Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Reportages

Reportage

Weer geen Mulisch dit jaar

Eerste Leidse Letteren Nobelprijs voor Haruki Murakami

Op donderdag 13 oktober 2005 werd in Leiden een activiteit georganiseerd in het kader van de uitreiking van de Nobelprijs voor de Literatuur. Elke opleiding kon een eigen favoriete kandidaat nomineren. Talloze schrijvers (en een beeldend kunstenaar) werden in een korte presentatie voorgesteld aan het publiek, waarna de jury zich terugtrok om zich te beraden. Een ernstige zaak, al werd er ook genoeg gelachen. "Hier hebben we de kans om het verzuim van Zweden goed te maken."

door Bart de Haas

 "Grote namen hoeven hier niet verdedigd te worden, zeker niet in dit brandpunt van de wetenschap." Zo begonnen Coen Maas en Maarten Jansen, twee studenten van de opleiding GLTC, aan een vlammend betoog. Om hiermee vervolgens een zo mogelijk nog grotere naam te nomineren, Francesco Petrarca. "Hij was het die de klassieke grootheden voor ons bewaarde. Welk een onrecht als deze prijs aan hem voorbij zou gaan!" Alle aanwezigen klapten. De toon was gezet.

Het was donderdagmiddag 13 juni, 12.00 uur. In de hal van het Lipsiusgebouw waren behoorlijk wat studenten, docenten en andere medewerkers van de universiteit bijeengekomen. Plus nog de nodige journalisten en fotografen; zelfs Radio 1 had een verslaggeefster naar Leiden gestuurd. Elke letterenopleiding zou deze middag de gelegenheid krijgen om in zo'n 2 minuten hun favoriete kandidaat te nomineren voor de Leidse Letteren Nobelprijs 2005.

Dit hoefden niet noodzakelijk favorieten te zijn voor de èchte Nobelprijs, waarvan de winnaar om 13.00 uur bekend zou worden. En in tegenstelling tot die echte Nobelprijs mocht men ook kandidaten nomineren die al overleden waren. Er waren twee prijzen te winnen, 100 euro aan boekenbonnen voor degene die de kandidaat juist voorspeld had, en hetzelfde bedrag voor de leukste of beste presentatie.

 
 

Picasso

Na de studenten GLTC was het de beurt aan Richard Todd, hoogleraar Britse Letterkunde. Volgens hem was het weer eens tijd voor een Brit. Er waren weliswaar inmiddels vijf Britten die hem hadden gewonnen - onder wie zelfs Winston Churchill! -, maar nog geen vrouw. Bovendien waren de vrouwen sowieso een beetje ondervertegenwoordigd: slechts negen maal won een vrouw. En dan mocht je je nog afvragen in hoeverre Jellinek, die hem vorig jaar won, een serieuze kandidaat was. Een Britse vrouw dus, bijna 70 inmiddels: A.S. Byatt.

Kort hierop stapte Louk Tilanus, namens de opleiding Kunstgeschiedenis, naar voren. "Ik ben blij dat Byatt het is geworden!", jubelde hij. Daarmee leek hij alles even te verklappen, aangezien de rest van de zaal nog in spanning zat te wachten op de bekendmaking uit Zweden. Gelukkig bleek later dat hij dacht dat Todd's nominatie ook die van de Zweedse Academie was. Tilanus meende dat film en kunst een veel grotere impact op de maatschappij hadden dan literatuur. "Waarom dit jaar dus geen Nobelprijs voor de beeldende kunst? Als iemand die verdient, dan is het Picasso wel!"

Lunch

Tussen de verschillende presentaties door vertelde gelegenheidspresentatrice Thony Visser de zaal allerlei interessante Nobelprijsfeitjes. Zo vertelde ze hoe diverse Nobelprijswinnaars hun prijs hadden af moeten wijzen van hun regimes. Of vrijwillig, zoals Sartre dat eens uit principe deed. Ook noemde ze enkele namen van Nobelprijswinnaars die nu totaal vergeten waren. Sterker nog, er waren zelfs enkele kandidaten genomineerd die de prijs al eens gewonnen hadden.

Onder haar leiding was niemand in de hal veilig. Peter Liebregts van de opleiding Engels, die in het publiek slechts zijn lunch zat weg te werken, werd plotseling het podium opgepraat, alwaar hij improviserend zijn favoriete kandidaat, Don DeLillo aan mocht prijzen, iets dat hem overigens bijzonder goed afging. "De huidige wegwerpmentaliteit betekent voortdurend jezelf vernieuwen. Hypes van vandaag zijn morgen weer vergeten. En tòch zijn er in zijn boeken mensen die wel stand houden."

Zo volgden er nog vele kandidaten, van Margaret Forster, met haar personages Mother Love and Mother Hate, tot Ernst Theodor "Amadeus" (Wilhelm) Hoffmann, die met zijn sprookje 'Notenkraker en meisjeskoning' aan de basis stond van muziek, ballet en zelfs van de economie. En van Willem Elsschot, die volgens medeorganisator Jef Jacobs veel meer een "rasverteller" was dan Mulisch, Claus en Nooteboom, tot de huidige Leidse gastschrijver Anna Enquist, genomineerd door twee studenten Nederlands, die één enkele Nederlandstalige nominatie natuurlijk niet op zich konden laten zitten. "Is het niet briljant hoe ze erin slaagt om de twijfel van nu in een goed leesbare historische roman te plaatsen?"

 
 

Onbekend

Eén van de beste betogen vond ik dat van Jerker Spits, namens de opleiding Duits. "In Oostenrijk is altijd alles het ergst geweest. Oostenrijk is een farce." Zo, dat stond. Ook zijn kandidaat, Thomas Bernhard, was al overleden. "Helaas heeft Zweden geen zelfcorrigerend vermogen," zo sprak hij, "maar hier kunnen we dit verzuim goedmaken." Het kritiek op Oostenrijk van deze spotter, nar, cynicus en taalkunstenaar konden we bovendien gemakkelijk overplaatsen op andere landen, en vooral op. Nederland. "Ja, Bernhard werd in het Limburgse Heerlen geboren. Dat is nog net bij ons."

Niet alle genomineerden waren voor de aanwezigen overigens even bekend. Zo was Han Xiaogong, genomineerd door student Sinologie Tobias Geertsma, één van de kandidaten. Ondanks de vele onderdrukking die hij tijdens de culturele revolutie had meegemaakt, durfde hij nog altijd mythes, bijgeloof en traditie tegenover de maatschappij te zetten. "Littekenliteratuur," noemde Geertsma dat. In zijn werk gebruikte hij zowel universele als creatieve thema's. "Hij schreef zelfs eens een roman in de vorm van een woordenboek!"

Maar ondanks de onbekendheid toch zeker een goede kandidaat. En hetzelfde gold voor Haruki Murakami, genomineerd door drie studenten Japans. Twee van hen lazen in een snelle, spannende samenspraak een fragment van hem voor - het leek haast wel poetry slam. En om het geheel nog completer te maken, liep er een derde met een schapenmasker door de zaal. Hij was 'Schaapman'. Zijn enige woord door de microfoon was tegelijk het laatste: "Bêh."

De prijzen

Het was bijna 13.00 uur, het moment van de bekendmaking van beide Nobelprijzen. De spanning werd opgevoerd. De juryleden, Paul Smith en Paul Hoftijzer, hadden zich even teruggetrokken om te overleggen. In die tussentijd werd Petra de Bruijn geïnterviewd door Thony Visser over nòg een goede kandidaat, de Turkse schrijver Orhan Pamuk. Dit interview werd echter plotseling doorbroken doordat men luid uitriep: "We weten het! Het is Harold Pinter!" Nu werd plots Richard Todd gevraagd naar wie deze voor velen in de zaal toch onbekende Britse toneelschrijver eigenlijk was. Een dag later zou hij hier overigens uitgebreider over geïnterviewd worden.

Hierna was het tijd voor de 'Leidse academie'. De beide Pauls bekenden eerlijk dat ze het niet gemakkelijk hadden gevonden. "Paul Smith dreigde zelfs de kamer nog even te verlaten, omdat hij het niet met me eens was." De derde plaats was voor Petrarca, die trots zou zijn geweest op het betoog dat over hem gehouden was, en de tweede plaats ging naar Thomas Bernhard. De jury was natuurlijk extra gecharmeerd dat dit zelfs min of meer een Nederlandse kandidaat was. Uiteindelijk ging de Leidse Letteren Nobelprijs naar Haruki Murakami namens Japans. "De argumentatie was nul, maar soms is het beter om ons de tekst zelf te laten horen. En te laten zien."

 
 
 
 
Volgend jaar weer

En zo zat de eerste Leidse Letteren Nobelprijs erop. Bedenkster Ineke Sluiter was na afloop zeer tevreden. "Ik had de indruk dat het een heel levendige bijeenkomst was, met voortdurend nieuwe inloop en twee pieken, tegen kwart over twaalf en om 13.00 uur bij de bekendmaking zelf." Vooral die was spannend, vond ze, omdat de Zweedse website op dat moment acuut overbelast was en er steeds uitvloog. "Gelukkig had de technische man, René van Hugten, er nog een andere site achtergezet, zodat we toch meteen de naam hadden. Knap werk, vond ik dat."

Ook presentatrice Thony Visser had de sfeer als heel plezierig ervaren. "Ik hoop en denk dat dit een goede manier is om vooral de studenten van de faculteit met elkaar in gesprek te brengen over hun eigen vak."

Ik ga er dan ook vanuit dat er volgend jaar opnieuw een Leidse Letteren Nobelprijs zal worden uitgereikt. Misschien dan wel met een Nederlandse winnaar.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina