Universiteit Leiden
  home   contact      
 
 
 
Archief
   

Archief > Forum 5/05 > Reportages

Reportage

Opening Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis

"Evolutie in plaats van revolutie"

Donderdag 15 september werd het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis officieel geopend. De belangstelling was groot; de regen had de vele historici en andere belangstellenden er niet van weerhouden in grote aantallen naar de Oranjerie te komen. In de tuinzaal van Leidse Hortus wierp directeur dr. Meel een blik op de toekomst van het Onderzoeksinstituut. Historicus en bestseller-auteur prof. Fernández-Armesto, uit Amerika overgekomen, zette met zijn lezing het publiek aan het denken over het concept 'mensheid'.

door Annelies Maes

Wat eraan voorafging

Tot voor kort kende de Leidse Letterenfaculteit drie onderzoeksinstituten, te weten CNWS, ULCL en PALLAS. Het onderzoek van de opleiding geschiedenis was ondergebracht bij PALLAS, dat ook verantwoordelijk was voor andere vormen van Westers geschiedenisonderzoek, zoals kunst- en literatuurgeschiedenis.

Met de invoering van de masters, die voor geschiedenis in 2005 van start zouden gaan, kwam de opleiding voor een probleem te staan. Dit probleem had voornamelijk betrekking op de acht nieuwe onderzoeksmasters die zouden worden ingevoerd. Doordat in een onderzoeksmaster onderwijs en onderzoek gecombineerd worden, rees de vraag waar deze het beste ondergebracht kon worden. Met andere woorden: waar zou de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor deze mastertrajecten komen te liggen?

Aangezien de onderzoeksmaster een directe relatie heeft met promotietrajecten, leek het logisch deze twee bestuurlijk bij elkaar te brengen. Om dit in de praktijk te brengen, was het een optie om PALLAS uit te breiden met deze nieuwe taak. Andere factoren hebben echter geleid tot het besluit niet PALLAS uit te breiden, maar een zelfstandig Instituut voor Geschiedenis op te richten, dat verantwoordelijk zou worden voor zowel de onderwijs- als de onderzoekstaak.

Johan Huizinga (gebouw 1174, Instituut Geschiedenis) 
Johan Huizinga
Instituut Geschiedenis

Factoren van invloed op dit besluit  

In de eerste plaats was de situatie binnen PALLAS van invloed op dit besluit. Het aandeel van de opleiding geschiedenis in PALLAS was namelijk erg groot, ruim eenderde. Dit grote aantal historici drukte zijn stempel op het functioneren van PALLAS. Historici trokken naar elkaar toe, met als gevolg gebrek aan evenwicht en groepsgevoel binnen het instituut.

In de tweede plaats belette het instituut de geschiedkundigen in zekere mate het samenwerken met een grote verscheidenheid aan groepen. Historici hebben bij hun onderzoek de mogelijkheid om met veel verschillende studies, richtingen en faculteiten samen te werken. Doordat het onderzoek van geschiedenis bij PALLAS was ondergebracht, leek het alsof letterkundigen en kunsthistorici een geprivilegieerde positie hadden in deze samenwerking. Het oprichten van een zelfstandig instituut bood de historisch onderzoekers de mogelijkheid om meer en vrijer banden met derden op te bouwen.

De officiële opening  

De samenloop van omstandigheden leidde aldus tot het oprichten van het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis. Het Instituut ging op 1 september van start, op 15 september vond de officiële opening plaats. In de Oranjerie van de Hortus Botanicus had zich een grote schare geschiedkundigen verzameld om het historische moment bij te wonen. Blijkbaar was de belangstelling groter dan verwacht; er moesten extra stoelen aan te pas komen om iedereen een plaatsje te kunnen geven.

Toekomstplannen  

De nieuwbakken directeur dr. Meel bracht het publiek - na een inleiding van Professor Van den Doel - op de hoogte van de koers die het Onderzoeksinstituut zal gaan varen. Meel begon met te zeggen dat er veel onveranderd zal blijven. Maar om het profiel van geschiedenis in Leiden aan te scherpen, om grensverleggend te zijn en het Leidse geschiedenisonderzoek op de kaart te zetten, zullen er toch een paar dingen veranderen. Zo zijn er een aantal nieuwe taken, waarvan sommige al wel plaatsvonden, maar waar meer accent op zal komen te liggen.

In de eerste plaats zal er gewerkt gaan worden aan de vorming van een academische onderzoeksgemeenschap. Dit met het oog op de ambitie om uiteindelijk te gaan functioneren als een graduate school. Zo'n academische onderzoeksgemeenschap houdt een samenwerkingsverband in tussen professoren, aio's en studenten van de opleiding geschiedenis. Het eerste begin van deze gemeenschap is er al, in de vorm van een ontmoetingsplek voor Mphil-studenten, studenten die bezig zijn met de onderzoeksmaster.

 
Banier Johan Huizinga-gebouw
Instituut Geschiedenis

Fondsenwerving en internationalisering  

In de tweede plaats zal het Instituut meer aandacht besteden aan het werven van fondsen. Het Onderzoeksinstituut functioneert volledig zelfstandig, met een eigen budget. Dit is een voordeel, aangezien het een grote mate van vrijheid biedt. Maar het nadeel dat de zelfstandigheid met zich meebrengt, is dat het budget beperkt is. Er zijn dus additionele middelen nodig, en het is de bedoeling dat het Onderzoeksinstituut zich daarvoor gaat inzetten.

In de derde plaats zal het Instituut zich op drie manieren gaan bezighouden met internationalisering:

  • Het Instituut wil meer aio's uit het buitenland aantrekken. Om dit te bereiken, zal de opleiding geschiedenis beter geprofileerd moeten worden; de sterke kanten moeten zichtbaar worden gemaakt.
  • Andersom moet het voor Nederlandse studenten ook makkelijker worden om naar het buitenland te gaan. Nu zijn hiervoor nog veel obstakels, met name financieel en administratief. Die zullen zoveel mogelijk uit de weg moeten worden geruimd.
  • Tot slot wil het Instituut een impuls geven aan de samenwerking met en tussen internationale universiteiten.

Meel concludeerde dat de oprichting van het Onderzoeksinstituut vooral een grote mate van continuïteit betekent, met enkele nieuwe accenten, oftewel: 'evolutie in plaats van revolutie'.

'So you think you are human?'  

De rest van het programma werd voornamelijk gevuld door de lezing van prof. Fernández-Armesto: 'So you think you are human? A brief History of Humankind.'

Toen werd ook duidelijk waarom er al gedurende de hele bijeenkomst een exotische tekening te zien was op het diascherm, die nog het meest leek op een aap met een hertengewei. Aan de hand van deze, en nog vele andere vreemdsoortige afbeeldingen stelde Fernandéz-Armesto zijn centrale vraag aan de orde: hoe bepalen wij wie of wat onder het begrip 'mens' valt? Een relevante kwestie voor verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals genetica en paleoantropologie, die Fernandéz-Armesto op een boeiende, humorvolle wijze aan de orde wist te brengen.

Fernandéz-Armesto had echter nog een reden voor zijn aanwezigheid: het eerste exemplaar van zijn vertaalde boek Dus jij denkt dat je een mens bent? werd hem aangeboden door uitgeverij Bert Bakker.

                                    
 
   
vorige pagina top pagina