to make it a matter of free choice? Any language student who feels his/her command of a language is insufficient would gladly take the opportunity to go abroad!

I think in the case of able 3year bachelor students who would like to complete their MA abroad, the university in question should design a test to measure someones knowledge and ability, instead of looking at how many years one has studied...

Naam: Marian Klamer
Reactie: Het is een uitstekend idee om een taal verplicht te leren in het land van herkomst. Dit kan verplicht worden gemaakt voor voltijds-studenten. Echter, het eerste probleem is dat de studentenpopulatie inmiddels voor een groot deel bestaat uit studenten van een andere categorie (a la carte-, bijvak-, deeltijd-) die de taalstudie combineren met baan of andere studie. Wil men ook deze mensen verplichten een semester in het buitenland te gaan studeren? Ik vermoed dat de meesten dan afhaken. Voor degenen die wel verplicht worden, geldt dat zij ondersteund moeten worden in de extra kosten die ze maken voor hun buitenlandverblijf. Verder moet er ondersteuning zijn in het land zelf, om te waarborgen dat het verblijf en onderwijs ter plekke ook daadwerkelijk plaatsgrijpt en niet in chaos of rampen ontaardt. In de meeste landen is huisvesting en onderwijs immers niet zo netjes geregeld als in Nederland. Voor een kleine opleiding is het niet mogelijk om dit soort ondersteuning aan te bieden voor een handvol studenten per jaar. Dit soort kosten moet dus ook meegewogen worden in de kosten-batenanalyse van een verplicht buitenlandverblijf. De faculteit en de opleiding blijven immers verantwoordelijk voor een opleiding, en daar vorm aan geven dat kan in heel wat landen een stuk gecompliceerder zijn dan men wellicht denkt achter een Leids buro. Ik ben er dus voor, maar pleit voor een realistische inschatting van de extra kosten.

††††††††††††††††††††††††††††††††††††
 
   
vorige pagina top pagina