Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 6/05 > Column

Onderwijs

    

Uitdagend onderwijs

Column door Jef Jacobs

In mijn vorige column heb ik me er op vastgeprikt, iets te zeggen over de wijze waarop studies in onze faculteit zwaarder kunnen worden gemaakt. Bij "zwaardere studies" denk ik niet onmiddellijk en uitsluitend aan extra hoeveelheden leesstof. Integendeel, de literatuurlijsten lijken me in de meeste gevallen wel voldoende van omvang. "Zwaarder" is voor mij allereerst equivalent van "uitdagender". En hoewel ook dat begrip als gemeenplaats kan worden gezien, wil ik er toch onder verstaan: met originele, gevarieerde verwerkingsopdrachten, gericht op de te behalen doelen, binnen daarvoor gestelde tijd.

Wij stellen ons tot doel, creatieve geesten te ontwikkelen, die op originele manier stof te lijf kunnen gaan, vanuit diverse invalshoeken en met uiteenlopende, onconventionele vraagstellingen. Bovendien willen we dat iedere student vrijwel permanent aan de slag is voor de cursussen die op het programma staan en gedurende het gehele curriculum van 42 weken iets te doen heeft. Dat is nu niet altijd het geval. Wat de intensiteit van het werk betreft, een grote groep besteedt niet meer dan twintig tot dertig uur per week aan de studie (zie ook de reactie van Joost Augusteijn op de vorige column); bovendien is er te weinig werk voor de lange periodes van reces. Met name in de zomer. Hoe sympathiek het ook klinkt dat studenten binnen pakweg een periode van zes jaar de nominale studielast naar eigen goeddunken verdelen, vanuit het oogpunt van een gezond curriculum is dat ongewenst. Je studeert namelijk niet alléén, en werkgroepen die bestaan uit deelnemers die zich volledig inzetten en deelnemers die slechts de helft van de inspanning doen, functioneren naar mijn mening niet optimaal. Het stellen van gelijke eisen aan alle deelnemers (binnen een gelijke tijd!) is voor een succesvol werkcollege een sine qua non.

Tegelijk impliceert dit, dat de docent voldoende opdrachten opgeeft die door alle studenten in de loop van een cursus of college gedaan moeten worden. Alle studenten zijn dus voor de volle werktijd (aantal ects) bij het onderwijs betrokken, als het goed is ook nog in diverse rollen en met diverse opdrachten. Hier ligt tegelijk ook het probleem. Om de traditionele gang van zaken te doorbreken, waarbij slechts diegene op volle toeren draait die met het referaat aan de beurt is, terwijl de rest van de groep in het gunstigste geval respondeert op de gepresenteerde voordracht, wordt nogal wat van de docent gevraagd, zowel in voorbereiding als feedback. Opgegeven opdrachten dienen van deugdelijk commentaar te worden voorzien: elke student heeft recht op een tijdig en gedegen weerwoord. In het werkcollege moet voldoende leesmateriaal voor ieder in elke sessie te verwerken zijn, [als het goed] is als achtergrondmateriaal bij de bespreking van het gepresenteerde referaat. Het zou prachtig zijn als de deelnemers aan werkgroepen vóór een reces de leesstof opkrijgen, zodat zij zich in de collegevrije periodes kunnen voorbereiden. Voor de docent impliceert dat weer dat hij voor de zomer weet wat hij daarna in het werkcollege gaat doen. Bij "zwaarder" denk ik dus vooral aan: meer variatie; meer permanente belasting voor iedereen; in meer rollen (bijvoorbeeld van onderzoeker, van docent, van leerling, van referent; van schrijver/producent etcetera).

Soms is nominaal de belasting aan de maat: er is voldoende leesstof en er zijn pittige opdrachten. Maar met de aanwezigheidsplicht of de deadlines wordt de hand gelicht. Dat is geen goede zaak: hoewel het niet eenvoudig is, zouden we deadlines strikt moeten hanteren. Bij dat alles valt nog te bedenken dat wij geen middelbare school zijn en dat wij van onze studenten kunnen vragen om niet geheel perfecte opdrachten met eigen creativiteit en werkkracht tot een voor henzelf mogelijke, aantrekkelijke opdracht te completeren. Een zinvolle interpretatie van een incomplete opdracht is evengoed een intellectuele prestatie die gehonoreerd moet worden. En de liefde voor het vak moet van beide kanten komen.

Ik ben benieuwd naar uw reactie op de volgende stellingen:

  • Ons onderwijs moet tot een echt commitment van docent èn student worden.
  • Uitdagender onderwijs houdt een extra belasting van de docent in, die moeilijk past in het huidige, zware takenpakket.

Lezersreacties:

Naam: Liesbet Winkelmolen (Opleiding Nederlandkunde)
Reactie: Het spijt me, ik word hier ontzettend boos van. Het moet meer meer meer en zwaarder zwaarder zwaarder. Je voelt de volgende 'kwaliteitsslag' alweer aankomen.

Ik ben altíjd bezig met het verbeteren van mijn onderwijs. In onze opleiding wordt continu nagedacht over nieuwe onderwijsvormen, verbetering van het curriculum en vergroting van onze eigen professionaliteit. We voelen de regelmatige ingrepen van de Faculteit ('de overkant') heel erg als een verstoring daarvan.

Net toen we allemaal een BA en een MA hadden bedacht en op Engelse les zaten, moesten we ruim een jaar vantevoren aangeven wat we precies per week zouden gaan doen in de colleges. Nu wordt er, naar ik hoor, weer nagedacht over maatregelen die het lonend maken om hoorcolleges aan grote groepen te geven en arbeidsintensieve colleges afstraffen.

Kan dit alsjeblieft een keer ophouden? Er zijn in onze Faculteit veel verschillende opleidingen met verschillende studentenaantallen, met verschillende soorten onderwijs en verschillende problemen. Misschien kan daar een keer rekening mee worden gehouden. "Wij stellen ons tot doel, creatieve geesten te ontwikkelen, die op originele manier stof te lijf kunnen gaan, vanuit diverse invalshoeken en met uiteenlopende, onconventionele vraagstellingen [...die...] vrijwel permanent aan de slag [zijn] voor de cursussen die op het programma staan en gedurende het gehele curriculum van 42 weken iets te doen [hebben]." Laten we er nou eens vanuit gaan dat de docenten ook zulke geesten zijn die ook vrijwel permanent bezig zijn. We moeten erop vertrouwen dat zij hun werk goed doen en hun best doen dat te verbeteren. Laat het onderwijs over aan de specialisten: de docenten. Problemen die er zijn, moeten worden opgelost waar ze zijn, zonder dat er weer Faculteitsbreed nieuwe regelingen worden ingevoerd.

---------------

Naam: Jeroen Touwen (Opleiding Geschiedenis)
Reactie: Zou er iemand zijn onder de wetenschappelijke staf die niet gelooft in de uitdagendheid van zijn vak? Wetenschappelijk onderwijs is uitdagend in zijn themakeuzes, in het problematiseren, in het ontwikkelen van benaderingen, ideeën en concepten. (Op het Studiefestival hoor je er genoeg over...) De bestaande werkvormen (hoor- en werkcollege) voldoen heel goed (al bieden Blackboard en aanvullende opdrachtgestuurde werkvormen soms een goede aanvulling). Nee, "uitdaging" is het probleem niet en "commitment" is er allang, van docent èn van menig student. De diagnose van het probleem luidt, kort samengevat, dat bepáálde groepen studenten bij sómmige studierichtingen (niet bij Chinees bijvoorbeeld) te weinig werken. Om nu als oplossing te stellen dat het onderwijs "uitdagender" moet worden is het probleem van de verkeerde kant benaderen. Het is toch allang uitdagend! Willen we studenten tot werken aanzetten, dan moeten we ze confronteren met de inhoud van de studie. Dat kan alleen door meer contacturen te geven. En dan moet er meer wetenschappelijke staf worden aangesteld. Want een extra belasting van de docent past niet alleen moeilijk in het huidige, zware takenpakket, het suggereert ook dat het probleem bij de docenten ligt, en dat is niet zo. Beter en veeleisender onderwijs heeft gewoon meer man/vrouw-kracht nodig. Stel je voor dat je een werkcollege bijvoorbeeld twee maal i.p.v. eenmaal per week laat bijeenkomen. Op menige Amerikaanse universiteit is dat het geval (dikwijls zelfs vier keer). Je kunt dan twee keer zoveel literatuur behandelen (ik bedoel: écht, grondig behandelen) en hup, ze zijn zo 10 uur per week meer kwijt! Maar waar haal je extra WP-formatie vandaan? Nee, hier helpt geen nieuwe uitdagende vorm, hier helpt geen podcast en geen powerpoint, hier helpt alleen een onderwijsprogramma met veel contacturen, gedragen door veel stafleden die daarnaast nog ruimte hebben voor vernieuwend, uitdagend onderzoek. (Onderwijsdirecteur, ga ons voor in de strijd om meer geld!)

---------------

Naam: Robert Lankamp (Opleiding Engelse taal en cultuur)
Reactie: Mijn eigen stelling is dat op de letterenfaculteit alle aandacht is gericht op de ondergrenzen, getuige de BSA, eindeloze hertentamens en amateuristische onderwijsevaluaties. Voor de goede studenten en goede docenten is er niets. Het echte motto is niet "kiezen voor talent" of iets dergelijks maar "alsjeblieft zeg een zesje is mooi genoeg".

---------------

Naam: Robert Lankamp  (Opleiding Engelse taal en cultuur)
Reactie: Hier is een reactie op de eerste stelling (Ons onderwijs moet tot een echt commitment van docent èn student worden - red.). Ik ben het met de stelling eens. Ik geloof ook dat een organisatie als de letterenfaculteit deze commitment kan beïnvloeden in de zin dat het de motivatie van docenten en studenten kan beïnvloeden. Motivatie kan je op een negatieve manier en op een positieve manier bevorderen. Nu wordt de motivatie alleen op een negatieve manier bevorderd in de zin dat alleen onderdemaatse prestaties onmiddelijke consequenties hebben. Studenten zakken als ze niet studeren, een docent krijgt een slechte evaluatie als hij er een potje van maakt en hij/zij wordt toegesproken door de leidinggevende. Voor de studenten die wel studeren gebeurt niets, zij gaan gewoon door zoals ze altijd deden, zo ook de docent die een goede evaluatie haalt. De nadruk op negative motivatie brengt met zich mee dat men wordt aangemoedigd minimaal te presteren. Dit strookt uiteraard niet met de eerste stelling van Sjef Jacobs. Mijn conclusie is dat we moeten zoeken naar manieren om motivatie op een positieve manier te beinvloeden. Volgens mij komt dan al heel veel goed.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina