Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/05 > Interview

Interview

"Vaderlandse geschiedenis - jazeker is die term achterhaald!"

Henk te Velde           

Interview met Henk te Velde

Hoewel hij het pretentieus zou vinden om zichzelf in de traditie van zijn voorgangers op de oudste leerstoel Vaderlandse Geschiedenis te zien, heeft Henk te Velde allerlei plannen in Leiden. "Ik ben op zoek naar een inspirerende wisselwerking tussen mij en mijn studenten en collega's." Een interview met de nieuwe hoogleraar vaderlandse Geschiedenis, dat ging van de Nederlandse politiek en identiteit tot de uitvinding van Koninginnedag. "Balkenende zou niet overal aan de bak komen."

door Bart de Haas

Is Vaderlandse Geschiedenis niet een vak dat iedereen op deze faculteit zou moeten krijgen?

"Het zou natuurlijk raar zijn als ik zou zeggen dat dat niet moest. Een zekere basiskennis hoort tot je academische ontwikkeling. Deze hoeft natuurlijk niet altijd in de vorm van een college verworven te worden - studenten kunnen er bijvoorbeeld zelf over lezen -, maar als het een vak zou worden, dan zou het wel het beste zijn als dat ook door een historicus gegeven werd."

Hoe is het eigenlijk gesteld met de basiskennis van studenten Geschiedenis?

"Er is helaas sprake van een kleine achteruitgang, maar het probleem is vooral dat het tegenwoordig niet meer zo duidelijk is wàt die basiskennis precies zou moeten zijn; we zijn onzeker over wenselijkheid en inhoud van de canon. Algemene kennis is namelijk niet meer een vanzelfsprekendheid, omdat dit per jaar verschilt, afhankelijk van wat het examenonderwerp dat jaar was, het ene jaar de Tweede Wereldoorlog en het andere jaar de industriële revolutie in Groot-Brittannië. Hier aan de universiteit proberen wij vooral een academisch denkniveau bij te brengen. Het is de bedoeling dat studenten leren nadenken over het verleden. Het gaat daarbij niet meer om het kennen van feitjes, maar het is wel lastig om een goed onderbouwd oordeel te hebben als je het onderwerp niet in de tijd kunt plaatsen."

Hoe denkt u hieraan te kunnen bijdragen?

"Momenteel ben ik begonnen in de Masterfase, waarbij ik werk met kleine groepjes studenten. Het voordeel hiervan is dat het voor mij als een soort tutorial werkt, waarbij ik vrij intensief met hen kan praten. Het nadeel is wel dat ik zo niet meteen veel studenten leer kennen, wat ik wel zou willen. Misschien dat dit lukt nu ik begonnen ben met mijn eigen hoorcolleges Vaderlandse Geschiedenis. Daarnaast begeleid ik enkele studenten bij het schrijven van hun scripties. Dan denk ik mee over onderwerpen als de tot ophef leidende speeches van Juliana in de Verenigde Staten, of over de totstandkoming van de zondagswet."

Waar doet u zèlf onderzoek naar?

"Als een docent ergens langer zit, merk je vaak dat er een soort wisselwerking optreedt tussen wat hij interessant vindt en wat de studenten gaan doen. Hier zit ik natuurlijk pas net, maar toch hoop ik dat die wisselwerking ook hier tot stand zal komen. Zelf ben ik vooral geïnteresseerd in het politieke leven en in politiek leiderschap. Ik ben gepromoveerd op het liberalisme en nationalisme in Nederland eind 19e, begin 20e eeuw. Wat mij vooral boeide was de onrust die onder de liberale notabelen, die het establishment toen zo'n beetje vormden, ontstond door de opkomende politieke pluriformiteit."

Wat was hier dan mis mee? Tastte het hun gezag aan?

"De liberalen hadden het gevoel dat de nationale eenheid zou verdwijnen, dat het land uit elkaar zou vallen. In principe waren ze niet nationalistisch; ze waren juist voor het individu binnen een soort van kader. Nu echter gingen ze dit kader centraal stellen ten behoeve van de nationale eenheid. Zo waren ze fanatieke voorstanders van de strijdende boeren in Zuid-Afrika, gingen ze zich bezig houden met gymnastiek en militaire oefeningen om het vaderland te versterken, en stonden ze plots helemaal achter de Oranjes. In die tijd vonden ze dan ook Koninginnedag uit en in datzelfde kader heeft zich ook de leerstoel Vaderlandse Geschiedenis van Robert Fruin en later P.J. Blok in Leiden ontwikkeld."

Is de term 'Vaderlandse Geschiedenis' inmiddels niet achterhaald?

"Jazeker is die achterhaald, maar daarom hoeft die nog niet te verdwijnen. Het zou jammer zijn als we de levende herinnering aan deze oudste leerstoel Vaderlandse Geschiedenis kwijt zouden raken. Bovendien dwingt deze term, juist omdat die zo ouderwets is, tot bezinning. Elke student Geschiedenis die die naam verdient moet er uit zichzelf over gaan nadenken. In het licht van de huidige discussie over nationale identiteit besteed ik ook zelf aandacht aan de vraag wat Vaderlandse Geschiedenis nu nog is. Het is allang niet meer bedoeld om het vaderland te versterken. Dat is een naïeve gedachte."

Wat behoort er precies tot de Vaderlandse Geschiedenis? Hoort België daar bijvoorbeeld bij? Professor Anbeek moest de titel van zijn werk over Nederlandse literatuur na Vlaamse protesten veranderen in 'Geschiedenis van de literatuur in Nederland'.

"Aan andere Nederlandse universiteiten heet het vak Nederlandse Geschiedenis en eigenlijk is het vanzelfsprekend dat België daar niet bij hoort. Onze koloniale geschiedenis, met Suriname, de Nederlandse Antillen en Indonesië proberen we er wel bij te betrekken. En wat de tijd betreft, we beginnen na de Middeleeuwen, met name bij de Republiek in de late 16e eeuw, dus zeker niet bij de Batavieren."

In welke periode voelt u zich het meeste thuis? Heeft u bepaalde helden?

"Mijn favoriete periode is de 19e eeuw. Hier weet ik het meeste over, al voel ik me ook wel thuis in de 20e eeuw. Ik ben opgegroeid in de jaren '70 en in die tijd was het gewoon om een zeker wantrouwen te hebben tegenover helden. Waarschijnlijk ben ik te sceptisch aangelegd om naar een voorbeeld op zoek te gaan. Ik kijk niet snel tegen iemand op. Een beetje op afstand blijven is vruchtbaarder. Wat mij vooral interesseert is juist de tijdgebondenheid van het politieke leiderschap. Volgens mij kun je moeilijk een leider uit het verleden verheerlijken om er inspiratie voor nu uit te halen."

Is politiek naast tijd- ook cultuurgebonden?

"Dat is zeker zo. Het gaat dan niet alleen om de politieke opvattingen, maar meer nog om de opvattingen over politiek. Dus hoe de relatie van een politieke partij is met haar achterban, hoe politici hun werk zien, als een theater of een spel, en hoe het publiek hen ziet. De laatste jaren probeer ik dit ook internationaal te bestuderen. Erg boeiend is de manier waarop buitenlandse voorbeelden worden overgenomen. Soms worden ze, al dan niet bewust, gekopieerd, en probeert men dit vervolgens te negeren of te verdonkeremanen."

Zegt dit ook iets over de Nederlandse politiek?

"De manier waarop de politiek hier bedreven wordt, zegt iets over welke personen boven komen. Bepaalde types zouden in het buitenland niet aan de bak komen en omgekeerd. Het type Balkenende zou bijvoorbeeld wel in andere kleine landen gekozen kunnen worden, maar waarschijnlijk niet in de grotere landen. Daar wordt ook een groter imago over de grens vereist; de types daar ogen vaak veel spectaculairder en gedragen zich ook zo. In Nederland is men ingetogener, zelfs 'zonnekoning' Lubbers. Wij willen hier ook niet alle macht aan één persoon toekennen. Het woord 'minister-president' klinkt als heel wat, maar eigenlijk betekent het alleen dat hij de ministerraad presideert."

Wat zijn uw plannen hier in Leiden?

"Samen met een paar collega's uit Groningen heb ik het boek Machtige lichamen geschreven over politieke personen van Pim Fortuyn tot de Atheense democratie. Een vergelijkbare vorm van samenwerking hoop ik ook hier op te zetten, bijvoorbeeld een collegereeks over de Nederlandse identiteit, in samenwerking met collega's en misschien enkele enthousiaste studenten. Daarnaast wil ik meer onderzoek doen naar o.a. de ontwikkeling van de parlementaire cultuur in West-Europa in de 19e en 20e eeuw en verder studie maken van de aard van de Nederlandse politiek, internationaal vergeleken."

En tot slot, waarom bent u naar Leiden gekomen?

"Dit zou ik willen beschrijven als een emigratieproces met push- en pullfactoren. Ik heb altijd al in Groningen gezeten. Hoewel ik daar op het einde ook hoogleraar was, leek het me goed toch eens te verkassen, ook omdat iedereen me nog van vroeger kende. In Leiden heb ik als vanzelf een centrale rol in een nieuwe omgeving. Door de generatiewisseling hier ligt alles open. Bovendien speelt het feit dat ze me gevraagd hebben ook een rol, ik hoef me hier niet in te vechten, ik voel me welkom. Verder heeft Leiden internationaal een goede naam, is dit de oudste leerstoel en zit ik hier veel dichter op de Haagse politiek dan in Groningen. En dit was gewoon het ideale moment om mijn horizon te verbreden."

Links

                                    
 
   
vorige pagina top pagina